Berekening wederrechtelijk verkregen voordeel Italië
Opbrengst
€ 500,- (per gesmokkelde) x 5 (gemiddeld aantal gesmokkelden per smokkel) = € 2.500,- per smokkel
€ 2.500,- x 27 (totaal aantal smokkels) = € 67.500,-
Kosten inlader en kosten benzine en tolgelden voor de chauffeur
Inlader
€ 212,50 x 27 = € 5.737,50
Benzine en tolgelden voor de Chauffeur
€ 350,- x 27 = € 9.450,-
Tussenberekening
€ 67.500,- minus (€ 5.737,50 + € 9.450,-) = € 52.312,50
Kosten regelaar
€ 52.312,50 / 3 = € 17.437,50
Totaal wederrechtelijk verkregen voordeel Italië
€ 52.312,50 - € 17.437,50 = € 34.875,00
Mensensmokkels vanuit Oostenrijk / Hongarije
Betaling per gesmokkelde
In de rapportage is voor wat betreft de mensensmokkels uitgegaan van een gemiddeld bedrag van € 800,- per gesmokkelde aan de kant van de inkomsten. Met de verdediging is het hof van oordeel dat op basis van de stukken, met name gelet op de uiteenlopende verklaringen van verschillende gesmokkelden en andere betrokkenen over het bedrag dat moest worden betaald, in het voordeel van betrokkene uitgegaan dient te worden van een gemiddeld bedrag van € 500,- per gesmokkelde.
Aantal gesmokkelden per smokkel
In de rapportage is uitgegaan van een gemiddeld aantal van 5 gesmokkelden per smokkel. Gelet op de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in een eventuele aanvulling op dit arrest uitgewerkt zullen worden, heeft het hof geen redenen om te twijfelen aan deze schatting. Het hof zal dit dan ook overnemen.
Kosten inlader
In de rapportage is uitgegaan van een gemiddeld bedrag van € 212,50 per smokkel aan kosten voor het inladen. Gelet op de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in een eventuele aanvulling op dit arrest uitgewerkt zullen worden, heeft het hof geen redenen om te twijfelen aan deze schatting. Het hof zal dit dan ook overnemen.
Kosten benzine en tolgelden voor de chauffeurs
In de rapportage is uitgegaan van een gemiddeld bedrag van € 350,- per smokkel aan kosten voor betrokkene aan benzine en tolgelden dat aan de chauffeurs werd meegegeven. Gelet op de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in een eventuele aanvulling op dit arrest uitgewerkt zullen worden, heeft het hof geen redenen om te twijfelen aan deze schatting. Het hof zal dit dan ook overnemen.
Kosten regelaar
In de rapportage is uitgegaan van een bedrag van 1/3 van het totaal aan verkregen wederrechtelijk verkregen voordeel (na aftrek van de kosten van de inladers en kosten voor benzine/tolgelden) aan kosten voor de regelaars. Daarbij is er van uitgegaan dat deze regelaars uit dat bedrag de kosten van de chauffeurs betaalden. De verdediging heeft dit betwist en heeft verzocht uit te gaan van aparte kosten voor de chauffeurs van € 1.500,- per smokkel. Het bedrag voor de regelaars wordt uit dat voor de chauffeurs bestemde bedrag betaald, aldus de verdediging. Als uitgegaan wordt van het 1/3 deel van het verkregen wederrechtelijk verkregen voordeel zouden de regelaars een te klein bedrag ontvangen, gelet op de rol van de regelaars en de risico’s die zij liepen, hetgeen onaannemelijk is.
Het hof heeft gelet op de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in een eventuele aanvulling op dit arrest uitgewerkt zullen worden, geen redenen om te twijfelen aan de schatting zoals deze is gedaan in de rapportage. Het hof zal deze dan ook overnemen.
Aantal mensensmokkels vanuit Oostenrijk / Hongarije
In de rapportage is op basis van de verklaringen van medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] uitgegaan van een totaal van 56 auto’s waarin mensen zijn gesmokkeld. Het hof heeft gelet op de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in een eventuele aanvulling op dit arrest uitgewerkt zullen worden, geen redenen om te twijfelen aan de schatting zoals deze is gedaan het de rapportage. Het hof zal dit dan ook overnemen.
