ECLI:NL:GHARL:2022:11392

ECLI:NL:GHARL:2022:11392, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 20-12-2022, 200.308.854

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 20-12-2022
Datum publicatie 25-12-2025
Zaaknummer 200.308.854
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Leeuwarden

Samenvatting

Erfrecht. Geschil tussen erfgenamen over een recht van koop dat erflaatster aan een van haar kinderen zou hebben gegeven voor een boerderij. Processueel ondeelbare rechtsverhouding? Oproeping vergeten erfgenaam.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden, afdeling civiel

zaaknummer gerechtshof 200.308.854

zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 202513

arrest van 20 december 2022

in de zaak van

1. [apellante1] ( [apellante1] )

2. [appellante2] ( [appellante2] )

3. [appellante3] ( [appellante3] )

4. [appellante4] ( [appellante4] )

5. [appellant5] ( [appellant5] )

die allen wonen in [woonplaats1] en in deze procedure optreden voor zich maar ook als erfgenamen en vereffenaars van de nalatenschappen van [erflater] en [erflaatster]

en die hoger beroep hebben ingesteld

en bij de rechtbank optraden als eisers in conventie en verweerders in reconventie

hierna: samen [appellanten]

advocaat: mr. M.J. Blokzijl

tegen

[geïntimeerde] ( [geïntimeerde] )

die woont in [woonplaats1]

en bij de rechtbank optrad als gedaagde in conventie en eiser in reconventie

advocaat: mr. C.F.M. Seip

1. Het verloop van de procedure in hoger beroep

[appellanten] heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis dat de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, op 26 januari 2022 tussen partijen heeft uitgesproken. Het procesverloop in hoger beroep blijkt uit:

de dagvaarding in hoger beroep

de memorie van grieven

de memorie van antwoord

een akte van [appellanten]

de brief van mr. Seip van 3 november 2022

2. De kern van de zaak

Het overlijden van de ouders van partijen

Partijen zijn broers en zussen en samen met hun zus [zus] erfgenamen van hun vader [erflater] (overleden [in] 2003) en van hun moeder [erflaatster] (overleden [in] 2019). De ouders van partijen waren gehuwd in gemeenschap van goederen. Ook moeder was erfgenaam van vader. Vader heeft in zijn testament aan haar een keuzelegaat (tegen inbreng van de waarde) en een legaat van het vruchtgebruik van zijn nalatenschap (voor zover die aan de andere erfgenamen toekomt) gemaakt. Hij heeft haar ook tot executeur benoemd.

[geïntimeerde] en [zus] hebben de nalatenschap van hun moeder beneficiair aanvaard; de anderen hebben haar nalatenschap zuiver aanvaard. De erfgenamen hebben aan [appellante4] een volmacht gegeven om hen te vertegenwoordigen bij de afwikkeling van de nalatenschap van moeder. Dat blijkt uit de verklaring van erfrecht van 11 juli 2019 van notaris Nielsen waaraan deze volmachten zijn gehecht.

De boerderij, de manege, de vennootschap onder firma en het recht van koop van [geïntimeerde]

Vader en moeder waren eigenaar van een boerderij aan [adres] in [woonplaats1] (hierna: de boerderij) en van een perceel grond met bedrijfsopstallen dat daarnaast ligt (hierna: de manege).

Zij hebben met de gemeente [gemeente] afspraken gemaakt over de boerderij:

de gemeente heeft een recht van eerste koop voor f 1 bij een voornemen tot verkoop

bij vervreemding van de boerderij is voor de tegenprestatie de voorafgaande goedkeuring van de gemeente nodig en moet een bedrag van maximaal f 150.000 in de gemeentekas worden gestort.

Verder hebben zij met de gemeente afgesproken dat het aan de boerderij grenzende perceel met de manege een onverbrekelijk geheel vormt met de boerderij.

Vader en moeder hebben op die onroerende zaken een manege geëxploiteerd in een vennootschap onder firma [bedrijfsnaam] . Na het overlijden van vader heeft moeder de manege aanvankelijk alleen voortgezet. Vanaf 1 september 2006 heeft moeder de manege samen met [geïntimeerde] geëxploiteerd in een vennootschap onder firma ‘ [naam manege] ’. Moeder heeft het gebruik en genot van de boerderij en de manege en van haar andere bedrijfsmiddelen in de vennootschap ingebracht. Deze vennootschap is [in] 2010 ontbonden. [geïntimeerde] heeft de onderneming van de vennootschap voortgezet.

