ECLI:NL:GHARL:2014:10096

ECLI:NL:GHARL:2014:10096, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23-12-2014, 21-006202-13

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 23-12-2014
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 21-006202-13
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Leeuwarden
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 4 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854

Samenvatting

Veroordeling voor mensenhandel Artikel 273f Wetboek van Strafrecht. Roemeense straatkrantverkopers in Friesland.

Uitspraak

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 25 juni 2013 met parketnummer 17-924161-11 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1967],

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 3 september 2013, 14 januari 2014, 11 december 2014, het arrest van 28 januari 2014 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot:

Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsman,

mr. P.S.A. Bovens, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg- tenlastegelegd dat:

feit 1:hij in of omstreeks de periode van 1 september 2010 tot en met 1 oktober 2011 te Roemenië en/of [plaats] en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

sub 1.- een man ([benadeelde1]) door dwang en/of geweld en/of een of meer andere feitelijkheden of door dreiging met geweld of een of meer andere feitelijkheden en/of door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap had over die [benadeelde1], heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen met het oogmerk van uitbuiting van die [benadeelde1],

en/of

sub 4.- een man ([benadeelde1]) met een van de onder sub 1 genoemde middelen heeft gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten dan wel onder een of meer van de onder sub 1 genoemde omstandigheden enige handelingen heeft ondernomen waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [benadeelde1] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten,

en/of

sub 6.opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van een man, ([benadeelde1]), immers heeft verdachte met een of meer van zijn mededaders en/of alleen,

(artikel 273 f lid 1 sub 1 en/of sub 4 en/of sub 6 en/of lid 2 en/of lid 3 sub 1 Wetboek van Strafrecht)

feit 2:hij in of omstreeks de periode van 1 september 2010 tot en met 1 oktober 2011 te Roemenië en/of [plaats] en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

sub 1.- een vrouw [benadeelde2]) door dwang en/of geweld en/of een of meer andere feitelijkheden of door dreiging met geweld of een of meer andere feitelijkheden en/of door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap had over die [benadeelde2], heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen met het oogmerk van uitbuiting van die [benadeelde2],

en/of

sub 4.- een vrouw [benadeelde2]) met een van de onder sub 1 genoemde middelen heeft gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten dan wel onder een of meer van de onder sub 1 genoemde omstandigheden enige handelingen heeft ondernomen waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [benadeelde2] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten,

en/of

sub 6.opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van een vrouw, [benadeelde2]), immers heeft verdachte met een of meer van zijn mededaders en/of alleen,

(artikel 273 f lid 1 sub 1 en/of sub 4 en/of sub 6 en/of lid 2 en/of lid 3 sub 1 Wetboek van Strafrecht)

feit 3:hij in of omstreeks de periode van 1 september 2010 tot en met 18 november 2011 te Roemenië en/of [plaats] en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

sub 1.- een man [benadeelde3]) door dwang en/of geweld en/of een of meer andere feitelijkheden of door dreiging met geweld of een of meer andere feitelijkheden en/of door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap had over die [benadeelde3], heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen met het oogmerk van uitbuiting van die [benadeelde3],

en/of

sub 4.- een man [benadeelde3]) met een van de onder sub 1 genoemde middelen heeft gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten dan wel onder een of meer van de onder sub 1 genoemde omstandigheden enige handelingen heeft ondernomen waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [benadeelde3] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten,

en/of

sub 6.opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van een man, [benadeelde3]), immers heeft verdachte met een of meer van zijn mededaders en/of alleen,

terwijl die [benadeelde3] de Nederlandse taal niet machtig was en/of onbekend was in Nederland en/of met de Nederlandse regels en/of wetten en/of gewoonten en/of gebruiken en/of bijna niemand in Nederland kende en/of aldus bewerkstelligd dat die [benadeelde3] van hen verdachten afhankelijk was; (artikel 273 f lid 1 sub 1 en/of sub 4 en/of sub 6 en/of lid 2 en/of lid 3 sub1 Wetboek van Strafrecht)

feit 4:hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2011 tot en met 23 december 2011 te Roemenië en/of [plaats] en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

sub 1.- een vrouw/meisje [benadeelde4] (geboren op [1997]) door dwang en/of geweld en/of een of meer andere feitelijkheden of door dreiging met geweld of een of meer andere feitelijkheden en/of door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap had over die [benadeelde4], heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen met het oogmerk van uitbuiting van die [benadeelde4],

