ECLI:NL:GHARL:2014:1236

ECLI:NL:GHARL:2014:1236, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 20-02-2014, WAHV 200.119.209

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 20-02-2014
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer WAHV 200.119.209
Rechtsgebied Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Leeuwarden
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:GHARL:2013:7354
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 7 zaken
8 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001903 BWBR0002415 BWBR0004581 BWBR0005416 BWBR0005645 BWBR0006358 BWBR0006622 BWBR0006847

Samenvatting

Vervolg na tussenarrest van 7 oktober 2013 (ECLI:NL:GHARL:2013:7354). Artikel 3, tweede lid, WAHV. Bij registercontrole door de RDW kan het hof niet vaststellen dat de administratieve sanctie is opgelegd door een daartoe bevoegde ambtenaar. De RDW vermeldt bij registercontroles de verbalisantcode 404040. Uit deze code kan niet worden afgeleid welke opsporingsambtenaar de administratieve sanctie in het voorliggende geval heeft opgelegd. Volgens de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften mogen ook bij registercontroles alleen daartoe bevoegde ambtenaren een administratieve sanctie opleggen.

Uitspraak

Het tussenarrest

WAHV 200.119.209

20 februari 2014

CJIB 156258696

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

locatie Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam

van 2 oktober 2012

betreffende

[de betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [plaats],

voor wie als gemachtigde optreedt [de gemachtigde],

wonende te [plaats].

De inhoud van het tussenarrest van 7 oktober 2013 (ECLI:NL:GHARL:2013:7354, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl ) wordt hier overgenomen en geacht te zijn ingevoegd.

Het verdere procesverloop

Op 13 december 2013 is aanvullende informatie van de advocaat-generaal ingekomen. Dit betreft een ongedateerd schrijven met bijlagen van [naam], Unitmanager Handhaving, afdeling Registratie en Informatie bij de RDW te Veendam.

De gemachtigde van de betrokkene is in de gelegenheid gesteld hierop een reactie te geven. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

Zoals het hof reeds heeft gesteld in het tussenarrest, zijn ingevolge artikel 3, tweede lid, van de WAHV de in het eerste lid bedoelde ambtenaren bevoegd tot het opleggen van een administratieve sanctie ter zake van de door hen of op geautomatiseerde wijze vastgestelde gedragingen aan personen die de leeftijd van twaalf jaren hebben bereikt.

In het onderhavige geval is een sanctie opgelegd ter zake van een op geautomatiseerde wijze vastgestelde gedraging, waarbij in het zaakoverzicht de verbalisantcode 404040 is vermeld. In het hoger beroepschrift heeft de officier van justitie gesteld dat de verbalisantcode 404040 wordt toegepast om onderscheid te kunnen maken tussen een geautomatiseerd proces en een handeling van een buitengewoon opsporingsambtenaar van de RDW. Bij het tussenarrest heeft het hof de advocaat-generaal verzocht de vraag te beantwoorden of in dit geval, alsmede in hiermee vergelijkbare gevallen, de sanctie is opgelegd door een daartoe bevoegde ambtenaar in de zin van voormelde bepaling.

Naar aanleiding hiervan heeft de advocaat-generaal bovengenoemd schrijven met bijlagen van [naam] in het geding gebracht.

Het hof heeft op grond van deze informatie evenwel niet kunnen vaststellen dat de onderhavige sanctie door een bevoegde ambtenaar in de zin van voormeld wetsartikel is opgelegd. Uit het schrijven van [naam] begrijpt het hof dat uit de verbalisantcode 404040 niet kan worden herleid welke opsporingsambtenaar in een concreet geval daadwerkelijk de gedraging heeft vastgesteld op basis van controle van het geautomatiseerde proces en vervolgens ter zake hiervan een administratieve sanctie heeft opgelegd. [naam] stelt (enkel) dat hij de hoedanigheid van buitengewoon opsporingsambtenaar bezit en dat hij gekoppeld is aan, en (naar het hof begrijpt op grond van zijn functie als Unitmanager Handhaving) verantwoordelijk is voor, de zaken met verbalisantcode 404040. Ook nadat van de zijde van de advocaat-generaal hier expliciet naar is gevraagd, is echter niet de vraag beantwoord welke opsporingsambtenaar ter zake van de onderhavige gedraging een administratieve sanctie heeft opgelegd.

Het voorgaande leidt er toe dat niet is komen vast te staan dat de sanctie door een daartoe bevoegde ambtenaar is opgelegd. Dit brengt mee dat de inleidende beschikking, waarbij die sanctie is opgelegd, niet in stand kan blijven. De kantonrechter heeft de inleidende beschikking dan ook terecht vernietigd, zij het op andere gronden. Het hof zal die beslissing daarom bevestigen, met verbetering van gronden.

Beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mrs. Beswerda, Van Schuijlenburg en De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Arntz als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Arntz

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl VR 2014/30 met annotatie van J.B.H.M. Simmelink
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?