ECLI:NL:GHAMS:2026:2907

ECLI:NL:GHAMS:2026:2907

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 13-10-2026
Datum publicatie 13-10-2026
Zaaknummer 200.371.810/01
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Het hof stelt ambtshalve vast dat het rechtsmacht heeft ten aanzien van een internationaal geschil tussen partijen in verschillende EU en non-EU landen. Omdat het spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening met betrekking tot nakoming van een non-concurrentiebeding ontbreekt, wijst het hof wijst die voorziening net als de voorzieningenrechter af.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht

team I (handel)

zaaknummer : 200.371.810/01

zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/786439/ KG ZA 26-303

arrest in kort geding van de meervoudige burgerlijke kamer van 13 oktober 2026

in de zaak van

1. SUSBDE INDIA B.V.,

gevestigd te Zoetermeer,

hierna: SusBDe India

2. SUSBDE Loc NAGPUR PRIVATE LTD,

gevestigd te Umred, India

hierna: SLNPL,

3. KNP INDUSTRIES PRIVATE LTD,

gevestigd te Singapore, Singapore

hierna: KNP Industries

appellanten in het principaal hoger beroep en geïntimeerden in het incidenteel hoger beroep

hierna gezamenlijk: SusBDe India c.s.

advocaat: mr. H.P.M. van Woensel te Amsterdam,

tegen

SUSBDE ROYALTIES LTD,

gevestigd te Limasol, Cyprus,

hierna: SusBDe Royalties

geïntimeerde in het principaal hoger beroep en appellante in het incidenteel hoger beroep

advocaat: mr. Z.H. van Dorth tot Medler te Rotterdam.

1. De zaak in het kort

Deze zaak gaat over een moeizame internationale samenwerking tussen meerdere partijen

met betrekking tot de ontwikkeling en exploitatie van biogascentrales in India. Het concept daarvan is door SusBDe Royalties bedacht en ingebracht in een samenwerking met SusBDe India c.s. Partijen hebben hun wederzijdse verplichtingen en rechten vastgelegd in verschillende overeenkomsten. Volgens SusBDe Royalties komen SusBDe India c.s. hun verplichtingen niet na en op die grond heeft zij in kort geding een aantal voorlopige voorzieningen gevraagd die door de voorzieningenrechter deels zijn toegewezen. In hoger beroep hebben partijen het conflict tijdens de mondelinge deels geschikt. In dit hoger beroep gaat het alleen nog om de gevraagde voorziening met betrekking tot nakoming van het non-concurrentiebeding. Het hof wijst die voorziening net als de voorzieningenrechter af.

2. Procesverloop in hoger beroep

SusBDe India c.s. zijn in hoger beroep gekomen van het kortgedingvonnis van 3 juli 2026 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Amsterdam, onder bovenvermeld zaaknummer gewezen tussen SusBDe Royalties, SusBDe Global B.V. en SusBDe Carbon Credits Ltd als eisers (hierna gezamenlijk: SusBDe Royalties c.s.) en SusBDe India c.s., KNP Biotecht NL B.V. en Keva SusBDe Biotech Private Ltd. (hierna: KSBPL) als gedaagden.

Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken:

- de dagvaarding in kort geding tevens houdende grieven van 11 augustus 2026 met producties waarmee SusBDe India c.s. in hoger beroep zijn gekomen van het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Amsterdam van 3 juli 2026 (hierna: het kortgedingvonnis) tegen SusBDe Royalties inclusief een incidentele vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het kortgedingvonnis;

- de memorie van antwoord in het incident en het principaal hoger beroep tevens memorie van grieven in het incidenteel hoger beroep van SusBDe Royalties;

- het antwoord in het incidenteel hoger beroep van SusBDe India c.s.

Op 21 augustus 2026 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. De advocaten van partijen hebben de zaak toegelicht aan de hand van pleitaantekeningen die zij hebben overgelegd. Partijen hebben nog producties in het geding gebracht.

3. Feitelijke achtergrond

Het hof gaat in hoger beroep uit van de volgende feiten.

Partijen werken samen in de ontwikkeling en vermarkting van biogascentrales in India.

