ECLI:NL:GHAMS:2026:2899

ECLI:NL:GHAMS:2026:2899

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 12-10-2026
Datum publicatie 09-10-2026
Zaaknummer 23-001438-23
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Amsterdam
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBNHO:2023:3850

Samenvatting

Megastrafzaak Kanaga. Schietincident op 16 februari 2021 te Bergen aan Zee. Vernietiging van het vonnis omdat het hof de verdachte – anders dan de rechtbank die medeplichtigheid bewezen heeft verklaard - veroordeelt voor het medeplegen van een poging tot ontvoering, terwijl het feit de dood ten gevolge heeft. Vrijspraak van doodslag. Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren met aftrek van voorarrest.

Uitspraak

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 14 en 16 september 2026 en 12 oktober 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Door het openbaar ministerie en namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaten-generaal (hierna: de advocaat-generaal) en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten nadere omschrijving van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering is aan de verdachte tenlastegelegd dat:

1. primairhij op of omstreeks 16 februari 2021 te Bergen aan Zee, gemeente Bergen (NH), in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer] opzettelijk van het leven heeft beroofd, door deze [slachtoffer] met een vuurwapen een of meerdere malen in/door het lichaam te schieten, welke doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten poging opzettelijke wederrechtelijke vrijheidsberoving, en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan dat feit straffeloosheid te verzekeren.

1. subsidiair[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 7] en/of een of meer (nog) onbekend gebleven perso(o)n(en) op of omstreeks 16 februari 2021 te Bergen aan Zee, gemeente Bergen (NH), in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met elkaar en/of een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer] opzettelijk van het leven heeft/hebben beroofd, door deze [slachtoffer] met een vuurwapen een of meerdere malen in/door het lichaam te schieten, welke doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten poging opzettelijke wederrechtelijke vrijheidsberoving, en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan dat feit straffeloosheid te verzekeren, bij en/of tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 11 februari 2021 tot en met 16 februari 2021 te Bergen aan Zee, gemeente Bergen (NH), en/of Alkmaar en/of te Zandvoort en/of te Zaandam, gemeente Zaanstad, en/of te Rijswijk en/of te Amsterdam en/of te Den Haag, in elk geval in Nederland, tezamen en in verenging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk behulpzaam is/zijn geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft/hebben verschaft, door (onder meer) - informatie te verschaffen over het/de beoogd(e) slachtoffer(s) en/of - te helpen zoeken naar het/de beoogd(e) slachtoffer(s) en/of - zich voor te doen als (potentiële) kopers van de goederen van het/de beoogd(e) slachtoffer(s) en/of - een ontmoeting met het/de beoogd(e) slachtoffer(s) te regelen en/of af te spreken en/of - een of meer personen (ter ondersteuning) te regelen en/of - personen aan te sturen en/of van informatie te voorzien en/of - voertuigen voor vervoer (naar en van Bergen aan Zee) te regelen en/of te besturen en/of - een of meer vuurwapens te regelen en/of personen met vuurwapens en/of - door de omgeving te verkennen voorafgaand aan de ontmoeting met beoogd(e) slachtoffer(s) en/of - door op de uitkijk te staan.

