ECLI:NL:GHAMS:2026:2929

ECLI:NL:GHAMS:2026:2929

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 29-09-2026
Datum publicatie 13-10-2026
Zaaknummer 200.361.036/01
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Kort geding. Geldvordering uit onrechtmatige daad onvoldoende aannemelijk voor toewijzing.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht

team I (handel)

zaaknummer : 200.361.036/01

zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/774317 / KG ZA 25-669

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 29 september 2026

in de zaak van

ZONNEVELD DE MELKBUSSEN B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

appellante,

advocaat: mr. J.W. de Groot te Amsterdam,

tegen

1. GREENIPP B.V.,

2. GREENIPP HOLDING B.V.,

beide gevestigd te Amsterdam,

geïntimeerden,

advocaat: mr. E.R. Looijen te Arnhem.

Appellante wordt hierna Melkbussen genoemd. Geïntimeerden worden hierna afzonderlijk GreenIPP en de Holding en gezamenlijk GreenIPP c.s. genoemd.

1. De zaak in het kort

Melkbussen is of was een projectvennootschap van Greenton B.V. (hierna: Greenton), een joint venture van GreenIPP en de vennootschap naar Deens recht Obton A/S (hierna: Obton). Melkbussen had recht op in totaal € 165.727 aan belastingteruggaven over 2022 en de eerste helft van 2023. Dit bedrag werd door de belastingdienst overgemaakt op de bankrekening van Greenton, waarna door Greenton een lening is verstrekt aan de Holding. Greenton beschikt na het verstrekken van die lening niet meer over middelen om het bedrag van de belastingteruggaven aan Melkbussen af te dragen. Melkbussen meent dat GreenIPP c.s. onrechtmatig jegens haar hebben gehandeld en vordert van hen betaling van het bedrag aan belastingteruggaven. De voorzieningenrechter heeft in eerste aanleg geoordeeld dat onvoldoende aannemelijk is dat de bodemrechter zal oordelen dat GreenIPP c.s. zijn gehouden tot afdracht van de belastingteruggaven en de vordering afgewezen. In dit arrest bekrachtigt het hof het vonnis van de voorzieningenrechter.

2. Het geding in hoger beroep

Melkbussen is bij dagvaarding van 23 oktober 2025 met daarin opgenomen de grieven en met overlegging van producties in hoger beroep gekomen van een vonnis van 25 september 2025 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Amsterdam, onder bovenvermeld zaaknummer gewezen tussen Melkbussen als eiseres en GreenIPP c.s. als gedaagden.

GreenIPP c.s. hebben daarna een memorie van antwoord, met een productie, ingediend.

Op 11 augustus 2026 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Namens Melkbussen is de zaak toegelicht door mr. A.W. van der Veen en mr. M.M.A. Steinebach, advocaten te Amsterdam, en namens GreenIPP c.s. door mr. Looijen voornoemd, aan de hand van spreekaantekeningen die zij hebben overgelegd. Melkbussen heeft voorafgaand aan de mondelinge behandeling aanvullende producties in het geding gebracht.

Ten slotte is arrest gevraagd.

3. Feiten

Het hof gaat uit van de volgende feiten. Het hof heeft daarbij rekening gehouden met de eerste grief van Melkbussen, waarin zij de voorzieningenrechter verwijt feiten onjuist of onvolledig te hebben vastgesteld.

GreenIPP is een Nederlandse ontwikkelaar van duurzame energieprojecten. De Holding is 100% aandeelhouder van GreenIPP.

In 2016 heeft GreenIPP samen met Obton, een Deense onderneming die zonne-energieprojecten in Europa ontwikkelt en beheert, een joint venture opgericht: Greenton (hiervoor genoemd onder 1). Het doel van Greenton is het realiseren van duurzame energieprojecten in Nederland. Obton zou optreden als investeerder en GreenIPP als beheerder. In dat kader hebben Greenton en GreenIPP in 2017 een managementovereenkomst gesloten, op grond waarvan GreenIPP verantwoordelijk was voor onder meer de boekhouding en de btw-aangiften van de projectvennootschappen van Greenton.

