ECLI:NL:GHAMS:2026:662

ECLI:NL:GHAMS:2026:662

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 12-03-2026
Datum publicatie 13-03-2026
Zaaknummer 23-001353-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Geldboete voor overtreding van artikel 4, eerste lid, Vreemdelingenwet 2000. De verdachte heeft niet voldaan aan de op haar rustende zorgplicht. Eenvoudig te constateren dat de drager van het reisdocument geen gelijkenis vertoonde met de persoon op de foto van het reisdocument. Gedragingen kunnen worden toegerekend aan de verdachte.

Uitspraak

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 28 november 2025 en 12 maart 2026.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadslieden naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten wijziging is aan de verdachte tenlastegelegd dat:

zij op of omstreeks 21 april 2024 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland, als vervoerder (vanaf de luchthaven Sao Paulo Guarulhos International met vluchtnummer [nummer 1] ) door wiens tussenkomst de vreemdeling, genaamd (zich noemende) [persoon] , geboren op [geboortedag] 1995 te [geboorteplaats] (Dominicaanse Republiek), aan een buitengrens of binnen het grondgebied van Nederland werd gebracht, niet de nodige maatregelen heeft genomen en/of niet het toezicht heeft gehouden dat redelijkerwijs van haar kon worden gevorderd om te voorkomen dat door die vreemdeling niet werd voldaan aan artikel 6, eerste lid, onder a, van de Schengengrenscode of artikel 3, eerste lid, onder a van de Vreemdelingenwet 2000, door niet of onvoldoende te controleren of die vreemdeling gelijkenis vertoonde met de foto in het nationaal paspoort van Dominicaanse Republiek (voorzien van het nummer [nummer 2] , op naam gesteld van [persoon] , geboren op [geboortedag] 1995 te [geboorteplaats] ).

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 395a van het Wetboek van Strafvordering.

Het standpunt van de advocaat-generaal

Zorgplicht

De advocaat-generaal heeft gesteld dat een vervoerder tekortschiet in zijn zorgplicht als is komen vast te staan dat hij een vreemdeling zonder geldig reisdocument het Schengengebied heeft binnengebracht. Als uitgangspunt voor de beoordeling of daarvan in deze zaak sprake is, gelden de jurisprudentie van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2000:AA6456 en ECLI:NL:HR:2017:40) en de Vreemdelingencirculaire 2000 (A). Het is in juridisch opzicht niet relevant of op de verdachte een inspanningsverplichting of resultaatsverplichting rustte, nu het om de reikwijdte van het begrip zorgplicht gaat.

Uit paragraaf A1/9 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (A) volgt dat de vervoerder tenminste moet controleren of – onder andere – de foto, zoals die in het aangeboden document voor grensoverschrijding is opgenomen, overeenkomt met de aanbieder van het document voor grensoverschrijding. Gelet daarop mag worden aangenomen dat controle hierop van essentiële aard is. De verdachte is tekortgeschoten in haar zorgplicht, omdat niet is opgemerkt dat de vreemdeling die het paspoort overhandigde een ander persoon betreft dan de persoon op de getoonde foto in het paspoort.

Bijzondere omstandigheden

Er is niet gebleken van bijzondere omstandigheden die tot een vrijspraak zouden moeten leiden.

Toerekening aan de verdachte

De gedragingen van de afhandelaren kunnen aan de verdachte worden toegerekend, omdat de afhandelaren onder haar personeel vallen als zij op een vliegveld in het buitenland passagiers voor een [bedrijf] -vlucht inchecken en hen vervolgens in een [bedrijf] -vliegtuig laten instappen. De afhandelaren verrichten formaliteiten voor de verdachte, waarvoor de verdachte verantwoordelijk is. De Vreemdelingencirculaire 2000, paragraaf A1/9, bepaalt: “Onder het personeel van de vervoerder valt het personeel dat onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde formaliteiten verricht”. Hieruit blijkt dat de wetgever heeft beoogd de afhandelaren in het buitenland onder de reikwijdte van de Vreemdelingenwet te laten vallen. Ook de toets aan de hand van de IJzerdraad-criteria leidt tot de conclusie dat de werkzaamheden van de afhandelaren aan de verdachte kunnen worden toegerekend.