2. primairhij in of omstreeks de periode van 11 februari 2021 tot en met 16 februari 2021 te Bergen aan Zee, gemeente Bergen (NH), en/of Alkmaar en/of te Zandvoort en/of te Zaandam, gemeente Zaanstad, en/of te Rijswijk en/of te Amsterdam en/of te Den Haag, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid te beroven en/of beroofd te houden, een afspraak heeft/hebben gemaakt met die [slachtoffer] in Bergen aan Zee, en/of (vervolgens) met meerdere voertuigen en/of meerdere personen bewapend met een of ineer vuurwapen(s) naar de afgesproken plek is/zijn gekomen en/of die [slachtoffer] heeft/hebben vastgepakt en/of die [slachtoffer] in de richting van een gereedstaand voertuig heeft/hebben getrokken en/of die [slachtoffer] met een vuurwapen een of meerdere malen in/door het lichaam heeft/hebben geschoten, tengevolge waarvan die [slachtoffer] is overleden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2. subsidiair[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 7] en/of een of meer (nog) onbekend gebleven perso(o)n(en) in of omstreeks de periode van 11 februari 2021 tot en met 16 februari 2021 te Bergen aan Zee, gemeente Bergen (NH), en/of Alkmaar en/of te Zandvoort en/of te Zaandam, gemeente Zaanstad, en/of te Rijswijk en/ofte Amsterdam en/ofte Den Haag, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met elkaar en/of een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door hem/hen voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid te beroven en/of beroofd te houden, een afspraak heeft/hebben gemaakt met die [slachtoffer] in Bergen aan Zee, en/of (vervolgens) met meerdere voertuigen en/of meerdere personen bewapend met een of ineer vuurwapen(s) naar de afgesproken plek is/zijn gekomen en/of die [slachtoffer] heeft/hebben vastgepakt en/of die [slachtoffer] in de richting van een gereedstaand voertuig heeft/hebben getrokken en/of die Castrilion met een vuurwapen een of ineerdere malen in/door het lichaam heeft/hebben geschoten, tengevolge waarvan die [slachtoffer] is overleden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, bij en/of tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 11 februari 2021 tot en met 16 februari 2021 te Bergen aan Zee, gemeente Bergen (NH), en/of Alkmaar en/of te Zandvoort en/of te Zaandam, gemeente Zaanstad, en/ofte Rijswijk en/ofte Amsterdam en/of te Den Haag, in elk geval in Nederland, tezamen en in verenging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door (onder meer) - informatie te verschaffen over het/de beoogd(e) slachtoffer(s) en/of - te helpen zoeken naar het/de beoogd(e) slachtoffer(s) en/of - zich voor te doen als (potentiële) kopers van de goederen van het/de beoogd(e) slachtoffer(s) en/of - een ontmoeting met het/de beoogd(e) slachtoffer(s) te regelen en/of af te spreken en/of - een of meer personen (ter ondersteuning) te regelen en/of - personen aan te sturen en/of van informatie te voorzien en/of - voertuigen voor vervoer (naar en van Bergen aan Zee) te regelen en/of te besturen en/of - een of meer vuurwapens te regelen en/of personen met vuurwapens en/of - door de omgeving te verkennen voorafgaand aan de ontmoeting met beoogd(e) slachtoffer(s) en/of - door op de uitkijk te staan.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde. Het hof komt dientengevolge ook tot een andere kwalificatie en strafoplegging.

Inleiding - vaststelling van feiten

Het hof neemt de hierna volgende feiten en omstandigheden als vaststaand aan die door de verdediging niet zijn betwist en volgen uit de bewijsmiddelen.

Op 16 februari 2021 heeft op het Van der Wijckplein in Bergen aan Zee een poging tot ontvoering van de Colombiaanse man [slachtoffer] (hierna: het slachtoffer) plaatsgevonden. Omstreeks 15:45 uur hebben vier mannen geprobeerd het slachtoffer in een gereedstaande Audi A6 te duwen. Blijkens SkyECC-berichten in het dossier waren de ontvoerders van plan het slachtoffer vervolgens te ‘verhoren en breken’ op een andere locatie. Het ging om een wraakactie nadat medeverdachte [medeverdachte 1] enkele dagen eerder – op 11 februari 2021 – in Zandvoort was beroofd van een aanzienlijk geldbedrag en een Rolex-horloge. De groep Colombianen waarvan het slachtoffer deel uitmaakte zou 25 kilogram cocaïne aan hem verkopen, maar daarvan bleek 23 kilogram suiker te zijn. Het slachtoffer heeft zich tegen zijn ontvoering verzet waardoor er een worsteling is ontstaan. Er is toen vanuit de groep ontvoerders met vuurwapens geschoten. Het slachtoffer is daarbij geraakt in zijn rug en rechterbovenbeen, ten gevolge waarvan hij kort daarna is overleden.