SusBDe Royalties c.s. hebben het concept voor deze biogascentrales ontwikkeld, waarmee uit (gemeentelijk) afval biogas wordt opgewekt. Voor hun biogascentrales maken zij onder andere gebruik van de zogenoemde “Dry Anaerobe Digestion” technologie van Waste Treatment Technologies Netherlands B.V. (hierna: WTT). Voor het gebruik daarvan heeft SusBDe India (toen nog SusBDe Holding B.V.) in juni 2022 met WTT een licentieovereenkomst gesloten.

Omdat SusBDe Royalties c.s. kansen zagen om biogascentrales in India te exploiteren hebben zij in 2019 SusBDe India opgericht, waarna zij in India de samenwerking zijn aangegaan met het in India gevestigde Keva-concern.

Op 6 mei 2024 heeft het Keva-concern in India een nieuwe onderneming opgericht, genaamd Keva Green Energy India Private Ltd. (hierna: KGE).

In het kader van een uitbreiding van de samenwerking hebben partijen nadere afspraken gemaakt die op 23 mei 2024 zijn vastgelegd in een ‘Share Purchase Agreement’ (hierna: de SPA). In de SPA staat onder andere het volgende:

“1. INTERPRETATION

Defined Terms

For the purposes of this Agreement, the following terms shall have the meanings set forth below unless repugnant to the meaning or context thereof:

(…)

Longstop-Date" means the ultimate date prior which the entire transaction with regards this SPA Agreement needs to be completed, after which this SPA Agreement becomes nul and void and this SPA Agreement is automatically terminated except for the rights of [eiser sub 1] as mentioned in Article 8.3.3.The Long Stop date is set June 15th, 2024

(…)

“Sale Shares" means the completion of the following 3 transactions:

 SusBDe Global B.V. (Seller-SG) sells 90% of the shares it is holding in SusBDe India B.V. (Seller- SL) to KNPlndustries Pve Ltd (Buyer).

 SusBDe India B.V. (Seller-SI) sells 5% of the shares holding in SusBDe Loc Nagpur Pvt Ltd (SLNPL) to SusBDe Royalties Ltd (Seller-SR).

 Keva SusBDeB Biotech Pvt Ltd (KSBPL) sell 30% of its shareholding to SusBDe Royalties ltd (SellerSR).

(…)

6. NON COMPETE AND MUTUAL COOPERATION

For a term of minimal 30 years after Completion Date, both parties agree not to engage in any business activities that directly compete with the products or services provided under this SPA agreement (the SusBDe MSW-To-Energy Concept) for the territory of India. SusBDe acknowledges that KSBPL is the sole designated developer for the territory of India.

This Non-Compete obligation shall be binding upon both parties and their respective affiliates, employees, agents, successors, and assigns.

Parties agree to cooperate fully with each other in all matters relating to the performance of this agreement. Such cooperation shall include, but not be limited to, sharing relevant information, providing assistance when needed, and promptly responding to requests for cooperation. The extent and nature of cooperation required shall be as mutually agreed upon by both parties in writing prior to the commencement of any cooperation activities. This includes but is not limited to mutual checking of subsidy-, grant- and tax schemes.

Each party agrees not to directly or indirectly, including through third parties circumvent, avoid, bypass, or obviate the other party in any transaction or business opportunity introduced by or involving the other party with regards the SusBDe MSW-To-Energy-Concept as referenced to in article 6.1.

The Distribution Agreement between Waste Treatment Technologies B.V. (WTT B.V.) and Seller-SI (SusBDe India B.V., formerly known as SusBDe Holding B.V.) signed on June 22nd 2023 by parties is exclusively to be used by KSBPL, throughout the territory of India only, and cannot be assigned directly or indirectly to any other party.

Parties agree to enter into a triparty agreement with WTT B.V., which provides Parties the right to request a statement of WTT B.V. of any transaction executed in and for the territory of India.”

(…)

15. DISPUTE RESOLUTION

Dispute Notice

In the event of any dispute, controversy, difference or claim arising between the Parties or any of

them in relation to or connected with this Agreement (including one regarding the existence, validity,

interpretation or termination of this Agreement or relating to any non-contractual or other obligation

arising out of or in connection with this Agreement) or the consequences of its nullity (a "Dispute"),

any Party who has an interest in the Dispute may, at any time while the Dispute subsists, give Notice

of such Dispute in writing to the other Parties ("Dispute Notice").”