en/of

sub 2.- een vrouw/meisje [benadeelde4] (geboren op [1997]) heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [benadeelde4], terwijl deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt;

en/of

sub 4.- een vrouw/meisje [benadeelde4] (geboren op [1997]) met een van de onder sub 1 genoemde middelen heeft gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten dan wel onder een of meer van de onder sub 1 genoemde omstandigheden enige handelingen heeft ondernomen waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [benadeelde4] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten,

en/of

sub 6.- opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van een vrouw/meisje [benadeelde4] (geboren op [1997]), immers heeft verdachte met een of meer van zijn mededaders en/of alleen,

terwijl die [benadeelde4] de Nederlandse taal niet machtig was en/of onbekend was in Nederland en/of met de Nederlandse regels en/of wetten en/of gewoonten en/of gebruiken en/of bijna niemand in Nederland kende en/of aldus bewerkstelligd dat die [benadeelde4] van hen verdachten afhankelijk was; (artikel 273 f lid 1 sub 2 en/of sub 6 en/of lid 3 sub 1 en/of 2 Wetboek van Strafrecht)

feit 5:dat [medeverdachte3] in of omstreeks de periode van 1 juli 2011 tot en met 23 december 2011 te [plaats], meermalen met [benadeelde4] (geboren op [1997]), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde4], hebbende die [medeverdachte3] zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [benadeelde4] geduwd/gebracht, bij en/of tot het plegen van welk feit verdachte in of omstreeks de periode van 1 juli 2011 tot en met 23 december 2011, te [plaats] en/of elders in Nederland en/of in Roemenië opzettelijk behulpzaam is geweest en/of gelegenheid heeft verschaft, immers heeft/hebben de seksuele handelingen plaatsgevonden in de door verdachte en zijn partner bewoonde woning en/of heeft verdachte deze handelingen laten plaatsvinden zulks terwijl op hem een plicht tot ingrijpen rustte; (artikel 245 jo. 48 Wetboek van Strafrecht)

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen met betrekking tot het bewijs

Ten aanzien van het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde:

Verdachte en zijn medeverdachten hebben aangevers uit Roemenië over laten komen dan wel meegenomen om in Nederland straatkranten te gaan verkopen. Aangevers hebben allemaal ook daadwerkelijk in Nederland straatkranten verkocht.

Verdachte en zijn medeverdachten wordt, onder andere, verweten dat zij zich ten aanzien van deze aangevers schuldig hebben gemaakt aan het delict mensenhandel, strafbaar gesteld bij artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht.

De wetgever omschrijft het delict mensenhandel als volgt:

Mensenhandel is kort gezegd het dwingen – in ruime zin – van mensen om zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of (seksuele) diensten of om eigen organen beschikbaar te stellen. Mensenhandel is (gericht op) uitbuiting. Bij de strafbaarstelling van mensenhandel staat het belang van het individu steeds voorop. Dat belang is het behoud van zijn of haar lichamelijke en geestelijke integriteit en persoonlijke vrijheid. De staat dient strafrechtelijke bescherming te bieden tegen aantasting van het recht op die integriteit en vrijheid.

De Hoge Raad heeft in haar arrest van 27 oktober 2009 (ECLI:NL:HR:2009:BI7099) - een zaak van illegale Chinese arbeiders werkzaam in Chinese horeca in Nederland- nadere invulling gegeven aan het begrip uitbuiting en heeft het volgende overwogen:

“De vraag of –en zo ja, wanneer – sprake is van uitbuiting in de zin van artikel 273a (oud) van het Wetboek van Strafrecht, is niet in algemene termen te beantwoorden, maar is sterk verweven met de omstandigheden van het geval. Daarbij komt in een geval als in casu onder meer betekenis toe aan de aard en duur van de tewerkstelling, de beperkingen die zij voor betrokkene meebrengt, en het economisch voordeel dat daarmee door de tewerksteller wordt behaald. Bij de weging van deze en andere relevante factoren dienen de in de Nederlandse samenleving geldende maatstaven als referentiekader te worden gehanteerd.”