Vrijspraak feit 1

De rechtbank heeft de verdachte vrijgesproken van het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde.

De advocaat-generaal heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat de onder 1 primair ten laste gelegde doodslag in vereniging kan worden bewezen en – in afwijking van de door de officier van justitie ingediende appelschriftuur – de verdachte van het kwalificerende deel dient te worden vrijgesproken. Uit de berichtgeving in het dossier blijkt dat de verdachte op de hoogte was van de uitrusting die was meegenomen en dat hij bij de organisator [medeverdachte 1] in de auto zat waardoor hij geweten moet hebben dat het slachtoffer met geweld en het gebruik van wapens van de straat zou worden gehaald. Daarmee heeft hij de aanmerkelijke kans aanvaard dat deze wapens gebruikt zouden worden en het slachtoffer zou komen te overlijden.

De verdediging heeft verzocht de verdachte vrij te spreken van het onder 1 ten laste gelegde. De verdachte kan volgens de verdediging niet kan worden aangemerkt als medepleger nu hij niet wist of moest vermoeden dat de poging tot ontvoering een dodelijke afloop zou hebben. Er is geen bewijs dat de verdachte wist wat het plan was, wat er ging gebeuren of dat er vuurwapens mee zouden worden genomen.

Het hof komt met de rechtbank tot een vrijspraak van het aan de verdachte ten laste gelegde. Het hof overweegt daartoe als volgt.

Op grond van de bewijsmiddelen stelt het hof met de rechtbank vast dat medeverdachte [medeverdachte 4] de schutter is geweest die de dodelijke kogels op het slachtoffer heeft afgevuurd.

De verdachte heeft, zoals hierna onder bewijsoverweging feit 2 is overwogen, met het oog op het ontvoeringsplan vervoer van en naar Bergen aan Zee geregeld en heeft een voorverkenning gedaan op de plaats delict. De verdachte kan niet worden aangemerkt als medepleger van de doodslag, nu zijn bijdrage aan die doodslag daarvoor van onvoldoende gewicht is.

Naar het oordeel van het hof kan ook niet worden bewezen dat de verdachte medeplichtig is aan de doodslag. Hoewel de verdachte op de hoogte was van het plan om het slachtoffer te ontvoeren en hij hierbij behulpzaam is geweest, is er onvoldoende bewijs voorhanden om aan te kunnen nemen dat hij ook het (voorwaardelijk) opzet heeft gehad om behulpzaam te zijn bij de doodslag. Uit de SkyECC-berichten waaraan hij heeft deelgenomen blijkt namelijk niet dat hij wist of moet hebben geweten dat er wapens meegenomen zouden worden door de uitvoerders van het ontvoeringsplan.De verdachte zal dus worden vrijgesproken van feit 1.

Bewijsoverweging feit 2

Standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat feit 2 primair kan worden bewezen. Op basis van de camerabeelden, informatie betreffende de voertuigen en het berichtenverkeer in het dossier, stelt de advocaat-generaal de rol van de verdachte als medepleger vast. Het SkyECC-account [SkyECC-account 1] kan worden toegeschreven aan de verdachte gelet op de reisbewegingen van dat account, de telefoon van de verdachte en de door hem gehuurde Citroën C5. De verdachte had wetenschap van de ripdeal van medeverdachte [medeverdachte 1] , is samen met hem naar Alkmaar en Bergen aan Zee gereden en heeft op het Van der Wijckplein rondgereden ter verkenning. Na het incident is hij naar Egmond aan den Hoef gereden, waar de inzittenden van de Mercedes naar zijn Citroën C5 zijn overgestapt. Zijn rol was derhalve van grote waarde,

