Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 29 januari 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
Zaak A: Feit 1 primair
hij op of omstreeks 19 augustus 2022 te Heemskerk een auto (van het merk Volkswagen, type Up! en/of voorzien van het kenteken [kenteken 1] ), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, immers verdachte heeft zich de toegang tot de auto en/of van de werking van de auto verzekerd middels een sleutel waarover hij niet gerechtigd was te beschikken;
Feit 1 subsidiair
hij op of omstreeks 19 augustus 2022 te Heemskerk opzettelijk wederrechtelijk een motorrijtuig, (te weten een auto van het merk Volkswagen, type Up! en/of voorzien van het kenteken [kenteken 1] ), toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, als bestuurder heeft gebruikt op de weg, te weten de Gerrit van Assendelftstraat en/of een nabij die weg gelegen parkeerterrein, in elk geval op een weg;
Feit 2
hij op of omstreeks 19 augustus 2022 te Heemskerk opzettelijk een ambtenaar, te weten [slachtoffer 2] , en/of een ambtenaar, te weten [slachtoffer 3] , (telkens) gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, (telkens) in zijn tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door deze [slachtoffer 2] de woorden toe te voegen: "Kankerlijer", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking, en/of door deze [slachtoffer 3] de woorden toe te voegen: "Ik wil niet met die kleine kankerlijer praten/ spreken.", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;
Feit 3
hij op of omstreeks 19 augustus 2022 te Heemskerk en/of Beverwijk, althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk een dienstvoertuig (kenteken [kenteken 2] ) en/of een ophoudkamer in het politiebureau, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan de Nationale Politie, eenheid Noord-Holland, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt, immers heeft verdachte voornoemd voertuig en/of voornoemde ophoudkamer (op/aan meerdere plaatsen) zodanig besmeurd met speeksel en/of bloed dat dit voertuig en/of die ophoudkamer (enige tijd) onbruikbaar was/waren;
Feit 4
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 6 april 2022 tot en met 15 augustus 2022 (telkens) in/uit een winkel (van/in het Rode Kruis ziekenhuis, gelegen aan Vondellaan 13) te Beverwijk (telkens) een hoeveelheid levensmiddelen, te weten (onder meer)
- ( op of omstreeks 6 april 2022 te Beverwijk) chocolade (te weten (onder meer) een snicker reep) en/of drank, en/of
- ( op of omstreeks 8 april 2022 te Beverwijk) chocolade (te weten (onder meer) Twix repen en/of Eat Natural repen en/of zakjes M&M's) en/of drank (te weten (onder meer) een blikje fanta), en/of
- ( op of omstreeks 15 augustus 2022 te Beverwijk) chocolade (te weten (onder meer) zakjes M&M's en/of snicker repen en/of twix repen) en/of tandpasta en/of en/of drank (te weten (onder meer) blikjes fanta en/of cola en/of Vifit) en/of fruit en/of noodles en/of yoghurt en/of een tandenborstel en/of een haarborstel, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan het Rode Kruis ziekenhuis, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
Feit 5
hij op of omstreeks 26 juni 2022 te Westzaan, gemeente Zaanstad, althans in Nederland, een voertuig, (te weten een personenauto, van het merk Renault, type Clio en/of voorzien van het kenteken [kenteken 3] ) heeft bestuurd of als bestuurder heeft doen besturen na gebruik van een in artikel 2, van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer, aangewezen stof als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994, te weten cannabis, terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van de WVW94, het gehalte in zijn bloed van de bij die stof vermelde meetbare stof 8,2 microgram THC per liter bloed bedroeg, zijnde hoger dan de in artikel 3 van het genoemd Besluit, bij die stof vermelde grenswaarde.
Feit 7
hij op of omstreeks 15 augustus 2022 te Beverwijk opzettelijk en wederrechtelijk een plantenbak/bloempot (met een of meer planten), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Rode Kruis ziekenhuis, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
Feit 10 primair
hij op of omstreeks 19 juni 2022 te Amsterdam een auto (van het merk Renault, type Clio en/of voorzien van het kenteken [kenteken 3] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde partij] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde partij] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door meermalen, althans eenmaal, die [benadeelde partij] (weg) te duwen en/of die [benadeelde partij] op/tegen het hoofd te slaan/stompen en/of de autosleutel uit de hand(en) van die [benadeelde partij] te grissen/pakken;
Feit 10 subsidiair
hij in of omstreeks de periode van 19 juni 2022 tot en met 26 juni 2022 te Amsterdam en/of Zaandam, gemeente Zaanstad, een auto (van het merk Renault, type Clio en/of voorzien van het kenteken [kenteken 3] ), althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
ad informandum gevoegde strafbare feiten
6.