Het standpunt van de verdediging

Zorgplicht

De verdediging heeft primair bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken, omdat zij heeft voldaan aan de zorgplicht zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De zorgplicht houdt een inspanningsverplichting in en uitdrukkelijk geen resultaatsverplichting. De verplichting vereist geen honderd procent score. De verdachte heeft de nodige maatregelen getroffen en het redelijkerwijs te vereisen toezicht gehouden en heeft daarmee aan haar zorgplicht voldaan.

Voor een bewezenverklaring van de tenlastegelegde bewoordingen ‘niet of onvoldoende te controleren’ dient te worden vastgesteld wat namens de verdachte door het grondpersoneel niet of onvoldoende is gedaan. Deze informatie ontbreekt, nu niet is onderzocht welke controle de afhandelaren op de buitenstations niet of onvoldoende zouden hebben uitgevoerd. In het proces-verbaal is niet geconcretiseerd welke controle onvoldoende is geweest. Er is i) geen bewijs dat de controle niet plaatsvond namens de verdachte en ii) onvoldoende bewijs voor een onvoldoende controle.

Van de verdachte mag niet dezelfde indringende mate van controle worden verwacht als van de Falsificaten Schiphol Desk.

Bijzondere omstandigheden

De verdediging heeft subsidiair bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken, omdat sprake is van bijzondere omstandigheden:

Daarnaast heeft de verdediging aangevoerd dat de verdachte zich nog steeds houdt aan de extra maatregelen die golden onder het inmiddels beëindigde Memorandum of Understanding (MoU) en dat zij daarmee binnen de daaronder geldende quota blijft.

Toerekening aan de verdachte

Voorts is naar voren gebracht dat het handelen van de afhandelaren op de buitenstations niet redelijkerwijs aan de verdachte kan worden toegerekend. In de meeste zaken gaat het om handelingen van grondafhandelaren in dienst van andere ondernemingen dan de [bedrijf] . De redelijke toerekening aan een rechtspersoon is afhankelijk van concrete omstandigheden uit het Drijfmest-arrest, waarbij het oriëntatiepunt is of de gedraging plaatsvond in de sfeer van de rechtspersoon. Er is niet voldaan aan alle Drijfmest-criteria, omdat het grondpersoneel niet in dienst was van de [bedrijf] en de verdachte voldoende zorg betracht om het vervoer van onjuist gedocumenteerde passagiers te voorkomen. Er kan niet worden gesteld dat de verdachte kon beschikken over het handelen van het externe grondpersoneel en evenmin dat de verdachte handelingen van het eigen grondpersoneel op de self handling buitenstations en van extern grondpersoneel heeft aanvaard.

Het oordeel van het hof

Zorgplicht

Het toetsingskader wordt gevormd door artikel 4, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 en de Vreemdelingencirculaire 2000, meer in het bijzonder in hoofdstuk A1/9 waarin de toegang tot Nederland en de verplichtingen van vervoerders worden geregeld. In de Vreemdelingencirculaire is de zorgplicht van vervoerders nader uitgewerkt in een aantal zaken die de vervoerder voorafgaand aan vertrek naar Nederland moet controleren. De vervoerder moet door middel van kort en bondig onderzoek controleren of het aangeboden reisdocument vals of vervalst is. Bij dat onderzoek moet zo nodig gebruik worden gemaakt van eenvoudige hulpmiddelen.

