ECLI:NL:GHAMS:2026:434

ECLI:NL:GHAMS:2026:434

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 25-02-2026
Datum publicatie 25-02-2026
Zaaknummer 23-003318-23
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

zich gedragen in strijd met het voorschrift vastgesteld bij artikel 2.2, achtste lid, van de Wet dieren

Uitspraak

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

11 februari 2026.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in hoger beroep door het gerechtshof toegelaten wijziging is aan de verdachte tenlastegelegd dat:

zij op of omstreeks de periode 2 augustus 2022 tot en met 24 augustus 2022, te Beverwijk als houder van een of meer dieren, te weten twee cavia's en/of een kat (genaamd [persoon 1] ) de nodige verzorging aan dat/deze dier(en) heeft onthouden, door

(in de periode van 2 augustus 2022 tot en met 24 augustus 2022)

- de kat niet te voorzien van een schone/gezonde leefomgeving (de kattenbak lag vol met ontlasting) en/of

- de kat niet te voorzien van (voldoende) eten en/of (voldoende) water en/of

- de kat niet te laten ontvlooien en/of

- de cavia's niet te voorzien van (voldoende) eten en/of (voldoende) water en/of

- de cavia's niet te voorzien van (tijdige en/of juiste) noodzakelijke (medische) zorg

(waardoor bij de cavia's oormijt en/of schurft werd geconstateerd);

zijnde de terminologie gebezigd in deze tenlastelegging in de zin van de Wet dieren

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, reeds omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte geen verwijt valt te maken omdat zij met de buurvrouw had afgesproken dat zij gedurende de vakantie de verzorging van de dieren op zich zou nemen.

Het verweer wordt weerlegd door de inhoud van de bewijsmiddelen. Daarbij betrekt het hof dat uit artikel 1.3, derde lid, aanhef en onder d, Wet dieren onder meer volgt dat tot de zorg die dieren redelijkerwijs behoeven in elk geval wordt gerekend dat dieren worden voorzien van een comfortabele een veilige omgeving met een goed klimaat en waarborgen voor een goede gezondheid. Tot slot overweegt het hof dat de verdachte eindverantwoordelijke blijft voor de zorg van haar dieren. Aan die verantwoordelijkheid heeft de verdachte onvoldoende invulling gegeven.

Bespreking van het verweer ten aanzien van het binnentreden

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de politie onrechtmatig heeft gehandeld door tot twee keer toe de tuin en de woning van de verdachte te betreden zonder dat de verdachte daar toestemming voor had gegeven. Er is geen machtiging gegeven en de bevoegdheid die voortvloeit uit artikel 3 van de Politiewet gold niet, nu er geen sprake was van acuut gevaar. Hiermee is het een onherstelbaar vormverzuim en dient bewijsuitsluiting te volgen.

Het hof overweegt als volgt.

In de memorie van toelichting (Tweede Kamer, vergaderjaar 2006–2007, [nummer] 880, nr. 3, pagina 45-46) staat het volgende ten aanzien van artikel 3 van de Politiewet:

Artikel 3

[…]

In de memorie van toelichting bij de Politiewet 1957 wordt over de hulp verlenende taak van de politie opgemerkt dat deze samenhangt met de opdracht van de politie om de rechtsorde te handhaven. Tevens wordt aangegeven dat onder de hulpverlenende taak verstaan wordt het verlenen van bijstand en raad aan het publiek, bijvoorbeeld het waarschuwen voor dreigende calamiteiten, het oplossen van noodsituaties waarin mens of dier zich bevinden of het verwijzen naar andere hulpverleners.

(onderstreping hof)

Uit het procesdossier volgt dat de verbalisanten op 9 augustus 2022 de tuin hebben betreden van de verdachte. De aanleiding hiervoor was de melding van buurtgenoot [persoon 2] dat de buren voor drie weken op vakantie waren en de katten en kittens al een paar dagen zonder eten en drinken zouden zitten. De meldster vermoedde dat de katten in de schuur zaten en zij maakte zich vanwege het warme weer veel zorgen. De verbalisanten hebben in de tuin en, naar binnen kijkend door een raam, een onhygiënische situatie gezien en onvoldoende of geen eten en drinken voor dieren.

Voor zover de raadsman heeft willen betogen dat de verbalisanten, anders dan uit het proces-verbaal blijkt, ook op deze dag de woning zelf hebben betreden, vindt het hof daarvoor geen begin van aannemelijkheid om daar vanuit te gegaan.

