ECLI:NL:GHAMS:2026:471

ECLI:NL:GHAMS:2026:471

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 17-02-2026
Datum publicatie 26-02-2026
Zaaknummer 200.352.585
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Klacht tegen een gerechtsdeurwaarder. Bewijsstukken van de vordering. Marginale toetsing. Klacht ongegrond.

Uitspraak

beslissing

___________________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht

zaaknummer : 200.352.585/01 GDW

nummer eerste aanleg : C/13/743693 / DW RK 23/458

beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 17 februari 2026

inzake

[appellant] ,

wonend te [plaats 1] ,

appellante,

tegen

[geïntimeerde] ,

gerechtsdeurwaarder te [plaats 2] ,

geïntimeerde,

gemachtigde: M. Colijn.

Partijen worden hierna klaagster en de gerechtsdeurwaarder genoemd.

1. De zaak in het kort

Het kantoor van de gerechtsdeurwaarder is belast met de inning van een vordering op klaagster en heeft in dat kader een sommatiebrief aan klaagster gestuurd. Klaagster verwijt de gerechtsdeurwaarder dat hij niet inhoudelijk heeft gereageerd op haar klacht, die er op neerkomt dat zij geen bewijsstukken van de vordering heeft ontvangen en de gerechtsdeurwaarder haar heeft aangeschreven zonder over bewijs van de vordering te beschikken. Het hof oordeelt, net als de kamer voor gerechtsdeurwaarders, dat de klacht ongegrond is.

2. Het geding in hoger beroep

Klaagster heeft op 21 maart 2025 een beroepschrift bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam (hierna: de kamer) van 24 februari 2025 tussen partijen gegeven onder bovengenoemd nummer (ECLI:NL:TGDKG:2025:17).

De gerechtsdeurwaarder heeft op 2 juni 2025 een verweerschrift, met bijlagen, bij het hof ingediend.

Het hof heeft van de kamer de stukken van de eerste aanleg ontvangen.

Klaagster heeft op 4 december 2025 een aanvullend stuk bij het hof ingediend.

De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 18 december 2025. De gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder is verschenen en heeft het woord gevoerd. Klaagster is niet verschenen.

3. Feiten

Het hof verwijst naar de feiten die de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling daarvan geen bezwaar gemaakt, zodat ook het hof van die feiten uitgaat. Waar nodig aangevuld met andere feiten die zijn komen vast te staan, zijn deze als volgt.

Het kantoor van) de gerechtsdeurwaarder is belast met inning van een vordering van ABN AMRO Bank op klaagster en heeft klaagster daarover aangeschreven.

Naar aanleiding van deze brief heeft klaagster bij e-mail van 5 mei 2023 aan (het kantoor van) de gerechtsdeurwaarder gevraagd waar de vordering betrekking op had.

Bij e-mail van 11 mei 2023 heeft (het kantoor van) de gerechtsdeurwaarder klaagster meegedeeld gegevens te zullen opvragen bij ABN AMRO Bank.

Bij e-mail van 2 juni 2023 heeft klaagster een klacht bij het gerechtsdeurwaarderskantoor ingediend.

Bij e-mail van 6 juni 2023 heeft (het kantoor van) de gerechtsdeurwaarder de ontvangst van de klacht van klaagster bevestigd.

Bij e-mail van 16 juni 2023 heeft (het kantoor van) de gerechtsdeurwaarder klaagster meegedeeld waar de vordering betrekking op had.

Bij e-mail van 19 juni 2023 heeft (het kantoor van) de gerechtsdeurwaarder aan klaagster de ingebrekestelling en de opeisingsbrief van ABN AMRO Bank verstrekt. Tevens is informatie over de opbouw van de achterstand en correspondentie inzake het omzetten van de lening meegestuurd.

Bij e-mail van 23 juni 2023 heeft (het kantoor van) de gerechtsdeurwaarder een boekingsoverzicht van het krediet met uitleg aan klaagster gestuurd.

Bij e-mail van 24 juli 2023 heeft (het kantoor van) de gerechtsdeurwaarder gereageerd op een e-mail van klaagster van 3 juli 2023, waarin klaagster om een oplossing voor de achterstand had verzocht.

Bij e-mail van 27 oktober 2023 heeft (het kantoor van) de gerechtsdeurwaarder onder meer informatie verzonden over de achterstand en termijnbedragen van het krediet.

Bij e-mail van 13 november 2023 heeft (het kantoor van) de gerechtsdeurwaarder een specificatie en een aankondiging van de rentewijziging aan klaagster gezonden.

Bij e-mail van 14 november 2023 heeft (het kantoor van) de gerechtsdeurwaarder klaagster op haar verzoek een brief van ABN AMRO Bank van 21 januari 2020 toegestuurd.

Bij e-mail van 22 november 2023 heeft (het kantoor van) de gerechtsdeurwaarder diverse vragen van klaagster beantwoord en een toelichting gegeven.