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om de verdachte vrij te spreken van het onder 2 ten laste gelegde. Er is geen bewijs dat de verdachte wist wat het plan was of wat er ging gebeuren. Er is geen bewijs dat de verdachte op 16 februari 2021 bij de ontmoeting in Alkmaar was en samen met [medeverdachte 1] in de Citroën C5 heeft gereden. De verdediging betwist voorts dat de telefoon eindigend op ~ [telefoonnummer] aan de verdachte toebehoort en in zijn bezit was. Niet kan worden uitgesloten dat het telefoonnummer en het SkyECC-account [SkyECC-account 1] toebehoren aan de broer van de verdachte genaamd [broer verdachte] . Dat door de Citroën C5 verkennende rondes over het van der Wijckplein zijn gemaakt, berust op een aanname. Het is ontlastend dat van of naar de aan de verdachte toegeschreven telefoon voor, tijdens en na het incident geen berichten zijn gestuurd. De verdachte kan daarom niet als medepleger of als medeplichtige worden aangemerkt.

Oordeel van het hof

Een groot aantal verdachten is voorafgaand, tijdens en na de ontvoeringspoging betrokken geweest bij het plannen en uitvoeren van de wraakactie. Het hof staat voor de vraag of de verdachte hierbij betrokken is geweest en, indien die vraag bevestigend kan worden beantwoord, wat zijn aandeel daarin heeft ingehouden en hoe dit juridisch dient te worden gekwalificeerd.

Betrokkenheid van de verdachte [verdachte ]

Uit de berichten in het dossier volgt dat medeverdachte [medeverdachte 1] met zijn SkyECC-account [SkyECC-account 2] met meerdere personen heeft gecommuniceerd over hetgeen hem op 11 februari 2021 was overkomen. Op 12 februari heeft [medeverdachte 1] contact met het SkyECC-account [SkyECC-account 1] en vraagt [medeverdachte 1] [SkyECC-account 1] om naar zijn huis te komen om hem te helpen. [SkyECC-account 1] laat weten dat hij er in 30 minuten zal zijn en stuurt een foto van een horloge met de mededeling dat later betaald kan worden als [medeverdachte 1] dit wil hebben. Daarna laat [SkyECC-account 1] weten naar Zandvoort te gaan.

Op 16 februari tussen 08:19 uur en 11:44 uur hebben [medeverdachte 1] en [SkyECC-account 1] opnieuw contact. [medeverdachte 1] laat weten dat de Colombianen een adres zullen gegeven en dat hij daarop wacht. [SkyECC-account 1] reageert ’Dis people steel’ en ‘We go today’. Vervolgens reageert hij met ‘okee’ op de vraag van [medeverdachte 1] om naar diens kantoor aan de [adres 1] (het hof begrijpt: [adres 1] ) te komen.

Het hof leidt hieruit af dat de gebruiker van het account [SkyECC-account 1] op de hoogte was van de ripdeal van [medeverdachte 1] en dat hij een afspraak maakte om [medeverdachte 1] op 16 februari 2021 te zien op zijn kantoor aan de [adres 1] . Uit de bewijsmiddelen volgt dat voorafgaand en na het schietincident meerdere verdachten op dit adres zijn samengekomen.

Het hof stelt vast dat de verdachte de gebruiker is van het SkyECC-account [SkyECC-account 1] en het daaraan gekoppelde telefoonnummer [telefoonnummer] op grond van het volgende.

