ECLI:NL:GHARL:2022:11707

ECLI:NL:GHARL:2022:11707, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 02-02-2022, 21-000140-20

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 02-02-2022
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 21-000140-20
Rechtsgebied Strafrecht; Strafprocesrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Arnhem
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2024:940
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854

Samenvatting

Medeplegen afpersing en poging tot afpersing. Gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en oplegging bijzondere voorwaarden.

Uitspraak

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1952,

wonende te [woonadres] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 19 januari 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,

mr. J.P.W. Nijboer, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank heeft verdachte voor de tenlastegelegde feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf van achttien maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast is de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toegewezen tot een bedrag van € 2.049,50, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De proceskosten zijn vergoed tot een bedrag van € 922,-.

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.hij, op of omstreeks 28 augustus 2019, te [pleegplaats] , [gemeente] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen [slachtoffer 1] met geweld en/of bedreiging met geweld heeft/hebben gedwongen tot het aangaan van een schuld (te weten van in totaal ongeveer 270.000 euro), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s)

- zich naar een woning (gelegen aan de [adres] in [pleegplaats] ), waar [slachtoffer 1] (via SMS) naartoe werd gelokt, heeft/hebben begeven en/of

- ( vervolgens) in de woning die [slachtoffer 1] (met de vuist) in zijn gezicht heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of

- ( vervolgens) in de woning die [slachtoffer 1] heeft/hebben gedwongen te gaan zitten en/of

- ( vervolgens) tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd “Je moet betalen”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of

- die [slachtoffer 1] en/of [getuige] heeft/hebben gedwongen zijn/hun telefoon(s) af te staan en/of - (vervolgens) die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal (met de vuist) tegen het gezicht, althans het lichaam, heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer 1] heeft/hebben gedwongen een schuldbekentenis van 270.000 euro, althans een geldbedrag, te ondertekenen en/of

- ( vervolgens) tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd dat als hij, [slachtoffer 1] , informatie zou verstrekken aan derden, dat schade zou berokkenen aan [naam] , hij/zij zich verplicht voelen om de nodige maatregelen te nemen, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer 1] (opnieuw) meermalen, althans eenmaal (met de vuist) tegen het gezicht, althans het lichaam, heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of

- ( vervolgens) tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd dat hij/zij weten waar zijn, [slachtoffer 1] , dochter woont en/of dat hij/zij die dochter zullen opzoeken, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking.

2.hij, op of omstreeks 28 augustus 2019, te [pleegplaats] , [gemeente] , althans in Nederland, ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag (te weten ongeveer 270.000 euro), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s)

- zich naar een woning (gelegen aan de [adres] in [pleegplaats] ), waar [slachtoffer 1] (via SMS) naartoe werd gelokt, begeven en/of

- ( vervolgens) in de woning die [slachtoffer 1] (met de vuist) in zijn gezicht geslagen en/of gestompt en/of - (vervolgens) in de woning die [slachtoffer 1] gedwongen te gaan zitten en/of

- ( vervolgens) tegen die [slachtoffer 1] gezegd “Je moet betalen”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of

- die [slachtoffer 1] en/of [getuige] gedwongen zijn/hun telefoon(s) af te staan en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal (met de vuist) tegen het gezicht, althans het lichaam, geslagen en/of gestompt en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer 1] gedwongen een schuldbekentenis van 270.000 euro, althans een geldbedrag, te ondertekenen en/of

- ( vervolgens) tegen die [slachtoffer 1] gezegd dat als hij, [slachtoffer 1] , informatie zou verstrekken aan derden, dat schade zou berokkenen aan [naam] , hij/zij zich verplicht voelen om de nodige maatregelen te nemen, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer 1] (opnieuw) meermalen, althans eenmaal (met de vuist) tegen het gezicht, althans het lichaam, geslagen en/of gestompt en/of

- ( vervolgens) tegen die [slachtoffer 1] gezegd dat hij/zij weten waar zijn, [slachtoffer 1] , dochter woont en/of dat hij/zij die dochter zullen opzoeken, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Overwegingen met betrekking tot het bewijs

Standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ter zitting van het hof - kort en zakelijk weergegeven - vrijspraak bepleit voor de tenlastegelegde feiten. Verdachte had geen oogmerk op de wederrechtelijke bevoordeling. Tevens had verdachte geen voorwaardelijk opzet op het toegepaste geweld en heeft hij zelf geen geweld toegepast.

