ECLI:NL:GHAMS:2026:2960

ECLI:NL:GHAMS:2026:2960

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 08-10-2026
Datum publicatie 19-10-2026
Zaaknummer 200.356.962/01 OK
Rechtsgebied Civiel recht; Ondernemingsrecht
Procedure Beslissing RC
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Geschillenregeling; verzoek op grond van art. 2:339 lid 1 in verbinding met art. 2:352 lid 1 BW; deskundige voert regie over het waarderingsproces; verzoek afgewezen.

Uitspraak

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.356.962/01 OK

beschikking van de raadsheer-commissaris van 8 oktober 2026

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LASETH B.V.,

gevestigd te Utrecht,

VERZOEKSTER,

advocaat: mr. W.M. Smelt en mr. M. Nuijten, kantoorhoudende te Amsterdam,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KLOEKENLAND B.V.,

gevestigd te Haarlem,

VERWEERSTER,

advocaat: mr. A.J.A. Jansen en mr. M.H. van Hooft, kantoorhoudende te Amsterdam,

en tegen

de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid

gevestigd te Utrecht,

BELANGHEBBENDEN,

niet verschenen.

Hierna zullen partijen en andere (rechts)personen als volgt worden aangeduid:

1. Het verloop van het geding

Voor het verloop van het geding verwijst de raadsheer-commissaris naar de beschikkingen van de Ondernemingskamer van:

- 5 februari 2026, ECLI:NL:GHAMS:2025:268;

- 16 februari 2026, ECLI:NL:GHAMS:2025:414, en

- 23 maart 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:853.

Bij beschikking van 5 februari 2026 heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar de waarde van de door Kloekenland gehouden aandelen in de vennootschappen, en een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten. Bij beschikking van 16 februari 2026 is drs. V. Steenbakkers RA RV te Hilversum aangewezen als deskundige (hierna: de deskundige). Bij beschikking van 23 maart 2026 is het door de vennootschappen te betalen voorschot bepaald op € 68.600, exclusief omzetbelasting.

Bij e-mail van 18 september 2026 heeft de deskundige de raadsheer-commissaris op de voet van art. 2:339 lid 1 in verbinding met art. 2:352 lid 1 BW verzocht om Laseth te bevelen aan Kloekenland volledige toegang te verlenen tot de administratie, de financiële systemen en de betaalrekeningen van de vennootschappen, zodat zij volledig kennis kan nemen van de financiële zaken van de vennootschappen.

Bij e-mail van 21 september 2026 zijn partijen door de secretaris van de Ondernemingskamer in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over het verzoek van de deskundige.

Bij e-mail van 28 september 2026 heeft mr. Van Hooft namens Kloekenland gereageerd op het verzoek van de deskundige. Kloekenland onderschrijft het verzoek, en verzoekt de raadsheer-commissaris om bij toewijzing van het verzoek een nadere concretisering aan te brengen.

Eveneens bij e-mail van 28 september 2026 heeft mr. Smelt namens Laseth gereageerd op het verzoek van de deskundige. Laseth verzet zich tegen het verzochte bevel.

2. De gronden van de beslissing

De deskundige heeft aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat Kloekenland door Laseth is afgesloten van de administratie, de financiële systemen en toegang tot de betaalrekeningen en omgevingen van de vennootschappen, waardoor zij niet over de informatie beschikt om aan haar wettelijke verplichting te voldoen om te allen tijde inzicht te kunnen geven in de rechten en plichten van de vennootschappen. Dit brengt met zich dat Kloekenland niet haar geschilpunten kan formuleren en aan de deskundige geen relevante informatie kan aanleveren. Voor de uitvoering van de deskundigenopdracht is het noodzakelijk dat beide partijen hun geschilpunten en relevante informatie concreet formuleren. Alleen dan komt de deskundige tot een plan van aanpak dat kan worden uitgewerkt conform de verstrekte opdracht, welke bijdraagt aan de zaak waarin partijen met elkaar zijn verwikkeld.

Kloekenland onderschrijft het verzoek van de deskundige en stelt zich op het standpunt dat de toegang meer dient te omvatten dan het verstrekken van inloggegevens of het technisch openstellen van administratieve en financiële systemen. Kloekenland moet daadwerkelijk inzicht krijgen in de financiële data die voor de waardering van belang zijn om te bewerkstelligen dat de informatie-asymmetrie wordt opgeheven zodat de deskundige, nadat beide partijen hun geschilpunten en relevante informatie concreet hebben geformuleerd, kan komen tot een waardering op grond waarvan een reële en redelijke prijs voor de door Kloekenland gehouden aandelen kan worden vastgesteld.