(…)

Arbitration

Where this Clause applies, any Party interested in the Dispute may by Notice in writing ("Arbitration

Notice") to the other Parties refer the Dispute for resolution through arbitration via the Netherlands Commercial Court in Amsterdam (NCC) in force at the relevant time.

(…)

Notwithstanding any provision of this Clause 15 nothing in this Clause 15 prevents any Party from

applying to a court of competent jurisdiction:

(a) for injunctive relief, a preservation order or seek other interim relief; or

(b) to seek enforcement and judgement on any arbitral award or determination made under this

Agreement.

16. GOVERNING LAW

This Agreement and the rights and obligations of the Parties hereunder shall be construed in

accordance with and be governed by the Laws of the Netherlands. The courts located at Amsterdam

shall have exclusive jurisdiction for all the matters arising under this Agreement”.

In juni 2024 hebben WTT, KSBPL, SusBDe Royalties, SusBDe Global en SusBDe India schriftelijke afspraken gemaakt met betrekking tot het exclusieve gebruik van de Dry Anaerobe Digestion technologie in India. Deze afspraken zijn vastgelegd in een zogenoemde ‘non-circumvention-agreement’ (hierna: de NCA) en luiden, voor zover hier van belang, als volgt:

“3. Parties acknowledge that KSBPL acts as sub-licensee and sole designated developer for the territory of India.

4. Each party agrees not to directly or indirectly, including through third parties,circumvent, avoid, bypass, or obviate the other party in any transaction or business opportunity introduced by or involving the other party.”

Toen in augustus 2024 bleek dat de Longstop-Date in de SPA niet werd gehaald, hebben partijen in een addendum aanvullende afspraken gemaakt (hierna: de ASPA). Artikel 7 van de ASPA luidt als volgt:

“7. SusBDe India B.V. (Seller-SI) sells 5% of the shares holding in SusBDe Loc Nagpur Pvt Ltd (SLNPL) to SusBDe Royalties Ltd (Seller-SR), with normal voting and dividend rights equal to other shareholders in SLNPL on or before March 31st, 2025”.

In de ASPA zijn partijen verder een boete overeengekomen van € 56.250 alsmede levering van 0,25% van het aandelenbelang in SLNPL en 1,5% van het aandelenbelang in KSPBL.

De met de SPA en ASPA beoogde structuur is als volgt:

In een brief van 4 november 2024 heeft WTT aan SusBDe India het volgende geschreven:

“To whom it may concern,

WTT and SUSBDE India entered into a distribution agreement for pan India and with Keva acquiring SUSBDE India, WTT is aligned that with the terms of the agreement, that this distribution rights can be utilized for the Kanpur project in full by Keva Green Energy India Private Limited. The WTT-SUSBDE India arrangement is confirmed by WTT board approval”.

Op 28 augustus 2025 heeft SusBDe Royalties overeenkomstig artikel 15 van de SPA SusBDe India c.s. een “Dispute Notice” gestuurd met betrekking tot het niet naleven van de SPA, waaronder het niet overdragen van 5% van de aandelen in SusBDe LOG Napur,

de onjuiste benoeming van het bestuur van SusBDe LOG Napur en het verrichten van verboden concurrentie door Keva Green Energy. SusBDe India c.s. hebben deze ingebrekestelling op 9 september 2025 met een eigen “dispute notice” verworpen.

4. Procedure bij de voorzieningenrechter in eerste aanleg

SusBDe Royalties heeft (met SusBDe Global B.V. en SusBDe Carbon Credits Ltd.) SusBDe India c.s. (met KNP Biotecht NL B.V. en KNP Industries Private Ltd.) in kort geding gedagvaard en, samengevat, gevorderd:

( i) te bewerkstellingen dat binnen 4 weken na dagtekening van het vonnis een aandelenbelang van, in totaal, 6,75% in SusBDe Loc Nagpur aan SusBDe Royalties wordt geleverd;(ii) betaling van een bedrag van € 56.250 aan SusBDe Global;

(iii) overleggen van de voorlopige kwartaalcijfers van 31 maart 2025 van SusBDe Loc Nagpur en de kwartaalcijfers van daarna ingetreden kwartalen met inachtneming van het bepaalde in de SPA;

(iv) het staken en gestaakt houden van het overtreden van het bepaalde in artikel 6.1 tot en met 6.5 van de SPA (hierna: het non-concurrentiebeding);

( v) te bewerkstelligen dat de sublicentie aan Keva Green Energy wordt beëindigd en beëindigd blijft met schriftelijk bewijs afkomstig van WTT;

een en ander op straffe van dwangsommen en met een hoofdelijke proceskostenveroordeling ten laste van SusBDe India c.s.