Oordeel van het hof

Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van de tenlastegelegde feiten wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof overweegt in het bijzonder het volgende.

Op 28 augustus 2019 heeft aangever aangifte gedaan van afpersing. In zijn aangifte verklaart aangever dat hij een SMS-bevestiging kreeg voor een afspraak met iemand in [pleegplaats] . Aangever ging samen met zijn schoonzoon [getuige] naar de afspraak. Eenmaal daar aangekomen liep aangever met zijn schoonzoon en een man de woning in. Daar stond verdachte met twee andere mannen in de kamer. Aangever en schoonzoon moesten gaan zitten en aangever kreeg een stomp in zijn gezicht. Zij moesten hun telefoons inleveren. Aangever verklaart tussen de tien à vijftien klappen te hebben gehad. Verder verklaart hij dat hij een schuldbekentenis moest ondertekenen, waarin stond dat aangever

€ 270.000, - schuldig was aan verdachte. Op het moment dat aangever weigerde om de schuldbekentenis te tekenen, kreeg hij nog een paar klappen. Aangever verklaart dat verdachte ook heeft gedreigd dat hij wist waar de dochter van aangever woonde en dat hij haar wel zou opzoeken. Aangever besloot te tekenen. Op de schuldbekentenis stond dat aangever, op 28 augustus 2019, zou moeten betalen. Aangever heeft aangegeven dat niet voor elkaar te krijgen. De deadline is vervolgens opgeschoven naar 29 augustus 2019 om 12:00 uur. Voorts verklaart aangever dat verdachte de leiding had. Dit was te zien aan de houding van verdachte en dat verdachte zou hebben gezegd ‘Sla hem maar een paar keer nog’. De andere mannen waren er om aangever te dwingen de schuldbekentenis te tekenen.

Getuige [getuige] heeft bij de politie verklaard dat hij op 28 augustus 2019 samen met aangever naar een afspraak ging die plaats zou vinden in een pand gelegen aan de [adres] , te [pleegplaats] . Toen zij in de woning kwamen, zag getuige verdachte in de woning staan met twee andere mannen. De man die buiten bij de woning stond, kwam ook naar binnen. Aangever zou een vuistslag en meerdere klappen in zijn gezicht hebben gekregen. Er werd geschreeuwd met: ‘je moet betalen’ en aangever kreeg opnieuw klappen in zijn gezicht van één van de drie andere mannen. De telefoons moesten worden ingeleverd. Verdachte haalde een schuldbekentenis tevoorschijn die aangever moest tekenen, waarin stond dat aangever een bedrag van € 270.000, - schuldig was. Verdachte wilde het geld per direct, maar aangever wist uitstel te krijgen tot 29 augustus 2019. Indien niet werd betaald, zou verdachte aangever weer opzoeken, waarbij hij meedeelde dat hij wist waar zijn dochter woonde.

In het dossier bevindt zich een afschrift van de schuldbekentenis waarin -kort gezegd- staat dat aangever een bedrag van €270.000 schuldig is aan verdachte, dat aangever het bedrag uiterlijk 28 augustus 2019 aan verdachte moet betalen, en bij het verstrekken van informatie aan derden, die schade berokkent aan verdachte, zal verdachte benodigde maatregelen treffen. Tevens zou aangever dan een bedrag van € 100.000 per gebeurtenis verschuldigd zijn.

Ter terechtzitting van het hof heeft verdachte verklaard dat hij aangever op 28 augustus 2019 naar een woning in [pleegplaats] , heeft laten komen door aangever een uitnodiging via een SMS-bericht te sturen onder een valse naam. Verdachte heeft verklaard dat hij ter fysieke bescherming en als incasseur [medeverdachte] heeft meegenomen en dat [medeverdachte] bij volledige incasso een bedrag van € 70.000 zou krijgen. Verdachte had van tevoren een schuldbekentenis opgesteld om discussies te voorkomen. Aangever zou de schuldbekentenis van €270.000 moeten tekenen. Verdachte zou dan zijn geld hebben. Verdachte verklaart dat aangever klappen heeft gehad van [medeverdachte] . Verdachte ontkent dat hij aangever heeft geslagen en dat hij de leiding had. Hij wilde enkel zijn geld.

