ECLI:NL:GHARL:2020:10559

ECLI:NL:GHARL:2020:10559, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17-12-2020, 21-003404-20

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 17-12-2020
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 21-003404-20
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Arnhem
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBGEL:2020:4767
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2022:449
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 3 zaken
4 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0001903 BWBR0005416 BWBR0014915

Samenvatting

Wildplassen, beroep op buiten beschouwing laten van APV verworpen. Beroep op afwezigheid van alle schuld verworpen.

Uitspraak

Overtreding van artikel 4:5 van de Algemene Plaatselijke Verordening ’s-Hertogenbosch.

Strafbaarheid van de verdachte

De vraag die de militaire kamer vervolgens heeft te beantwoorden, is of er sprake is van een strafbare dader.

De verdediging stelt dat dat niet geval is omdat verdachte een beroep toekomt op afwezigheid van alle schuld (AVAS).

Zoals hiervoor reeds is overwogen, acht de militaire kamer het aannemelijk dat verdachte urologische klachten heeft en dat hij daardoor vaker dan gemiddeld moet plassen. Dat dit nog wordt verergerd als verdachte meerdere glazen alcohol heeft gedronken, acht de militaire kamer eveneens aannemelijk. Maar de militaire kamer is van oordeel dat dit omstandigheden zijn waarmee verdachte rekening diende te houden. Dat verdachte, zoals is vereist voor een geslaagd beroep op AVAS, geen enkele schuld treft, kan reeds om die reden niet worden geconcludeerd: het is immers verdachte zelf die er voor kiest gedurende de avond meerdere (naar eigen zeggen: veel) glazen bier te drinken.

Nu, zoals hiervoor reeds is overwogen, de militaire kamer ook van oordeel is dat niet is komen vast te staan dat er onvoldoende sanitaire voorzieningen aanwezig waren en ook dat de omstandigheid dat de Korte Putstraat was afgesloten iets is waarmee verdachte gelet op alle omstandigheden rekening diende te houden, kan niet worden geconcludeerd dat bij verdachte alle schuld ontbrak.

Ook dit verweer wordt derhalve verworpen.

Het door de verdediging gedane beroep op het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap en op de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (Wgbh/cz) behoeft in het licht van hetgeen hiervoor is overwogen geen verdere bespreking. Naar het oordeel van de militaire kamer is immers niet komen vast te staan dat er onvoldoende toiletten waren, ook niet voor mensen met een aandoening als waaraan verdachte lijdt.

Verdachte is strafbaar, aangezien ook overigens geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De militaire kantonrechter heeft verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van € 140,00, subsidiair 2 dagen hechtenis, met een proeftijd van één jaar.

De advocaat-generaal heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een geldboete van

€ 120,00 subsidiair 2 dagen hechtenis.

Door de verdediging is aangevoerd dat de bij de aanhouding van verdachte betrokken verbalisanten zich niet hebben gehouden aan de algemene uitgangspunten in het kader van politieoptreden en dat zij disproportioneel geweld hebben toegepast in strijd met de Regeling Toetsing Geweldsbeheersing Politie (RTGP), de Ambtsinstructie en de Politiewet, waardoor verdachte letsel heeft opgelopen aan zijn linkerhand. Ook heeft de verdediging verzocht bij de strafoplegging rekening te houden met de valse berichtgeving omtrent het vermeende drugsgebruik van verdachte, alsmede met de schorsing door en het negatieve ambtsbericht van zijn werkgever.

Naar het oordeel van de militaire kamer is de hierna te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan wildplassen. Dat is een ergerlijke overtreding waarmee voor overlast wordt gezorgd. Verdachte is daarvoor een strafbeschikking opgelegd van € 140,- en de militaire kamer ziet zich gesteld voor de vraag of er reden is om af te wijken van deze straf. Mede in het licht van wat er door de verdediging naar voren is gebracht overweegt de militaire kamer daarover als volgt.

Verdachte heeft reeds bij zijn eerste verhoor geklaagd over pijn aan zijn pols. De militaire kamer kan evenwel niet vaststellen dat dit het gevolg is van onrechtmatigheden ten tijde van het onderzoek, zoals de verdediging heeft aangevoerd.

Op de beelden tot aan het moment van de kopstoot door verdachte, is niets onrechtmatigs te zien, ook niet aan de wijze waarop de handboeien bij verdachte zijn aangebracht. De verbalisanten verklaren dat de handboeien op de gebruikelijke wijze zijn aangelegd en gelockt en de militaire kamer heeft geen reden om daar aan te twijfelen. Daarbij komt dat uit de beelden tot dat moment geenszins blijkt dat verdachte (ergens) pijn heeft die verklaard zou kunnen worden door het later geconstateerde letsel.

De militaire kamer concludeert dan ook dat verdachte weliswaar op enig moment letsel heeft bekomen, maar dat niet is gebleken dat dit het gevolg is van excessief politiegeweld of anderszins onrechtmatig optreden van de politie. Ook de door de verdediging in het geding gebrachte rapporten geven daar geen uitsluitsel over. Dat er sprake is geweest van een onherstelbaar vormverzuim in het voorbereidend onderzoek is dan ook niet gebleken.

Ondanks het feit dat de oorzaak daarvan niet kan worden vastgesteld zal de militaire kamer bij de bepaling van de strafmaat wel rekening houden met de omstandigheid dat verdachte letsel heeft opgelopen. De militaire kamer houdt ook rekening met de gevolgen die deze zaak heeft gehad voor de baan van verdachte.

Dat er door de politie onjuiste informatie over drugsgebruik door verdachte zou zijn gelekt naar de pers is niet gebleken. Daarmee zal bij de strafoplegging dan ook geen rekening worden gehouden.

De militaire kamer zal er bij de bepaling van de strafmaat evenmin rekening mee houden dat de zaak in de publiciteit is geweest. Naar het oordeel van militaire kamer is dat geen omstandigheid die aan justitie te wijten is, maar een gevolg van het gedrag van verdachte, waar hij als publiek figuur rekening mee had moeten houden toen hij zich schuldig maakte aan het bewezenverklaarde. De daarop volgende publiciteit is inherent aan het plegen van strafbare feiten door iemand met een bekendheid als verdachte.

Wel zal ook rekening worden gehouden met de omstandigheid dat bij verdachte inmiddels PTSS is gediagnosticeerd en dat hij daarvoor in behandeling is.

Alles overwegende is de militaire kamer van oordeel dat oplegging van de door de advocaat-generaal gevorderde geldboete van € 120,- recht doet aan alle genoemde omstandigheden. Het opleggen van een geheel voorwaardelijke geldboete zoals in eerste aanleg aan verdachte is opgelegd, doet, ook bezien in het licht van de persoonlijke omstandigheden van verdachte, onvoldoende recht aan het bewezenverklaarde.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De militaire kamer heeft gelet op de artikelen 23, 24, 24c en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 4:5 en 6:1 van de Algemene Plaatselijke Verordening ‘s-Hertogenbosch.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

De militaire kamer van het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Vernietigt de uitgevaardigde strafbeschikking.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 120,00 (honderdtwintig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis.

Aldus gewezen door

mr. R.H. Koning, voorzitter,

mr. A. van Maanen, lid, en brigade-generaal (tit.) mr. A.J. de Haan, militair lid,

in tegenwoordigheid van J.R.M. Roetgerink, griffier,

en op 17 december 2020 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?