Uit het arrest van de Hoge Raad van 6 juli 1999 (ECLI:NL:HR:1999:AB9475) blijkt dat de omstandigheid dat de slachtoffers vrijwillig betrokken zijn geraakt bij de werkzaamheden of reeds eerder deze werkzaamheden verrichten niet in de weg staat aan een veroordeling voor mensenhandel. Er kan sprake zijn van een uitbuitingssituatie indien de gedragingen van verdachte en/of zijn medeverdachten ertoe strekken de slachtoffers te belemmeren in hun vrijheid met die werkzaamheden op te houden.

Uit de voorhanden zijnde bewijsmiddelen blijkt ten aanzien van de aangevers [benadeelde1] en [benadeelde2], onder meer, dat:

Gelet op het vorenstaande is het hof van oordeel dat de aangevers [benadeelde1] en [benadeelde2] een zodanige feitelijke vrijheid genoten, met name gelet op het beschikken over een auto, eigen geld en Nederlandse kennissen, dat niet geconcludeerd kan worden dat zij werden uitgebuit door verdachten. Zij hadden de vrijheid zich te onttrekken aan het verkopen van de straatkranten.

Derhalve dient verdachte vrijgesproken te worden van het onder 1 en 2 tenlastegelegde.

Ten aanzien van aangever [benadeelde3] blijkt uit de voorhanden zijnde bewijsmiddelen, onder meer, dat:

Het hof is van oordeel dat, mede gelet op het vorenstaande, bewezen is dat ten aanzien van aangever [benadeelde3] sprake is geweest van dwang, geweld, dreiging met geweld, misleiding, misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en misbruik van een kwetsbare positie. [benadeelde3] is door een valse voorstelling van zaken overgehaald om naar Nederland te komen en had eenmaal in Nederland aangekomen niet de vrijheid om zich te onttrekken aan het verkopen van straatkranten en het afstaan van de verdiensten aan verdachten.

Ten aanzien van aangeefster [benadeelde4] blijkt uit de voorhanden zijnde bewijsmiddelen, onder meer, dat:

Naar het oordeel van het hof is bewezen dat aangeefster minderjarig was ten tijde van de tenlastegelegde feiten en dat ten opzichte van haar sprake is geweest van dwang, geweld, dreiging met geweld, misleiding, misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en misbruik van een kwetsbare positie door verdachte en zijn medeverdachten.

Evenals aangever [benadeelde3] had zij niet de vrijheid om zich te onttrekken aan het verkopen van straatkranten en het afstaan van de verdiensten aan verdachten. Als minderjarige opgenomen in de familie en de woning van verdachte had er juist voor haar gezorgd moeten worden door die familie. In plaats daarvan is zij door hen uitgebuit.

Het oogmerk van uitbuiting dient te worden bewezen voor zover het tenlastegelegde ziet op het bepaalde in artikel 273f, eerste lid, sub 1 en 2, van het Wetboek van Strafrecht.

Met de rechtbank is het hof van oordeel dat er sprake is geweest van het oogmerk van uitbuiting ten opzichte van de aangevers [benadeelde3] en [benadeelde4]. Oogmerk veronderstelt tenminste een noodzakelijkheidsbewustzijn van het gewenste gevolg/resultaat. Bij mensenhandel is dit gelegen in financieel gewin.

[benadeelde3] en [benadeelde4] moesten alle verdiensten afstaan aan verdachten, zij werden gedwongen veel en lange werkdagen te maken en zij moesten de woning met vele anderen delen, terwijl [benadeelde3] daarvoor ook relatief veel voor in rekening werd gebracht. Hieruit leidt het hof af dat verdachten het oogmerk hadden van uitbuiting van [benadeelde3] en [benadeelde4].

Ten aanzien van het onder 5 tenlastegelegde

Aan verdachte is tenlastegelegd dat hij medeplichtig is aan een zedendelict doordat hij heeft nagelaten te beletten dat zijn zoon [medeverdachte3]. seks had met de veertienjarige [benadeelde4].

Ter terechtzitting van het hof heeft de raadsman van verdachte vrijspraak bepleit van dit feit omdat er geen sprake is geweest van enige passieve medeplichtigheid van verdachte.

Het hof overweegt hieromtrent het volgende.

Van medeplichtigheid door nalaten is alleen sprake indien op de betrokkene een plicht tot handelen rustte.

[benadeelde4] heeft verklaard dat zij sinds haar dertiende jaar een relatie had met de toen vijfentwintigjarige [medeverdachte3], waarbij zij leefden als man en vrouw.

