GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.306.575/01
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 170504)
arrest van 7 juni 2022
in de zaak van:
de vennootschap naar Deens recht
Thingstrup Maskinstation K/S,
gevestigd in Vemb (Denemarken),
appellante,
bij de rechtbank: eiseres,
hierna: Thingstrup,
advocaat: mr. W. Hids, die kantoor houdt in Groningen,
tegen
Kornet Beton Balk B.V.,
gevestigd in Balk,
geïntimeerde,
bij de rechtbank: gedaagde,
hierna: Kornet,
advocaat: mr. B. Korvemaker, die kantoor houdt in Leeuwarden.
1. De procedure bij de rechtbank
In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in de vonnissen van 18 november 2020 en 9 juni 2021 van de rechtbank Noord-Nederland, afdeling privaatrecht, locatie Leeuwarden (hierna: de rechtbank).
2. De procedure in hoger beroep
Bij exploot van dagvaarding in hoger beroep van 7 september 2021 concludeert Thingstrup tot vernietiging van het eindvonnis van de rechtbank van 9 juni 2021 en tot het alsnog toewijzen van de vorderingen van Thingstrup, waarbij Kornet is gedagvaard te verschijnen op de rolzitting van 21 december 2021. Het exploot van 7 september 2021 is niet bij het hof aangebracht.
Op 23 december 2021 heeft Thingstrup een herstelexploot uitgebracht waarbij Kornet (onder handhaving van het exploot van 7 september 2021) is opgeroepen voor de rolzitting van 1 februari 2022.
Op 7 februari 2022 heeft Thingstrup een herstelexploot uitgebracht waarbij Kornet (onder handhaving van de exploten van 7 september 2021 en 23 december 2021) is opgeroepen voor de rolzitting van 15 februari 2022.
Op de rol van 29 maart 2022 heeft Kornet een akte genomen over de ontvankelijkheid van Thingstrup in het hoger beroep. Thingstrup heeft op de rol van 12 april 2022 een antwoordakte genomen.
Het hof wijst vandaag arrest op het griffiedossier.
3. De beoordeling
Kornet heeft aangevoerd dat het verzuim – het niet aanbrengen van de appeldagvaarding van 7 september 2021 tegen 21 december 2021 als de aangezegde rechtsdag - niet (tijdig) is hersteld met het herstelexploot van 23 december 2021, omdat ook dat exploot niet tijdig (tegen de rechtsdag 1 februari 2022) is aangebracht. Daarom moet Thingstrup in het hoger beroep conform het arrest van het hof van 17 maart 2020 niet-ontvankelijk worden verklaard, aldus Kornet.
Tot haar verweer heeft Thingstrup aangevoerd dat het herstelexploot van 23 december 2021 wél tijdig, namelijk op 28 januari 2022 bij het hof is aangebracht, althans dat het, samen met de oorspronkelijke appeldagvaarding, op die datum is verzonden. Voor zover het exploot van 23 december 2021 het hof te laat zou hebben bereikt, is sprake van een 'systeemfout' bij het hof dan wel de posterijen, aldus Thingstrup, die – zo begrijpt het hof – haar niet kan worden tegengeworpen. Kornet is niet in haar belangen geschaad, omdat het H1-formulier voor het aanbrengen van de zaak op de rol van 1 februari 2022 per e-mail van 28 januari 2022 is verzonden aan de toenmalige advocaat van Kornet. Bovendien blijkt uit de rechtspraak van de Hoge Raad dat het in beginsel niet uitgesloten is dat een beroep ontvankelijk is ondanks dat meer dan één herstelexploot is uitgebracht. Dat blijkt uit een arrest van de Hoge Raad van 10 april 2015, aldus Thingstrup.
Het hof verwerpt de stelling van Thingstrup dat het herstelexploot van 23 december 2021 tijdig is aangebracht. De envelop met het desbetreffende exploot is bij het hof ingekomen op 7 februari 2022. Dat blijkt uit een (kopie van) die envelop die Thingstrup zelf als bijlage in het geding heeft gebracht. Thingstrup noemt het "bijzonder onaannemelijk dat een brief die op 31 januari 2022 bezorg gereed was (hetgeen blijkt uit de datumstempel op de envelop) pas vijf werkdagen later wordt bezorgd.", maar dat brengt het hof niet tot een ander oordeel. Ook indien ervan zou worden uitgegaan dat (de advocaat van) Thingstrup de brief op vrijdag 28 januari 2022 zou hebben verzonden, geldt dat het datumstempel "bezorg gereed" van maandag 31 januari 2022 nog niets zegt over het daadwerkelijke moment van bezorging bij het hof. Hoewel de envelop met het herstelexploot op grond van het procesreglement reeds op 31 januari 2022 bij het hof binnen had moeten zijn, heeft Thingstrup dus niet aangetoond dat dit ook het geval is geweest. Indien sprake is van een fout bij de postbezorging, komt dat feit – anders dan Thingstrup stelt – voor haar eigen
rekening en risico. Van een 'systeemfout' of 'apparaatsfout' is het hof niet gebleken en Thingstrup heeft dat standpunt verder ook niet uitgewerkt.
Het arrest van de Hoge Raad van 10 april 2015 waarnaar zij heeft verwezen, biedt Thingstrup geen soelaas. In die casus deed zich de bijzondere omstandigheid voor dat het tweede herstelexploot is uitgebracht binnen de in art. 125 lid 5 Rv voorgeschreven termijn van twee weken na de in het oorspronkelijke exploot vermelde verschijndag. Een dergelijke omstandigheid doet zich in dit geval echter niet voor. Bedoelde termijn van twee weken eindigde op 4 januari 2022. Het tweede herstelexploot van Thingstrup is van later datum, namelijk van 7 februari 2022.
De conclusie van het voorgaande is dat de uitgebrachte herstelexploten geen effect hebben gesorteerd. Thingstrup heeft haar verzuim (niet aanbrengen van de appeldagvaarding) niet (op een geldige wijze) hersteld volgens de regels die op grond van het bepaalde in artikel 125 Rv daarvoor gelden. Daardoor is de aanhangigheid van het geding in hoger beroep vervallen, zodat Thingstrup daarin niet-ontvankelijk zal worden verklaard. Het hof gaat voorbij aan het argument dat Kornet niet in haar belangen is geschaad. Kornet is weliswaar in hoger beroep verschenen, maar heeft dit gedaan om zich te beroepen op de niet-ontvankelijkheid van Thingstrup.
Thingstrup zal als de in hoger beroep in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van het geding in hoger beroep aan de zijde van Kornet (salaris advocaat: ½ punt in tarief V).
De beslissing
Het hof, rechtdoende in hoger beroep:
verklaart Thingstrup niet-ontvankelijk in haar hoger beroep;
veroordeelt Thingstrup in de proceskosten van het geding in hoger beroep en stelt deze kosten aan de zijde van Kornet vast op € 5.689,- aan verschotten (griffierecht) en op € 1.639,- aan geliquideerd salaris van de advocaat;
wijst af wat meer of anders is gevorderd.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.H. Kuiper, J. Smit en P.S. Bakker, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 7 juni 2022.