Laseth verzet zich tegen toewijzing van het verzochte bevel en voert het volgende aan:

i) Kloekenland beschikt over de financiële informatie en de toegang tot de bankomgeving en systemen van de vennootschappen die zij nodig heeft om zich een beeld te vormen van de financiële positie en de rechten en verplichtingen van de vennootschappen.

ii) Voor zover het verzoek ziet op de operationele systemen van de vennootschappen geldt dat die systemen geen informatie bevatten die noodzakelijk is om inzicht te verkrijgen in de rechten en verplichtingen van de vennootschappen, maar uitsluitend operationele gegevens over de bedrijfsvoering van de vennootschappen.

iii) Kloekenland is al twee jaar niet meer betrokken bij de operatie. [UBO van Kloekenland] heeft er bovendien zelf op aangedrongen dat hij zou worden ontheven uit de non-concurrentieafspraken. Verschillende klanten en relaties van de vennootschappen hebben inmiddels aan [UBO van Laseth] laten weten dat [UBO van Kloekenland] op dit moment werkzaamheden verricht voor ondernemingen die actief zijn in dezelfde markten als de vennootschappen. Dat is in strijd met voornoemde non-concurrentieafspraken en roept vragen en zorgen op ten aanzien van het verzoek van Kloekenland om nu volledige toegang tot alle operationele systemen te krijgen.

iv) Het waarderingstraject is niet de geëigende plaats om een eventueel geschil over de informatiepositie van Kloekenland als statutair bestuurder te beslechten, dit te meer nu Kloekenland haar vermeende gebrek aan toegang tot informatie reeds eerder aan de orde heeft gesteld in de door haar aanhangig gemaakte enquêteprocedure, die zij vervolgens zelf heeft ingetrokken.

v) De opdracht aan de deskundige is duidelijk en de Leidraad biedt een helder kader voor de wijze waarop hij die opdracht dient uit te voeren. Het is aan de deskundige om binnen dat kader de regie over het onderzoek te voeren en te bepalen welke informatie hij voor de waardering nodig heeft. Laseth heeft steeds haar volledige medewerking verleend en zal vanzelfsprekend alle informatie verstrekken die de deskundige voor de uitvoering van zijn opdracht nodig acht. De deskundige kan zijn opdracht op die basis uitvoeren en afronden.

De deskundige is gerechtigd tot het raadplegen van de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de rechtspersoon (art. 2:339 lid 1 BW in verbinding met art. 2:351 lid 1 BW). Wordt hem dat geweigerd, dan kan de raadsheer-commissaris op zijn verzoek de bevelen geven die de omstandigheden nodig maken (art. 2:339 lid 1 BW in verbinding met art. 2:352 lid 1 BW en art. 5.9 van de Leidraad voor deskundigen in de geschillenregeling, laatstelijk gewijzigd op 21 juli 2026; hierna: de Leidraad). Gesteld noch gebleken is dat hem die toegang is geweigerd, terwijl Laseth heeft verklaard alle informatie te zullen verstrekken die de deskundige nodig acht. Het verzoek van de deskundige strekt er evenwel niet toe dat hij zelf toegang krijgt tot de administratie. Hij vraagt een bevel aan Laseth om Kloekenland toegang tot de administratie te verlenen.

De raadsheer-commissaris memoreert dat de deskundige de regie over het waarderingsproces voert (zie ook de beschikking van 23 maart 2026, rov. 2.2-2.4). Hij verricht zijn werkzaamheden zelfstandig en met voortvarendheid en waakt voor onnodige vertraging (art. 3.6 van de Leidraad). Het is verder aan de deskundige om te bepalen welke informatie voor het deskundigenonderzoek nodig is. Daartoe kan hij de bronnen raadplegen die hij nodig en nuttig acht, waaronder de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de rechtspersoon (art. 5.5 van de Leidraad). Partijen zijn verplicht daaraan mee te werken (art. 5.6 van de Leidraad; art. 190 lid 3 Rv). Voor het raadplegen van de gegevens van nauw verbonden rechtspersonen kan de deskundige de Ondernemingskamer om een machtiging verzoeken (art. 5.7 van de Leidraad; art. 2:351 lid 2 BW), en bij weigering van inzage kan hij de raadsheer-commissaris om een bevel verzoeken (art. 5.9 van de Leidraad).

