BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep met betrekking tot het onder
1. primair onder B en het onder 5 primair onder B ten laste gelegde.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair onder A, 2 primair, 3 primair, 4 primair, 5 primair onder A, 6 primair en 7 ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 primair onder A, 2 primair, 3 primair, 4 primair, 5 primair onder A,
6 primair en 7 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 313 (driehonderddertien) dagen.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 180 (honderdtachtig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 120 dagen hechtenis.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]
Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor een bedrag van
€ 9.557,89 (negenduizend vijfhonderdzevenenvijftig euro en negenentachtig cent) aan materiële schade af.
Verklaart de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]
Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor een bedrag van
€ 10.000,00 (tienduizend euro) aan materiële schade af.
Verklaart de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]
Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3] tot schadevergoeding voor een bedrag van € 2000,00 (tweeduizend euro) af.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4]
Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor een bedrag van
€ 571,76 (vijfhonderdeenenzeventig euro en zesenzeventig cent) aan materiële schade af.
Verklaart de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 5]
Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor een bedrag van
€ 964,09 (negenhonderdvierenzestig euro en negen cent) aan materiële schade af.
Verklaart de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 6]
Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 6] tot schadevergoeding voor een bedrag van € 500,00 (vijfhonderd euro) af.
Aldus gewezen door
mr. L.T. Wemes, voorzitter,
mr. L.G. Wijma en mr. P.L.M van Gorkom, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. G.M. Fondse, griffier,
en op 20 februari 2017 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. P.L.M. van Gorkom is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.