Bij e-mail van 29 november 2023 heeft (het kantoor van) de gerechtsdeurwaarder een boekingsoverzicht aan klaagster gestuurd.

Bij e-mail van 3 december 2023 heeft klaagster (het kantoor van) de gerechtsdeurwaarder verzocht te antwoorden op haar klacht van 2 juni 2023.

Bij e-mail van 6 december 2023 heeft (het kantoor van) de gerechtsdeurwaarder aan klaagster meegedeeld dat alle vragen zijn beantwoord en de gevraagde stukken zijn toegestuurd.

Bij e-mail van 12 december 2023 heeft (het kantoor van) de gerechtsdeurwaarder aan klaagster verzocht telefonisch contact op te nemen om een passende oplossing te bespreken.

Bij e-mail van 27 december 2023 heeft (het kantoor van) de gerechtsdeurwaarder geregeerd op een e-mail van klaagster van 13 december 2023.

4. De klacht

Klaagster beklaagt zich erover dat (het kantoor van) de gerechtsdeurwaarder niet inhoudelijk op haar klacht van 2 juni 2023 heeft gereageerd. Het hof vat die klacht zo op dat die uiteenvalt in de volgende twee onderdelen:

a. de gerechtsdeurwaarder heeft klaagster geen bewijsstukken toegestuurd ter

onderbouwing van de vordering;

de gerechtsdeurwaarder heeft klaagster aangeschreven zonder te beschikken over enig bewijs van het bestaan van de vordering.

5. Beoordeling

De kamer heeft in de bestreden beslissing de klacht van klaagster tegen de gerechtsdeurwaarder ongegrond verklaard.

Verantwoordelijke gerechtsdeurwaarder

Klaagster heeft haar klacht ingediend tegen het kantoor van de gerechtsdeurwaarder (Flanderijn). Evenals de kamer merkt het hof de in het kopje van deze beslissing vermelde gerechtsdeurwaarder als beklaagde aan, omdat de zaak van klaagster werd behandeld door een afdeling die onder zijn verantwoordelijkheid viel. In het hiernavolgende zal het hof dan ook de aanduiding “de gerechtsdeurwaarder” hanteren.

Klachtonderdeel a:

Klaagster heeft aangevoerd dat zij, na ontvangst van de eerste brief, de gerechtsdeurwaarder heeft verzocht de vordering te specificeren en correspondentie over te leggen waaruit de opbouw van de vordering zou blijken. Klaagster had daar, naar eigen zeggen, geen weet van.

Uit de overgelegde stukken is gebleken dat de gerechtsdeurwaarder informatie heeft opgevraagd bij zijn opdrachtgever. Vervolgens heeft de gerechtsdeurwaarder de stukken die hij van zijn opdrachtgever heeft ontvangen aan klaagster gestuurd en haar geïnformeerd waar de vordering betrekking op had. De gerechtsdeurwaarder heeft weliswaar niet expliciet gereageerd op dit onderdeel van de klacht van klaagster, maar de gerechtsdeurwaarder heeft feitelijk uitvoering gegeven aan wat klaagster wenste, namelijk de toezending van bewijsstukken van en informatie over de vordering.

Klachtonderdeel b:

Het hof stelt voorop dat een gerechtsdeurwaarder marginaal dient te toetsen of de aan de gerechtsdeurwaarder verstrekte gegevens voldoende grond bieden voor het gevorderde. Deze verplichting geldt ook voor de incassopraktijk van een gerechtsdeurwaarder. In dit geval heeft de gerechtsdeurwaarder in voldoende mate aan deze verplichting voldaan. De gerechtsdeurwaarder heeft aangevoerd dat hij al vóór de eerste brief aan klaagster beschikte over informatie over de hoogte van de vordering, namelijk een opeisingsbrief van de bank van 6 mei 2021 en een ingebrekestelling van de bank van 17 april 2021 over de achterstand in de termijnbetaling. De gerechtsdeurwaarder heeft deze (bewijs)stukken (van de vordering) aan klaagster toegestuurd bij de e-mail van 19 juni 2023. Het feit dat de gerechtsdeurwaarder toen niet is ingegaan op de klacht dat hij is gaan incasseren zonder te beschikken over bewijs, acht het hof in de gegeven omstandigheden – het kantoor was nog bezig klaagster te voorzien van alle door haar gewenste informatie – niet tuchtrechtelijk laakbaar.

Conclusie

Het hof komt, evenals de kamer, tot het oordeel dat de klacht tegen de gerechtsdeurwaarder ongegrond is en zal de beslissing van de kamer daarom bevestigen.

6. Beslissing

Het hof:

- bevestigt de bestreden beslissing.

Deze beslissing is gegeven door mrs. J.C.W. Rang, J.W.M. Tromp en A.W. Jongbloed en in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2026 door de rolraadsheer.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?