ECLI:NL:GHAMS:2026:724

ECLI:NL:GHAMS:2026:724

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 12-03-2026
Datum publicatie 17-03-2026
Zaaknummer 23-001563-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Amsterdam
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBAMS:2024:4079

Samenvatting

Diefstal in vereniging uit een woning. Bevestiging met uitzondering van de beslissingen op de vorderingen van de benadeelde partijen en met aanvulling en verbetering van gronden. Eén vordering benadeelde partij deels afgewezen, voor het overige niet-ontvankelijk. Een tweede vordering benadeelde partij deels hoofdelijk toegewezen, deels afgewezen en voor het overige niet-ontvankelijk.

Uitspraak

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 26 februari 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de beslissingen op de vorderingen van de benadeelde partijen -in zoverre zal het vonnis worden vernietigd- en met dien verstande dat het hof:

Aanvullende bewijsoverweging

De raadsman heeft verzocht de verdachte vrij te spreken, omdat de herkenningen van de verbalisanten niet betrouwbaar zijn en daarom niet voor het bewijs kunnen worden gebezigd.

Het hof verwerpt het verweer en verenigt zich met de bewijsoverweging van de rechtbank. In aanvulling daarop overweegt het hof als volgt.

De verdachte is op camerabeelden, waarop de diefstal uit de woning is te zien, herkend door twee verbalisanten. Bij de beoordeling van de betrouwbaarheid van dit type herkenningen spelen diverse factoren een rol. Herkenning van aan politieambtenaren bekende verdachten is een zogenoemd ‘holistisch proces’ dat zich moeilijk laat rationaliseren en beschrijven. Bij beoordeling van de betrouwbaarheid is onder meer van belang de kwaliteit van de beelden en hoe de intensiteit en de frequentie van de eerdere contacten met de verdachte was en of een politieambtenaar beschikte over sturende voorinformatie.

Het hof is met de rechtbank van oordeel dat de herkenningen door de verbalisanten in de onderhavige zaak betrouwbaar zijn. Deze verbalisanten zijn in hoger beroep door de raadsheer-commissaris gehoord. Het hof wordt door deze verhoren gesterkt in het oordeel dat de herkenningen als betrouwbaar moeten worden aangemerkt. Bovendien is een aantal bij de diefstal weggenomen goederen in de woning van de medeverdachte aangetroffen. Verder blijkt uit het dossier – en zo heeft de verdachte ook ter terechtzitting in hoger beroep verklaard – dat de verdachte en de medeverdachte elkaar kenden.

Het hof leidt hieruit de betrokkenheid van de verdachte bij het ten laste gelegde af.

Aanvulling van de bewijsmiddelen

Het hof vult de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen aan met de navolgende bewijsmiddelen.

1. De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 26 februari 2026.

Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Ik ken de medeverdachte [medeverdachte] . Wij komen uit dezelfde buurt.

2. Een proces-verbaal van bevindingen doorzoeking van 30 november 2023, in de wettelijke vorm opgemaakt door een bevoegde opsporingsambtenaar (doorgenummerde pagina’s 77-80).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant:

In de woning van de verdachte [medeverdachte] op het adres [adres 2] werd op 30 november 2023 in beslag genomen:

Slaapkamer 1:

- Louis Vuitton Schoudertas

- Louis Vuitton tas met pasjesvak

- Louis Vuitton riem

- Louis Vuitton boekje met code

- Louis Vuitton portemonnee

- Louis Vuitton rolkoffer

- Louis Vuitton sjaal

- Cartier zonnebril

- 3x Rolex horloge (waarvan 2 met groenkleurig hoesje)

- Hanos pasje op naam van [persoon 1]

- Rabobank pasje op naam van [persoon 2]

- Iphone zwartkleurig met hoesje met daarin simkaartje en adres geplakt

- Iphone 14 nog in verpakking

- Oude Iphone

- Iphone fast charger

- Samsung telefoon, zwartkleurig

- 2000 euro contant in diverse biljetten

- Oorbellen Swarovski

Slaapkamer 2:

- Louis Vuitton handtas (bruin)

- Alexander Mc Queen schoenen (wit met zwart) mt 39 1/2

- Set goudkleurige oorknoppen met parel(in wit/rood doosje)

