ECLI:NL:GHAMS:2026:504

ECLI:NL:GHAMS:2026:504

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 24-02-2026
Datum publicatie 27-02-2026
Zaaknummer 200.350.620
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Eindbeschikking waarin het hof oordeelt dat het niet toekennen van de transitievergoeding in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Werkneemster hoeft de reeds door de werkgever uitbetaalde transitievergoeding niet terug te betalen. Wetsartikelen: art. 7:673 lid 8 BW

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team C&W

zaaknummer : 200.350.620/01

zaak-/rekestnummer rechtbank : 11305780 \ EA VERZ 24-856

beschikking van de meervoudige burgerlijke kamer van 24 februari 2026

in de zaak van

[appellant] ,

wonende te [plaats 1] ,

appellante in principaal hoger beroep,

geïntimeerde in incidenteel hoger beroep,

advocaat: mr. J.M. Koppert te Lelystad,

tegen

[geïntimeerde] .,

gevestigd te [plaats 2] ,

geïntimeerde in principaal hoger beroep,

appellante in incidenteel hoger beroep,

advocaat: mr. O. van der Kind te Amsterdam.

Partijen worden hierna [appellant] en [geïntimeerde] genoemd.

1. De zaak in het kort

Bij tussenbeschikking heeft het hof geoordeeld dat de arbeidsovereenkomst op de e-grond in plaats van de g-grond ontbonden had moeten worden en dat de handelwijze van werkneemster ernstig verwijtbaar is. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de vraag of toepassing moet worden gegeven aan het bepaalde in artikel 7:673 lid 8 BW (het ‘luizengaatje’). Na aktewisseling door partijen oordeelt het hof dat het niet toekennen van de transitievergoeding in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Werkneemster hoeft de reeds door de werkgever uitbetaalde transitievergoeding niet terug te betalen.

2. Het verdere procesverloop in hoger beroep

Bij beschikking van 4 november 2025 (ECLI:NL:GHAMS:2025:2923) (hierna: de tussenbeschikking) heeft het hof geoordeeld dat de arbeidsovereenkomst op de e-grond in plaats van de g-grond ontbonden had moeten worden en dat de handelwijze van werkneemster ernstig verwijtbaar is. Het hof heeft partijen in de gelegenheid gesteld om zich bij akte uitsluitend uit te laten over de vraag of, en zo ja hoe, toepassing moet worden gegeven aan het bepaalde in artikel 7:673 lid 8 BW.

Op 4 december 2025 heeft [appellant] een akte houdende uitlating in incidenteel beroep, met één productie, ingediend.

Op 30 december 2025 heeft [geïntimeerde] een antwoorde akte ingediend.

Ten slotte is uitspraak bepaald.

3. De (verdere) beoordeling

De vraag die na de gegeven tussenbeschikking nog moet worden beantwoord, is of het niet toekennen van de transitievergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is (artikel 7:673 lid 8 BW). Bij die beoordeling zijn alle omstandigheden van het geval van belang (HR 8 februari 2019, ECLI:NL:HR:2019:203). Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de duur en de staat van het dienstverband, de leeftijd, inkomenssituatie en de kansen op de arbeidsmarkt, of de werknemer spijt of berouw toont en of sprake is geweest van zelfverrijking.

[appellant] heeft ter onderbouwing van haar standpunt dat het niet toekennen van de transitievergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, de volgende omstandigheden aangevoerd: (1) het hof is bij de vaststelling van de feiten in de tussenbeschikking selectief te werk gegaan, waardoor een verkeerd beeld is ontstaan; (2) uit de door het hof geciteerde WhatsApp conversatie blijkt helder dat de ontslagsituatie het gevolg is van een groot misverstand bij [geïntimeerde] ; (3) en (4) de overwegingen 5.6, 5.7 en 5.8 in de tussenbeschikking zijn onterecht althans onjuist en (5) het hof dient zich rekenschap te geven van de persoonlijke situatie waarin [appellant] zich in de periode mei/juni 2024 bevond en zich thans bevindt.

[geïntimeerde] bestrijdt dat de door [appellant] aangevoerde omstandigheden zodanig zijn dat toepassing moet worden gegeven aan artikel 7:673 lid 8 BW.

Het hof oordeelt als volgt. Over de onder (1) tot en met (4) door [appellant] genoemde omstandigheden merkt het hof op dat de aktewisseling niet bedoeld is als rechtsmiddel tegen de tussenbeschikking en ook niet om een al gesloten debat te heropenen. Daarbij komt dat deze omstandigheden niet van dien aard zijn dat op grond daarvan toepassing kan worden gegeven aan artikel 7:673 lid 8 BW.

De onder (5) genoemde omstandigheden zijn daarentegen wel relevant in het kader van de beantwoording van de vraag of aan [appellant] , ondanks haar ernstig verwijtbare handelwijze, een transitievergoeding toekomt. Ondanks dat [appellant] weinig berouw en besef van haar handelen heeft getoond, ziet het hof in deze omstandigheden aanleiding toepassing te geven aan artikel 7:673 lid 8 BW. Daarbij neemt het hof in aanmerking de lange duur van het dienstverband (bijna achttien jaar), de verder goede staat van dienst, de leeftijd van 62 jaar en het geringe opleidingsniveau. Vooral de leeftijd en het geringe opleidingsniveau maken dat aannemelijk is dat de kansen van [appellant] op de arbeidsmarkt ongunstig zijn, waardoor de verwachting reëel is dat [appellant] voor langere tijd werkloos zal zijn. Ten slotte neemt het hof in aanmerking dat [appellant] niet in aanmerking komt voor de bovenwettelijke WW-uitkering uit hoofde van de cao (artikel 18.8 lid 2 onder b) doordat de ontbinding - in hoger beroep - is gegrond op verwijtbaar handelen (e-grond) in plaats van op een verstoorde arbeidsrelatie (g-grond). Gelet op het voorgaande verenigt het hof zich me het oordeel van de kantonrechter om aan [appellant] de volledige transitievergoeding toe te kennen.

Dit betekent dat grief 3 in incidenteel appel faalt en dat het verzoek van [geïntimeerde] om te bepalen dat [appellant] geen aanspraak heeft op de transitievergoeding en haar te veroordelen de ontvangen transitievergoeding terug te betalen, wordt afgewezen. Het hof ziet gelet op dit oordeel geen aanleiding om [appellant] in de proceskosten in eerste aanleg te veroordelen, zodat ook grief 4 in incidenteel appel faalt.

Slotsom en proceskostenveroordeling

De slotsom is dat de grief in principaal appel faalt en de grieven 1 en 2 in incidenteel appel slagen, zoals reeds onder 5.11 en 5.12 van de tussenbeschikking is geoordeeld. De overige grieven in incidenteel appel falen. De bestreden beschikking zal worden bekrachtigd (op andere gronden) en de in hoger beroep gedane verzoeken van partijen worden afgewezen. Partijen hebben geen concrete stellingen te bewijzen aangeboden die, indien bewezen, tot een andere beslissing zouden kunnen leiden.

[appellant] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het geding in principaal appel. Deze kosten worden begroot op € 3.255,00, bestaande uit

€ 827,00 aan verschotten en € 2.428,00 (tarief van € 1.214,00 x 2 punten) aan salaris advocaat. De proceskosten in incidenteel appel worden gecompenseerd, omdat beide partijen over en weer deels in het (on)gelijk zijn gesteld.

4. Beslissing

Het hof:

rechtdoende in principaal en in incidenteel appel:

bekrachtigt de bestreden beschikking;

veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in principaal appel, tot op heden aan de zijde van [geïntimeerde] vastgesteld op € 3.255,00 en op € 178,00 voor nasalaris, te vermeerderen met € 92,00 voor nasalaris en de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van deze beschikking plaatsvindt;

bepaalt dat partijen ieder hun eigen proceskosten in incidenteel appel dragen;

verklaart deze beschikking ten aanzien van bovenstaande kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. M.L.D. Akkaya, I.A. van der Burg en N. Kampert

en in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?