De beslissing van de kantonrechter
WAHV 200.178.249
18 augustus 2017
CJIB 175393433
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant
van 28 juli 2015
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [plaats],
voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde], Administratiekantoor [gemachtigde], kantoorhoudende te [plaats].
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing gegrond verklaard en die beslissing vernietigd.
Het procesverloop
De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Hiervan is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. Voor zover hier van belang bepaalt artikel 14 eerste lid van de WAHV dat tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep kan worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden tenzij de opgelegde sanctie bij die beslissing niet meer bedraagt dan
€ 70,-. In de onderhavige zaak heeft de kantonrechter de opgelegde administratieve sanctie ongedaan gemaakt.
2. De gemachtigde van de betrokkene voert in hoger beroep aan dat de kantonrechter niet heeft beslist op het verzoek om toekenning van een proceskostenvergoeding. Het enkele feit dat artikel 14 van de WAHV, voor wat betreft de appellabiliteit van de beslissing van de kantonrechter, aansluiting zoekt bij de hoogte van de sanctie brengt niet mee dat het hof in het onderhavige geval een oordeel zou moeten geven over de beslissing van de kantonrechter met betrekking tot de sanctie. Het geschil beperkt zich tot de beslissing van de kantonrechter op het verzoek om toekenning van een proceskostenvergoeding.
3. Artikel 14, eerste lid, WAHV eist niet dat de sanctie onderwerp van geschil is. Aangezien het niet de kantonrechter is die sancties oplegt, moet deze bepaling aldus worden verstaan dat hoger beroep mogelijk is indien, na de beslissing van de kantonrechter, een sanctie van meer dan € 70,- resteert (vergelijk het arrest van het hof van 5 januari 2015, gepubliceerd op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2015:65). Het hof stelt vast dat aan deze voorwaarde niet is voldaan nu de sanctie door de kantonrechter ongedaan is gemaakt.
4. Het hiervoor overwogene brengt mee dat het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk zal verklaren. Het verzoek tot vergoeding van proceskosten wordt afgewezen.
Beslissing
Het gerechtshof:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
wijst het verzoek tot vergoeding van kosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Dörholt als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.