In 2019 is vanuit Greenton de projectvennootschap Melkbussen opgericht. Melkbussen houdt zich bezig met de ontwikkeling van een zonnepark in de buurt van Heerle met als doel het opwekken van zonne-energie en werd tot eind 2022 beheerd door GreenIPP. Vanaf 2023 heeft Obton het beheer van Melkbussen overgenomen.

Bij uitspraak op bezwaarschrift van 26 mei 2023 heeft de belastingdienst beslist dat Melkbussen recht heeft op belastingteruggaaf van € 165.277 over het jaar 2022. In deze uitspraak is onder meer vermeld:

“ Wanneer betalen wij u het bedrag?

Als uw rekeningnummer bij ons bekend is, betalen wij u het bedrag binnen enkele weken.

Is uw rekeningnummer niet bij ons bekend? Dan ontvangt u een formulier waarop u kunt aangeven naar welk rekeningnummer wij het bedrag moeten overmaken. De terugbetaling ontvangt u dan binnen 2 weken nadat wij het formulier met uw rekeningnummer hebben ontvangen."

Bij brieven van 4 mei en 4 augustus 2023 heeft de belastingdienst bericht dat Melkbussen recht heeft op teruggaven van € 389 en € 61 over respectievelijk het eerste en het tweede kwartaal van 2023.

Bij e-mail van 2 februari 2024 heeft GreenIPP aan Obton desgevraagd bevestigd dat de bankrekening waarop de belastingteruggaven door de belastingdienst zijn gestort, toebehoort aan Greenton.

Diezelfde dag heeft Melkbussen GreenIPP verzocht de belastingteruggaven over te boeken naar de bankrekening van Obton GreenIPP 11 C.V. (hierna: 11 CV), de bankrekening waarvan Melkbussen gebruik maakte nu zij zelf geen bankrekening had, omdat de gelden toebehoren aan Melkbussen. Hierop heeft GreenIPP onder meer gereageerd: “I agree, but the funds are now not sufficient to pay. When Greenton can collect some of his receivables this year then we can do that.”

Bij e-mail van 5 februari 2024 heeft GreenIPP op de vraag van Melkbussen waarvoor de gelden zijn gebruikt, als volgt geantwoord: “The funds in Greenton were used as a loan to GreenIPP Holding as working capital for developing Hall and Melkbussen.”

Op verzoeken van 6 februari en 25 april 2024 van Obton aan GreenIPP om de situatie toe te lichten, heeft GreenIPP gereageerd dat zij niet op de hoogte was van de herkomst van de gelden en dat deze waren bestemd voor Melkbussen.

Bij ingebrekestelling van 29 maart 2025 heeft GreenIPP Obton gesommeerd tot betaling van € 1.941.691 aan onbetaald gelaten management fees. Een bijlage bij deze brief bevat een overzicht van het volgens GreenIPP aan haar verschuldigde bedrag voor het project Melkbussen: € 228.887, na aftrek van een bedrag van € 235.000 met als omschrijving “RC Zonneveld De Melkbussen 11 CV (this includes the 2022 VAT receivable of 165.000)”.

Bij brief van 11 april 2025 heeft Obton de sommatie van de hand gewezen en namens Melkbussen erop gewezen dat GreenIPP is gehouden tot betaling van de belastingteruggaven aan Melkbussen. Volgens die brief heeft GreenIPP als beheerder van Melkbussen onrechtmatig gehandeld door zonder toestemming van Melkbussen de belastingdienst te verzoeken de belastingteruggaven naar de bankrekening van Greenton over te maken en die gelden vervolgens namens Greenton uit te lenen aan de Holding. Ook is in die brief verzocht om nadere informatie over die lening.

Bij e-mail van 13 april 2025 heeft GreenIPP gereageerd dat de belastingteruggaven waren verwerkt in haar vordering op Obton zoals weergegeven in haar eerdere brief, en dat GreenIPP – als Obton daaraan de voorkeur geeft – ook de gelden rechtstreeks aan 11 CV kan overmaken zodra zij het verschuldigde bedrag van Obton heeft ontvangen. Op 14 april 2025 heeft Obton bericht dat de door GreenIPP bedoelde verrekening niet correct is omdat de belastingteruggaven niet toebehoren aan Obton maar aan Melkbussen.