De procedure in kort geding en de levering van de boerderij en de manege aan [geïntimeerde]

De voorzieningenrechter in de rechtbank Noord-Nederland heeft op 4 maart 2020 [appellanten] en [zus] veroordeeld mee te werken aan de levering van de boerderij en de manege aan [geïntimeerde] tegen vergoeding van € 200.000 en met aftrek van een hypotheekschuld van € 62.000. [in] 2020 heeft de levering plaatsgevonden. . In de notariële akte is opgenomen dat de broers en zussen met de gemeente [woonplaats1] hebben afgesproken dat de gemeente afstand doet van haar recht van koop en dat [geïntimeerde] daarvoor aan de gemeente een recht op een bedrag in contanten van € 200.000 verleent.

De afwikkeling van de nalatenschap

[appellante4] heeft aangifte gedaan voor de erfbelasting. Volgens de aangifte is de nalatenschap (op de sterfdatum van moeder) samengesteld als volgt:

Goederen Schulden

woning € 242.000 hypothecaire schuld € 62.000

andere onroerende zaken € 423.280 schuld aan erfgenamen € 121.470

bank- en spaartegoeden € 110.327 uitvaartkosten € 4.755

vorderingen en teruggaven € 6.781

Op 16 augustus 2020 heeft [appellante4] voorgesteld dat iedere erfgenaam zelf zijn of haar erfbelasting betaalt en dat dat de banksaldi worden verdeeld waarbij op het aandeel van [geïntimeerde] € 11.650,12 in mindering komt. De erfgenamen hebben dat voorstel aanvaard en uitgevoerd.

De verkoop van de boerderij en de manege door [geïntimeerde]

[geïntimeerde] heeft op 14 augustus 2020 de boerderij en de manege verkocht voor een koopsom van € 2.000.000 en bedongen dat de koopsom wordt verhoogd met € 2.000.000 als op deze onroerende zaken een bestemming komt voor het bouwen van een appartementencomplex van ten minste drie woonlagen.

De koopoptie van [geïntimeerde]

Vanwege de verkoop door [geïntimeerde] van de boerderij en de manege zijn geschillen tussen partijen ontstaan. Dat geschil spitst zich toe op de vraag of moeder in 2006 aan [geïntimeerde] een koopoptie heeft gegeven die niet alleen de manege betreft, maar ook de boerderij.

De procedure bij de rechtbank

[appellanten] hebben [geïntimeerde] en [zus] gedagvaard en hebben de rechtbank in conventie gevraagd (primair):

voor recht te verklaren dat de nalatenschappen van hun ouders nog niet zijn verdeeld en de wijze van verdeling daarvan te gelasten

voor recht te verklaren dat de koopsom die [geïntimeerde] heeft gehad bij de verkoop van de boerderij en de manege aan alle erfgenamen samen toekomt en [geïntimeerde] te veroordelen aan [appellanten] € 1.428.571.42 te betalen met nabetaling van hetzelfde bedrag als [geïntimeerde] aanspraak krijgt op de vermeerdering van de koopsom van € 2.000.000

[geïntimeerde] te veroordelen aan [appellanten] te betalen

5/7 x € 35.314 (rente die [geïntimeerde] aan moeder moest betalen) en

5/7e x € 45.000 (gebruiksvergoeding boerderij) en

de kosten voor het vergeefse beslag onder notaris Bazuin

dan wel (subsidiair) de verdeling vast te stellen.

[geïntimeerde] heeft vervolgens in reconventie de rechtbank gevraagd:

voor recht te verklaren dat de vereffening en de verdeling van de nalatenschappen van vader en moeder hebben plaatsgevonden en dat partijen elkaar niets meer zijn verschuldigd

[appellanten] te veroordelen aan hem te betalen

€ 429 (bijdrage kosten taxatie)

€ 4.089,80 (bijdrage notariskosten)

 [appellante4] te veroordelen aan hem te betalen € 5.545 (onjuiste aangifte erfbelasting) dan wel haar te veroordelen alsnog juiste aangifte te doen.

