ECLI:NL:GHARL:2022:3964

ECLI:NL:GHARL:2022:3964, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17-05-2022, 200.302.989

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 17-05-2022
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 200.302.989
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Arnhem
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 3 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827

Samenvatting

Artikel 351 Rv. In een geschil tussen ex-echtgenoten over pensioenbetaling, wijst het hof de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis van de rechtbank af. Belangenafweging.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht, familie

zaaknummer gerechtshof 200.302.989

(zaaknummers rechtbank Gelderland 362179 en 373170)

arrest van 17 mei 2022

in het incident in de zaak van

[appellant] ,

wonende te [woonplaats1] ,

appellant,

eiser in het incident,

hierna: de man,

advocaat: mr. M.M.P. Gerrits,

tegen:

[verweerster] ,

wonende te [woonplaats2] ,

geïntimeerde,

verweerster in het incident,

hierna: de vrouw,

advocaat: mr. A.E. Klaassen.

1. De procedure bij de rechtbank

Wat er in deze zaak bij de rechtbank is gebeurd, staat in de vonnissen van de rechtbank Gelderland van 8 januari 2020, 2 september 2020, 10 maart 2021 en 14 juli 2021.2. De procedure bij het hof

Wat er in deze zaak bij het hof is gebeurd, blijkt uit:

- de dagvaarding in hoger beroep van 6 oktober 2021,

- de memorie van grieven met de eis in het incident,

- de antwoordconclusie in het incident,- de memorie van antwoord.

Daarna heeft de man de stukken voor het wijzen van arrest in het incident aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest in het incident bepaald.

3. De motivering van de beslissing in het incident

Kern van de zaak

De man en de vrouw zijn met elkaar gehuwd geweest en zijn gescheiden. De vrouw heeft bij de rechtbank gevorderd dat de man wordt veroordeeld tot betaling aan haar van een deel van zijn pensioen. De rechtbank heeft die vordering in het laatste vonnis toegewezen. De rechtbank heeft dat vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dat betekent, kort gezegd, dat het vonnis kan worden uitgevoerd, ook als tegen het vonnis hoger beroep is ingesteld.

De man heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis. Hij vordert in dit incident, zo begrijpt het hof, dat het hof de tenuitvoerlegging van het vonnis zal schorsen op grond van artikel 351 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering tot het hof in de hoofdzaak heeft beslist. De vrouw heeft die vordering bestreden.

Het hof is van oordeel dat de vordering in het incident moet worden afgewezen.

Het hof legt hierna uit waarom.

Motivering

Een veroordeling is uitvoerbaar, ook als daartegen hoger beroep is ingesteld. Het hof kan de uitvoerbaarheid schorsen als het belang van de veroordeelde partij bij behoud van de bestaande toestand zwaarder weegt dan het belang van de wederpartij. Het hof gaat uit van de overwegingen en beslissingen van het vonnis van de rechtbank. De kans van slagen van het hoger beroep blijft daarbij buiten beschouwing. Als blijkt dat de beslissing van de rechtbank op een kennelijke misslag berust, kan het hof daaraan wel gevolgen voor de uitvoerbaarheid verbinden.

Het hof is van oordeel dat niet kan worden aangenomen dat het belang van de man (de veroordeelde partij) bij behoud van de bestaande toestand zwaarder weegt dan het belang van de vrouw. De man heeft weliswaar gesteld dat hij niet genoeg inkomen heeft om aan de veroordeling te voldoen en dat hij, vanwege het door de vrouw gelegde beslag op zijn pensioen en bij gebrek aan vermogen van betekenis, in een financiële noodtoestand verkeert. Die stelling heeft hij echter, gelet op de gemotiveerde betwisting daarvan door de vrouw, onvoldoende toegelicht. Uit de stukken die de man heeft overgelegd ter onderbouwing van zijn financiële situatie (een Voorlopige aanslag en een Persoonlijk Budgetadvies van NIBUD) blijkt die financiële situatie onvoldoende. Het belang van de vrouw bij de uitvoerbaarheid van het vonnis is gegeven, gelet op het uitgangspunt dat een veroordeling uitvoerbaar is, en weegt dus zwaarder dan het belang van de man.

Niet is gesteld of gebleken dat het vonnis berust op een kennelijke misslag.

Er is dus geen grond voor toewijzing van de vordering in het incident van de man. Het hof wijst die vordering dan ook af. Het hof zal de man, als de in het ongelijk te stellen partij, in de kosten van het incident veroordelen.

Het hof zal bepalen dat de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich blijkens het roljournaal bevindt. Verder houdt het hof iedere beslissing aan.

4. De beslissing

Het hof, recht doende:

in het incident:

wijst de vordering af;

veroordeelt de man in de kosten van het incident, tot aan deze uitspraak aan de zijde van de vrouw vastgesteld op € 1.114,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief;

in de hoofdzaak in hoger beroep:

bepaalt dat de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich blijkens het roljournaal bevindt;

houdt verder iedere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.H. Lieber, S.C.P. Giesen en C.M.E. Lagarde, is bij afwezigheid van de voorzitter ondertekend door de jongste raadsheer en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 17 mei 2022.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl PR-Updates.nl PR-2022-0116 PJ 2022/80
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?