Het hof acht bewezen dat verdachte aangever onder een valse naam naar de [adres] , te [pleegplaats] heeft laten komen. Tijdens deze afspraak is aangever meerdere malen geslagen en gestompt om aangever onder druk te zetten en te dwingen tot het ondertekenen van een schuldbekentenis en het laten betalen van € 270. 000,-. De verklaringen van aangever en de getuige zijn gedetailleerd en komen met elkaar overeen (en ook met wat er in de schuldbekentenis staat opgenomen).

Anders dat de raadsman betoogt, acht het hof bewezen dat verdachte uit was op wederrechtelijke bevoordeling. Hij had de schuldbekentenis van tevoren opgesteld en meegenomen om aangever, onder dreigende omstandigheden en onder toepassing van geweld door anderen die op zijn verzoek aanwezig waren, te laten tekenen. De ondertekening van de schuldbekentenis door aangever is niet vrijwillig gegaan en daarbij is er geweld toegepast op aangever en zijn er dreigende uitingen gemaakt, waarna aangever zich gedwongen zag de schuldbekentenis te ondertekenen. Verder heeft het hof uit de bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte opzet had op het toegepaste geweld. Dat blijkt uit zowel de verklaringen die aangever en zijn schoonzoon bij de politie hebben afgelegd als die zij als getuige bij de rechtbank hebben afgelegd. Verdachte heeft [medeverdachte] ingeschakeld om aangever desnoods met toepassing van geweld de schuldbekentenis te laten ondertekenen, zodat aangever onder dwang en dreiging een bedrag van € 270.000,- aan verdachte zou betalen. Daarbij komt dat de betaaldatum is aangepast naar de volgende dag, om aangever in de gelegenheid te stellen om de door verdachte geëiste € 270.000, - te betalen, bij gebreke waarvan verdachte heeft gedreigd aangever en zijn dochter te zullen opzoeken.

In de woning is er geweld toegepast op aangever, waarbij het hof ervan uitgaat dat dat onderdeel was van het plan van verdachte. Dit blijkt niet alleen uit het feit dat aangever vrijwel meteen na binnenkomst werd geslagen, maar ook uit het inschakelen van [medeverdachte] als incasseur voor een bedrag van € 70.000, - als het door verdachte beoogde doel werd bereikt, een bedrag dat bovenmatig ver uitstijgt boven het gebruikelijke incassotarief. Verdachte moest hoe dan ook zijn geld hebben. Uit de bewijsmiddelen blijkt verder ook niet dat verdachte zich ter plaatse heeft gedistantieerd van het toegepaste geweld op aangever. Het hof acht dan ook bewezen dat er sprake is geweest van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte] voor het op aangever toegepaste geweld.

Uit de omstandigheid dat verdachte aangever onder valse voorwendselen naar [pleegplaats] heeft gelokt, uit het toegepaste geweld, uit de afgedwongen ondertekening van de schuldbekentenis en het respijt dat verdachte aangever gaf voor daadwerkelijke betaling, volgt zonneklaar dat verdachte ook het oogmerk had op de wederrechtelijke bevoordeling tot een bedrag van € 270.000,-. De stelling van verdachte dat hij die intentie niet zou hebben gehad, volgt het hof daarom niet.

Gelet op de bovenstaande bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in vereniging, aangever, met geweld en bedreiging met geweld, heeft afgedwongen om een schuldbekentenis te ondertekenen, en heeft geprobeerd om aangever te dwingen tot het betalen van € 270.000, -.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1.hij, op of omstreeks 28 augustus 2019, te [pleegplaats] , [gemeente] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen [slachtoffer 1] met geweld en/of bedreiging met geweld heeft/hebben gedwongen tot het aangaan van een schuld (te weten van in totaal ongeveer 270.000 euro), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte en/of zijn mededaders

- zich naar een woning (gelegen aan de [adres] in [pleegplaats] ), waar [slachtoffer 1] (via SMS) naartoe werd gelokt, heeft/hebben begeven en/of