De Leidraad voorziet erin dat de deskundige met partijen en de vennootschap afspraken maakt over de wijze van uitwisseling en kennisneming van de door hem verkregen gegevens. Uitgangspunt daarbij is dat alle partijen zoveel mogelijk kennis kunnen nemen van de gegevens waarop het deskundigenonderzoek en het deskundigenbericht worden gebaseerd. Daarvan kan op door de desbetreffende partij aan te voeren zwaarwegende gronden worden afgeweken. Zo kunnen concrete aanwijzingen dat een aandeelhouder concurreert met (een of meer van) de vennootschappen aanleiding zijn om concurrentiegevoelige informatie niet of slechts gedeeltelijk te verstrekken. De deskundige voert ook op dit punt de regie: hij beslist daarover en kan partijen zo nodig vragen een geheimhoudingsverklaring te ondertekenen. Bij blijvend verschil van inzicht beslist de Ondernemingskamer op verzoek van de meest gerede partij (art. 5.14 van de Leidraad). De deskundige kan partijen vragen binnen een redelijke termijn hun zienswijze over bepaalde vragen in te dienen (art. 5.15 van de Leidraad), stelt hen in de gelegenheid opmerkingen te maken en verzoeken te doen (art. 5.16 van de Leidraad) en legt het concept-deskundigenbericht voor commentaar aan hen voor (art. 5.17 van de Leidraad). Binnen dit kader kan de deskundige de voor de waardering benodigde informatie zelf verzamelen en kan Kloekenland kennisnemen van, en reageren op, de gegevens waarop de waardering wordt gebaseerd.

De raadsheer-commissaris onderkent dat het waarderingsproces kan worden belemmerd door onenigheid tussen Laseth en Kloekenland over (onder meer) de vaststelling van de jaarrekening van de vennootschappen. Die omstandigheid sluit niet uit dat een niet-vastgestelde jaarrekening mede ten grondslag wordt gelegd aan een waardering. Wel zal de deskundige de concept-jaarrekening – evenals andere informatie die hij in zijn onderzoek betrekt – moeten controleren, verifiëren en beoordelen. Bestaat over bepaalde onderdelen van de concept-jaarrekening onenigheid tussen partijen, dan dient de deskundige acht te slaan op de gronden die partijen in dat verband hebben aangevoerd en toe te lichten in hoeverre zijn oordeel mede steunt op de concept-jaarrekening. Indien de deskundige dat nodig acht, kan hij daarbij ook derden (zoals een accountant) inschakelen (art. 3.7 van de Leidraad); dit kan een grond zijn om de Ondernemingskamer te verzoeken om het voorschot te verhogen.

Het voorgaande laat onverlet dat de kwaliteit van de aangeleverde informatie en onenigheid tussen de aandeelhouders een belemmering kunnen vormen voor een gedegen waarderingsproces. In dat geval is denkbaar dat de deskundige de waarde van de vennootschap slechts met inachtneming van een bepaalde bandbreedte bepaalt. De raadsheer-commissaris verzoekt de deskundige in dat geval toe te lichten hoe en op basis van welke informatie hij – mede in het licht van de standpunten van partijen – tot die bandbreedte is gekomen. Uiteindelijk zal de Ondernemingskamer dan de waarde van de vennootschap en de prijs van de aandelen vaststellen.

Aangezien de Leidraad reeds voorziet in hoor en wederhoor en verstrekking van informatie onder regie van de deskundige, bestaat bij toewijzing van het verzoek bestaat geen belang. Het verzoek zal worden afgewezen.

De raadsheer-commissaris ziet tot slot aanleiding beide partijen eraan te herinneren dat zij ingevolge art. 190 lid 3 Rv verplicht zijn mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. Wordt aan deze verplichting niet voldaan, dan kan de Ondernemingskamer daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht.

3. De beslissing

De raadsheer-commissaris

wijst het verzoek van de deskundige af.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.M. de Jongh, raadsheer-commissaris, in tegenwoordigheid van mr. S. IJntema, griffier, op 8 oktober 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.M. de Jongh

Griffier

  • mr. S. IJntema

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand