ECLI:NL:GHARL:2020:1672

ECLI:NL:GHARL:2020:1672, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25-02-2020, 200.267.446

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 25-02-2020
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 200.267.446
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Tussenuitspraak
Zittingsplaats Arnhem
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 3 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827

Samenvatting

Hof wijst incidentele vordering van appellante tot schorsing ex art. 351 Rv af. Geen plaats voor schorsing indien executie vonnis al geheel voltooid is.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.267.446

(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, 482833)

arrest in incident van 25 februari 2020

in het incident ex artikel 351 Rv in de zaak in kort geding van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

S. van Ettekoven Holding B.V.,

gevestigd te Maartensdijk,

appellante, tevens eiseres in het incident,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna: Van Ettekoven,

advocaat: mr. S.C. Krekel,

tegen:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Mignot Beheer B.V.,

gevestigd te Laren,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

San Fermin B.V.,

gevestigd te Haren,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Ciconia Holding B.V.,

gevestigd te Uffelte,

geïntimeerden, tevens verweerders in het incident,

in eerste aanleg: eiseressen,

hierna: Mignot c.s.,

advocaat: mr. S.N.S.M. Mak.

1. Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 14 januari 2020 hier over.

Het verdere verloop blijkt uit de akte uitlating van Van Ettekoven.

2. De motivering van de beslissing in het incident

Van Ettekoven heeft bevestigd dat de executie van het vonnis van de voorzieningenrechter inmiddels geheel is voltooid. Van Ettekoven heeft aangevoerd dat zij als gevolg van de door Mignot c.s. gelegde beslagen op haar onroerende zaken genoodzaakt was hetgeen zij op grond van het vonnis in kort geding aan Mignot c.s. verschuldigd was, aan hen te voldoen. Verder heeft Van Ettekoven verklaard dat zij het oordeel van het hof deelt dat voor schorsing van de tenuitvoerlegging ex artikel 351 Rv geen plaats meer is. Gelet hierop zal de incidentele vordering van Van Ettekoven worden afgewezen.

Het hof zal Van Ettekoven als de in het ongelijk te stellen partij in de kosten van het incident veroordelen. Voor een veroordeling van Mignot c.s. in de kosten van het incident of het compenseren van deze kosten, ziet het hof geen aanleiding. Daarbij betrekt het hof dat Mignot c.s. op grond van het uitvoerbaar bij voorraad verklaarde vonnis in kort geding bevoegd waren tot executie over te gaan, ook nadat Van Ettekoven de incidentele vordering ex artikel 351 Rv had ingesteld.

3. De slotsom

Het hof zal de incidentele vordering afwijzen en Van Ettekoven in de kosten van het incident veroordelen. De kosten van het incident zullen tot aan deze uitspraak aan de zijde van Mignot c.s. worden vastgesteld op € 1.074,- voor salaris van de advocaat overeenkomstig het liquidatietarief (1 punt x appeltarief II).

Het hof ziet aanleiding in deze hoofdzaak een mondelinge behandeling te bevelen zoals bedoeld in artikel 87 Rv. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

4. De beslissing

Het hof, recht doende:

in het incident:

wijst het gevorderde af;

veroordeelt Van Ettekoven in de kosten van het incident, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Mignot c.s. vastgesteld op € 1.074,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief;

in de hoofdzaak in hoger beroep:

bepaalt dat partijen (vertegenwoordigd door iemand die van de zaak op de hoogte en tot het geven van de verlangde inlichtingen in staat is en bevoegd is tot het aangaan van een schikking) samen met hun advocaten zullen verschijnen op de mondelinge behandeling bij de meervoudige kamer van het hof;

bepaalt dat advocaten bij de mondelinge behandeling elk gedurende maximaal tien minuten, aan de hand van maximaal twee A4’tjes spreeknotities, het standpunt van partijen mogen toelichten;

bepaalt dat Van Ettekoven uiterlijk acht weken voor de mondelinge behandeling het volledige procesdossier in viervoud ter griffie van het hof dient over te leggen;

bepaalt dat indien een partij bij gelegenheid van de mondelinge behandeling nog een proceshandeling wenst te verrichten of producties in het geding wenst te brengen, deze partij ervoor dient te zorgen dat het hof in vijfvoud en de wederpartij uiterlijk twee weken voor de dag van de zitting een afschrift van de te verrichten proceshandeling of de in het geding te brengen producties hebben ontvangen;

verwijst de zaak naar de roldatum 25 augustus 2020 voor beslissing hof verdere voortgang (dagbepaling mondelinge behandeling);

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. H.L. Wattel, C.J.H.G. Bronzwaer en S.C.P. Giesen en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2020.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NJF 2020/108
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?