ECLI:NL:GHAMS:2026:937

ECLI:NL:GHAMS:2026:937

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 12-03-2026
Datum publicatie 08-04-2026
Zaaknummer 200.342.683/01
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Proces-verbaal van mondelinge uitspraak. Schade aan gevel woning door verzakking graafmachine. Onrechtmatig handelen aannemer wegens schending zorgplicht. Aannemer moet schade vergoeden. Wetsartikelen: 6:162 BW, 29a Rv

Uitspraak

MKC TECHNIEK B.V.,

gevestigd te Nieuw-Vennep,

appellante,

advocaat: mr. M.C. Franken-Schoemaker te Houten,

tegen

ASR SCHADEVERZEKERING N.V.,

gevestigd te Utrecht,

geïntimeerde,

advocaat: mr. I. van der Putt-van Vessem te De Bilt.

Partijen worden hierna MKC en ASR genoemd.

Tegenwoordig zijn:

mr. I. de Greef - voorzitter

mr. L.A.J. Dun - raadsheer

mr. G.J.W. Pulles - raadsheer

G.M. Schouten - griffier

Ter zitting zijn verschenen:

aan de zijde van MKC:

- [naam 1] (directeur), bijgestaan door mr. D.E. Burgers, (waarnemend) advocaat te Houten;

aan de zijde van ASR:

- [naam 2] , bijgestaan door mr. Van der Putt-van Vessem voornoemd.

Bij vonnis van 10 april 2024 (hierna: het bestreden vonnis), onder bovenvermeld zaak- en rolnummer gewezen tussen ASR als eiseres en MKC als gedaagde, heeft de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland de vorderingen van ASR toegewezen en MKC veroordeeld in de proceskosten (hierna: het bestreden vonnis).

MKC is bij appeldagvaarding van 12 juni 2024 in hoger beroep gekomen tegen het bestreden vonnis. Zij heeft op 16 december 2024 een memorie van grieven met producties ingediend. ASR heeft op 28 januari 2025 een memorie van antwoord met producties ingediend.

MKC heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en de vorderingen van ASR alsnog zal afwijzen. Daarnaast vorderde zij ASR te veroordelen tot terugbetaling van de door MKC betaalde bedragen in eerste aanleg, vermeerderd met de wettelijke rente, een en ander met veroordeling van ASR in de kosten van beide instanties.

ASR heeft, kort gezegd, geconcludeerd tot bekrachtiging van het bestreden vonnis en gevorderd MKC te veroordelen in, naar het hof begrijpt, de proceskosten in hoger beroep, met rente en inclusief nakosten.

Tijdens de mondelinge behandeling op 12 maart 2026 hebben mr. Burgers en mr. Van der Putt-van Vessem de zaak toegelicht aan de hand van spreekaantekeningen die zij hebben overgelegd. Partijen hebben hun standpunten toegelicht en vragen van het hof beantwoord.

Van het verhandelde op de zitting zijn zittingsaantekeningen gemaakt, die zo nodig in een apart proces-verbaal worden uitgewerkt.

Na een schorsing en hervatting van de zitting heeft het hof mondeling uitspraak gedaan, die in dit proces-verbaal schriftelijk wordt weergegeven.

Beoordeling

1. Het hof neemt de feiten over die de kantonrechter in rechtsoverweging 2.1 t/m 2.4 van het bestreden vonnis heeft vastgesteld.

2. Het hof bekrachtigt het bestreden vonnis en motiveert dat als volgt.

3. Als grieven 1 en 2 heeft MKC kort gezegd het volgende betoogd.

MKC heeft niet onrechtmatig gehandeld. Zij hoefde geen bodemonderzoek te doen, dat lag op de weg van [bedrijf] , als opdrachtgever, of de bouwer. In dit geval moet rekening worden gehouden met de opvolgende werkzaamheden die hier waren verricht. MKC start pas als de bouwlocatie is vrijgegeven en die moet dan geschikt zijn om met de graafmachine werkzaamheden op het perceel te verrichten. De schade was niet voorzienbaar. Dat de grond niet goed was verhard, komt voor rekening en risico van [bedrijf] of de bouwer.

4. De vraag die dus in hoger beroep moet worden beantwoord, is op wiens weg het lag om te onderzoeken of en te verzekeren dat de ondergrond geschikt was voor het uitvoeren van de graafwerkzaamheden met de desbetreffende graafmachine.

5. Het hof is het met de kantonrechter eens dat die verantwoordelijkheid en zorgplicht op MKC rustten en niet op [bedrijf] of de bouwer. Het hof neemt over wat de kantonrechter daarover heeft overwogen in rechtsoverweging 4.2 t/m 4.4. Van MKC mag de nodige zorgvuldigheid worden verwacht om schade aan eigendommen van derden te voorkomen.

6. Het hof merkt verder nog op dat de grondslag voor de vordering van ASR onrechtmatig handelen van MKC is. De contractuele relaties tussen [bedrijf] en de bouwer of Liander spelen bij de beoordeling daarvan geen rol. Dat geldt ook voor de keten van opvolgende verantwoordelijkheden.

7. Niet gesteld of gebleken is overigens in dit verband, dat ergens contractueel is vastgelegd dat MKC niet verantwoordelijk is voor de controle van de ondergrond. En erop mag vertrouwen dat als zij aan het werk gaat, die ondergrond voldoende verhard is. De verplichtingen die [bedrijf] jegens Liander had, gingen trouwens ook niet zover dat [bedrijf] ervoor moest zorgen dat de ondergrond voldoende verhard was.

8. MKC heeft dus onrechtmatig gehandeld jegens [bedrijf] . Dat dit tot schade zou kunnen leiden was ook voorzienbaar, omdat, zoals in dit geval ook gebleken is, het uitvoeren van graafwerkzaamheden met een graafmachine op een niet goed verharde ondergrond tot dit soort situaties kan leiden.

9. MKC moet die schade aan [bedrijf] , en dus in dit geval aan ASR, vergoeden.

10. ASR heeft een rapport van DEKRA, een begroting en een factuur van Koenraads overgelegd ter onderbouwing van haar vordering van € 12.392,37. In grief 3 betwist MKC de juistheid van deze stukken en de hoogte van de vordering. Het hof is echter, net als de kantonrechter, van oordeel dat die betwisting onvoldoende is. Deze is namelijk niet voldoende onderbouwd met concrete stukken die in een andere richting wijzen.

11. Dit betekent dat alle grieven falen, ook grieven 4 en 5, die gaan over onder meer de wettelijke rente, de kosten en de beslissing van de kantonrechter.

Beslissing

Het hof:

bekrachtigt het bestreden vonnis;

veroordeelt MKC in de proceskosten in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van ASR begroot op € 2.175,- aan verschotten en € 2.580,- aan salaris, te betalen binnen veertien dagen na de betekening van dit proces-verbaal en - voor het geval betaling niet binnen die termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente;

veroordeelt MKC tot betaling van € 189,- voor nasalaris, te vermeerderen met € 98,- voor nasalaris en de kosten van het betekeningsexploot als betekening van dit proces-verbaal plaatsvindt;

verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal dat conform artikel 29a lid 3 Rv is ondertekend door de voorzitter.

--------------------------------

voorzitter

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?