Uit onderzoek naar metadata van het IMSI-nummer [IMSI-nummer] is gebleken dat dit IMSI-nummer in de telefoon met IMEI-nummer [IMEI-nummer] zit en gebruik maakt van het SkyECC-account [SkyECC-account 1] . Achterhaald is dat het IMSI-nummer eindigend op [IMSI-nummer] aanwezig was in de woning met het adres [adres 2] . Op dit adres stonden [persoon X] en [verdachte 1] , de verdachte, ingeschreven. Uit historische verkeersgegevens van het telefoonnummer ~ [telefoonnummer] over de periode 25 november 2020 tot en met 18 februari 2021 bleek dat dit telefoonnummer in de voor nachtrust bestemde tijd tussen 22:00 uur en 07:00 uur 61 keer gebruik maakte van het basisstation [adres 3] , vallend binnen het bereik van het adres [adres 2] van de verdachte. Uit historische verkeersgegevens is voorts gebleken dat het telefoonnummer ~ [telefoonnummer] dagelijks dezelfde reisbewegingen maakte als de telefoon met IMSI-nummer [IMSI-nummer] en dat deze nummers ook gebruik maakten van basisstations bij elkaar in de buurt.

De raadsman heeft bepleit dat het aannemelijk is dat de broer van de verdachte de gebruiker is van het voornoemde SkyECC-account en het telefoonnummer ~ [telefoonnummer] . Hij heeft dezelfde achternaam en net als verdachte een voornaam beginnend met de letter “ [letter] ”. Bovendien verblijft hij regelmatig in de woning aan de [adres 2] . Het hof gaat hieraan voorbij nu die stelling niet verder is onderbouwd.

Daarnaast blijkt uit het dossier het volgende. Uit het proces-verbaal van bevindingen omtrent de reisbewegingen van de Citroën C5 blijkt dat het redelijk is te veronderstellen dat de telefoon eindigend op ~ [telefoonnummer] , in gebruik bij de verdachte, op 15 februari 2021 aanstraalde in de omgeving van de locatie van een autoverhuurbedrijf, waar op dat moment (om 16:31 uur) een Citroën C5, voorzien van het kenteken [kenteken] , werd gehuurd op naam van [persoon Y] . Op het contract stond als tweede bestuurder opgegeven: [verdachte 1] . Deze auto werd op 18 februari 2021 om 10:03 uur weer geretourneerd bij het verhuurbedrijf. Van het moment van huren (ophalen) van de Citroën C5 zijn door het verhuurbedrijf camerabeelden gemaakt. De manager van het verhuurbedrijf heeft daarvan fotografische opnamen gemaakt, die zich in het dossier bevinden, en heeft de persoon op die afbeeldingen herkend als de verdachte.

Het hof is gelet hierop van oordeel dat het de verdachte is geweest die de Citroën C5 heeft gehuurd en dat hij op 16 februari 2021 als bestuurder van dat voertuig heeft gereden van Den Haag naar Bergen aan Zee. Uit de ANPR-gegevens van de Citroën C5 is gebleken dat deze op 16 februari 2021 omstreeks 14:06 langs een ANPR-camera in Rijswijk, op 4 kilometer van [straatnaam adres 1] , rijdt. De telefoon van de verdachte maakt overeenkomstige reisbewegingen met de Citroën C5.

Vervolgens rijdt de Citroën blijkens ANPR-gegevens en berichten in het dossier in noordelijke richting, via de A9 bij Akersloot, naar de Albert Heijn XL aan de Wendelaarstraat te Alkmaar. Uit het dossier blijkt dat aldaar een ontmoeting tussen verschillende personen heeft plaatsgevonden, waarna zij in verschillende voertuigen naar Bergen aan Zee zijn gereden. De routes van de voertuigen zijn gedeeltelijk door middel van camerabeelden te herleiden.

Het hof stelt voorts vast dat de verdachte als bestuurder van de Citroën C5 aanwezig is geweest op de plaats delict en overweegt daartoe als volgt.