Berekening wederrechtelijk verkregen voordeel Oostenrijk / Hongarije
Opbrengst
€ 500,- (per gesmokkelde) x 5 (gemiddeld aantal gesmokkelden per smokkel) = € 2.500,- per smokkel
€ 2.500,- x 56 (totaal aantal smokkels) = € 140.000,-
Kosten inlader en kosten benzine en tolgelden voor de chauffeur
Inlader
€ 212,50 x 56 = € 11.900,-
Benzine en tolgelden voor de chauffeur
€ 350,- x 56 = € 19.600,-
Tussenberekening
€ 140.000,- minus (€ 11.900,- + € 19.600,-) = € 108.500,-
Kosten regelaar
€ 108.500,- / 3 = € 36.166,67
Totaal wederrechtelijk verkregen voordeel Oostenrijk / Hongarije
€ 108.500 - € 36.166,67 = € 72.333,33
Berekening totaal aan wederrechtelijk verkregen voordeel
€ 34.875,00 + € 72.333,33 = € 107.208,33
De verplichting tot betaling aan de Staat
Redelijke termijn
De raadsvrouw heeft overeenkomstig haar overgelegde pleitaantekeningen betoogd dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) is overschreden en dat deze overschrijding moet leiden tot vermindering van het vast te stellen ontnemingsbedrag.
Als uitgangspunt heeft in een zaak als deze te gelden dat de behandeling ter terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindarrest binnen twee jaar nadat hoger beroep is ingesteld, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals de ingewikkeldheid van een zaak, de invloed van de veroordeelde en/of de verdediging op het procesverloop, de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld, de termijn die met de behandeling van de strafzaak is gemoeid alsmede de termijn als bedoeld in art. 511b, eerste lid, Sv waarbinnen de ontnemingsvordering aanhangig is gemaakt.
Namens verdachte is op 21 februari 2018 hoger beroep ingesteld. Het arrest in hoger beroep wordt gewezen op 13 oktober 2020, derhalve twee jaar en acht maanden na het instellen van het hoger beroep. Er zijn het hof geen bijzondere omstandigheden gebleken op grond waarvan er sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding zodat het hof met de raadsvrouw van oordeel is dat de redelijke termijn is overschreden.
Nu in de strafzaak is geoordeeld dat ook daarin de redelijke termijn in hoger beroep is overschreden en die overschrijding in die strafzaak matiging van de aan de veroordeelde opgelegde straf tot gevolg heeft gehad, acht het hof de schending van de redelijke termijn voldoende gecompenseerd. Het hof ziet daarom aanleiding in onderhavige ontnemingszaak te volstaan met de enkele vaststelling dat inbreuk is gemaakt op art. 6, eerste lid, EVRM.
Ter terechtzitting zijn geen persoonlijke omstandigheden van betrokkene over onder meer zijn draagkracht naar voren gekomen op grond waarvan het hof aan zou moeten nemen dat hij het vastgestelde ontnemingsbedrag niet op enig moment zou kunnen betalen.
Het hof zal daarom de verplichting tot betaling aan de Staat stellen op het bedrag van € 107.208,33.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof heeft gelet op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
Dit voorschrift is toegepast, zoals het gold ten tijde van de procedure.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt de beslissing waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Stelt het bedrag waarop het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van € 107.208,33 (honderdzevenduizend tweehonderdacht euro en drieëndertig cent).
Legt de betrokkene de verplichting op tot betaling aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € 107.208,33 (honderdzevenduizend tweehonderdacht euro en drieëndertig cent).
Bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd op 1080 dagen.
Aldus gewezen door
mr. A. van Maanen, voorzitter,
mr. A.H. Garos en mr. W.A. Holland, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. S.H. Diepeveen, griffier,
en op 13 oktober 2020 ter openbare terechtzitting uitgesproken.