- Jimmy Choo schoenen (koperkleur met sterren op hiel)

- Chanel zonnebril (zwart in zwart/wit doosje)

- Moncler jas (donker blauw)

Woonkamer:

- Nike Jordan schoenen (rood/zwart/wit)

- Givenchy Urban schoenen (wit met fluoriderende oranje achterzijde)

Gang:

- Canada Goosejas (kleur zwart)

- Uggs laag model (kleur bruin)

Berging/Autos:

- Jbl speakers (berging)

- Dhl hesje (Seat Ibiza [kenteken 1] )

- Gucci zonnebril (Volkswagen Polo [kenteken 2] )

3. Een proces-verbaal van bevindingen van 30 november 2023, in de wettelijke vorm opgemaakt door een bevoegde opsporingsambtenaar (doorgenummerde pagina’s 68-70).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant:

Ik, verbalisant, heb onderzoek gedaan naar de in beslag genomen goederen uit de woning aan [adres 2] . Deze goederen heb ik vergeleken met de goederen die weggenomen zijn vanaf de [adres 3] op 28 oktober 2023.

Ik zag dat 8 goederen overeenkwamen met de weggenomen goederen, namelijk:

- Donkerblauwe Moncler jas

- Zwarte Canada Goose jas

- Zwarte Chanel zonnebril in koker

- Iphone fast oplader

- Paar Nike schoenen

- Paar Givency schoenen

4. Een proces-verbaal van 23 september 2025, opgemaakt door mr. J.J.J. Schols, raadsheer-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in dit gerechtshof.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 23 september 2025 tegenover de raadsheer-commissaris afgelegde verklaring van [persoon 3]:

U vraagt mij of ik foto’s of bewegende beelden te zien kreeg. Ik heb volgens mij beide gezien. U vraagt mij hoe de kwaliteit van de beelden/foto’s was. Ik zeg u dat de beelden van redelijk goede kwaliteit waren, volgens mij in zwart-wit.

Ik kende de verdachte al langer; ben vaker naar de rechtbank voor hem geweest. Ik herken meneer [verdachte] aan zijn loop en ook aan zijn gezicht en mond. Hij had vroeger een aparte loop; hij liep met twee armen die gelijk bewegen en niet los van elkaar, ik noemende dat een ‘apenloop’.

U vraagt mij waarvan en hoe lang ik [verdachte] kende.

Ik zeg daarop dat ik hem al 14 jaar ken. Hij maakte onderdeel uit van een groep die veelal crimineel was. Die groep is er nog steeds, bij het [plek] . Door die groep kwam ik vaak in contact met [verdachte] , als motorrijder en als biker. Ik kwam hem vroeger, tot zeven jaar terug, wekelijks tegen op dit plein. De laatste zeven jaar is het een stuk rustiger, verdachte wilde niet meer met mij praten en hij heeft lang vastgezeten. Dat hij niet met mij wilde praten liet hij in woord en gebaar blijken, dit staat ook in een mutatie vermeld. Er zat een paar maanden tussen de laatste keer dat ik contact met hem had en de herkenning in deze zaak.

Op de vragen van de raadsman antwoord ik als volgt:

In het proces-verbaal staat iets over een eerdere ontmoeting, in de zomer, waar cliënt het

randje heeft opgezocht.

Ja dit is hetzelfde moment dat verdachte mij duidelijk heeft gemaakt dat hij mij niet meer

wilde spreken. Hier refereerde ik in dit proces-verbaal naar. Ik heb hem toen niet om zijn

legitimatie gevraagd, wel een mutatie opgemaakt.

5. Een proces-verbaal van 23 september 2025, opgemaakt door mr. J.J.J. Schols, raadsheer-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in dit gerechtshof.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 23 september 2025 tegenover de raadsheer-commissaris afgelegde verklaring van [persoon 4]:

U vraagt mij of ik foto’s of bewegende beelden te zien kreeg.

Ik meen dat er stills waren gemaakt van bewegende beelden. Ik meen dat de beelden op

zich van redelijke kwaliteit waren en als ik het mij goed herinner gemaakt in een hoek bij een plant.

U vraagt mij om kort te vertellen op grond waarvan of waaraan ik de persoon of

personen op de beelden herkende.

Het gelaat. De vorm van zijn gezicht denk ik maar dat weet ik niet zeker. Bij herkenningen heb heel vaak het idee “Dat is die!”.

U vraagt mij waarvan en hoe lang ik [verdachte] kende.

Ik werk sinds 2011 op de Houtmankade en sinds 2013 is dat bureau samengevoegd met

Bos en Lommer. Ik heb [verdachte] in verschillende tijdsvakken voorbij zien komen waarbij ik niet altijd gesprekken heb gehad met hem maar hem soms wel zag. Ik ben

best wel redelijk bekend met de mensen die veel op straat komen, ook bij het [plek]

. Ik heb ook lang bij de Top 600 gewerkt en daar kreeg ik ook altijd veel

informatie.

U vraagt mij te schatten hoe vaak ik met hem contact had en welk soort contact dat was.

Als ik moet schatten zeg ik gemiddeld een keer per jaar.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 12.180,00 aan materiële schade. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 6.700,00. De vordering is afgewezen tot een bedrag van € 3.805,00 en voor het overige is de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering. De benadeelde partij heeft de gehandhaafde vordering niet schriftelijk nog nader toegelicht en was evenmin aanwezig ter terechtzitting in hoger beroep. De gestelde materiële schade bestaat uit:

Totaal: € 12.180,00

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat ten aanzien van de vordering benadeelde partij dezelfde beslissing dient te worden genomen als de rechtbank.

De raadsman heeft primair verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering vanwege de bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de raadsman een verscheidenheid aan verweren gevoerd, waarom diverse schadeposten zouden moeten worden afgewezen of ten aanzien waarvan de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering zou moeten worden verklaard.

Het hof overweegt als volgt.

Niet-ontvankelijk

De goederen genoemd onder 3), 6) en 8) worden niet in de aangifte benoemd. Naar het oordeel van het hof is dan ook onvoldoende aannemelijk geworden dat de benadeelde deze gestelde schade als rechtstreekse gevolg van het bewezen verklaarde handelen van de verdachte heeft geleden. Dit klemt te meer nu [persoon 5] ten overstaan van de raadsheer-commissaris heeft verklaard dat de onder 6) genoemde Sony laptop van haar is. De benadeelde zal daarom ten aanzien van dit deel, te weten een bedrag van € 1.790,00, niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.

Afwijzing

De raadsman heeft ter betwisting aangevoerd dat een groot aantal posten niet met bewijsstukken zijn onderbouwd. Het betreft de posten 2) t/m 4), 6) t/m 11) en 14) t/m 16).

Met de raadsman is het hof van oordeel dat de benadeelde in licht daarvan de gestelde schade onvoldoende concreet heeft onderbouwd. Weliswaar staan deze goederen vermeld in de aangifte. Echter, bij gebreke van enige door de benadeelde gegeven dan wel overigens uit het dossier kenbare duiding van de aan deze goederen te koppelen waarde mist het hof aanknopingspunten voor concrete begroting dan wel redelijke schatting van de schade. Dit klemt temeer nu de onder 2) genoemde Canada Goose jas is aangetroffen bij de doorzoeking van de woning van de medeverdachte en de rechtbank in de zaak van de medeverdachte ten aanzien daarvan de teruggave aan [benadeelde partij 1] heeft gelast. Deze posten zullen daarom worden afgewezen.

De onder 1) genoemde Moncler jas is bij de doorzoeking van de woning van de medeverdachte aangetroffen en in beslag genomen, zoals aangevoerd door de raadsman. Ten aanzien van dit goed heeft de rechtbank in de zaak van de medeverdachte de teruggave aan [benadeelde partij 1] gelast (bevestigd in hoger beroep, zie Hof Amsterdam 30 augustus 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:2959). Deze post kan daarom – zonder nadere toelichting, die ontbreekt – niet als door de benadeelde geleden schade worden aangemerkt. De vordering zal ook voor dit deel worden afgewezen.

De raadsman heeft ten aanzien van onder andere schadeposten 5) “Louis Vuitton tas Neverfall, initialen [persoon 5] ”, 12) “Rolex doos + certificaat + schakels” en 13) “Rolex doos + certificaat + schakels model 278273” verzocht aansluiting te zoeken bij artikel 21 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) en de vordering in zoverre af te wijzen, dan wel de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren. Die vorderingen zouden immers valselijk zijn opgemaakt, omdat dit goederen van de dochter van de benadeelde partij zijn, terwijl deze onder de naam van de benadeelde partij worden gevorderd.

Het hof overweegt als volgt.

Deze posten wordt afgewezen omdat deze niet voldoende zijn onderbouwd. De raadsman heeft onder meer verwezen naar het getuigenverhoor van [persoon 5] ten overstaan van de raadsheer-commissaris. Daar heeft [persoon 5] verklaard dat de Louis Vuitton tas Neverfall met haar initialen en de twee Rolex dozen met certificaat van haar zijn. In dat licht bezien had het op de weg van de benadeelde gelegen nader toe te lichten op welke grond hij de vorderingsgerechtigde is van deze schade, wat hij niet heeft gedaan. De benadeelde heeft dan ook niet voldaan aan zijn stelplicht. Dit klemt temeer nu de gestelde waarde van de Rolex dozen slechts is onderbouwd met facturen van een Rolex horloge, waarop deze posten dus niet zien.

Conclusie

Concluderend zal het hof de vordering afwijzen tot een bedrag van € 10.390,00, en de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 31.977,64 aan materiële schade. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 24.562,17. De vordering is afgewezen tot een bedrag van € 854,98 en voor het overige is de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering. De benadeelde partij heeft de gehandhaafde vordering niet schriftelijk nog nader toegelicht en was evenmin aanwezig ter terechtzitting in hoger beroep. De gestelde materiële schade bestaat uit:

Totaal: € 31.977,64

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat ten aanzien van de vordering benadeelde partij dezelfde beslissing dient te worden genomen als de rechtbank. Daarnaast dienen volgens de advocaat-generaal ook de posten 1) “Chanel oorbellen uit 2013” en 24) “Ugg short black mt 38 uit 2023” te worden toegewezen.

De raadsman heeft primair verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering vanwege de bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de raadsman een verscheidenheid aan verweren gevoerd, waarom diverse schadeposten zouden moeten worden afgewezen of ten aanzien waarvan de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering zou moeten worden verklaard.

Het hof overweegt als volgt.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. In het navolgende zal het hof de verschillende schadeposten bespreken.

Niet-ontvankelijk

De goederen genoemd onder 11), 14), 19) en 28) t/m 39) worden niet in de aangifte benoemd. Naar het oordeel van het hof is dan ook onvoldoende aannemelijk geworden dat de benadeelde deze gestelde schade als rechtstreeks gevolg van het bewezen verklaarde handelen van de verdachte heeft geleden. De benadeelde zal daarom ten aanzien van dit deel, te weten een bedrag van € 6.885,66, niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.

Toewijzing

Naar het oordeel van het hof is het voldoende aannemelijk dat de schadeposten onder 1) t/m 8), 10), 12), 13), 15), 16), 18), 20) t/m 22) en 24) t/m 27) het rechtstreekse gevolg zijn geweest van het bewezen verklaarde handelen van de verdachte. Deze goederen worden namelijk in de aangifte genoemd en zijn naar het oordeel van het hof in voldoende mate onderbouwd, ook in het licht van de betwisting zoals hierna nog zal worden toegelicht. De verdachte is dus gehouden tot vergoeding van de terzake van voornoemde posten geleden schade. Daarmee komt het hof toe aan de begroting van die schade.

Het totale gevorderde bedrag terzake van deze posten bedraagt € 24.237,00. Daarbij is de benadeelde partij uitgegaan van de nieuwwaarde van deze goederen. Het hof is echter met de rechtbank en de raadsman van oordeel dat rekening dient te worden gehouden met een in de reden liggende lagere dagwaarde dan tot uitdrukking komt in de (in de vordering betrokken) aanschafkosten. Omdat sprake is van een gevarieerde ouderdom van de goederen, is het echter niet mogelijk om één afschrijvingspercentage te hanteren. Bovendien beschikt het hof niet over een nadere onderbouwing van de actuele waarde van de goederen. Ook gaat het deels om luxegoederen, die mogelijk in waarde kunnen zijn gestegen. Het hof zal daarom op basis van het gevoerde partijdebat en de beschikbare informatie in het dossier de toewijsbare daadwerkelijke actuele schade naar redelijkheid schatten op de helft van het totaalbedrag van de gestelde schadebedragen, zijnde een bedrag dat het hof in dit geval redelijk voorkomt. Het hof zal deze posten daarom toewijzen tot een bedrag van € 12.118,50. Bij deze stand van zaken en nu er afdoende mogelijkheden zijn geweest voor een genoegzaam partijdebat en nader onderzoek niet noodzakelijk is, zal het inzake deze posten méér gevorderde worden afgewezen.

De raadsman heeft ten aanzien van de schadepost 15) “Rolex horloge uit 2014” verzocht deze post af te wijzen, dan wel de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren, indien het hof aanneemt dat dit de op pagina 68 van het dossier vermelde Rolex met goednummer eindigend op -400 is.

Het hof verwerpt dit verweer. Het is het hof niet aannemelijk geworden dat de bij de medeverdachte aangetroffen Rolex een van de goederen betreft, die bij de woninginbraak zijn weggenomen. Het hof gaat dan ook uit van de juistheid van de gestelde schade en acht deze post toewijsbaar.

Voorts heeft de raadsman ten aanzien van verscheidende posten aangevoerd dat deze niet met authentieke stukken zijn onderbouwd en dat onvoldoende onderbouwd is of deze goederen door de benadeelde partij zijn gekocht. Daarom dienen deze posten te worden afgewezen, dan wel dient de benadeelde partij in zoverre niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Het hof verwerpt het verweer. Voor zover de toe te wijzen schadeposten zijn onderbouwd met aankoopbonnen waarop de naam van de koper niet staat vermeld, overweegt het hof dat het enkele feit dat de benadeelde partij in staat was die bonnen aan te leveren voldoende onderbouwing oplevert van de door de benadeelde gestelde schade. Voor zover de toe te wijzen posten zijn onderbouwd met foto’s van websites van vergelijkbare goederen, acht het hof ook deze posten voldoende onderbouwd. Het valt immers goed voor te stellen dat de benadeelde na verloop van tijd niet (meer) beschikt over alle aankoopbonnen van alle goederen. Het hof gaat uit van de juistheid van de gestelde schade.

Afwijzing

De goederen genoemd onder 9), 17) en 23) zijn bij de doorzoeking van de woning van de medeverdachte aangetroffen en in beslag genomen. Ten aanzien van deze goederen heeft de rechtbank dan wel het hof in de zaak van de medeverdachte de teruggave aan de betreffende eigenaar gelast. Deze posten kunnen daarom – zonder nadere toelichting, die ontbreekt – niet als geleden schade worden aangemerkt. De vordering zal voor dit deel, te weten een bedrag van € 854,98, worden afgewezen.

Conclusie

Concluderend zal het hof de vordering dus toewijzen tot een bedrag van € 12.118,50, afwijzen tot een bedrag van € 12.973,48 en de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. Het hof zal de verdachte hoofdelijk met zijn mededaders veroordelen tot vergoeding van de toegewezen schade, deze vermeerderen met de wettelijke rente en hoofdelijk de schadevergoedingsmaatregel opleggen op de hierna te noemen wijze om te bevorderen dat de schade door de verdachte en/of zijn mededaders wordt/worden vergoed.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de beslissingen op de vorderingen van de benadeelde partijen en doet in zoverre opnieuw recht.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]

Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor een bedrag van € 10.390,00 (tienduizend driehonderdnegentig euro) aan materiële schade af.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van € 12.118,50 (twaalfduizend honderdachttien euro en vijftig cent) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is.

Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor een bedrag van € 12.973,48 (twaalfduizend negenhonderddrieënzeventig euro en achtenveertig cent) aan materiële schade af.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 2] , ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 12.118,50 (twaalfduizend honderdachttien euro en vijftig cent) als vergoeding voor materiële schade.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 85 (vijfentachtig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P.J. van Eekeren, mr. J.W.P. van Heusden en mr. I.M.A. Hinfelaar, in tegenwoordigheid van mr. I.A. de Bruijne, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 12 maart 2026.

De voorzitter en jongste raadsheer zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. I.A. de Bruijne

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?