[medeverdachte3]. is de zoon van verdachte en medeverdachte [medeverdachte2]. Vanaf juli 2010 hadden [benadeelde4] en [medeverdachte3]. ook een seksuele relatie. De medeverdachte (vrouw van verdachte) was in Roemenië betrokken geweest bij het tot stand brengen van deze relatie. [benadeelde4] was in Roemenië door haar moeder aan de zorg van de vrouw van verdachte toevertrouwd. De moeder van [benadeelde4] had namelijk voor de duur van een jaar een machtiging afgegeven op basis waarvan [benadeelde4] met de vrouw van verdachte of [medeverdachte3] naar het buitenland mocht reizen. Zij wist ook dat [benadeelde4] een seksuele relatie met [medeverdachte3]. had. Zij hadden samen een eigen slaapkamer in de woning van verdachte en zijn vrouw. [benadeelde4] was feitelijk uitgehuwelijkt aan [medeverdachte3].

Uit de eigen verklaring van verdachte en de medeverdachten blijkt dat verdachte het hoofd van zijn Roma-familie is en dat er weinig in de familie gebeurt zonder dat hij het weet. Het hof acht het uitgesloten dat verdachte niet heeft geweten dat [benadeelde4] als zijn schoondochter in de familie is opgenomen met de daarbij behorende omgangsvormen en seksuele handelingen tussen haar en zoon [medeverdachte3].

Het hof is met de rechtbank van oordeel dat nu verdachte wist dat in zijn woning een seksuele relatie bestond tussen zijn vijfentwintigjarige zoon en een meisje van veertien jaar, dat door haar moeder aan de zorg van zijn vrouw was toevertrouwd, op hem een rechtsplicht rustte om in te grijpen. Verdachte heeft nagelaten in te grijpen en derhalve acht het hof de tenlastegelegde medeplichtigheid bewezen.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 3, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

3:hij in de periode van 1 september 2010 tot en met 18 november 2011 te Roemenië en [plaats], tezamen en in vereniging met anderen,

sub 1.- een man [benadeelde3]) door dwang en geweld en door dreiging met geweld en door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie, heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest en opgenomen met het oogmerk van uitbuiting van die [benadeelde3],

en

sub 4.- een man [benadeelde3]) met een van de onder sub 1 genoemde middelen heeft gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid,

en

sub 6.- opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van een man, [benadeelde3]), immers heeft verdachte met een of meer van zijn mededaders,

terwijl die [benadeelde3] de Nederlandse taal niet machtig was en onbekend was in Nederland en met de Nederlandse regels en wetten en gewoonten en gebruiken en bijna niemand in Nederland kende en aldus bewerkstelligd dat die [benadeelde3] van hen verdachten afhankelijk was;

4:hij in de periode van 1 juli 2011 tot en met 23 december 2011 te [plaats], tezamen en in vereniging met anderen,

sub 1.- een vrouw/meisje [benadeelde4] (geboren op [1997]) door dwang en geweld en door dreiging met geweld en door meer andere feitelijkheden en door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie, heeft gehuisvest en opgenomen met het oogmerk van uitbuiting van die [benadeelde4],

en

sub 2.- een vrouw/meisje [benadeelde4] (geboren op [1997]) heeft gehuisvest en opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [benadeelde4], terwijl deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt;

en

sub 4.- een vrouw/meisje [benadeelde4] (geboren op [1997]) met een van de onder sub 1 genoemde middelen heeft gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid,

en

sub 6.- opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van een vrouw/meisje [benadeelde4] (geboren op [1997]), immers heeft verdachte met een of meer van zijn mededaders,

terwijl die [benadeelde4] de Nederlandse taal niet machtig was en onbekend was in Nederland en met de Nederlandse regels en wetten en gewoonten en gebruiken en bijna niemand in Nederland kende en aldus bewerkstelligd dat die [benadeelde4] van hen verdachten afhankelijk was;

5:dat [medeverdachte3] in de periode van 1 juli 2011 tot en met 23 december 2011 te [plaats], meermalen met [benadeelde4] (geboren op [1997]), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde4], hebbende die [medeverdachte3] zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [benadeelde4] geduwd/gebracht;

tot het plegen van welk feit verdachte in de periode van 1 juli 2011 tot en met 23 december 2011 te [plaats] opzettelijk gelegenheid heeft verschaft, immers hebben de seksuele handelingen plaatsgevonden in de door verdachte en zijn partner bewoonde woning en heeft verdachte deze handelingen laten plaatsvinden zulks terwijl op hem, een plicht tot ingrijpen rustte.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 3 bewezen verklaarde levert op:

mensenhandel, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Het onder 4 bewezen verklaarde levert op:

mensenhandel, terwijl de persoon ten aanzien van wie het feit wordt gepleegd, de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt.

