Beoordeling
1. Ingevolge het bepaalde in artikel 14, eerste lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) kan tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden worden ingesteld, indien de opgelegde administratieve sanctie bij die beslissing meer bedraagt dan € 70,-. De aan de betrokkene opgelegde sanctie bedraagt € 33,-. Tegen de beslissing van de kantonrechter staat daarom in beginsel geen hoger beroep open.
2. De gemachtigde van de betrokkene bepleit in hoger beroep dat het appelverbod moet worden doorbroken. Hij voert daartoe - kort samengevat - aan dat de beslissing van de kantonrechter slechts is ondertekend met een stempel en dat niet is gebleken dat van het verhandelde ter zitting een proces-verbaal is opgemaakt.
3. Het hof is van oordeel dat wanneer een beroep wordt gedaan op schending van zo fundamentele beginselen van behoorlijke rechtspleging dat geen sprake is van een eerlijke en onpartijdige behandeling en dit beroep gegrond moet worden geacht, doorbreking van het appelverbod van artikel 14, eerste lid, Wahv is gerechtvaardigd.
4. Van het voornoemde is geen sprake. Hetgeen is aangevoerd kan niet leiden tot doorbreking van het appelverbod, nu, ook al zou de beslissing van de kantonrechter zijn ondertekend met een stempel en een proces-verbaal van de zitting niet zijn opgemaakt, dit niet meebrengt dat sprake is van schending van zo fundamentele beginselen van behoorlijke rechtspleging dat geen sprake is geweest van een eerlijke en onpartijdige behandeling.
5. Gelet op het voorgaande zal het hoger beroep niet-ontvankelijk worden verklaard.
6. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het hof het verzoek tot vergoeding van kosten afwijzen.
Beslissing
Het gerechtshof:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
wijst het verzoek tot vergoeding van kosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.