- vervolgens in de woning die [slachtoffer 1] met de vuist in zijn gezicht heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of

- vervolgens in de woning die [slachtoffer 1] heeft/hebben gedwongen te gaan zitten en/of

- vervolgens tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd “Je moet betalen”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of

- die [slachtoffer 1] en/of [getuige] heeft/hebben gedwongen zijn/hun telefoons af te staan en/of - vervolgens die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal (met de vuist) tegen het gezicht, althans het lichaam, heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of

- vervolgens die [slachtoffer 1] heeft/hebben gedwongen een schuldbekentenis van 270.000 euro, althans een geldbedrag, te ondertekenen en/of

- vervolgens tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd dat als hij, [slachtoffer 1] , informatie zou verstrekken aan derden, die schade zou berokkenen aan [naam] , hij/zij zich verplicht voelt om de nodige maatregelen te nemen, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of

- vervolgens die [slachtoffer 1] (opnieuw) meermalen, althans eenmaal (met de vuist) tegen het gezicht, althans het lichaam, heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of

- vervolgens tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd dat hij/zij weten waar zijn, [slachtoffer 1] , dochter woont en/of dat hij/zij die dochter zullen opzoeken. althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking;

2.hij, op of omstreeks 28 augustus 2019, te [pleegplaats] , [gemeente] , althans in Nederland, ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag (te weten ongeveer 270.000 euro), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

- zich met zijn mededaders naar een woning (gelegen aan de [adres] in [pleegplaats] ), waar [slachtoffer 1] (via SMS) naartoe werd gelokt, heeft begeven en verdachte en/of zijn mededaders/of

- vervolgens in de woning die [slachtoffer 1] met de vuist in zijn gezicht hebben geslagen en/of gestompt en/of

- vervolgens in de woning die [slachtoffer 1] gedwongen te gaan zitten en/of

- vervolgens tegen die [slachtoffer 1] hebben gezegd “Je moet betalen”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- vervolgens die [slachtoffer 1] en/of [getuige] hebben gedwongen zijn/hun telefoons af te staan en/of

- vervolgens die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal (met de vuist) tegen het gezicht, althans het lichaam, hebben geslagen en/of gestompt en/of

- vervolgens die [slachtoffer 1] hebben gedwongen een schuldbekentenis van 270.000 euro, althans een geldbedrag, te ondertekenen en/of

- vervolgens tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd dat als hij, [slachtoffer 1] , informatie zou verstrekken aan derden, die schade zou berokkenen aan [naam] , hij/zij zich verplicht voelt om de nodige maatregelen te nemen, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of

- vervolgens tegen die [slachtoffer 1] opnieuw meermalen, althans eenmaal (met de vuist) tegen het gezicht, althans het lichaam, hebben geslagen en/of gestompt en/of

- vervolgens tegen die [slachtoffer 1] hebben gezegd dat hij/zij weten waar zijn, [slachtoffer 1] , dochter woont en/of dat hij/zij die dochter zullen opzoeken, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 en 2 bewezenverklaarde levert op:

de eendaadse samenloop van :

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

en

poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte voor de tenlastegelegde feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van achttien maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. Verder heeft de advocaat-generaal gevorderd de bijzondere voorwaarden en het uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

De raadsman heeft verzocht om bij een bewezenverklaring aan verdachte geen onvoorwaardelijke straf op te leggen die langer is dan de duur van het voorarrest. Een voorwaardelijke straf zou kunnen dienen als stok achter de deur.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft bij zijn straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich op 28 augustus 2019 schuldig gemaakt aan afpersing in vereniging en poging tot afpersing in vereniging. Met zijn handelen en door het toegepaste geweld heeft verdachte de lichamelijke integriteit en het gevoel van veiligheid van aangever op zeer ernstige wijze aangetast. Verdachte heeft alleen oog gehad voor zijn eigen financieel gewin en heeft volstrekt geen rekening gehouden met de consequenties van zijn handelen en de gevolgen die zijn handelen hebben op aangever. Voor dit soort ernstige feiten bestaan weliswaar geen oriëntatiepunten, maar past alleen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur, en ondanks de leeftijd van verdachte, ook langer dan de tijd die verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht.