Plaats: Zaandijk, gemeente Zaanstad
Datum en tijd: 27 juni 2022
Omschrijving feit: Vernieling
8.
Plaats: Haarlem, gemeente Haarlem
Datum en tijd: 10 augustus 2022
Omschrijving feit: Vernieling
9.
Plaats: Heemskerk, gemeente Heemskerk
Datum en tijd: 01 augustus 2022
Omschrijving feit: Vernieling
11.
Plaats: Heemskerk, gemeente Heemskerk
Datum en tijd: 01 augustus 2022
Omschrijving feit: Verbale bedreiging met misdrijf tegen het leven/zware mishandeling
12.
Plaats: Heemskerk, gemeente Heemskerk
Datum en tijd: 01 augustus 2022
Omschrijving feit: Eenvoudige belediging in tegenwoordigheid mondeling
Zaak B: hij op of omstreeks 7 augustus 2022 te Beverwijk opzettelijk een ambtenaar, te weten [slachtoffer 4] werkzaam als politieambtenaar in de functie van Officier van Dienst, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn/haar tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem/haar de woorden toe te voegen: 'jullie zijn kankerlijers' althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een gedeeltelijk andere bewezenverklaring en een gedeeltelijk andere kwalificatie komt dan de rechtbank.
Beoordeling van het bewijs van het onder feit 10 tenlastegelegde
Anders dan de rechtbank en evenals de advocaat-generaal en de raadsman, is het hof van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen hetgeen de verdachte in zaak A onder feit 10 is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Het hof overweegt daartoe dat de door de aangeefster op 21 december 2023 bij de rechter-commissaris afgelegde verklaring twijfels oproept over wat er is gebeurd in de tenlastegelegde periode, terwijl de verklaringen van de aangeefster het kernbewijs vormen.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in zaak A onder feit 1 subsidiair tot en met feit 7 en in zaak B tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
Zaak A: Feit 1 subsidiair
hij op 19 augustus 2022 te Heemskerk opzettelijk wederrechtelijk een motorrijtuig, (te weten een auto van het merk Volkswagen, type Up! en voorzien van het kenteken [kenteken 1] ) toebehorende aan [slachtoffer 1] , als bestuurder heeft gebruikt op de weg, te weten de Gerrit van Assendelftstraat en/of een nabij die weg gelegen parkeerterrein;
Feit 2
hij op 19 augustus 2022 te Heemskerk opzettelijk een ambtenaar, te weten [slachtoffer 2] , en een ambtenaar, te weten [slachtoffer 3] , telkens gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening en in zijn tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door deze [slachtoffer 2] de woorden toe te voegen: "Kankerlijer", en door deze [slachtoffer 3] de woorden toe te voegen: "Ik wil niet met die kleine kankerlijer praten/spreken.";
Feit 3
hij op 19 augustus 2022 te Beverwijk, opzettelijk en wederrechtelijk een ophoudkamer in het politiebureau, die aan de Nationale Politie, eenheid Noord-Holland, toebehoorde heeft onbruikbaar gemaakt immers heeft verdachte voornoemde ophoudkamer zodanig besmeurd met bloed dat die ophoudkamer onbruikbaar was;
Feit 4
hij in de periode van 6 april 2022 tot en met 15 augustus 2022 telkens uit een winkel van het Rode Kruis Ziekenhuis, gelegen aan Vondellaan 13 te Beverwijk een hoeveelheid levensmiddelen, te weten:
- op 6 april 2022 te Beverwijk chocolade (te weten (onder meer) een Snicker reep), en
- op 8 april 2022 te Beverwijk chocolade (te weten (onder meer) Twix repen en Eat Natural repen en zakjes M&M's en drank (te weten (onder meer) een blikje Fanta), en
- op 15 augustus 2022 te Beverwijk chocolade (te weten (onder meer) zakjes M&M’s en Snicker repen en Twix repen) en tandpasta en drank en fruit en noodles en yoghurt en een tandenborstel en een haarborstel) die aan het Rode Kruis Ziekenhuis toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
Feit 5
hij op 26 juni 2022 te Westzaan, gemeente Zaanstad, een auto heeft bestuurd na gebruik van een in artikel 2, van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer, aangewezen stof als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994, te weten cannabis, terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van de WVW94, het gehalte in zijn bloed 8,2 microgram THC per liter bloed bedroeg;
Feit 7
hij op 15 augustus 2022 te Beverwijk opzettelijk en wederrechtelijk een bloempot (met een of meer planten) die aan het Rode Kruis Ziekenhuis toebehoorde, heeft vernield;
Zaak B: hij op 7 augustus 2022 te Beverwijk opzettelijk een ambtenaar, te weten [slachtoffer 4] werkzaam als politieambtenaar in de functie van Officier van Dienst, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem de woorden toe te voegen: 'jullie zijn kankerlijers'.
Hetgeen in zaak A onder feit 1 subsidiair tot en met feit 7 en in zaak B meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het in zaak A onder feit 1 subsidiair tot en met feit 7 en in zaak B bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het in zaak A onder 1 subsidiair bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 11 van de Wegenverkeerswet 1994.
Het in zaak A onder 2 bewezenverklaarde levert op:
eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd.
Het in zaak A onder 3 bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, onbruikbaar maken.
Het in zaak A onder 4 bewezenverklaarde levert op:
diefstal, meermalen gepleegd.
Het in zaak A onder 5 bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 8, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
Het in zaak A onder 7 bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.
Het in zaak B bewezenverklaarde levert op:
eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.
Strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het in zaak A onder feit 1 subsidiair tot en met feit 7 en in zaak B bewezenverklaarde uitsluit.
Oplegging van straf
De rechtbank heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 5 maanden.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder feit 1 subsidiair tot en met feit 7 en het in zaak B tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen waarvan 83 voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest en met een proeftijd van 2 jaar.
De verdediging heeft verzocht een gevangenisstraf op te leggen die de duur van het voorarrest (97 dagen) niet overstijgt. De verdediging heeft hiertoe aangevoerd dat de verdachte uit een diep dal is geklommen en dat het nu stapje voor stapje beter gaat. Hij gebruikt geen drugs meer en heeft afspraken om zijn schuld af te lossen en houdt zich over het algemeen aan de afspraken met de reclassering.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich in een tijdsbestek van circa vijf maanden schuldig gemaakt aan meerdere strafbare feiten. Met onder meer de gepleegde diefstallen heeft de verdachte laten zien geen respect te hebben voor anderen en andermans eigendommen. Met de beledigingen van verbalisanten en de ad informandum gevoegde bedreiging van medewerkers van de ggz heeft de verdachte verder disrespect voor deze mensen getoond, die ten dienste van de publieke zaak hun werk deden. Ook aan de verkeersveiligheid heeft de verdachte zich niets gelegen laten liggen door onder invloed van softdrugs te rijden. Het zijn feiten die stuk voor stuk overlast geven en schade opleveren. Het hof rekent dit de verdachte aan.
Bij de beslissing over de op te leggen straf heeft het hof tevens rekening gehouden met de ad informandum gevoegde zaken. De verdachte heeft erkend zich aan die feiten te hebben schuldig gemaakt en de officier van justitie heeft ter terechtzitting in eerste aanleg medegedeeld dat zij de verdachte daarvoor niet (meer) zal vervolgen.
Blijkens een uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 12 januari 2026 is hij eerder onherroepelijk veroordeeld voor onder andere vermogensdelicten, geweldsdelicten en verkeersdelicten. Eerder aan de verdachte opgelegde straffen hebben hem er kennelijk niet van weerhouden om wederom strafbare feiten te begaan.
Uit dit uittreksel blijkt tevens dat de verdachte in een andere zaak in een proeftijd loopt tot 10 juni 2028. De reclassering heeft op 25 december 2025 een advies uitgebracht dat het toezicht in deze zaak wisselend verloopt, maar dat dit wel dient te worden voortgezet.
Het hof is, alles afwegende van oordeel – mede gelet op de vrijspraak van feit 10 - dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 97 dagen – die de verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht – passend en geboden is.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]
De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 350,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 200,00. De benadeelde partij heeft zich in het hoger beroep opnieuw gevoegd.
Het hof zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering, omdat verdachte van het onder feit 10 ten laste gelegde zal worden vrijgesproken.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 57, 63, 266, 267, 310 en 350 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8, 11 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het in zaak A onder feit 1 primair en onder feit 10 primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in zaak A onder feit 1 subsidiair tot en met feit 7 en in zaak B tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het in zaak A onder feit 1 subsidiair tot en met feit 7 en in zaak B bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 97 (zevenennegentig) dagen.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]
Verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. C.J. van der Wilt, mr. A.W.T. Klappe en mr. D. Greven, in tegenwoordigheid van mr. R. Ras, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 12 februari 2026.
mr. A.W.T. Klappe en mr. D. Greven zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.