De voorzieningenrechter heeft de vorderingen gedeeltelijk toegewezen en de proceskosten gecompenseerd. Het dictum van het kortgedingvonnis luidt als volgt:

“5.1. beveelt Susbde India B.V. en Susbde Loc Nagpur Private Ltd. binnen vier weken een aandelenbelang van 5% in Susbde Loc Nagpur Private Ltd. te leveren aan Susbde Royalties Ltd.,

beveelt Keva Susbde Biotech Private Ltd. binnen vier weken haar (voorlopige) kwartaalcijfers vanaf 31 maart 2025 alsmede de kwartaalcijfers van nadien ingetreden kwartalen aan Susbde Royalties Ltd. te verstrekken, met inachtneming van artikel 5.2 lid 4 SPA,

beveelt Susbde Loc Nagpur Private Ltd. binnen vier weken haar (voorlopige) kwartaalcijfers vanaf 31 maart 2025 alsmede de kwartaalcijfers van nadien ingetreden kwartalen aan Susbde Royalties Ltd. te verstrekken, met inachtneming van het bepaalde in artikel 4.4 SPA,

beveelt Keva Susbde Biotech Private Ltd. binnen vier weken aan Susbde Royalties Ltd. het bewijs te leveren middels een origineel uittreksel van het Indiaas Handelsregister, Indian Chamber of Commerce, dat de benoeming van de heer P. Spierings als haar bestuurder ongedaan is gemaakt,

veroordeelt (i) Susbde India B.V. en Susbde Loc Nagpur Private Ltd. hoofdelijk en (ii) Keva Susbde Biotech Private Ltd en (iii) Susbde Loc Nagpur Private Ltd. om aan Susbde Royalties Ltd. een dwangsom te betalen van€ 10.000 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de veroordeling onder respectievelijk (i) 5.1, (ii) 5.2 en (iii) 5.3 voldoen, tot een maximum van € 500.000 is bereikt,

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad

5. 7. compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

wijst het meer of anders gevorderde af”.

5. Vorderingen in het principaal en het incidenteel hoger beroep

SusBDe India c.s. zijn tegen de toewijzing van de vorderingen in hoger beroep gegaan en vorderen vernietiging van het bestreden vonnis en alsnog afwijzing van die vorderingen, met veroordeling van SusBDe Royalties in de kosten van de procedure in beide instanties.

Volgens SusBDe Royalties moet het hof het hoger beroep van SusBDe India c.s. afwijzen en het vonnis bekrachtigen, met uitvoerbaar bij voorraad veroordeling van SusBDe India c.s. in de kosten van het principaal hoger beroep. Tegen de afwijzing van het gevorderde verbod op overtreding van het non-concurrentiebeding in artikelen 6.1 tot en met 6.5 van de SPA heeft SusBDe Royalties incidenteel hoger beroep in gesteld.

Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen een schikking bereikt met betrekking tot de door SusBDe Royalties gevorderde overdracht van aandelen en het verstrekken van kwartaalcijfers. Als gevolg van deze schikking moeten de vorderingen onder 5.1 tot en met 5.6 als ingetrokken worden beschouwd. Daarmee is een einde gekomen aan het principaal hoger beroep en bestaat er ook geen belang meer bij het door het SubBDe India c.s. ingestelde incident tot schorsing van de tenuitvoerlegging. In de schikking is niets bepaald over de kosten van het hoger beroep. Het hof zal gelet op de schikking de kosten van het principaal hoger beroep zoals gebruikelijk compenseren, in de zin dat iedere partij de eigen kosten daarvan draagt.

