Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
4 maart 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
primair hij op of omstreeks 2 december 2025 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om een telefoon, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welke poging tot diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
die [slachtoffer] heeft/hebben benaderd en/of
de tas van die [slachtoffer] heeft/hebben vastgepakt en/of
aan de tas van die [slachtoffer] heeft/hebben getrokken en/of
de tas van die [slachtoffer] heeft/hebben afgepakt en/of vastgehouden en/of
in de tas van die [slachtoffer] heeft/hebben gekeken en/of
naar de jaszak van die [slachtoffer] heeft/hebben gereikt;
subsidiair hij op of omstreeks 2 december 2025 te Amsterdam opzettelijk en wederrechtelijk een tas, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer] , toebehoorde heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter.
Vrijspraak primair tenlastegelegde
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen.
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het primair tenlastegelegde, omdat niet kan worden bewezen dat de verdachte het oogmerk had een telefoon zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Het hof overweegt als volgt.
De verdachte heeft direct na zijn aanhouding ten overstaan van de politie verklaard dat hij [slachtoffer] (hierna: de aangever) heeft staande gehouden, zijn tas uit zijn handen heeft gepakt en in zijn tas heeft gekeken, omdat hij in de veronderstelling verkeerde dat de aangever eerder die avond zijn telefoon had gestolen. Hij is ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep bij deze verklaring gebleven.
Het hof heeft ter terechtzitting in hoger beroep de camerabeelden van contactmomenten tussen aangever en de verdachte bekeken. Op deze camerabeelden is te zien dat de verdachte en de medeverdachte over straat lopen. Er is een kort moment van verbaal contact tussen de verdachte en aangever, waarop aangever rustig doorfietst en de verdachte rustig achter hem aan komt lopen. Op beelden van een andere camera, korte tijd later, is te zien dat aangever rustig in beeld komt fietsen, nog even achterom kijkt en dan zijn weg vervolgt. Even later verschijnen de verdachte en de medeverdachte in beeld, komend vanuit de richting waarin aangever achterom keek. Zij slaan vervolgens rechtsaf en lopen dus niet langer in dezelfde richting als waarin aangever fietst. Op latere beelden van weer een andere camera is te zien dat aangever de plek nadert waar de verdachte en de medeverdachte op dat moment stilstaan. De verdachte doet aangever stoppen, door voor zijn fiets te gaan staan en het stuur vast te houden. De medeverdachte staat op enige afstand en kijkt rustig toe. De verdachte probeert dan de tas van de aangever uit zijn handen te pakken door er hard aan te trekken, waardoor ook de fiets van de aangever op de grond valt. Als de verdachte in de tas heeft gekeken, worden de tas en de fiets teruggegeven aan de aangever. De verdachte en de medeverdachte lopen vervolgens rustig weg.
Het hof heeft op grond van de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen, in het bijzonder de ter terechtzitting in hoger beroep getoonde camerabeelden, niet de voor een bewezenverklaring vereiste mate van overtuiging gekregen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde. Een aantal omstandigheden passen naar het oordeel van het hof niet bij de uiterlijke verschijningsvorm van een diefstal met (bedreiging met) geweld. Zo handelen de verdachte en de medeverdachte voorafgaand, tijdens en na de contactmomenten met de aangever ogenschijnlijk rustig en worden de tas en de fiets van de aangever na het contact direct aan hem teruggegeven. De alternatieve verklaring van de verdachte wordt bovendien bevestigd door de verklaring die de medeverdachte, eveneens direct na zijn aanhouding en afzonderlijk van de verdachte, heeft afgelegd.
Het hof acht aldus niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte primair is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op of omstreeks 2 december 2025 te Amsterdam opzettelijk en wederrechtelijk een tas die aan
[slachtoffer] toebehoorde heeft vernield.
Hetgeen subsidiair meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het subsidiair bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het subsidiair bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.
Strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het subsidiair bewezenverklaarde uitsluit.
Oplegging van straf
De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg primair bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden, met aftrek van de tijd die de verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden, met aftrek van de tijd die de verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.
De raadsman heeft bepleit dat de verdachte wordt schuldig verklaard zonder oplegging van straf of maatregel. Hij heeft in dat verband een voorwaardelijk verzoek gedaan tot het horen van twee getuigen, voor het geval dat het hof de alternatieve verklaring van de verdachte onaannemelijk zou achten. Dat verzoek behoeft geen bespreking, omdat de voorwaarde niet is vervuld.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich op 3 december 2025 schuldig gemaakt aan de vernieling van een tas. Hij is midden in de nacht voor de fiets van het slachtoffer gaan staan en heeft hem door zo te handelen belet verder te fietsen. Vervolgens heeft hij met kracht de tas van het slachtoffer uit diens handen getrokken, als gevolg waarvan het hengsel van de tas is afgebroken. De verdachte dacht (ten onrechte, zo bleek achteraf) dat het slachtoffer zijn telefoon had gestolen, maar heeft door zijn manier van handelen een voor het slachtoffer zeer angstige situatie gecreëerd. In de beleving van het slachtoffer werd een poging gedaan om iets van hem af te nemen. Hij was daar zo van geschrokken dat hij op de grond viel en moest overgeven. De verdachte heeft hiermee bovendien schade berokkend aan en geen respect getoond voor andermans eigendommen.
Het hof heeft bij het bepalen van straf rekening gehouden met de straffen die in andere gevallen voor een vernieling worden opgelegd en is, met name vanwege de ernst van de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de impact daarvan op het slachtoffer, van oordeel dat in beginsel een taakstraf voor de duur van 30 uren gerechtvaardigd is. De omstandigheid dat de verdachte asielzoeker is, geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland heeft en de Nederlandse taal niet machtig is, zou echter aan de uitvoerbaarheid van de taakstraf in de weg staan. Daarom kiest het hof voor een andere strafmodaliteit, te weten een gevangenisstraf van vergelijkbare duur.
Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is gegrond op artikel 350 van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het subsidiair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 (vijftien) dagen.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N. van der Wijngaart, mr. E.J. Hofstee en mr. J.F. van Halderen, in tegenwoordigheid van
mr. L. van Dijk, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
18 maart 2026.
=========================================================================
[…]
[…]