ECLI:NL:GHAMS:2026:409

ECLI:NL:GHAMS:2026:409

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 11-02-2026
Datum publicatie 20-02-2026
Zaaknummer 23-001220-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Bevestiging vonnis met uitzondering van de straf. Rijden met ongeldig verklaard rijbewijs, aanwezig hebben en rijden onder invloed van lachgas, weigeren mee te werken aan een bloedonderzoek. Taakstraf voor de duur van 180 uren waarvan 60 voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van twee jaren, met een proeftijd van twee jaren.

Uitspraak

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

28 januari 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de strafoplegging - in zoverre zal het vonnis worden vernietigd – en met dien verstande dat het hof de bewijsmiddelen verbetert door het zesde bewijsmiddel dat in het vonnis is opgenomen te verwijderen. Voor alle duidelijkheid wordt opgemerkt dat het hof de beslissingen over de inbeslaggenomen goederen en de vordering tot tenuitvoerlegging bevestigt.

Oplegging van straffen

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden waarvan één maand voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor de tenlastegelegde feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden in combinatie met een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van twee jaren, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.

De raadsvrouw heeft verzocht om, in plaats van een gevangenisstraf, een onvoorwaardelijke taakstraf op te leggen in combinatie met een voorwaardelijke taakstraf dan wel met een voorwaardelijke gevangenisstraf. Daarnaast heeft de raadsvrouw verzocht om de ontzegging van de rijbevoegdheid niet op te leggen, omdat de verdachte zijn rijbewijs inmiddels terug heeft en wil kijken naar de toekomst.

Oordeel van het hof

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs. Een ongeldigverklaring van het rijbewijs vindt plaats omdat de betrokkene niet in staat of niet geschikt wordt geacht (of dit heeft aangetoond) een motorrijtuig te besturen. Door toch achter het stuur plaats te nemen, heeft de verdachte niet alleen het gezag van de overheid miskend, maar ook de verkeersveiligheid in gevaar gebracht.

Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben van lachgas. Het gebruik van lachgas brengt gezondheidsrisico’s met zich. De verdachte heeft zich tevens schuldig gemaakt aan het rijden onder invloed van lachgas, waarmee hij niet alleen zichzelf maar ook andere weggebruikers heeft blootgesteld aan gevaar.

Tot slot heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het weigeren mee te werken aan een bloedonderzoek. Door zijn handelen heeft de verdachte verhinderd dat objectief vastgesteld kon worden hoeveel lachgas er in zijn bloed zat. Hiermee heeft de verdachte er blijk van gegeven zich weinig aan te trekken van zijn verantwoordelijkheid - als verkeersdeelnemer - voor de verkeersveiligheid.

Anders dan de verdediging heeft aangevoerd, is er naar het oordeel van het hof geen sprake van eendaadse samenloop. Weliswaar vormen de gedragingen van de verdachte een samenhangend feitencomplex, maar de strekking van de desbetreffende strafbepalingen loopt wezenlijk uiteen.

Blijkens een uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 12 januari 2026 is de verdachte eerder onherroepelijk veroordeeld voor soortgelijke feiten.

Het hof acht de in eerste aanleg opgelegde straf in beginsel dan ook passend en geboden.

Het hof overweegt echter dat uit de Justitiële Documentatie van de verdachte kan worden afgeleid dat hij zijn gedrag heeft verbeterd, nu daaruit blijkt dat hij na mei 2024 geen strafbare feiten meer heeft gepleegd. Het hof laat dit in het voordeel van de verdachte meewegen. Daarnaast overweegt het hof dat de verdachte een eigen bouwbedrijf heeft. Het opleggen van een gevangenisstraf zal ertoe leiden dat de verdachte zijn werk niet of tijdelijk niet kan uitvoeren, terwijl het hebben van een eigen bedrijf een positieve impact kan hebben op de verdachte. Het hof overweegt daarom dat het opleggen van een taakstraf een beter alternatief is. Door de taakstraf deels voorwaardelijk op te leggen in combinatie met een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid, beoogt het hof de verdachte te waarschuwen niet nogmaals de fout in te gaan.

Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf van 180 uren, waarvan 60 uren voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, in combinatie met een geheel voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van twee jaren, met een proeftijd van twee jaren, passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen en maatregel zijn gegrond op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet, de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36b, 36c en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8, 9, 163 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde gevangenisstraf en doet in zoverre opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 180 (honderdtachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 90 (negentig) dagen hechtenis.

Bepaalt dat een gedeelte van de taakstraf, groot 60 (zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Ontzegt de verdachte ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 2 (twee) jaren.

Bepaalt dat de bijkomende straf van ontzegging niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N. van der Wijngaart, mr. E.J Hofstee en mr. A.M.A. Keulen, in tegenwoordigheid van

mr. S.B. Zoet en mr. I. Peetoom griffiers, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 11 februari 2026.

mrs. E.J. Hofstee en A.M.A. Keulen zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. S.B. Zoet en mr. I. Peetoom

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?