ECLI:NL:GHARL:2020:8034

ECLI:NL:GHARL:2020:8034, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 06-10-2020, 200.265.656

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 06-10-2020
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 200.265.656
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Arnhem
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 3 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827

Samenvatting

Appellant heeft bij arrest van 31 maart 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:2706 ex art. 224 Rv jo art. 353 lid 2 Rv bevolen zekerheid gesteld in vorm die aan art. 6:51 lid 2 BW voldoet.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.265.656

(zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, 6663555)

arrest van 6 oktober 2020

in het incident in de zaak van

[appellant] ,

wonende te [A] ,

appellant, verweerder in het incident,

in eerste aanleg: eiser in conventie, verweerder in reconventie,

hierna: [appellant] ,

advocaat: mr. G.P. Geelkerken,

tegen:

mr. Eric René Looijen,in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [erflater] , kantoorhoudende te Arnhem,

geïntimeerde, eiser in het incident,

in eerste aanleg: gedaagde in conventie, eiser in reconventie,

hierna: de curator,

advocaat: mr. J.J.P.T. van Summeren.

1. Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 14 juli 2020 hier over.

Het verdere verloop blijkt uit:

- de akte van [appellant] ,

- de antwoordakte van de curator.

Vervolgens heeft het hof arrest in het incident bepaald.

2. De motivering van de beslissing in het incident

Bij arrest van 31 maart 2020 heeft het hof bevolen dat [appellant] op grond van artikel 224 Rv zekerheid dient te stellen ten behoeve van de curator voor een bedrag van € 3.973,01 ter zake van de proceskosten waartoe [appellant] in de procedure in hoger beroep veroordeeld zou kunnen worden. De zekerheid diende binnen vier weken na dat arrest te worden gesteld in een vorm die aan de eisen van artikel 6:51 lid 2 BW voldoet. Bij arrest van 14 juli 2020 heeft het hof geoordeeld dat [appellant] onvoldoende zekerheid heeft gesteld. Het hof heeft [appellant] nogmaals de gelegenheid gegeven zekerheid te stellen in een vorm die aan de eisen van artikel 6:51 lid 2 BW voldoet.

[appellant] heeft het bedrag waarvoor zekerheid moet worden gesteld gestort op de derdengeldenrekening van het kantoor van zijn advocaat, mr. Geelkerken. [appellant] , de curator en de Stichting Beheer Derdengelden van het kantoor van mr. Geelkerken (hierna: de stichting) hebben een zogenaamde escrow-overeenkomst gesloten. In deze overeenkomst zijn partijen en de stichting onder meer, kort gezegd, het volgende overeengekomen. De stichting houdt het bedrag voor de curator en zal het bedrag op eerste verzoek van de curator aan hem uitkeren op het moment dat [appellant] jegens de curator in de proceskosten wordt veroordeeld. Indien [appellant] niet jegens de curator in de proceskosten wordt veroordeeld of indien de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat partijen hun eigen kosten dragen, zal de stichting het bedrag niet langer voor de curator, maar voor [appellant] houden.

Hiermee heeft [appellant] zekerheid gesteld in een vorm die aan de eisen van artikel 6:51 lid 2 BW voldoet. De voorwaarden waaronder het bedrag aan de curator of aan [appellant] wordt uitgekeerd zijn duidelijk. Ook bestaat voldoende waarborg dat het bedrag niet op eerste verzoek van [appellant] weer naar hem zal worden teruggestort. Van belang is verder dat de curator heeft geconcludeerd dat [appellant] thans voldoende zekerheid heeft gesteld. Het hof begrijpt dat de curator zijn vordering tot niet-ontvankelijkverklaring in de hoofdzaak van [appellant] niet langer handhaaft.

Het hof zal bepalen dat [appellant] de bij het arrest van 31 maart 2020 bevolen zekerheid heeft gesteld. De beslissing over de proceskosten van het incident zal worden aangehouden tot het eindarrest in de hoofdzaak. De hoofdzaak zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich blijkens het roljournaal bevindt. Het hof zal verder iedere beslissing aanhouden.

3. De beslissing

Het hof, recht doende:

in het incident:

bepaalt dat [appellant] de bij het arrest van 31 maart 2020 bevolen zekerheid heeft gesteld;

houdt de beslissing over de kosten van het incident aan tot het eindarrest in de hoofdzaak;

in de hoofdzaak in hoger beroep:

bepaalt dat de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich blijkens het roljournaal bevindt;

houdt verder iedere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. H.L. Wattel, H. Wammes en S.C.P. Giesen, is bij afwezigheid van de voorzitter ondertekend door de rolraadsheer en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2020.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?