Bij brief van 24 april 2025 heeft GreenIPP uitgebreid gereageerd op Obtons brief van 11 april 2025. Met betrekking tot de belastingteruggaven staat in de brief onder meer: “There is currently no discussion between the parties in respect of the VAT refund itself. GreenIPP has already acknowledged that the VAT refund amount will be paid to Obton as soon as it is in a position to do so.” Als bijlage is een herzien overzicht van het volgens GreenIPP aan haar verschuldigde bedrag voor haar managementwerkzaamheden ten behoeve van Melkbussen gevoegd, waarin de belastingteruggaven buiten beschouwing zijn gelaten.

Op 29 september 2025 heeft de toenmalige indirect aandeelhouder van Melkbussen een herstructurering doorgevoerd, als gevolg waarvan Obton indirect een minderheidsbelang van 15% in Melkbussen kreeg. Vervolgens is op 20 april 2026 de directe aandeelhouder van Melkbussen, Obton GreenIPP 11 Management B.V.(thans genaamd Zonneveld de Melkbussen Management B.V.), overgenomen door NEO 11 B.V., een dochtervennootschap van Klimaatfonds Nederland Beheer 2 B.V.

4. Procedure bij de rechtbank

Samengevat heeft Melkbussen bij de voorzieningenrechter gevorderd om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, GreenIPP c.s. hoofdelijk te veroordelen i) tot betaling van € 165.727 aan Melkbussen, vermeerderd met de wettelijke handelsrente, althans de wettelijke rente vanaf het moment waarop iedere belastingteruggave is overgemaakt op de bankrekening van Greenton, en ii) in de kosten van de procedure met nakosten en wettelijke rente. De grondslag van deze vorderingen is een volgens Melkbussen door GreenIPP c.s. gepleegde onrechtmatige daad.

De voorzieningenrechter heeft het gevorderde afgewezen. Hiertoe heeft hij overwogen dat, gelet op het door GreenIPP c.s. gevoerde verweer, geen sprake is van een klip en klare geldvordering die zich leent voor toewijzing in kort geding. Volgens de voorzieningenrechter is onvoldoende aannemelijk dat de bodemrechter zal oordelen dat naast Greenton ook GreenIPP c.s. verplicht worden geacht tot afdracht van de belastingteruggaven, of dat GreenIPP c.s. onrechtmatig hebben gehandeld jegens Melkbussen

5. Vordering in hoger beroep

Melkbussen vordert dat het bestreden vonnis wordt vernietigd en dat – uitvoerbaar bij voorraad – haar vordering alsnog wordt toegewezen, met veroordeling van GreenIPP c.s. in de kosten van het geding in beide instanties, met nakosten en rente.

Volgens GreenIPP c.s. moet het hof de vorderingen van Melkbussen afwijzen en het vonnis bekrachtigen, met veroordeling van Melkbussen in de kosten van het geding in hoger beroep, met nakosten en rente.

6. Beoordeling

Melkbussen komt met vijf grieven op tegen het bestreden vonnis. Het hof heeft de eerste grief al betrokken bij de weergave van de feiten. De overige grieven lenen zich voor gezamenlijke behandeling.

De vordering van Melkbussen strekt tot betaling van een geldsom. Voor toewijzing van een geldvordering is in kort geding slechts plaats indien het bestaan en de omvang van de vordering voldoende aannemelijk zijn en uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening vereist is. Verder moet het restitutierisico worden afgewogen.

Spoedeisend belang

Eerst moet de vraag worden beantwoord of Melkbussen in dit hoger beroep een voldoende spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorzieningen. Zij stelt daartoe dat GreenIPP c.s. zich in een precaire financiële situatie bevinden; zij hebben namelijk zelf gesuggereerd dat een faillissement van GreenIPP dreigt, zodat de verhaalspositie van Melkbussen steeds kwetsbaarder wordt naarmate de tijd verstrijkt. GreenIPP c.s. betwisten het spoedeisend belang en beroepen zich op een restitutierisico.

