afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000625-24
datum uitspraak: 10 februari 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 29 februari 2024 op de vordering van het openbaar ministerie ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in de ontnemingszaak met parketnummer 13-845089-14 tegen de betrokkene:
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1955,
adres: [adres].
Procesgang
Het openbaar ministerie heeft in eerste aanleg bij ontnemingsvordering van 1 augustus 2017 gevorderd dat aan de betrokkene de verplichting zal worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat tot een bedrag van € 216.879,29.
De betrokkene is in de strafzaak bij arrest van het gerechtshof Amsterdam van 5 april 2019 onherroepelijk veroordeeld voor – kort gezegd – als leider deelnemen aan een criminele organisatie en het medeplegen van flessentrekkerij.
De rechtbank Amsterdam heeft bij vonnis van 29 februari 2024 de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 100.852,64 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Namens de betrokkene is op 14 maart 2024 hoger beroep ingesteld tegen het ontnemingsvonnis.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 10 februari 2026.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.
Schorsing van de vervolging
De raadsman heeft het hof verzocht de vervolging te schorsen op grond van artikel 16, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv). Hij heeft daartoe aangevoerd dat de betrokkene lijdt aan Lewy Body dementie in een vergevorderd stadium. Ten gevolge daarvan is hij niet langer in staat de strekking van de tegen hem ingestelde vervolging te begrijpen noch om op enige wijze effectief deel te nemen aan de procedure. De betrokkene is zich nauwelijks bewust van zijn omgeving en kan geen coherent gesprek voeren. Er is geen zicht op verbetering gelet op het progressieve karakter van de aandoening. De raadsman heeft het verzoek onderbouwd met onder andere medische stukken en de beschikking op het verzoek tot onderbewindstelling.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de vervolging van de betrokkene schorst op grond van artikel 16 Sv.
Het hof overweegt als volgt.
Artikel 16, eerste lid, Sv bepaalt dat indien de verdachte aan een zodanige psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap lijdt, dat hij niet in staat is de strekking van de tegen hem ingestelde vervolging te begrijpen, de rechter de vervolging schorst, in welke stand zij zich ook bevindt.
Uit het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep en de door de raadsman overgelegde stukken blijkt dat de betrokkene lijdt aan Lewy Body dementie, een progressieve psychogeriatrische aandoening waardoor de cognitie en de mobiliteit van de betrokkene ernstig zijn beperkt. De betrokkene heeft 24 uur per dag begeleiding nodig. De raadsman heeft toegelicht dat de betrokkene enkel in staat is om te zitten, te staan en voor zich uit te kijken. Een coherent gesprek voeren met de betrokkene is niet meer mogelijk. Deze toelichting is in lijn met de inhoud van de door de raadsman overgelegde stukken. Gelet op de toestand van de betrokkene is het hof, met de raadsman en de advocaat-generaal, van oordeel dat de betrokkene niet in staat is de strekking van de tegen hem ingestelde vervolging te begrijpen. Het hof overweegt hierbij dat de ontnemingsvordering een sequeel is van de vervolging in de strafzaak. Op grond van artikel 16 Sv dient het hof de vervolging te schorsen.
BESLISSING
Het hof:
Schorst de vervolging van de betrokkene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.A. Stalenhoef, mr. J.W.H.G. Loyson en mr. L.F. Roseval, in tegenwoordigheid van
mr. S. Geensen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
10 februari 2026.
mr. L.F. Roseval is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.