Het hof stelt op basis van camerabeelden in het dossier vast dat de Citroën C5 op 16 februari 2021 omstreeks 15:34 uur in Bergen aan Zee heeft gereden over de Breelaan en de Stationsstraat. Nadat alle voertuigen zijn aankomen in de omgeving van Bergen aan Zee zijn de voertuigen op verschillende momenten vastgelegd op de camera die gericht stond op het Van der Wijckplein. Om 15:28 uur heeft de partner van het slachtoffer aldaar haar Ford Focus geparkeerd. Kort daarna parkeerden een BMW en een Mercedes Benz A200d van de groep ontvoerders daar ook en reed een Audi A3 een rondje over de rotonde. Om 15:42 is te zien dat het slachtoffer vanaf de Zeeweg het plein op ging en naar de Mercedes toe liep. Rond dezelfde tijd reed de Citroën C5 het Van der Wijckplein op en passeerde het slachtoffer ter hoogte van de voetgangersoversteekplaats. De Citroën C5 reed de rotonde op en verdween uit beeld. Enkele ogenblikken later, omstreeks 15:43 uur, reed de Citroën C5 weer de rotonde van het Van der Wijckplein op en vervolgens rechtsaf de parkeerplaats op, waarna deze rechtsaf is geslagen in de richting van de Julianalaan. Even later reed de Audi A6 het plein op en stopte naast het slachtoffer. Hierna ontstond een worsteling en werd het slachtoffer neergeschoten.

Het hof is van oordeel dat uit de uiterlijke verschijningsvorm van het hiervoor vermelde is af te leiden dat de verdachte als bestuurder van de Citroën C5 de plaats delict heeft verkend.

Op camerabeelden is zichtbaar dat de Citroën C5 even later, om 15:51 uur, achter de Audi A6 aan is gereden naar Egmond aan den Hoef en is opgevolgd door de Mercedes Benz A200d. Daar is de Citroën C5 om 15:52 uur gestopt bij een garagebedrijf. De Audi is doorgereden. In de weerspiegeling van een geparkeerde auto is te zien dat twee personen bij de Citroën rechtsachter zijn ingestapt. Daarna is te zien dat de Citroën met vier inzittenden is weggereden. Het is naar het oordeel van het hof aannemelijk dat deze twee personen vanuit de Mercedes zijn overgestapt.

Juridische kwalificatie

De vraag is of het handelen van de verdachte dient te worden gekwalificeerd als medeplegen of als medeplichtigheid aan een poging tot ontvoering met dodelijke afloop.

Het hof stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard wanneer is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking.

Het hof stelt in dat kader vast dat de verdachte op de hoogte was van het plan om het slachtoffer te ontvoeren en de achtergrond van deze wraakactie. Hij heeft een Citroën C5 geregeld en bestuurd en heeft een voorverkenning gedaan op de plaats delict, kort voordat de ontvoeringspoging met dodelijke afloop daar plaatsvond. Kort na dit incident is de verdachte met zijn Citroën C5 in een rij met andere betrokken voertuigen teruggereden richting Den Haag en heeft hij onderweg twee medeverdachten bij hem laten instappen en verder vervoerd.

Het hof is van oordeel dat dit handelen van de verdachte – voorafgaand aan de poging ontvoering, de uitvoering (voorverkenning) en na afloop door de mededaders in zijn auto te laten overstappen – van zodanig gewicht en van belang was voor de uitvoering, dat deze kan worden aangemerkt als een wezenlijke bijdrage aan de nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachten en dat er dus sprake is van medeplegen

Het hof acht het onder 2 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

2. primairhij op 16 februari 2021 te Bergen aan Zee, gemeente Bergen (NH), tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid te beroven een afspraak hebben gemaakt met die [slachtoffer] in Bergen aan Zee, en (vervolgens) met meerdere voertuigen en meerdere personen bewapend met een of meer vuurwapen(s) naar de afgesproken plek zijn gekomen en die [slachtoffer] hebben vastgepakt en die [slachtoffer] in de richting van een gereedstaand voertuig hebben getrokken en die [slachtoffer] met een vuurwapen meerdere malen in/door het lichaam hebben geschoten, ten gevolge waarvan die [slachtoffer] is overleden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Hetgeen onder 2 primair meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze zijn opgenomen in de bewijsmiddelenbijlage.