Ervan uitgaande dat Melkbussen een reëel verhaalsrisico loopt vanwege de door GreenIPP c.s. erkende liquiditeitsproblemen, neemt het hof veronderstellenderwijs aan dat Melkbussen een spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorzieningen.

De vordering is echter niet toewijsbaar. Daartoe overweegt het hof het volgende.

Onrechtmatig handelen

Tussen partijen is niet in geschil dat de belastingteruggaven toekomen aan Melkbussen. Dat leidt ertoe dat Melkbussen aanspraak kan maken op betaling van de belastingteruggaven jegens Greenton, die de gelden op haar bankrekening heeft ontvangen. Melkbussen spreekt in dit kort geding echter niet Greenton maar GreenIPP c.s. aan op grond van onrechtmatige daad.

De onrechtmatige daad bestaat volgens Melkbussen uit het opzetten van een constructie waarmee de haar toebehorende belastingteruggaven zijn weggesluisd via Greenton naar de Holding, waardoor GreenIPP c.s. zich de gelden feitelijk hebben toegeëigend. Meer concreet verwijt zij GreenIPP, als beheerder van Melkbussen, te hebben bewerkstelligd dat de belastingteruggaven zijn overgemaakt op de bankrekening van Greenton in plaats van op de gebruikelijke bankrekening van 11 CV en dat deze gelden vervolgens vanuit Greenton zijn uitgeleend aan de Holding, dit alles zonder overleg met of toestemming van Melkbussen. De Holding wordt verweten dat zij heeft meegewerkt aan de lening en dat zij de gelden sindsdien onder zich houdt. Door deze constructie hebben GreenIPP c.s. de verhaalsmogelijkheden van Melkbussen doelbewust gefrustreerd, omdat zij wisten dat Greenton hierdoor niet meer in staat zou zijn de belastingteruggaven aan Melkbussen te voldoen. De weigering om de gelden terug te betalen is volgens Melkbussen onbegrijpelijk aangezien GreenIPP c.s. erkennen dat de belastingteruggaven aan Melkbussen toebehoren. De handelwijze van GreenIPP c.s. is onzorgvuldig jegens Melkbussen en GreenIPP c.s. zijn aansprakelijk voor de door Melkbussen geleden schade, aldus Melkbussen.

Het hof begrijpt uit de toelichting van partijen dat Melkbussen (ook) in de eerste jaren na oprichting niet beschikte over een eigen bankrekening en dat zij daarom de bankrekening van Greenton gebruikte, net zoals gebruikelijk was voor andere projectvennootschappen zonder eigen bankrekening. Ontvangsten en uitgaven van Melkbussen werden door Greenton in rekening-courant geboekt ten gunste of ten laste van Melkbussen. In elk geval vanaf mei 2022 werden de transacties van Melkbussen afgewikkeld op de bankrekening van 11 CV. Zo heeft de belastingdienst in oktober 2022 en in februari 2023 al eerdere teruggaven voor Melkbussen op de bankrekening van 11 CV gestort. De in geding zijnde belastingteruggaven zijn in de periode mei tot augustus 2023 evenwel uitgekeerd op de bankrekening van Greenton. Over de toedracht daarvan nemen partijen afwijkende standpunten in.

Voor het verwijt van Melkbussen dat GreenIPP heeft bewerkstelligd dat de belastingteruggaven op de bankrekening van Greenton zijn gestort, zal ten minste moeten komen vast te staan dat GreenIPP hiertoe instructie heeft gegeven of hier anderszins de hand in heeft gehad. Melkbussen heeft desgevraagd op de mondelinge behandeling verklaard dat zij niet weet hoe het komt dat de belastingdienst de belastingteruggave heeft geboekt op de rekening van Greenton. Green IPP c.s. betwisten dat GreenIPP daar de hand in heeft gehad. Mede gegeven deze betwisting heeft Melkbussen niet (voldoende) toegelicht dat GreenIPP daarvoor verantwoordelijk is en dat volgt ook niet uit de overgelegde stukken. De omstandigheid dat ten tijde van de belastingteruggaven het beheer (wat precies dit ook inhield) over Melkbussen al enkele maanden door Obton werd gevoerd, duidt er eerder op dat Obton verantwoordelijk was voor het op de juiste rekening ontvangen van de belastingteruggaven. Hoe dan ook, zonder bewijslevering, waarvoor in dit kort geding geen plaats is, kan voorshands niet worden uitgegaan van onrechtmatig handelen van Green IPP met betrekking tot de storting van de belastingteruggaven op de rekening van Greenton.