Partijen hebben na aanhouding van de zaak het hof bericht dat zij geen overeenstemming hebben bereikt met betrekking tot het door SusBDe Royalties in incidenteel hoger beroep gevorderde verbod op overtreding van het non-concurrentiebeding in artikel 6.1 tot en met 6.5 van de SPA. Het hof zal die vordering daarom alsnog beoordelen.

6. Beoordeling in hoger beroep

Internationale bevoegdheid van het hof en toepasselijk recht

Deze zaak heeft een internationaal karakter. Het hof dient daarom eerst ambtshalve te onderzoeken of de Nederlandse rechter bevoegd is van de vorderingen van SusBDe Royalties kennis te nemen. Het hof stelt vast dat het ten aanzien van SusBDe India op grond van de hoofdregel in artikel 4 Brussel I bis-Verordening rechtsmacht heeft. Omdat door partijen zelf geen onderscheid is gemaakt tussen de afzonderlijke vennootschappen en de juridische grondslag van de vorderingen tegen SusBDe India, SLNPL en KNP Industries dezelfde is, namelijk nakoming van de verplichtingen in de SPA, ASPA en NCA, is het hof prima facie van oordeel dat het op grond van artikel 7 Rv rechtsmacht heeft ten aanzien van SLNLP en KNP Industries. Daarbij betrekt het hof dat aan de (incidentele) vorderingen van SusBDe Royalties dezelfde relevante feiten ten grondslag liggen, namelijk het verwijt dat SusBDe India, SLNLP en KNP het non-concurrentiebeding in de SLA en NCA schenden.

Het hof stelt verder vast dat de toewijsbaarheid van de (incidentele) vordering op grond van artikel 16 van de SPA naar Nederlands recht moet worden beoordeeld.

Spoedeisend belang ontbreekt

In een kort geding moet het hof altijd beoordelen of de partij die de voorlopige voorziening vraagt (SusBDe Royalties) nog een spoedeisend belang heeft bij de gevorderde voorlopige voorziening. Die vraag moet worden beantwoord aan de hand van een afweging van de belangen van partijen, beoordeeld naar de toestand ten tijde van het arrest van het hof. In het kader van deze afweging moet worden onderzocht of de door SusBDe Royalties gestelde vordering in een eventuele bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat toewijzing is gerechtvaardigd. Gelet op het voorlopige karakter van de kortgedingprocedure past geen uitgebreid onderzoek naar de feiten en is er geen plaats voor nadere bewijsvoering. Het hof baseert zijn oordeel daarom op feiten die erkend of onweersproken zijn of die voorshands aannemelijk zijn geworden.

SusBDe Royalties heeft aan haar vordering, samengevat weergegeven, het volgende ten grondslag gelegd. Uitgangspunt van de samenwerking is dat alle projecten in India vanuit hun gezamenlijke joint-venture KSBPL worden ontwikkeld, uitgezonderd het project in Nagpur dat in SLNPL is ondergebracht. Die bedoeling blijkt uit de in artikel 6.1 tot en met 6.5 van de SPA en artikel 3 van de NCA opgenomen non-concurrentieverplichtingen. SusBDe India c.s. komen deze verplichtingen niet na. Zij hebben het overeengekomen non-concurrentiebeding op diverse manieren geschonden. Allereerst door de oprichting van KGE dat dezelfde activiteiten als KSBPL ontplooit, namelijk de ontwikkeling en exploitatie van biogascentrales.

Vervolgens door het biogasproject in Kanpur in KGE in plaats van KSBPL onder te brengen en KGE een sublicentie te verstrekken om daarvoor de techniek van WTT te gebruiken, terwijl die techniek op grond van artikel 6.5 van de SPA en artikel 3 van de NCA in India alleen door KSBPL mag worden gebruikt. Daarbij komt dat er duidelijke aanwijzingen zijn dat India SusBDe India c.s. met WTT samenspannen om zonder KSBPL nieuwe projecten in India te ontwikkelen. Door dit handelen wordt de samenwerking in KSBPL ernstig ondermijnd met als gevolg dat de waarde van de aandelen van SusBDe Royalties in KSBPL zal afnemen en er ook nooit inkomsten uit emissierechten zullen worden gegenereerd. Het spoedeisende belang bij een ordemaatregel die SusBDe India c.s. dwingt zich aan de verbodsbepalingen uit de SPA en NCA te houden, is daarmee gegeven.

