ECLI:NL:GHARL:2014:2002

ECLI:NL:GHARL:2014:2002, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 11-03-2014, 200.116.116-01

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 11-03-2014
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 200.116.116-01
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 4 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0003045 BWBR0005291

Samenvatting

Besloten vennootschap wordt ontbonden, waarna toepassing wordt gegeven aan artikel 2:19 lid 4 BW. Nadien cedeert deze vennootschap vordering op geïntimeerde aan appellant, de gewezen bestuurder van de vennootschap. Ten tijde van de cessie had vennootschap opgehouden te bestaan. Cessie om die reden niet rechtsgeldig.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.116.116/01

(zaaknummer rechtbank Zwolle-Lelystad 577597 CV EXPL 11-6618)

arrest van de eerste kamer van 11 maart 2014

in de zaak van

[appellant],

wonende te [woonplaats 1],

appellant,

in eerste aanleg: eiser,

hierna: [appellant],

advocaat: mr. D.J.G.G. van Sommeren, kantoorhoudend te Nijmegen,

tegen

[geïntimeerde] ,

wonende te [woonplaats 2],

geïntimeerde,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna: [geïntimeerde],

advocaat: mr. S. Buddingh-Toes, kantoorhoudend te Leusden.

Het hof neemt het tussenarrest van 8 januari 2013 hierbij over.

1. Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

Bij genoemd tussenarrest is een comparitie van partijen bepaald. Deze comparitie heeft niet plaatsgevonden.

Vervolgens zijn de volgende stukken gewisseld:

- de memorie van grieven (met een productie),

- de memorie van antwoord (met producties).

Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

2. De beoordeling van het geschilNieuwe producties

[geïntimeerde] heeft bij memorie van antwoord nieuwe producties in het geding gebracht. [appellant] heeft nog niet op deze producties kunnen reageren. Het hof zal deze producties buiten beschouwing laten. Uit hetgeen hierna volgt, blijkt dat [geïntimeerde] daardoor niet in zijn belangen wordt geschaad. Procedure in eerste aanleg

[appellant] heeft [geïntimeerde] gedagvaard voor de kantonrechter te Zwolle en betaling gevorderd van een bedrag van € 2.501,- met rente en kosten. Aan deze vordering heeft hij ten grondslag gelegd dat hij in opdracht en voor rekening van [geïntimeerde] in 2010 bemiddelingswerkzaamheden heeft verricht.

[geïntimeerde] heeft verweer gevoerd. Hij heeft onder meer aangevoerd dat hij geen overeenkomst is aangegaan met [appellant], maar met [B.V. X], een vennootschap waarvan [appellant] bestuurder was. Niet [appellant] (in persoon), maar [B.V. X] heeft in opdracht van [geïntimeerde] bemiddelingsactiviteiten verricht, aldus [geïntimeerde].

De kantonrechter heeft in zijn vonnis van 20 maart 2012 overwogen dat niet als vaststaand kan worden aangenomen dat de bemiddelingswerkzaamheden op het conto komen van [appellant] als privépersoon. De kantonrechter heeft [appellant] in de gelegenheid gesteld te bewijzen dat hij vanaf 1 januari 2010 als eenmanszaak/privépersoon met [geïntimeerde] heeft gehandeld.

Nadat een getuigenverhoor (van [appellant] als partijgetuige) had plaatsgevonden en [appellant] nog bewijsstukken in het geding had gebracht, heeft de kantonrechter in het eindvonnis van 5 juni 2012 geoordeeld dat [appellant] niet in het hem opgedragen bewijs is geslaagd. De kantonrechter heeft de vordering van [appellant] afgewezen en hem in de proceskosten veroordeeld. Bespreking van de grieven

Met grief I betoogt [appellant] dat de discussie over de vraag wie in 2010 de contractpartij van [geïntimeerde] was niet meer relevant is, omdat [B.V. X] de volgens [geïntimeerde] bestaande provisievordering aan hem, [appellant], heeft gecedeerd. [appellant] beroept zich in dat verband op een door hem in het geding gebrachte en op 14 maart 2013 gedateerde onderhandse akte, die als volgt luidt:“CESSIE VAN VORDERING OP NAAMDe ondergetekende:[appellant], bestuurder van de ontbonden BESLOTEN VENNOOTSCHAP MET BEPERKTE AANSPRAKELIJKHEID [B.V. X], voorheen gevestigd te Duiven aan de Kleipeer nummer 3,

verklaart bij dezen als volgt:

de BESLOTEN VENNOOTSCHAP MET BEPERKTE AANSPRAKELIJKHEID [B.V. X] is d.d. 19 april 2010 ontbonden, daar geen bekende baten meer aanwezig waren.De heer [geïntimeerde] stelt echter dat er nog wel een baat zou zijn, te weten een vordering terzake van provisie van € 2.501,- van [B.V. X] op de heer [geïntimeerde]. Deze vordering ad € 2.501,- zou d.d. 17 maart 2011 aldus [geïntimeerde] ten onrechte gefactureerd zijn door ondergetekende aan hem.Deze vordering welke in rechte is ingesteld door ondergetekende jegens de heer [geïntimeerde], is inmiddels onderwerp van een hoger beroepsprocedure bij het gerechtshof, na te zijn afgewezen door de rechtbank Zwolle-Lelystad bij vonnis d.d. 5 juni 2012.Nu de rechtbank kennelijk met [geïntimeerde] van oordeel is dat [B.V. X] een vordering heeft op [geïntimeerde] ad € 2.501,- cedeert [B.V. X] bij dezen de door [geïntimeerde] ingestelde vordering ad € 2.501,- aan ondergetekende [appellant], welke cessie door [appellant] bij dezen wordt aanvaardt”

Het hof is, met [geïntimeerde], van oordeel dat deze cessie niet rechtsgeldig is. Tussen partijen staat niet ter discussie dat [B.V. X] na een besluit van haar algemene vergadering van aandeelhouders is ontbonden. Evenmin staat ter discussie - het volgt ook uit een in eerste aanleg door [appellant] overgelegd uitreksel uit het handelsregister - dat in het handelsregister is geregistreerd dat [B.V. X] op 19 april 2010 is opgehouden te bestaan omdat geen bekende baten meer aanwezig zijn. Kennelijk is bij de ontbinding toepassing gegeven aan het bepaalde in artikel 2:19 lid 4 BW. Vanaf 19 april 2010 bestaat [B.V. X] derhalve niet meer. Vanaf de ontbinding van [B.V. X] is [appellant] geen bestuurder meer van [B.V. X]

Indien na het tijdstip waarop een rechtspersoon is opgehouden te bestaan nog van het bestaan van een bate blijkt, kan de rechtbank op verzoek van een belanghebbende de vereffening “heropenen” (ook indien toepassing is gegeven aan artikel 2:19 lid 4 BW), in welk geval de rechtspersoon herleeft ter afwikkeling van de heropende vereffening (vgl. artikel 2:23c BW). Dat op 14 maart 2013, de datum van de akte van cessie, de vereffening was heropend (en [appellant] in dat verband tot vereffenaar was benoemd), is gesteld noch gebleken. Dat betekent dat [B.V. X] op 14 maart 2014 niet bestond. [B.V. X] kon dan ook geen vordering overdragen aan [appellant].

De grief faalt.

Grief II is gericht tegen het oordeel van de kantonrechter (in het eindvonnis van 5 juni 2012), dat [appellant] niet is geslaagd in het door hem te leveren bewijs. Het hof leest in de grief en in de daarop gegeven toelichting in essentie geen andere relevante stellingen dan die reeds in eerste aanleg waren aangevoerd en door de kantonrechter gemotiveerd zijn verworpen. Het hof onderschrijft hetgeen de kantonrechter ter motivering van zijn beslissing heeft overwogen en neemt die motivering over.

Ook deze grief faalt.

Grief III heeft naast de andere grieven geen zelfstandige betekenis en deelt het lot van die grieven.

De slotsom is dat het vonnis waarvan beroep - het vonnis van 5 juni 2012 - kan worden bekrachtigd. [appellant] zal, als de ook in appel in het ongelijk te stellen partij, worden verwezen in de proceskosten van het geding in hoger beroep (geliquideerd salaris van de advocaat: 1 punt, tarief I).

3. De beslissingHet gerechtshof:

bekrachtigt het vonnis van 5 juni 2012 van de kantonrechter te Zwolle tussen partijen gewezen;

veroordeelt [appellant] in de proceskosten van het geding in hoger beroep en begroot deze kosten, voor zover tot op heden aan de zijde van [geïntimeerde] gevallen, op € 291,- aan verschotten en op € 632,- voor geliquideerd salaris van de advocaat;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit arrest is gewezen door mr. M.E.L. Fikkers, mr. H. de Hek en mr. A.M. Koene en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 11 maart 2014.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. H. de Hek
  • mr. A.M. Koene

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl JONDR 2014/555 JIN 2014/87 met annotatie van E.A. van de Kuilen OR-Updates.nl 2014-0115
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?