GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.104.504/01
(zaaknummer rechtbank Zwolle-Lelystad 187207/HL ZA 11-789)
arrest van de eerste kamer van 5 november 2013
in de zaak van
[appellant],
wonende te [woonplaats],
appellant,
in eerste aanleg: eiser in conventie en verweerder in reconventie,
hierna: [appellant],
advocaat: mr.ing B. Jans, kantoorhoudend te Groningen,
tegen
AIS Vliegopleidingen B.V.,
gevestigd te Lelystad,
geïntimeerde,
in eerste aanleg: gedaagde in conventie en eiseres in reconventie,
hierna: AIS,
advocaat: mr. B.W.G. Orth, kantoorhoudend te Huizen.
1. Het geding
De inhoud van het tussenarrest van 19 februari 2013 wordt overgenomen. Op 8 mei 2013 heeft een comparitie van partijen plaatsgevonden. Vervolgens heeft AIS een memorie na comparitie genomen. Daarop heeft [appellant] een antwoord-memorie na comparitie genomen. AIS heeft daarna pleidooi gevraagd.
2. De beoordeling
Gelet op de stand van het geding ziet het hof aanleiding om een comparitie van partijen te gelasten. Ieder van partijen zal in de gelegenheid worden gesteld om haar standpunt toe te lichten, desgewenst aan de hand van een ter zitting over te leggen nota die uit maximaal twee bladzijden bestaat. Voorts zullen eventueel inlichtingen worden ingewonnen en zal eventueel een schikking worden beproefd. Indien geen regeling tot stand komt en de zaak niet naar mediation wordt verwezen, zal het hof peilen of er bij partijen behoefte bestaat om alsnog pleidooi te houden.
3. De beslissing
Het gerechtshof:
alvorens verder te beslissen:
beveelt een verschijning van partijen, in persoon of deugdelijk vertegenwoordigd, desgewenst vergezeld van de raadslieden, tot het geven van inlichtingen en het beproeven van een schikking;
bepaalt dat deze verschijning van partijen zal worden gehouden in het Paleis van Justitie, Wilhelminaplein 1 te Leeuwarden, op donderdag 14 november 2013 te 13:30 uur voor mr. L. Groefsema, hiertoe benoemd tot raadsheer‑commissaris;
verstaat, voor het geval één van partijen zich tijdens vorenbedoelde comparitie wenst te beroepen op de inhoud van schriftelijke bescheiden, dat deze bescheiden ter comparitie bij akte in het geding moeten worden gebracht, alsmede dat een kopie van die akte uiterlijk veertien dagen voor de datum van de comparitie moeten worden gezonden aan de griffie van het hof en aan de wederpartij.
Dit arrest is gewezen door mr. J.M. Rowel - van der Linde, mr. L. Groefsema en mr. A.M. Koene en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 5 november 2013.