De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, de beslissing van de officier van justitie vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen door de kantonrechter.
Het procesverloop
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 90,- opgelegd ter zake van “een weg gebruiken in strijd met geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen (bord C12)”, welke gedraging zou zijn verricht op 8 februari 2016 om 12:04 uur op de Veenendaalseweg te De Klomp met het voertuig met het kenteken [00-YYY-0] .
2. Volgens de gemachtigde was de verbalisant niet bevoegd deze sanctie op te leggen. Het verkeersbord is namelijk niet in beeld op de foto van de gedraging, terwijl Bijlage L bij de Beleidsregels boa dat wel verplicht stelt. De C-borden staan volgens de gemachtigde buiten beeld, zo goed als onder de positie van de camera.
3. De gedraging is een overtreding van artikel 62 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) in samenhang met bord C6 van Bijlage 1 bij dat reglement.
4. Uit het zaakoverzicht blijkt dat de sanctie is opgelegd door een buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) domein Openbare Ruimte.
5. Volgens het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar gemeente Ede Openbare Ruimte 2015, van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 3 september 2015 (BOACAT2015/39), zoals dat gold ten tijde van de gedraging, zijn boa’s domein 1 Openbare Ruimte bevoegd tot het opsporen van de strafbare feiten behorend tot het genoemde domein, van bijlage A-I van de Beleidsregels buitengewoon opsporingsambtenaar (hierna: de Beleidsregels boa). Deze Beleidsregels golden op het moment van de gedraging.
6. Artikel 6.4 onder 16 van de Beleidsregels boa houdt in dat de boa Openbare Ruimte bevoegd is tot handhaving ter zake van:
‘Artikel 5 Wegenverkeerswet 1994 en het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, maar alleen voor zover het stilstaand verkeer betreft. De artikelen 4, 5, 6, 10, 60, 82 en 62 juncto bijlage I hoofdstuk C (geslotenverklaring) van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 voor zover van toepassing ook voor rijdend verkeer. Op 12 april 2011 is door het College van procureurs-generaal (brief met kenmerk Pag/B&S/15674) nadere invulling gegeven in het kader van gemeentelijke handhaving van de WVW. Handhaving op negatie van C borden (RVV 1990) is in relatie tot de openbare orde toegestaan. In bijlage L is het toepasselijke kader voor de gemeente opgenomen indien zij digitaal wil handhaven op categorie C borden.’
7. Gelet op het voorgaande is de bevoegdheid van de boa om te handhaven op gedragingen als de onderhavige begrensd tot situaties die gerelateerd kunnen worden aan de openbare orde.
8. Bij verkeersbesluit van 7 juli 2009 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ede besloten om een geslotenverklaring in te stellen bij De Klomp. De geslotenverklaring is gewenst uit het oogpunt van leefbaarheid. Verwacht wordt dat de geluidsoverlast en de concentratie van fijnstof in de lucht ermee worden verminderd.
9. Onder het openbare orde-criterium in de Beleidsregels boa vallen ook maatregelen die zijn genomen ter verbetering van de leefbaarheid (vgl. het arrest van 14 juni 2018, gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2018:5537). Gelet daarop was de boa in dit geval bevoegd een sanctie op te leggen.
10. De gemachtigde wijst er terecht op dat bijlage L van de Beleidsregels boa als één van de randvoorwaarden voor handhaving via flitspalen bepaalt dat het C-bord zichtbaar moet zijn op de foto. In de onderhavige zaak is de gedraging vastgesteld aan de hand van een foto die met een flitspaal is gemaakt. De foto bevindt zich bij de stukken. Daarop is wel het voertuig van de betrokkene zichtbaar, maar niet het verkeersbord. Er is dus niet voldaan aan de hiervoor genoemde randvoorwaarde.
11. Het hof heeft in het hiervoor onder 9. aangehaalde arrest geoordeeld dat het niet zichtbaar zijn van het C-bord op de foto op een andere wijze kan worden ondervangen. Wanneer anders dan op grond van de foto toch blijkt dat het C-bord aanwezig was, kan de gedraging worden vastgesteld.
12. In dit geval is namens de betrokkene gesteld dat het C-bord er wel stond, namelijk net onder de positie van de camera. Het hof ziet geen reden om aan deze stelling te twijfelen. Gelet daarop is het ontbreken van het verkeersbord op de foto in dit geval niet fataal.
13. Het verweer van de gemachtigde wordt verworpen. De beslissing van de kantonrechter komt voor bevestiging in aanmerking.
14. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het hof het verzoek tot vergoeding van kosten afwijzen.
Beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek tot vergoeding van kosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Huizenga als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.