Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 3 september 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van wat de raadsman naar voren heeft gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de politierechter opgelegd.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de beslissingen tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke veroordelingen met parketnummers 05-041714-25, 05-147929-25 en 21-002516-24 – in zoverre zal het vonnis worden vernietigd – en met dien verstande dat het hof de kwalificatie van het bewezenverklaarde aanvult zoals hierna vermeld, en de artikelen 57 en 63 Wetboek van Strafrecht toevoegt aan de toepasselijke wetsartikelen.
Aanvulling kwalificatie:
De door de politierechter gegeven kwalificatie wordt aangevuld met “meermalen gepleegd”, zodat deze luidt:
Diefstal, meermalen gepleegd.
Vorderingen tenuitvoerlegging
Ten aanzien van de vordering TUL onder parketnummer 05-041714-25:
Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de rechtbank Gelderland van 20 februari 2025 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van twee weken. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd de vordering tot tenuitvoerlegging gedeeltelijk toe te wijzen, te weten voor de duur van één week, nu de tenuitvoerlegging van het overige gedeelte van de straf reeds in een andere strafzaak is gelast en dit gedeelte reeds ten uitvoer is gelegd.
De raadsman heeft het hof verzocht de vordering af te wijzen, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en haar wens om na haar invrijheidstelling, onder begeleiding van de reclassering, haar leven op orde te brengen.
Gebleken is dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Daarom kan de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast.
Het hof ziet in dat wat de raadsman heeft aangevoerd geen aanleiding om van tenuitvoerlegging af te zien. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat de reclassering in haar rapportage van 13 februari 2026 over andere vorderingen tot tenuitvoerlegging heeft aangegeven dat het toezicht voortijdig negatief is beëindigd en dat zij geen mogelijkheden meer ziet voor toezicht. Nu van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf reeds één week in een andere strafzaak ten uitvoer is gelegd, zal het hof de tenuitvoerlegging van het resterende gedeelte van één week gelasten.
Ten aanzien van de vordering TUL onder parketnummer 05-147929-25:
Het hof zal het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de rechtbank Gelderland van 28 mei 2025 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van drie weken, nu de tenuitvoerlegging van deze straf reeds in een andere strafzaak onherroepelijk is gelast en de straf inmiddels volledig ten uitvoer is gelegd.
Ten aanzien van de vordering TUL onder parketnummer 21-002516-24:
Het hof zal het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering tot tenuitvoerlegging van de bij arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 september 2025 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van twee maanden, nu de tenuitvoerlegging van deze straf reeds in een andere strafzaak onherroepelijk is gelast en deze straf thans ten uitvoer wordt gelegd.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de beslissingen tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke veroordelingen met parketnummers 05-041714-25, 05-147929-25 en 21-002516-24 en doet in zoverre opnieuw recht.
Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tenuitvoerlegging, met parketnummer 05-147929-25.
Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tenuitvoerlegging, met parketnummer 21-002516-24.
Beveelt de tenuitvoerlegging van een gedeelte van de straf bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Gelderland van 20 februari 2025, parketnummer 05-041714-25, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf, te weten van: een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) week.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. C.A. Boom, mr. P.K. van Riemsdijk en mr. D.A.C. Koster, in tegenwoordigheid van mr. R.C.E. van Tilburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 3 september 2026.
Mr. P.K. van Riemsdijk en mr. D.A.C. Koster zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.