[zus] is in de procedure in conventie niet verschenen. [geïntimeerde] heeft zijn vordering in reconventie niet tegen [zus] ingesteld.

De rechtbank heeft de vorderingen in conventie afgewezen en in reconventie voor recht verklaard dat de vereffening van de nalatenschappen van vader en moeder is geëffectueerd en dat de verdeling van deze nalatenschappen heeft plaatsgevonden en de overige vorderingen afgewezen (vonnis rechtbank Noord-Nederland van 26 januari 2022).

Het hoger beroep van [appellanten]

De bedoeling van het hoger beroep is dat de vorderingen in conventie alsnog worden toegewezen en de vorderingen in reconventie worden afgewezen. Verder vragen [appellanten] het hof [geïntimeerde] te veroordelen aan hen inzage te geven in het origineel van de koopoptie van 22 juli 2006, waarop de originele handtekening van moeder staat vermeld (artikel 843a Rv). [geïntimeerde] wil dat het hof alle vorderingen in hoger beroep afwijst.

3. Het oordeel van het hof

Het hof zal beslissen dat in deze zaak sprake is van een processueel ondeelbare rechtsverhouding. [appellanten] krijgen de gelegenheid hun zus [zus] die nog niet in de procedure in hoger beroep is betrokken op voet van artikel 118 Rv op te roepen. Het hof zal daarna een mondelinge behandeling bepalen en houdt iedere verdere beslissing aan.

Het gaat in deze zaak over de vereffening en verdeling van de nalatenschappen van de ouders van partijen. Er is sprake van een processueel ondeelbare rechtsverhouding. Het is noodzakelijk alle erfgenamen/deelgenoten in de procedure te betrekken. Dat is niet gebeurd. [geïntimeerde] heeft zijn vordering in reconventie niet ingesteld tegen [zus] . [appellanten] hebben hun hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank van 26 januari 2022 niet ingesteld tegen [zus] . Het hof zal [appellanten] ambtshalve de gelegenheid geven om [zus] alsnog als partij in het geding in hoger beroep (en daarmee ook in de procedure in reconventie) te betrekken door oproeping op voet van artikel 118 Rv. Als [appellanten] niet of niet tijdig van die gelegenheid gebruik maakt, zal het hof hen alsnog niet-ontvankelijk verklaren in hun vorderingen in hoger beroep.

Dat geldt niet voor de vordering om inzage te geven in het origineel van de koopoptie van 22 juli 2006. Bij die vordering gaat het niet om een processueel ondeelbare rechtsverhouding. Het hof zal een beslissing op die vordering in dit stadium van de procedure nog aanhouden.

Mondelinge behandeling

Nadat [zus] is opgeroepen en de gelegenheid heeft gehad een memorie van antwoord te nemen zal het hof een mondelinge behandeling bepalen. Die mondelinge behandeling is allereerst bedoeld om informatie in te winnen en vragen te stellen aan partijen, in het bijzonder over de koopoptie. Ook zal aan de orde komen waarom [appellanten] in deze procedure ook optreden als vereffenaars en of dat ook mogelijk is. Het hof zal bepalen dat het voor een goed verloop van de mondelinge behandeling en de beoordeling van de zaak nodig is dat alle erfgenamen in persoon aanwezig zijn, uiteraard vergezeld door hun advocaten. Het hof zal bepalen dat [appellanten] ervoor zal zorgen dat notaris mr. A. Nielsen op de mondelinge behandeling aanwezig is.

4. De beslissing

Het hof:

geeft [appellanten] de gelegenheid [zus] op te roepen op voet van artikel 118 Rv om te verschijnen op roldatum 24 januari 2023;

verwijst de zaak naar die roldatum voor akte in geding brengen exploten van [appellanten] ;

bepaalt dat [zus] op die roldatum in het geding kan verschijnen, waarna zij een memorie van antwoord kan nemen;

houdt verder iedere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.H. Lieber, R. Prakke-Nieuwenhuizen en J.U.M. van der Werff, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 20 december 2022.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?