Voor het beantwoorden van de vraag of de verdachte heeft voldaan aan de zorgplicht in de zin van artikel 4, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, wordt het arrest van de Hoge Raad uit 2017 (ECLI:NL:HR:2017:40) als uitgangspunt genomen. Uit deze rechtspraak volgt dat de in artikel 4, eerste lid van de Vreemdelingenwet 2000, opgenomen zorgplicht aan de vervoerder een inspanningsverplichting oplegt. Voor een veroordeling ter zake van het niet naleven van deze zorgplicht is nalatigheid van de vervoerder vereist. Een vervoerder is nalatig geweest als sprake is van het niet onderkennen van eenvoudig te constateren hiaten in reisdocumenten, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden.

Naar het oordeel van het hof is in deze zaak eenvoudig te constateren dat de drager van het reisdocument geen gelijkenis vertoonde met de persoon op de foto in het reisdocument. Het gezicht van de persoon op de foto op het nationale paspoort van Dominicaanse Republiek komt qua vorm van het gezicht, alsook de vorm van de ogen, oren en mond in het geheel niet overeen met de aanbieder van dit reisdocument. Er is sprake van een eenvoudig te constateren gebrek in het tenlastegelegde reisdocument en de verdachte had dit gebrek moeten opmerken. Dat betekent dat de verdachte niet heeft voldaan aan de wettelijke zorgplicht die op haar rust.

Dat niet in het dossier is geconcretiseerd wat namens de verdachte ‘niet of onvoldoende’ is gecontroleerd, maakt deze conclusie niet anders. Vaststaat immers dat de verdachte een gebrek in een reisdocument niet heeft vastgesteld, en op grond daarvan kan worden aangenomen dat geen dan wel onvoldoende controle van betreffend reisdocument heeft plaatsgevonden.

Bijzondere omstandigheden

De omstandigheden die de verdediging naar voren heeft gebracht, kunnen in dit dossier niet worden getypeerd als bijzondere omstandigheden en leiden daarom niet tot een ander oordeel. Door de verdediging is een aantal algemeenheden naar voren gebracht, waaruit zou blijken dat het herkennen van imposters moeilijk is. Er zijn verder geen zaaksspecifieke omstandigheden gesteld, noch gebleken, waardoor in onderhavige zaak niet gezegd kan worden dat de verdachte niet in haar zorgplicht tekortgeschoten is. Ook anderszins is overigens niet van bijzondere omstandigheden gebleken.

Conclusie

Het hof komt, op grond van het hiervoor overwogene, tot het oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Toerekening aan de verdachte

De hiervoor door het hof bewezenverklaarde overtreding van de Vreemdelingenwet is ten laste gelegd aan de verdachte, [bedrijf] N.V. De verdachte is een rechtspersoon, ook in de zin van artikel 51 van het Wetboek van Strafrecht.

Artikel 51 van het Wetboek van Strafrecht bepaalt:

De verdachte is dus een strafrechtelijk vervolgbare rechtspersoon.

Om vast te stellen dat een rechtspersoon een strafbare dader is dienen twee vragen te worden beantwoord:

I. is de verdachte geadresseerde van de norm?

II. kan de verboden gedraging (gepleegd door een ander) redelijkerwijs aan de verdachte worden toegerekend?

Het hof beantwoordt beide vragen bevestigend op grond van de navolgende overwegingen.

Ad I.

In het dossier bevindt zich een uittreksel uit het handelsregister ten name van de verdachte van 27 november 2025. Daarin staat als (primaire) bedrijfsactiviteit van de verdachte vermeld:

SBI-code: 51100 – Personenvervoer door de lucht’.

De verdediging heeft niet gesteld dat de (primaire) bedrijfsactiviteit van de verdachte een andere was ten tijde van het tenlastegelegde en het hof heeft dat evenmin anderszins uit het dossier kunnen afleiden.

De tenlastelegging behelst dat de verdachte niet heeft voldaan aan het gestelde in artikel 4, eerste lid, van de Vreemdelingenwet, dat luidt:

De vervoerder door wiens tussenkomst de vreemdeling aan een buitengrens of binnen het grondgebied van Nederland wordt gebracht, neemt de nodige maatregelen en houdt het toezicht dat redelijkerwijs van hem kan worden gevorderd om te voorkomen dat door de vreemdeling niet wordt voldaan aan artikel 6, eerste lid, onder a of b, van de Schengengrenscode of aan artikel 3, eerste lid, onder a, van deze wet.

