ECLI:NL:GHARL:2018:10877

ECLI:NL:GHARL:2018:10877, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 13-12-2018, WAHV 200.190.883

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 13-12-2018
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer WAHV 200.190.883
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Leeuwarden
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 2 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0004581

Samenvatting

Appelverbod. Er bestaat geen aanleiding het appelverbod buiten toepassing te laten. Uitgangspunt is weliswaar dat indien de behandeling ter zitting is aangehouden, een vervolgzitting dient plaats te vinden, maar het hof ziet in dit geval geen aanleiding gevolgen te verbinden aan de omstandigheid dat de kantonrechter dat heeft nagelaten. De enkele vaststelling van de kantonrechter dat het verzuim een geldige machtiging over te leggen niet was hersteld door het nogmaals overleggen van die machtiging, brengt niet mee dat de rechtens te erkennen belangen van de pretense gemachtigde zijn geschaad door het niet houden van een vervolgzitting.

Uitspraak

De beslissing van de kantonrechter

WAHV 200.190.883

13 december 2018

CJIB 186876551

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland

van 29 april 2016

betreffende

[A] (hierna: [A] ),

kantoorhoudende te [B] ,

beweerdelijk optredend voor [betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [C] .

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard.

Het procesverloop

[A] heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

[A] heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.

De advocaat-generaal heeft daarop gereageerd.

Beoordeling

1. Artikel 14 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften bepaalt dat in twee situaties hoger beroep kan worden ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter:

- wanneer de sanctie bij de beslissing van de kantonrechter hoger is dan € 70,-

- wanneer de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat geen (of niet op tijd) zekerheid is gesteld.

Van geen van deze situaties is hier sprake.

2. [A] stelt dat hij niet de gelegenheid heeft gekregen om op een vervolgzitting van de kantonrechter te reageren op de vermeende gebreken in de machtiging. Daardoor zou het recht op toegang tot de rechter als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) zijn geschonden en dient het appelverbod buiten toepassing te worden gelaten.

3. Wanneer blijkt dat het in artikel 6 EVRM gewaarborgde recht op toegang tot de rechter is geschonden en de betrokkene daar een beroep op doet, kan het wettelijk appelverbod buiten toepassing worden gelaten (vgl. het arrest van het hof van 12 juli 2018, gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2018:6402).

4. Het hof stelt vast dat [A] en/of de betrokkene toegang had tot de rechter en er derhalve geen aanleiding bestaat om het appelverbod buiten toepassing te laten.

De kantonrechter heeft het beroep op de openbare zitting van 30 maart 2016 behandeld. Voor deze zitting is [A] uitgenodigd, maar niet verschenen. Op die zitting heeft de kantonrechter - wat hier ook van zij - vastgesteld dat de overgelegde machtiging niet aan de daaraan te stellen eisen voldeed en had [A] - mits hij was verschenen - daarover zijn standpunt naar voren kunnen brengen.

Uitgangspunt is weliswaar dat indien de behandeling ter zitting is aangehouden, een vervolgzitting dient plaats te vinden, maar het hof ziet in dit geval geen aanleiding gevolgen te verbinden aan de omstandigheid dat de kantonrechter dat heeft nagelaten. De enkele vaststelling van de kantonrechter dat het verzuim een geldige machtiging over te leggen niet was hersteld door het nogmaals overleggen van die machtiging, brengt niet mee dat de rechtens te erkennen belangen van [A] zijn geschaad door het niet houden van een vervolgzitting.

Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard.

5. Gegeven deze beslissing wordt het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Beslissing

Het gerechtshof:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;

wijst het verzoek tot vergoeding van kosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Kuiper als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Kuiper

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?