Het hof heeft de persoonlijke omstandigheden van verdachte in ogenschouw genomen, zoals deze ter terechtzitting van het hof naar voren zijn gebracht. Hieruit volgt onder meer dat verdachte zich bezighoudt met ontwikkelingsprojecten en dat zijn reputatie is geschaad, waardoor enkele samenwerkingen met opdrachtgevers in de bouwsector als gevolg van het tenlastegelegde zijn opgezegd.

Voorts heeft het hof rekening gehouden met het uittreksel van de justitiële documentatie van verdachte met d.d. 16 december 2021. Hieruit blijkt dat verdachte weliswaar eerder, maar lang geleden onherroepelijk is veroordeeld voor een soortgelijk feit. Het hof zal daarmee geen rekening houden. Verder merkt het hof op dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden in hoger beroep is geschonden. Het hoger beroep is op 8 januari 2020 ingesteld en het hof doet einduitspraak op 2 februari 2022. Gelet op de relatief geringe overschrijding ziet het hof geen aanleiding hieraan gevolgen te verbinden en wordt volstaan met louter het constateren van de overschrijding

Alles afwegende is het hof van oordeel dat voor de tenlastegelegde feiten een gevangenisstraf van achttien maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar, passend en geboden is. Daarbij zal het hof aan verdachte als bijzonder voorwaarde opleggen, een contactverbod met aangever, de vrouw van aangever en de dochter van aangever.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze vordering bedraagt € 16.099,00 te weten een bedrag van € 1.099,00 aan materiële schade en een bedrag van € 15.000,00 aan immateriële schade. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 2.049,50. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Standpunt van het openbaar-ministerie

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk kan worden toegewezen. Een volledige vergoeding van de materiële schade (voor de bril) en een vergoeding van de immateriële schade tot een bedrag van € 7.500, -, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Voor het overige dient de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de vergoeding voor het gedeelte dat ziet op de materiële schade, door de rechtbank is geschat op € 549,50 de helft van het gevorderde bedrag. Er ontbreekt echter verdere informatie over de ouderdom van de beschadigde bril. Ook is het onduidelijk of de bril -deels- is vergoed door de zorgverzekering. De vordering met betrekking tot de immateriële schade is onvoldoende onderbouwd en dient niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Standpunt van de benadeelde partij

De raadsman van de benadeelde partij, mr. E.M. Uijttewaal, heeft de materiële- en immateriële schade nader onderbouwd en daarbij het volgende naar voren gebracht. De materiële schade dient geheel te worden toegewezen, nu de schade een rechtstreeks gevolg is van de geweldspleging tegen benadeelde partij. Daarom heeft de benadeelde partij een nieuwe bril moeten aanschaffen. De bril dient geheel te worden vergoed. Er zijn geen nota’s van de bril.

Ten aanzien van de immateriële schade heeft de raadsman – kort gezegd- naar voren gebracht dat de schade in zijn geheel dient te worden toegewezen, nu benadeelde partij is mishandeld en bedreigd is en gedwongen tot het ondertekenen van een schuldbekentenis. De benadeelde partij had veel vrees voor zijn leven en dat van zijn gezinsleden. Zowel de geestelijke- als lichamelijk integriteit van de benadeelde partij zijn aangetast en geschaad door verdachte. Benadeelde partij heeft last van slapeloosheid en heeft blijvende angsten. Het vertrouwen in anderen is ernstig geschaad en hij is terughoudend geworden met het aangaan van nieuwe investeringsprojecten. Er is ook daarmee sprake van gederfde levensvreugde.

Oordeel van het hof

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Materiële schade

Het hof ziet aanleiding om de gevorderde schade voor de bril te begroten op de helft van de kennelijke nieuwwaarde, nu er geen informatie voorhanden is over de ouderdom van de vernielde bril. Het hof zal de vordering daarom schattenderwijs toewijzen tot een bedrag van € 549,50 en de benadeelde partij in haar vordering voor het meerdere van de materiële schade niet-ontvankelijk verklaren.