De situatie die de verbalisanten op 9 augustus 2022 aantroffen – uitgeschreven in hun proces-verbaal van bevindingen van 20 september 2022 – gaf aanleiding om nogmaals een controle uit te voeren op 23 augustus 2022. Alvorens toen de woning binnen te treden, hebben de verbalisanten de getuigen [verbalisant] en [getuige] gesproken.

Het hof gaat niet mee in het standpunt van de verdediging dat de woning van de verdachte op die dag onrechtmatig is binnengetreden omdat er geen sprake was van acuut gevaar. Onder de hulpverlenende taak uit artikel 3 van de Politiewet wordt immers mede verstaan het oplossen van noodsituaties waarin dieren zich bevinden. De optelsom van de melding van de buren, de situatie die de verbalisanten aantroffen op 9 augustus 2022 (het ontbreken van voldoende eten en drinken en een vervuilde leefomgeving), de verklaringen van [verbalisant] en [getuige] en de hoge temperaturen in die periode, duidden op een noodsituatie voor de dieren die volgens de buren zich zouden bevinden in en rond de woning van de verdachte. De enkele omstandigheid dat buurvrouw [getuige] vertelde (intussen) eten en drinken te hebben gegeven en de caviakooi te hebben schoongemaakt, maakt dit niet anders. De zorgen voor deze en de andere dieren waren er nog steeds. Het verweer slaagt niet.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

zij in of omstreeks de periode 2 augustus 2022 tot en met 24 augustus 2022, te Beverwijk als houder van een of meer dieren, te weten een cavia en een kat (genaamd [persoon 1] ) de nodige verzorging aan deze dieren heeft onthouden, door

- de kat niet te voorzien van een schone/gezonde leefomgeving en

- de cavia niet te voorzien van (tijdige en/of juiste) noodzakelijke (medische) zorg

(waardoor bij de cavia oormijt is ontstaan);

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert op:

zich gedragen in strijd met het voorschrift vastgesteld bij artikel 2.2, achtste lid, van de Wet dieren

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een taakstraf van 80 uren subsidiair 40 dagen hechtenis.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis, waarvan 30 uren subsidiair 15 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

De raadsman heeft het hof verzocht rekening te houden met de schending van de redelijke termijn, het gegeven dat de verdachte niet eerder is veroordeeld, de ellende die het de verdachte heeft opgeleverd en het verlies van de beveiligingspas die de verdachte nodig heeft voor haar werk.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft, als houder van een cavia en een kat, de nodige (medische) zorg aan die dieren onthouden. De staat waarin de verbalisanten de woning en de tuin van de verdachte aantroffen vormde bepaald geen schone en gezonde leefomgeving voor dieren. Een leefomgeving die niet voldoet aan hetgeen een eigenaar aan zijn dieren moet bieden, mede gelet op de vijf vrijheden van Brambell. Bij de cavia is oormijt geconstateerd. Dit is een ernstig feit. Dieren kunnen niet voor zichzelf zorgen en onthouding van zorg kan hun gezondheid en welzijn ernstig benadelen, zoals hier ook gebleken is.

Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf van na te melden duur passend en geboden.

Beslag

Onder de verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen en nog niet teruggegeven:

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat cavia’s en de kat worden verbeurd verklaard.

De raadsman van de verdachte heeft zich niet uitgelaten over het beslag.

Verbeurdverklaring

Het tenlastegelegde en bewezenverklaarde is begaan met betrekking tot een cavia (bruin-wit) en de kat. Zij behoren de verdachte toe. Zij zullen daarom worden verbeurd verklaard.

Teruggave

Het hof stelt vast dat het bewezen verklaarde niet is begaan met de in beslag genomen driekleurige cavia. Deze cavia dient te worden teruggegeven aan de verdachte.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33 en 33a van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2.2, 8.11 en 8.12 van de Wet dieren.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis.

Bepaalt dat een gedeelte van de taakstraf, groot 20 (twintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

1. STK Cavia (bruin-wit);

1. STK Kat.

Gelast de teruggave aan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

1. STK Cavia (driekleurig).

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.D. van Heffen, mr. M.J.A. Plaisier en mr. B.E. Dijkers, in tegenwoordigheid van

mr. C. van der Laan, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

25 februari 2026.

Mr. R.D. van Heffen is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]

.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. C. van der Laan

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?