Het hof stelt vast dat de verdachte geadresseerde is van deze norm, die volgens de tenlastelegging is geschonden.

Ad II. Bij het (onvoldoende) nemen van de nodige maatregelen was sprake van self handling op buitenstations. Self handling houdt in dat het eigen personeel van de verdachte bij het inchecken de reisdocumenten en overige papieren controleerde van de in de tenlastelegging vermelde, naar Schiphol reizende vreemdeling.

Onder deze omstandigheden kan de gedraging aan de verdachte worden toegerekend. Daarvan is volgens inmiddels bestendige jurisprudentie van de Hoge Raad sprake omdat:

- het gaat om een gedraging van een personeelslid (de self handler) van de verdachte, die de gedraging volgens dienstbetrekking met de verdachte (behoorlijk) diende te verrichten en aldus werkzaam was ten behoeve van de verdachte;

- de gedraging paste in de normale bedrijfsvoering van de verdachte, zijnde het vervoer door de lucht van personen, vreemdelingen daaronder begrepen;

- de gedraging de verdachte dienstig is geweest in het door haar uitgeoefende bedrijf. Door niet of onvoldoende te controleren, kon het vervoer van personen sneller en/of efficiënter door de verdachte worden geëxploiteerd. Of de verdachte daarmee meer heeft verdiend dan wanneer de regels afdoende zouden zijn nageleefd, is niet van doorslaggevend belang.

Het hof stelt daarom vast dat de overtreding van de regelgeving op de tenlastegelegde datum aan de verdachte vennootschap kan worden toegerekend.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

zij op 21 april 2024 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, als vervoerder vanaf de luchthaven Sao Paulo Guarulhos International met vluchtnummer [nummer 1] door wiens tussenkomst de vreemdeling, zich noemende [persoon] , geboren op [geboortedag] 1995 te [geboorteplaats] (Dominicaanse Republiek), aan een buitengrens van Nederland werd gebracht, niet de nodige maatregelen heeft genomen en/of niet het toezicht heeft gehouden dat redelijkerwijs van haar kon worden gevorderd om te voorkomen dat door die vreemdeling niet werd voldaan aan artikel 3, eerste lid, onder a van de Vreemdelingenwet 2000, door niet of onvoldoende te controleren of die vreemdeling gelijkenis vertoonde met de foto in het nationaal paspoort van Dominicaanse Republiek voorzien van het nummer [nummer 2] , op naam gesteld van [persoon] , geboren op [geboortedag] 1995 te [geboorteplaats] .

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert op:

overtreding van een voorschrift, vastgesteld bij artikel 4, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.

Oplegging van straf

De kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland (locatie Haarlem) heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 3.000,00.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 5.000,00.

De verdediging heeft verzocht een lagere geldboete op te leggen dan de kantonrechter heeft opgelegd.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de draagkracht van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de overtreding van het bepaalde in artikel 4, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Zij heeft niet voldaan aan haar zorgplicht om te voorkomen dat passagiers met valse/vervalste reisdocumenten het Schengengebied inreizen. Dit kan veiligheidsrisico’s met zich meebrengen. Het hof rekent dit de verdachte aan.

Het hof acht, alles afwegende, een geldboete van na te melden hoogte passend en geboden. Het hof ziet geen aanleiding een lagere geldboete op te leggen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 23 en 24 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 4 en 108 van de Vreemdelingenwet 2000.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Ten aanzien van het bewezenverklaarde

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 5.000,00 (vijfduizend euro).

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.D. van Heffen, mr. A.E. Kleene-Krom en mr. A.W.T. Klappe, in tegenwoordigheid van mr. S. den Hartog, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 12 maart 2026.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. S. den Hartog

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?