Het onder 5 bewezen verklaarde levert op:

medeplichtigheid aan met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Door verdachte en medeverdachten zijn aangevers [benadeelde3] en [benadeelde4] uitgebuit. Verdachte en medeverdachten hebben misbruik gemaakt van het vertrouwen van mensen die het in Roemenië al niet zo goed hebben. Eenmaal in Nederland werden aangevers beknot in hun vrijheid, waren zij afhankelijk van verdachte en medeverdachten en werden zij gedwongen hun verdiensten af te staan. De afhankelijkheid werd snel opgebouwd en gecultiveerd. Geweld werd niet geschuwd jegens aangevers.

Daarbij is van belang dat [benadeelde4] slechts veertien oud was en als minderjarige de zorg van volwassenen nodig had en onderwijs diende te volgen. In plaats van de nodige zorg te krijgen werd zij uitgebuit.

Daarnaast heeft verdachte niet ingegrepen toen zijn vijfentwintigjarige zoon in zijn woning seks met de toen veertienjarige [benadeelde4] had, en is hij medeplichtig aan deze strafbare daad van zijn zoon.

Het hof rekent verdachte deze feiten zwaar aan en zal hem zwaarder straffen dan zijn vrouw omdat hij een leidende rol in het geheel heeft gehad.

Uit het de verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie van 31 oktober 2014 blijkt dat verdachte in Nederland niet eerder voor strafbare feiten is veroordeeld.

Het hof is met de rechtbank en de advocaat-generaal van oordeel dat deze feiten niet anders bestraft kunnen worden dan door een langdurige gevangenisstraf. Aan verdachte wordt een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren en 6 maanden opgelegd.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 7.800,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 3.000,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het onder 1 ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in haar vordering niet worden ontvangen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde2]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 7.000,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 3.000,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het onder 2 ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in haar vordering niet worden ontvangen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde3]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Op het betreffende voegingsformulier is geen bedrag ingevuld. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard.

In hoger beroep is door de benadeelde partij [benadeelde3] nog steeds geen te vorderen bedrag ingevuld op het voegingsformulier. De benadeelde partij kan daarom in haar vordering niet worden ontvangen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde4]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 20.280,00, bestaande uit € 5.280,00 materiële schade en € 15.000,00 immateriële schade. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 13.480,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 4 en 5 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 10.280,00, bestaande uit € 5.280,00 materiële schade en € 5.000,00 immateriële schade. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Anders dan de rechtbank is het hof van oordeel dat er geen kosten van levensonderhoud van afgetrokken dienen te worden, nu [benadeelde4] als veertienjarige (opgenomen in de familie van verdachte) door verdachte en zijn familie onderhouden diende te worden in plaats van andersom.

Voor het overige is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 48, 57, 245 en 273f van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 3, 4 en 5 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 3, 4 en 5 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) jaren en 6 (zes) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde1]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde1] in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde2]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde2] in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde3]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde3] in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde4]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde4] ter zake van het onder 4, 5 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 10.280,00 (tienduizend tweehonderdtachtig euro) bestaande uit € 5.280,00 (vijfduizend tweehonderdtachtig euro) materiële schade en € 5.000,00 (vijfduizend euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij in zoverre haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 23 december 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 23 december 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde4], een bedrag te betalen van € 10.280,00 (tienduizend tweehonderdtachtig euro) bestaande uit € 5.280,00 (vijfduizend tweehonderdtachtig euro) materiële schade en € 5.000,00 (vijfduizend euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 86 (zesentachtig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 23 december 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 23 december 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Aldus gewezen door

mr. L.J. Hofstra, voorzitter,

mr. H.J. Deuring en mr. T.M.L. Wolters, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. M. Nijhuis, griffier,

en op 23 december 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NJFS 2015/79
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?