Immateriële schade

Gelet op de aard van de bewezenverklaarde feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn gepleegd, de schadevergoeding die doorgaans voor soortgelijke feiten worden toegezegd, en de aanvullende onderbouwing van de benadeelde partij ter zitting van het hof, acht het hof alleszins aannemelijk dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaard psychische schade heeft ondervonden en acht het hof een immateriële schadevergoeding van € 2.500, - redelijk en billijk. Het hof zal dit bedrag toewijzen en de benadeelde partij in haar vordering voor het meerdere van de immateriële schade niet-ontvankelijk verklaren.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Proceskosten

De benadeelde partij heeft in eerste aanleg € 4.259,08 aan proceskosten gevorderd. De proceskosten zijn door de rechtbank toegewezen tot een bedrag van € 922,-. Ter terechtzitting van het hof heeft de benadeelde partij het bedrag aan proceskosten gehandhaafd, te weten € 4.259,08.

De advocaat-generaal heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat de proceskosten dienen te worden vergoed volgens het liquidatietarief.

De raadsman heeft bepleit om de proceskosten af te wijzen, omdat het onduidelijk is welke kosten precies zijn gemaakt. Subsidiair heeft de raadsman zich gesteld op het standpunt dat het liquidatietarief dient te worden toegepast.

De advocaat van de benadeelde partij heeft bepleit om de kosten van de juridische bijstand te vergoeden, die betrekking hebben op de onderhavige strafrechtelijk procedure, zoals blijkt uit de onderliggende urenspecificatie.

Conclusie

Verdachte zal worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt

en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden door het hof begroot op grond van het zogenoemde liquidatietarief kanton

in civiele zaken. Het hof zoekt, gelet op de hoogte van het toegewezen schadebedrag, aansluiting hij tarief één (tot €10.000,-) wat neerkomt op € 461,- per punt. Het hof kent drie punten toe: één punt voor het opstellen van de vordering, één punt voor het bijwonen van de zitting in eerste aanleg en één punt voor het bijwonen van de zitting in hoger beroep. De proceskosten worden derhalve begroot op € 1.383, -.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 45, 55, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18(achttien) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd:

Stelt als bijzondere voorwaarde dat verdachte gedurende de proeftijd:

 op geen enkele wijze - direct of indirect - contact opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum] 1953 te [geboorteplaats] , [benadeelde partij 1] , geboren op [geboortedatum] 1948 te [geboorteplaats] , en [benadeelde partij 2] , geboren op [geboortedatum] 1977 te [geboorteplaats] , zolang de officier van justitie dit noodzakelijk acht, met uitzondering van eventuele contacten tussen de advocaat van [slachtoffer 1] en de advocaat van verdachte.

 Waarbij de officier van justitie wordt verzocht om aan de politie opdracht te geven

toezicht te houden op de naleving van het contactverbod.

Aan voornoemde bijzondere voorwaarden zijn op grond van artikel 14c, eerste lid, sub a en b, van het Wetboek van Strafrecht van rechtswege de voorwaarden verbonden dat de veroordeelde:

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 1] ter zake van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 3.049,50 (drieduizend negenenveertig euro en vijftig cent) bestaande uit € 549,50 (vijfhonderd negenenveertig euro en vijftig cent) materiële schade en € 2.500,00 (tweeduizend vijfhonderd euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige af.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op

€ 1.383,00 (duizend driehonderd drieëntachtig euro).

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 1] , ter zake van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 3.049,50 (drieduizend negenenveertig euro en vijftig cent) bestaande uit € 549,50 (vijfhonderdnegenenveertig euro en vijftig cent) materiële schade en € 2.500,00 (tweeduizend vijfhonderd euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 40 (veertig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 28 augustus 2019.

Aldus gewezen door

mr. J.D. den Hartog, voorzitter,

mr. R.G.J. Welbergen en mr. R.J. Bokhorst, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. C. Sulak, griffier,

en op 2 februari 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. R.J. Bokhorst is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Tegenwoordig:

mr. K.A.J.M. Wetzels, voorzitter,

mr. E.C.A.M. Langenhorst, advocaat-generaal,

mr. Y.A. Hoekstra, griffier.

De voorzitter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

De voorzitter spreekt het tussenarrest uit.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?