ECLI:NL:GHAMS:2026:438

ECLI:NL:GHAMS:2026:438

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 25-02-2026
Datum publicatie 25-02-2026
Zaaknummer 23-000421-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

oplichting

Uitspraak

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

11 februari 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in hoger beroep door het gerechtshof toegelaten wijziging is aan de verdachte tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 3 februari 2024 te [plaats 1] , althans in Nederland met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

[slachtoffer] heeft bewogen tot de afgifte van enig geldbedrag, te weten ongeveer 50 (vijftig) euro, door zich valselijk en/of listiglijk en/of bedriegelijk en/of in strijd met de waarheid voor te doen als bonafide medewerker van een café (genaamd [bedrijf] ), die daadwerkelijk voor het café werkzaam was en/of een tafel zou regelen voor die [slachtoffer] en/of door in strijd met de waarheid aan te geven dat die [slachtoffer] 50 euro moest betalen om naar binnen te mogen bij het café, waardoor die [slachtoffer] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof een andere bewijsconstructie hanteert.

Bewijsoverweging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde. Op de camerabeelden is niet te zien dat er een geldbedrag wordt overhandigd aan de verdachte. Hetgeen resteert zijn niet meer dan vermoedens dat het ging om de verdachte. Hiermee is sprake van onvoldoende wettig en overtuigend bewijs om tot een bewezenverklaring te komen.

Het hof verwerpt het verweer, dat zijn weerlegging vindt in de hieronder gebezigde bewijsmiddelen, waaruit blijkt dat het wel degelijk de verdachte was die het geldbedrag van € 50,00 heeft aangenomen van de aangever en daarbij zich voordeed als medewerker van het café.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 3 februari 2024 te Amsterdam , met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse hoedanigheid,

[slachtoffer] heeft bewogen tot de afgifte van enig geldbedrag, te weten ongeveer 50 (vijftig) euro, door zich valselijk voor te doen als bonafide medewerker van een café (genaamd [bedrijf] ), die daadwerkelijk voor het café werkzaam was en een tafel zou regelen voor die [slachtoffer] en door in strijd met de waarheid aan te geven dat die [slachtoffer] 50 euro moest betalen om naar binnen te mogen bij het café, waardoor die [slachtoffer] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

Het hof acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen en grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de navolgende bewijsmiddelen zijn vervat.

1. Het proces-verbaal van aangifte van 3 februari 2024, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant] [doorgenummerde pagina’s 7 en 8].

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als verklaring van de aangever:

Vandaag, 3 februari 2024, was ik samen met een vriend in Amsterdam, [adres 2] . Daar werd ik aangesproken door een man die mij vroeg om de bar binnen te komen. Dit was [bedrijf] , [adres 2] te Amsterdam . Hij zei mij dat ik 50 euro moest betalen. Ik overhandigde de man 50 euro waarna hij ons naar binnen bracht.

Later die dag werd ik gebeld door de manager en die vroeg mij om te komen naar [adres 2] ter hoogte van huisnummer [huisnummer] . Daar zou die zelfde man zijn die mijn geld heeft weggenomen. Aldaar zag ik de zelfde man staan die mij de 50 euro had afgenomen. De politie heeft mij vervolgens gevraagd of ik aangifte tegen deze man wil doen. Dat heb ik vervolgens middels deze aangifte gedaan.

2. De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 11 februari 2026.

Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Het klopt dat ik contact heb gehad met die jongens.

Ik ben degene achter het getal 24 op de camerabeelden.

3. Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] bij de raadsheer-commissaris van 12 juni 2025.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als verklaring van de getuige [getuige] :

Het klopt dat ik als beveiliger werk bij [bedrijf] . Ik herinner mij van die dag (3 februari 2024) dat twee toeristen erover hadden geklaagd dat zij van iemand entreegeld hadden moeten betalen om het café binnen te komen.

Vervolgens hebben wij de twee toeristen gebeld en hen gevraagd om terug te komen; dat hebben zij ook gedaan. De toeristen hebben die jongen met de bruine jas (het hof begrijpt: de verdachte) toen beschuldigd door naar hem te wijzen en daarbij te zeggen: “It was you”. Daarna hebben wij even gewacht en is de politie gekomen. Als gezegd, ik ben degene geweest die de politie heeft gebeld. Op enig moment heeft die jongen met de bruine jas ook een briefje van vijftig euro uit zijn broekzak gehaald en teruggeven aan de twee toeristen.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert op:

oplichting.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie weken met aftrek.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

De raadsvrouw heeft het hof verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden en het tijdsverloop.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan oplichting en daardoor het vertrouwen van jonge toeristen geschaad en voor overlast gezorgd. Verder veroorzaakt verdachte overlast voor ondernemers in het centrum.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 29 januari 2026 is hij eerder ter zake van vermogensdelicten onherroepelijk veroordeeld. Het hof is van oordeel dat mede gezien het strafblad van de verdachte niet kan worden volstaan met een andere dan een vrijheidsbenemende straf.

In artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) is gewaarborgd het recht van iedere verdachte om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Volgens vaste rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) kan de verdachte aanspraak maken op een berechting binnen een redelijke termijn vanaf het moment waarop sprake is van een 'criminal charge'.

Het hof stelt vast dat op 20 februari 2024 hoger beroep is ingesteld en het hof uitspraak doet op 25 februari 2026. In hoger beroep is de redelijke termijn derhalve met vijf dagen overschreden. Gelet op de geringe overschrijding van de redelijke termijn, volstaat het hof met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden en verbindt het aan deze overschrijding geen gevolgen.

Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 63 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) weken.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.A. Plaisier, mr. R.D. van Heffen en mr. B.E. Dijkers, in tegenwoordigheid van

mr. C. van der Laan, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

25 februari 2026.

Mr. R.D. van Heffen is buiten staat mede dit arrest te ondertekenen.

=========================================================================

[…]

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. C. van der Laan

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?