De beslissing van de kantonrechter
WAHV 200.231.498
7 oktober 2019
CJIB 201850262
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag
van 13 oktober 2017
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [A] ,
voor wie als gemachtigde optreedt mr. [B] , kantoorhoudende te [C] .
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.
Het procesverloop
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. Wel is op 16 mei 2018 een aanvullend proces-verbaal ontvangen. De gemachtigde heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren maar heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
10. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
"Ik had direct zicht op het verkeerslicht en zag dat dit ongeveer 5 seconden op rood stond op het moment dat betrokkene dit licht negeerde en zijn weg vervolgde. Plaatsaanduiding verkeerslicht: rechterzijde van de weg. Kruising met de Rozenboomlaan."
11. In een proces-verbaal van bevindingen van 16 mei 2018 verklaart de ambtenaar - voor zover hier van belang - als volgt:"Met regelmaat sta ik verbalisant op de locatie Parkweg met de kruising Rozenboomlaan te Voorburg te posten om te zien of de verkeersdeelnemers niet het rode verkeerslicht negeren. Op genoemde locatie komt dit namelijk veelvuldig voor. Vanaf de locaties waar ik sta heb ik direct zicht op de verkeerslichten gelegen op de Parkweg. Het verkeer op de Parkweg rijdt hier dan over de kruising met de Rozenboomlaan. De ene keer sta ik op de hoek van de Parkweg met de kruising Einddorpsstraat. Vanaf deze positie heb ik direct zicht op het verkeerslicht voor het verkeer op de Parkweg dat de kruising met de Rozenboomlaan oversteekt om vervolgens op de Parkweg door te rijden in de richting van Leidschendam, dan wel linksaf of rechtsaf te slaan de Rozenboomlaan in. De andere keer sta ik op het parkeerterrein van de Rabobank dat gelegen is aan de achterzijde van de Rabobank. De Rabobank zelf is gelegen op de hoek Parkweg met de Rozenboomlaan (Parkweg 127). Vanaf deze positie heb ik direct zicht op het verkeerslicht voor het verkeer op de Parkweg dat de kruising met de Rozenboomlaan oversteekt om vervolgens op de Parkweg door te rijden in de richting van Rijswijk/'s-Gravenhage, dan wel linksaf of rechtsaf te slaan de Rozenboomlaan in. Anders dan in het bezwaarschrift wordt aangegeven, reed ik dus niet op de Rozenboomlaan, echter ik stond op een van deze locaties op de Parkweg en had ik wel degelijk direct zicht op de aldaar gelegen verkeerslichten. Ik kan echter, gezien de datum van voorval, niet aangeven of ik op die bewuste dag op de Parkweg bij de Rabobank of aan de andere zijde op de Parkweg met de kruising Einddorpsstraat stond."
11. Bij bovenstaand proces-verbaal heeft de ambtenaar twee afbeeldingen van Google Maps gevoegd. Op deze afbeeldingen heeft de ambtenaar aangegeven op welke twee plaatsen hij op de pleegdatum heeft kunnen staan posten.
11. Het betreft hier een visuele waarneming van de ambtenaar. De door de ambtenaar overgelegde foto's geven de situatie ter plaatse weer. Een foto van de gedraging is niet beschikbaar. Dat betekent niet dat de vaststelling dat de gedraging is verricht niet uitsluitend op de verklaring van de ambtenaar kan worden gebaseerd.
11. Hetgeen de gemachtigde heeft aangevoerd, geeft geen aanleiding te twijfelen aan de verklaring van de ambtenaar. Dat de ambtenaar de gedraging niet (goed) heeft kunnen waarnemen, acht het hof niet aannemelijk geworden, gelet op de uitdrukkelijke verklaring van de ambtenaar dat hij direct zicht had op het verkeerslicht. Gelet hierop kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
11. Het hof zal het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaren.
11. Omdat de inleidende beschikking niet wordt vernietigd, is er geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding (vgl. het arrest van het hof van 1 mei 2019, gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2019:3197).
Beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond;
wijst het verzoek om vergoeding van kosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Veenstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.