Bewijsmiddelen

Omwille van de leesbaarheid van het arrest zijn de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een bijlage bij dit arrest. Deze bijlage is aan het arrest gehecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 2 primair bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 2 primair bewezenverklaarde levert op:

medeplegen van poging tot opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid te beroven, terwijl het feit de dood ten gevolge heeft.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 2 primair bewezenverklaarde uitsluit.

Oplegging van straf

De rechtbank heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 2 subsidiair bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren met aftrek van voorarrest.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor de eendaadse samenloop van het onder 1 primair – met dien verstande dat volgens haar geen sprake is van gekwalificeerde doodslag – en onder 2 primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 jaren en 3 maanden met aftrek van voorarrest. In beginsel is een gevangenisstraf voor de duur van 10 jaren met aftrek van voorarrest volgens de advocaat-generaal passend, maar wegens de overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep komt zij tot een korting van 7 maanden.

De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit en geen opmerkingen gemaakt ten aanzien van de strafmaat.

Het hof heeft bewezenverklaard dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 2 primair tenlastegelegde feit; het medeplegen van poging tot opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven, terwijl het feit de dood ten gevolge heeft. Anders dan door de advocaat-generaal gevorderd acht het hof het onder feit 1 tenlastegelegde niet bewezen.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft samen met anderen gepoogd een Colombiaanse man, [slachtoffer] , te ontvoeren. Bij deze poging ontvoering is geweld gebruikt en is geschoten. Het slachtoffer is daarbij getroffen door meerdere kogels ten gevolge waarvan hij is overleden.

De achtergrond van de poging tot ontvoering was daarin gelegen dat een medeverdachte bij een cocaïnedeal was opgelicht en bestolen van een geldbedrag van 150.000 euro en een Rolex horloge. Er was sprake geweest van een zogenaamde ‘ripdeal’. Het slachtoffer behoorde bij de groep – van Colombiaanse herkomst – die betrokken was bij deze ‘ripdeal’.

De verdachte en de medeverdachten wilden hierop wraak nemen voor de ‘ripdeal’ en proberen het geld en het horloge terug te krijgen. De groep waartoe verdachte behoorde, maakte daartoe met de Colombianen een afspraak – die ogenschijnlijk zag op een nieuwe drugsdeal – op 16 februari 2021 op een parkeerplaats in het centrum van Bergen aan Zee. De verdachte en de medeverdachten hadden het plan gemaakt het slachtoffer daar te ontvoeren om hem vervolgens op een andere locatie te ‘verhoren en breken’, zo is gebleken uit berichten in het dossier.

De verdachte was op de hoogte van het conflict met de Colombianen, dat zij zijn medeverdachte bestolen had en sloot zich met deze wetenschap aan bij de geplande actie. De verdachte heeft op naam van zijn zus een auto (Citroën C5) gehuurd, heeft met die auto een medeverdachte vanaf Den Haag naar Bergen aan Zee vervoerd en heeft na afloop de direct bij het schieten en de poging ontvoering betrokkenen laten instappen in de door hem gehuurde auto. De verdachte is ook – op korte afstand – aanwezig geweest in Bergen aan Zee en heeft ook een voorverkenning uitgevoerd.

Het feit vond overdag (rond 15.30 uur) plaats, in het centrum van Bergen aan Zee. Er is sprake geweest van fors (vuurwapen-)geweld op klaarlichte dag. Verschillende omwonenden en voorbijgangers zijn (zo blijkt ook uit de beelden in het dossier) geconfronteerd met een schietpartij en de vreselijke gevolgen daarvan. Het slachtoffer heeft de mislukte ontvoering uiteindelijk met zijn leven moeten bekopen. Zijn partner en zoon hebben een en ander van dichtbij moeten mee maken.

In het oog springend zijn de snelheid en doortastendheid waarmee de verdachte en zijn medeverdachten een dergelijke criminele wraakactie konden organiseren. De berichten die daarover zijn gedeeld tussen de verschillende mededaders laten zich kenmerken als zakelijk, kil en berekenend.