In november 2023, enkele maanden na ontvangst van de belastingteruggaven op haar rekening, heeft Greenton de bij haar beschikbare middelen, waaronder de gelden van de belastingteruggaven, in drie tranches, tot een totaal beloop van € 235.000,-, overgemaakt naar de Holding. Op 5 februari 2024 berichtte GreenIPP dat dit ten titel van geldlening (in rekening-courant) was gedaan (zie hiervoor onder 3.7). Dit wordt op zichzelf in deze procedure niet door Melkbussen betwist. Melkbussen verwijt GreenIPP wel dat zij daarbij onrechtmatig heeft gehandeld en voert in dat verband aan dat GreenIPP onder gebruikmaking van haar controle over Greenton heeft bewerkstelligd dat deze lening aan de Holding werd verstrekt. Voor zover Melkbussen hiermee bedoelt een beroep te doen op (een vorm van) bestuurdersaansprakelijkheid, wordt zij daarin niet gevolgd. Niet alleen is gesteld noch gebleken dat GreenIPP op enig moment bestuurder is geweest van Greenton, ook staat vast dat in de periode van deze overboekingen in november 2023 Obton al maanden beheerder van Greenton was (zie hiervoor onder 3.3). Desondanks was GreenIPP in die periode kennelijk nog in staat om een lening in rekening-courant te verstrekken aan de Holding vanaf de rekening van Greenton. Onder die omstandigheden had het op de weg van Melkbussen gelegen om concreet toe te lichten hoe het beheer en de zeggenschap over Greenton in die periode was geregeld. Bij gebreke daarvan heeft Melkbussen vooralsnog onvoldoende gesteld om te kunnen oordelen dat GreenIPP in zoverre onrechtmatig heeft gehandeld.

Melkbussen verwijt de Holding dat zij onrechtmatig handelt door die lening op haar bankrekening te ontvangen en sindsdien onder zich te houden, ook nadat zij ervan op de hoogte was geraakt dat de herkomst van de haar verstrekte gelden onder meer bestond uit de voor Melkbussen ontvangen belastingteruggaven. Ook dit verwijt treft geen doel. De verplichtingen van de Holding met betrekking tot de ter leen ontvangen gelden worden in beginsel bepaald door de overeenkomst van geldlening die daaraan ten grondslag ligt. Daarbij is zonder bijkomende feiten en omstandigheden, die onvoldoende zijn gesteld of gebleken, de herkomst van de middelen onverschillig, evenals de wetenschap daarvan.

Slotsom en kosten

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat in dit kort geding onvoldoende aannemelijk is geworden dat Melkbussen een vordering heeft op GreenIPP en/of de Holding uit onrechtmatige daad die voor toewijzing in aanmerking komt.

Het hoger beroep heeft geen succes. Bij afzonderlijke bespreking van de grieven is geen belang. Het bestreden vonnis zal worden bekrachtigd. Melkbussen zal worden veroordeeld in de proceskosten in hoger beroep, die het hof vaststelt als volgt:

 griffierecht € 6.803

 salaris advocaat € 7.594 (tarief V, 2 punten)

Totaal € 14.397.

7. Beslissing

Het hof:

bekrachtigt het bestreden vonnis;

veroordeelt Melkbussen in de proceskosten in hoger beroep, tot nu vastgesteld op € 14.397, te vermeerderen met de wettelijke rente, als niet binnen veertien dagen na dit arrest aan de kostenveroordeling is voldaan;

veroordeelt Melkbussen tot betaling van € 189 voor nasalaris, te vermeerderen met € 98 voor nasalaris en de kosten van het betekeningsexploot als betekening van dit arrest plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente, als niet binnen veertien dagen na het verschuldigd worden van de nakosten aan deze veroordeling is voldaan;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit arrest is gewezen door mrs. M.M. Kruithof, O.J. van Leeuwen en A.S Gratama en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 29 september 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand