Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 5 februari 2026 en het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
1. primairhij op of omstreeks 18 mei 2023 in de gemeente Alkmaar openlijk, te weten, op de Stationstraat, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meer -goeddeels- onbekend gebleven personen door
- met een groep personen (AZ-supporters) te verzamelen bij een café ('[naam]) en/of
- in gesloten formatie en/of gekleed in donkere kleding en/of met capuchon(s) en/of bivakmuts(en) en/of masker(s) bedekte hoofden en/of gezichten en bewapend (met glazen en/of flessen en/of ploertendoders en/of stoelen en/of broekriemen)(met versnelde pas) (dreigend) te lopen in de richting van die personen met het kennelijke doel om de confrontatie aan te gaan en/of
- ( met kracht) (al dan niet met een voorwerp) te slaan/stompen tegen, althans naar het hoofd en/of het lichaam en/of de ledematen van één of meer voornoemde personen en/of
- ( met kracht) te schoppen/trappen tegen, althans naar het hoofd en/of het lichaam en/of de ledematen van één of meer voornoemde personen en/of
- ( met kracht) glazen en/of stoelen in de richting van die personen te gooien en/of
- een dreigende en/of uitdagende houding aan te nemen en/of
- een riem uit zijn broeksband te halen en/of (vervolgens) deze riem (aan het uiteinde) vast te pakken (waardoor de stalen gesp van de riem aan de andere uiteinde los kwam te hangen) en/of (vervolgens) een of meermalen (met kracht) met die riem tegen, althans in de richting van een of meerdere onbekend gebleven personen te slaan
-waarmee verdachten en zijn medeverdachten een confrontatie aangingen-;
1. subsidiairhij op of omstreeks 18 mei 2023 in de gemeente Alkmaar tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen een of meer, tot op heden, -goeddeels- onbekend gebleven personen heeft mishandeld door een riem uit zijn broeksband te halen en/of (vervolgens) deze riem (aan het uiteinde) vast te pakken (waardoor de stalen gesp van de riem aan de andere uiteinde los kwam te hangen) en/of (vervolgens) een of meermalen (met kracht) met die riem in de richting van een of meerdere onbekend gebleven personen te slaan;
1. meer subsidiairhij op of omstreeks 18 mei 2023 in de gemeente Alkmaar, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meer, tot op heden, -goeddeels- onbekend gebleven personen heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of met zware mishandeling, door
- met een groep personen (AZ-supporters) te verzamelen bij een café ('[naam]) en/of
- in gesloten formatie en/of gekleed in donkere kleding en/of met capuchon(s) en/of bivakmuts(en) en/of masker(s) bedekte hoofden en/of gezichten en bewapend (met glazen en/of flessen en/of ploertendoders en/of stoelen en/of broekriemen)(met versnelde pas) (dreigend) te lopen in de richting van die personen met het kennelijke doel om de confrontatie aan te gaan en/of
- ( met kracht) (al dan niet met een voorwerp) te slaan/stompen tegen, althans naar het hoofd en/of het lichaam en/of de ledematen van één of meer voornoemde personen en/of
- ( met kracht) te schoppen/trappen tegen, althans naar het hoofd en/of het lichaam en/of de ledematen van één of meer voornoemde personen en/of
- ( met kracht) glazen en/of stoelen in de richting van die personen te gooien en/of - een dreigende en/of uitdagende houding aan te nemen en/of
- een riem uit zijn broeksband te halen en/of (vervolgens) deze riem (aan het uiteinde) vast te pakken (waardoor de stalen gesp van de riem aan de andere uiteinde los kwam te hangen) en/of (vervolgens) een of meermalen (met kracht) met die riem tegen, althans in de richting van een of meerdere onbekend gebleven personen te slaan -waarmee verdachten en zijn medeverdachten een confrontatie aangingen-;
2.hij op of omstreeks 18 mei 2023 in de gemeente Alkmaar een wapen van categorie IV, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een broeksriem met stalen gesp zijnde een voorwerp waarvan, gelet op zijn aard en/of de omstandigheden waaronder het werd aangetroffen, redelijkerwijs kon worden aangenomen dat het bestemd was om letsel aan personen toe te brengen en/of te dreigen heeft gedragen.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
1.primairhij op 18 mei 2023 in de gemeente Alkmaar openlijk, te weten, op de Stationstraat, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen onbekend gebleven personen door
- met een groep personen (AZ-supporters) te verzamelen bij een café ('[naam]) en
- gekleed in donkere kleding en/of met capuchon(s) en/of bivakmuts(en) en/of masker(s) bedekte hoofden en/of gezichten en bewapend (met glazen en/of flessen en/of ploertendoders en/of stoelen en/of broekriemen)(met versnelde pas) (dreigend) te lopen in de richting van die personen met het kennelijke doel om de confrontatie aan te gaan en/of
- ( met kracht) (al dan niet met een voorwerp) te slaan/stompen tegen, althans naar het hoofd en/of het lichaam en/of de ledematen van één of meer voornoemde personen en/of
- ( met kracht) te schoppen/trappen tegen, althans naar het hoofd en/of het lichaam en/of de ledematen van één of meer voornoemde personen en/of
- ( met kracht) glazen en/of stoelen in de richting van die personen te gooien en/of
- een dreigende en/of uitdagende houding aan te nemen en/of
- een riem uit zijn broeksband te halen en (vervolgens) deze riem (aan het uiteinde) vast te pakken (waardoor de stalen gesp van de riem aan de andere uiteinde los kwam te hangen) en/of (vervolgens) een of meermalen (met kracht) met die riem tegen, althans in de richting van een of meerdere onbekend gebleven personen te slaan -waarmee verdachten en zijn medeverdachten een confrontatie aangingen-;
2.hij op 18 mei 2023 in de gemeente Alkmaar een wapen van categorie IV, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een broeksriem met stalen gesp zijnde een voorwerp waarvan, gelet op zijn aard en/of de omstandigheden waaronder het werd aangetroffen, redelijkerwijs kon worden aangenomen dat het bestemd was om letsel aan personen toe te brengen en/of te dreigen heeft gedragen;
Hetgeen onder 1 primair en 2 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 primair en 2 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het onder 1 primair bewezenverklaarde levert op:
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.
Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:
handelen in strijd met artikel 27, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
Strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 1 primair en 2 bewezenverklaarde uitsluit.
Oplegging van straffen
De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 primair en 2 bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 weken waarvan 4 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en een taakstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
Ten aanzien van feit 1
Op klaarlichte dag heeft op de openbare weg een gewelddadig incident plaatsgevonden tussen AZ-supporters en West Ham-supporters. Verdachte heeft, door zich in het zwart te kleden en zijn capuchon over zijn pet te trekken, getracht zich onherkenbaar in de rellende massa te begeven. Voorts loopt verdachte vooraan in deze massa en neemt hij bij terugkomst bij café ’[naam] een euforische houding aan.
Door het handelen van de verdachte en zijn mededaders zijn omstanders geconfronteerd met grof geweld, waarbij onder andere met andermans eigendommen in de richting van de West Ham supporters is gegooid. Dergelijke ernstige openbare ordeverstoringen bij of rond wedstrijden in het betaald voetbal veroorzaken niet alleen gevoelens van angst en onveiligheid maar ook materiële schade.
Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 20 januari 2026 is aan hem eerder wegens mishandeling onherroepelijk een strafbeschikking opgelegd.
De landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting (LOVS) geven voor dit soort zaken een taakstraf als vertrekpunt. Het hof acht dit evenwel niet toereikend in de context van voetbalrellen als de onderhavige. Wanneer men met het plegen van een strafbaar feit bijdraagt aan grootschalige ordeverstoringen rond voetbalwedstrijden dient naar het oordeel van het hof vanuit het oogpunt van vergelding en preventie een gevangenisstraf daarom het uitgangspunt te zijn. Het hof hanteert in dit soort zaken een bandbreedte van 2 weken tot 3 maanden gevangenisstraf, al dan niet in combinatie met een taakstraf.
Het handelen van de verdachte rechtvaardigt in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf die binnen voorgenoemde bandbreedte past. Toch zal het hof daar in dit geval niet voor kiezen. In strafmatigende zin wordt rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals die ter terechtzitting naar voren zijn gekomen.
Daarbij heeft het hof, naast artikel 63, in aanmerking genomen dat de verdachte inmiddels een vaste baan heeft, een huis heeft gekocht met zijn partner en zij in verwachting zijn van hun eerste kind.
Het hof acht, alles afwegende, een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 weken met een proeftijd van 3 jaren passend. Het hof beoogt hiermee de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen en/of de openbare orde te verstoren. Het hof acht het verder van belang dat de ernst van het gepleegde feit in de strafoplegging tot uitdrukking komt en legt daarom naast de gevangenisstraf een onvoorwaardelijke taakstraf van 120 uren op. Het hof legt een straf op die hoger is dan door de advocaat-generaal is gevorderd, omdat anders onvoldoende recht wordt gedaan aan de ernst van het feit. Verdachte heeft weliswaar een langdurig stadionverbod, maar het hof beoogt met de oplegging van deze straf dat hij zich ook buiten het stadion niet opnieuw schuldig zal maken aan een strafbaar feit.
Ten aanzien van feit 2
Omdat het zwaartepunt van het verwijt ligt bij feit 1 en mede gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte acht het hof het raadzaam - naast de straf die reeds voor feit 1 wordt opgelegd – geen separate straf of maatregel voor feit 2 op te leggen. Het hof zal voor deze overtreding dan ook volstaan met een schuldigverklaring zonder oplegging van een straf of maatregel.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 9, 9a, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 62, 63 en 141 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 27 en 54 van de Wet wapens en munitie.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 primair en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Bepaalt dat ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.
Veroordeelt de verdachte ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) weken.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeelt de verdachte ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde tot een taakstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 60 (zestig) dagen hechtenis.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. B.E. Dijkers, mr. C.P.E.M. Fonteijn-van der Meulen en mr. B. van der Werf, in tegenwoordigheid van mr. S.M. Schouten en Q.E. Heerma, griffiers, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 19 februari 2026.
Mr. B. van der Werf en mr. S.M. Schouten zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.