Dit soort ernstige geweldsdelicten gerelateerd aan de georganiseerde drugshandel speelt zich steeds vaker in de openbare ruimte af, met alle risico's voor onschuldige omstanders van dien. Dergelijke feiten veroorzaken gevoelens van onveiligheid bij burgers en hebben grote maatschappelijke impact. De verdachte heeft zich daarvan en van het leed dat de nabestaanden is aangedaan niets aangetrokken. Hij probeert zich bovendien aan bestraffing te onttrekken door zich, in strijd met de aan de schorsing van zijn voorlopige hechtenis gestelde voorwaarden, uit de voeten te maken en niet te verschijnen ter terechtzitting. De verdachte is inmiddels ruim 3,5 jaar op de vlucht voor politie en justitie.

De slotconclusie moet zijn dat bescherming van de samenleving, naast vergelding, in deze zaak een belangrijke rol speelt bij de straftoemeting. De verdachte heeft door zijn proceshouding geen enkel aanknopingspunt geboden om aan te nemen dat bestraffing hem zou kunnen weerhouden van hervatting van ondermijnend crimineel handelen, al dan niet in georganiseerd verband, nadat de straf is tenuitvoergelegd. Van overwegend belang is daarom de speciale preventie, in die zin dat de drempel om strafbare feiten te plegen voor de verdachte zeer hoog is, zolang hem zijn vrijheid is ontnomen. Daarnaast laat het hof zich leiden door overwegingen van algemeen-preventieve aard. Het hof wil tot uitdrukking brengen dat strafbare feiten als deze, waarbij de verdachte bovendien geen enkel zicht biedt op de achtergronden van zijn handelen, noch op zijn intenties voor een betekenisvolle deelname aan de samenleving in de toekomst, tot een krachtige reactie van de strafrechter leiden.

De ernst van het feit en de rol van de verdachte maken dat een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf de enige passende sanctie is. Nu het hof de verdachte als medepleger aanmerkt, zal het hof komen tot een gevangenisstraf van langere duur dan de rechtbank, die de verdachte voor medeplichtigheid heeft veroordeeld.

Door het openbaar ministerie en namens de verdachte is op 10 mei 2023 hoger beroep ingesteld. De zaak is in hoger beroep afgerond met een eindbeslissing op 12 oktober 2026. Dat betekent dat de redelijke termijn in hoger beroep als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, met ongeveer 1 jaar en 5 maanden is overschreden.

Anders dan de advocaat-generaal heeft gevorderd, zal het hof geen strafkorting toepassen wegens deze overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep.

De verdachte heeft zich onttrokken aan zijn berechting door het niet naleven van de aan de schorsing van de voorlopige hechtenis verbonden voorwaarden. Nu de verdachte steeds voortvluchtig is geweest en de inbreuk op zijn recht op een berechting binnen redelijke termijn in zoverre kan worden gerelativeerd, ziet het hof redelijkerwijs geen aanleiding om wegens de geconstateerde overschrijding van de redelijke termijn te komen tot strafvermindering. Het hof zal volstaan met constatering van overschrijding van de redelijke termijn en daaraan geen consequenties verbinden. Daarbij betrekt het hof ook dat de eerder voor een inhoudelijke behandeling bestemde zitting van 2 juni 2025 in verband met onderzoekswensen van de verdediging een regiekarakter heeft gekregen.

Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren met aftrek van voorarrest passend en geboden.

Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 45, 47, 63 en 282 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 1 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2 primair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 2 primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Wijst af het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.A. Plaisier, mr. W.S. Ludwig en mr. A. Eichperger, in tegenwoordigheid van mr. C.T. Snellenberg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 12 oktober 2026.

De oudste en de jongste raadsheer zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

[...]

.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. C.T. Snellenberg

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand