De feiten en de rechtsgang
Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar van 3 september 2026, waarbij door de officier van justitie hoger beroep is ingesteld tegen voormelde beschikking van die rechtbank.
Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadsvrouw mr. E.G. Al.
Bij de behandeling in raadkamer heeft de raadsvrouw namens de verdachte een mondeling schorsingsverzoek gedaan.
De beoordeling
Het hof verenigt zich niet met de beschikking waarvan beroep en de gronden waarop deze berust.
De rechtbank heeft in haar beslissing van 26 augustus het volgende overwogen:
De rechtbank is echter van oordeel dat er niet langer gronden aanwezig zijn die de voorlopige hechtenis kunnen dragen. De enige grond die aan de voorlopige hechtenis ten grondslag lag, betreft de 12-jaarsgrond met een ernstig geschokte rechtsorde. Dat sprake is van een ernstig geschokte rechtsorde kan naar het oordeel van de rechtbank niet zonder meer worden aangenomen indien het dossier geen enkele indicatie bevat van de hoeveelheid (vermoedelijke) drugs in de geïmpregneerde kleding in de koffer van de verdachte. Bij deze stand van zaken kan de rechtbank niet aannemen dat het een aanzienlijke hoeveelheid betreft, terwijl de verdachte bovendien geen justitiële documentatie heeft (niet ten aanzien van de Opiumwet en ook overigens niet). Dit betekent dat de rechtbank de voorlopige hechtenis van de verdachte zal opheffen.
Door de advocaat-generaal is aangevoerd dat de omstandigheid dat nu nog niet bekend is wat het netto gewicht is van de met cocaïne geïmpregneerde kledingstukken, niet in de weg staat aan het aannemen van de geschokte rechtsorde als grond voor de voorlopige hechtenis.
Het hof is in deze zaak van oordeel dat ernstige bezwaren aanwezig zijn voor de verdenking van een feit waarvoor naar de wettelijke omschrijving twaalf jaar of meer gevangenisstraf is gesteld: invoer van een voor verdere verspreiding en handel bestemde hoeveelheid cocaïne. Ook is het hof van oordeel dat sprake is van een geschokte rechtsorde. Invoer van cocaïne werkt ondermijnend. In dit geval ziet de verdenking op de invoer via Schiphol van (waarschijnlijk) 19 geïmpregneerde kledingstukken. De cocaïne zou uiteindelijk weer hier “teruggewonnen” moeten worden om te kunnen worden verspreid en verhandeld. Dit duidt op betrokkenheid van een professionele organisatie. Het niet in voorlopige hechtenis nemen en houden van de verdachte zou onder deze omstandigheden een zodanig publiek onbehagen teweeg kunnen brengen, dat dit zou leiden tot maatschappelijke onrust. Dat op dit moment nog niet duidelijk is om hoeveel cocaïne het gaat, doet aan het voorgaande niet af, te minder nu de toegepaste smokkelmethode meebrengt dat er enige tijd gemoeid is met het vaststellen van het netto gewicht.
Met betrekking tot het door de verdachte mondeling gedane verzoek tot schorsing overweegt het hof dat er sprake is van ernstige bezwaren ter zake van een zeer ernstig feit en een ernstig geschokte rechtsorde. Onder die omstandigheden kan van een schorsing alleen sprake zijn als zich zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden voordoen. Daarvan is niet gebleken. Om die reden zal het hof het verzoek van de verdachte afwijzen.
De beslissing
Het hof:
WIJST TOE het beroep tegen de bestreden beschikking.
VERNIETIGT de beschikking waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen.
WIJST TOE de vordering tot de gevangenhouding van de verdachte voor de duur van 90 dagen.
BEVEELT de gevangenhouding van de verdachte met onmiddellijke ingang.
WIJST AF het mondelinge verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte.
Deze beschikking is gegeven op 5 oktober 2026 in raadkamer van dit hof door
mr. R.A.E. van Noort, voorzitter,
mrs. V.J.M. Goldschmeding en M.C. van der Mei, raadsheren,
in tegenwoordigheid van R.S. Toornvliet als griffier.
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Amsterdam, 5 oktober 2026,
de advocaat-generaal