SusBDe India c.s. bestrijden dat er sprake is van een spoedeisend belang. SusBDe India c.s. betwisten verder dat zij hun non-concurrentieverplichtingen uit de SPA en de NCA niet nakomen. In het bijzonder betwisten zij de uitleg die SusBDe Royalties aan de SPA en NCA geeft. Volgens SusBDe India c.s. is er bovendien geen sprake van het optuigen van een concurrerende of parallelle organisatie. De samenwerking kent een gebruikelijke projectstructuur waarbij KSBPL als lokale business development organisatie voor de ontwikkeling van projecten functioneert. Projecten zelf worden ondergebracht in afzonderlijke projectvennootschappen, zoals SLNPL, terwijl investeringen via een daarvoor geschikte entiteit worden gedaan, in dit geval KGE. Van belang is verder dat KGE voor het tekenen van de SLA is opgericht en het project Kanpur buiten de SLA is gehouden. Als gevolg daarvan derven SusBDe Royalties c.s. bovendien geen inkomsten, omdat zij op grond van artikel 2.3.9 van de SPA meedelen in de emissierechten. Dat het de bedoeling was project Kanpur buiten de SLA te houden, is door de heer Dijkman namens SusBDe Royalties c.s. in de concept SPA van 11 mei 2024 met de woorden “Kanpur is separate as previously agreed” bevestigd. Tot slot is van belang dat het project Kanpur in afwachting van nadere financiering stilligt en de NCA door WTT ondertussen is opgezegd.

Het hof is net als de voorzieningenrechter van oordeel dat gelet op de door partijen ingenomen stellingen, het onduidelijk is of het door SusBDe Royalties gevorderde bevel tot naleving van het non-concurrentiebeding op straffe van dwangsommen in een bodemprocedure zal worden toegewezen. Daarbij betrekt het hof dat partijen een essentieel andere opvatting hebben over de betekenis van het project Kanpur in aanloop naar de SLA, de rol van KSBPL als ontwikkelingsvehikel en het handelen van KGE als financieringsvehikel in het licht van het non-concurrentiebeding in artikel 6 van de SPA en de (ondertussen beëindigde) NCA. Dit verschil van inzicht vergt een nadere uitleg van de SLA aan de hand van (getuigen)bewijs en daarvoor is in dit kort geding geen plaats. Bovendien hebben SusBDe India c.s. onbetwist gesteld dat het project Kanpur op dit moment stilligt en de NCA door WTT is opgezegd. Als gevolg daarvan ontbreekt ook de vereiste spoedeisendheid. Het hof wijst de gevraagde voorziening daarom af.

Slotsom, kosten en bewijsaanbod

Het incidenteel hoger beroep heeft geen succes. De incidentele grief slaagt niet. Het bestreden vonnis wordt op dat punt bekrachtigd. SusBDe Royalties is in het incidenteel hoger beroep in het ongelijk gesteld en zal daarom worden veroordeeld in de kosten van het salaris van de advocaat, door het hof vastgesteld op 0,5 punten in tarief II.

7. Beslissing

Het hof:

verstaat dat partijen met betrekking tot 5.1 tot en met 5.7 van het bestreden vonnis een schikking zijn overeengekomen die de oorspronkelijke veroordelingen in het bestreden vonnis vervangt;

verstaat dat partijen de eigen proceskosten dragen van het principaal hoger beroep;

bekrachtigt het bestreden vonnis voor het overige;

veroordeelt SusBDe Royalties in de proceskosten in het incidenteel hoger beroep, tot nu vastgesteld op € 645,- te vermeerderen met de wettelijke rente, als niet binnen veertien dagen na dit arrest aan de kostenveroordeling is voldaan;

veroordeelt SusBDe Royalties tot betaling van € 198,- voor nasalaris, te vermeerderen met € 98,- voor nasalaris en de kosten van het betekeningsexploot als betekening van dit arrest plaatsvindt;

verklaart de procesveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit arrest is gewezen door mr. R.E. Weening, mr. J.W. Frieling en mr. A.C. van Schaick en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. J.W. Frieling
  • mr. A.C. van Schaick

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand