ECLI:NL:GHARL:2018:5568

ECLI:NL:GHARL:2018:5568, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 06-06-2018, 21-003108-16

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 06-06-2018
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 21-003108-16
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Zwolle
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBMNE:2016:4197
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2020:579
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 4 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0001903

Samenvatting

Ontneming in Mega-onderzoek Mount Nepal, waarbij door medewerkers van SNSPF onderling betalingsafspraken werden gemaakt en een deel van de uurvergoeding van SNSPF werd doorbetaald aan andere SNSPF-medewerkers.

Uitspraak

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Midden-Nederland van 20 mei 2016 met parketnummer 16-994047-14 op de vordering ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak tegen

[veroordeelde] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] .

Het hoger beroep

De veroordeelde heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 22 november 2017 (regiezitting), 4 april 2018, 18 april 2018 (inhoudelijke behandelingen) en 23 mei 2018 (sluiting onderzoek) en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bevestiging van het vonnis van de rechtbank. De vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door de vertegenwoordiger van veroordeelde en haar raadslieden, mr. M.G. Pekkeriet en mr. A.C. Huisman, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich niet met het vonnis waarvan beroep, zodat dit behoort te worden vernietigd. Het hof doet daarom opnieuw recht.

Vordering

De inleidende vordering van de officier van justitie strekt tot het aan [veroordeelde] (hierna: [veroordeelde] ) opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel van € 48.173.

De rechtbank heeft het wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op € 40.378 en aan de veroordeelde de verplichting opgelegd dit bedrag aan de Staat te betalen.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat het vonnis van de rechtbank wordt bevestigd.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat primair OM niet-ontvankelijk in de vordering dient te worden verklaard (feiten onbewezen), subsidiair dat de vordering dient te worden afgewezen (geen voordeel uit het bewezen strafbare feit) en meer subsidiair vaststelling van het voordeel tot een bedrag groot € 40.378,16.

Oordeel hof

Bij arresten van dit hof van 6 juni 2018 zijn [betrokkene 1] en zijn vennootschap [veroordeelde] veroordeeld ter zake van onder meer valsheid in geschrifte en deelnemen aan een criminele organisatie.

Uit het strafdossier en bij de behandeling van de vordering ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat [betrokkene 1] en/of zijn vennootschap door middel van en/of uit de baten van deze feiten wederrechtelijk voordeel hebben verkregen.

De berekening van de hoogte hiervan en de gebezigde bewijsmiddelen worden hieronder nader uitgewerkt.

Wederrechtelijk verkregen voordeel

Het hof gebruikt als grondslag voor de schatting van de hoogte van het wederrechtelijk voordeel het onder 1 genoemde Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel.

[betrokkene 1] , bestuurder van veroordeelde, was via zijn vennootschap [bedrijf] BV werkzaam bij SNS Property Finance (hierna SNSPF).

[betrokkene 1] , heeft met [betrokkene 2] de afspraak gemaakt dat hij van zijn werkzaamheden bij SNSPF een aanbreng-/bemiddelingsfee van € 75,- per door [betrokkene 1] gewerkt uur bij SNSPF aan [betrokkene 2] zou betalen. Op verzoek van [betrokkene 2] is de betaling van de fee door een aan [betrokkene 3] gelieerde vennootschap gefactureerd en is aan die vennootschap ook betaald.

[betrokkene 4] heeft verklaard dat via hem [betrokkene 5] en [betrokkene 6] zijn komen werken bij SNSPF. In een gesprek met [betrokkene 2] , waarbij ook [betrokkene 1] aanwezig was, heeft [betrokkene 4] aangegeven dat hij het wel redelijk zou vinden dat hij en [betrokkene 1] voor het aanbrengen van deze medewerkers een correctie op hun te betalen fee zouden ontvangen. [betrokkene 2] stelde voor dat zij € 7,50 per medewerker zouden krijgen. [betrokkene 1] heeft hiervoor via [veroordeelde] facturen gestuurd aan [betrokkene 3] met daarop dezelfde omschrijving als de facturen die hij van [betrokkene 3] ontving: 'adviesdiensten'.

Op de bankrekening van [veroordeelde] is een totaalbedrag van € 40.378,-- (exclusief btw) ontvangen. Nu [veroordeelde] op geen enkele wijze bemoeienis heeft gehad met de bemiddeling die aan de terugbetaling van de kickbackfee ten grondslag lag, heeft [veroordeelde] dit bedrag wederrechtelijk verkregen.

Gesteld noch gebleken is dat [betrokkene 1] of zijn vennootschap kosten hebben gemaakt die in directe relatie staan tot de voltooiing van voornoemde delicten. Er worden dan ook geen kosten in mindering gebracht bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Op grond van het voorgaande stelt het hof vast dat wederrechtelijk voordeel is verkregen van in totaal € 40.378,-- (exclusief btw).

Conclusie

Het hof stelt vast dat door middel van en/of uit de baten van de bewezenverklaarde feiten wederrechtelijk voordeel is verkregen van in totaal € 40.378,- (exclusief btw).

Vasstelling wederrechtelijk verkregen voordeel en verplichting tot betaling

Gelet op al het voorgaande stelt het hof vast dat [veroordeelde] in totaal € 40.378,- wederrechtelijk voordeel heeft verkregen en legt voor dit bedrag de betalingsverplichting op. De vordering wordt voor het overige afgewezen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

Dit voorschrift is toegepast, zoals het gold ten tijde van de procedure.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van € 40.378,-- (veertigduizend driehonderdachtenzeventig euro).

Legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € 40.378,-- (veertigduizend driehonderdachtenzeventig euro).

Wijst de vordering voor het overige af.

Aldus gewezen door

mr. G. Dam, voorzitter,

mr. R. de Groot en mr. P.L.M van Gorkom, raadsheren,

in tegenwoordigheid van B.J. Berendsen en mr. G.W. Jansink, griffiers,

en op 6 juni 2018 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?