ECLI:NL:GHARL:2022:4768

ECLI:NL:GHARL:2022:4768, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 13-06-2022, 21-002467-21

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 13-06-2022
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 21-002467-21
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Arnhem
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 4 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854

Samenvatting

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft vandaag een 42-jarige vrouw uit Arnhem veroordeeld voor belaging (stalking). Het gerechtshof legt haar een taakstraf op van 180 uren, waarvan 60 uren voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en met als bijzondere voorwaarden een contactverbod met aangeefster en een verbod om berichten op social media te plaatsen of te laten staan die betrekking hebben op aangeefster. Verdachte heeft gedurende zes weken de nieuwe partner van haar ex-vriend belaagd door aan haar en haar familie meerdere (spraak)berichten te sturen, naar haar woning te gaan en op social media kwetsende en bedreigende berichten te plaatsen. Verdachte geniet kennelijk enige landelijke (TV-) bekendheid en heeft op sociale media een grote groep volgers. Alles wat zij daarop plaatst wordt dus door veel mensen gelezen. Verdachte is zich daarvan bewust en van haar mag daarom extra verantwoordelijkheid worden gevraagd over wat ze verstuurt via sociale media.

Uitspraak

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1980,

wonende te [adres]

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 30 mei 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en haar raadsman, mr. J.A. Schadd, naar voren is gebracht.

Omvang van het hoger beroep

Verdachte is bij vonnis waarvan beroep vrijgesproken van het onder 1 tenlastegelegde. Hoger beroep tegen deze vrijspraak staat voor verdachte niet open. Het hof zal verdachte daarom in zoverre niet-ontvankelijk in haar hoger beroep verklaren.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen – vernietigen omdat het tot een iets andere bewezenverklaring en andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg- tenlastegelegd dat:

2.

zij, op een of meerdere tijdstippen, in of omstreeks de periode van 12 december 2020 tot en met 24 februari 2021 te Arnhem, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [aangeefster] , door

- op Instagram en/of Facebook, althans op social media, (een grote hoeveelheid) berichten met betrekking tot voornoemde [aangeefster] te plaatsen, onder meer met de tekst(en): "Goede avond. Is er iemand in mijn lijstje uit Arnhem die [aangeefster] of [aangeefster] kent???" en/of "Nou [aangeefster] fijne feestdagen douw die tesar in je grote fuit en speel een liedje af" en/of

- voornoemde [aangeefster] via Facebook (een grote hoeveelheid) berichten te sturen, onder meer met de tekst(en): "Maar als jij mij de info niet had gegeven had ik je kop van je romp afgetrokken!!!" en/of Niet roepen [aangeefster] DOEN!!! Je hebt de verkeerde kapot gemaakt en ik kapot maar jij gaat mee!!! Ik heb mij bereik en heel snel ook jou foto!!!" en/of

- voornoemde [aangeefster] en/of een of meerdere familieleden van voornoemde [aangeefster] een of meerdere geluidsfragmenten te sturen met onder meer de woorden: "Marrokaanse kankerhoer" en/of "Jullie willen oorlog, kom dan!" en/of

- zich meerdere malen, althans eenmaal, naar de woning van die [aangeefster] te begeven en/of zich aldaar in de directe omgeving van die woning op te houden,

met het oogmerk voornoemde [aangeefster] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof overweegt daarbij in het bijzonder het volgende.

De raadsman heeft betoogd dat – kort gezegd – sprake is geweest van een ordinaire ruzie tussen verdachte en aangeefster waarbij over en weer lelijke en onbeschofte uitlatingen (via social media) zijn gedaan. De raadsman stelt dat de uitlatingen van verdachte een reactie waren op de uitlatingen of gedragingen van aangeefster en verder dat niet blijkt dat er een stopgesprek heeft plaatsgevonden met de politie, wat gebruikelijk zou zijn in zaken als deze. Verdachte wist niet dat er aangifte tegen haar was gedaan en is niet door de politie gewaarschuwd op te houden met haar uitlatingen richting aangeefster. Mede daardoor ontbreekt volgens de raadsman de vereiste wederrechtelijkheid en dient verdachte te worden vrijgesproken.

Het hof stelt vast dat de tenlastegelegde feitelijke gedragingen door verdachte zijn bekend, waarbij zij heeft verklaard uit boosheid en emotie te hebben gereageerd.

Het ontbreken van een formeel stopgesprek en de omstandigheid dat sprake zou zijn van actie-reactie waarbij uitlatingen over en weer zijn gedaan, staan naar het oordeel van het hof niet in de weg aan een bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit.

Uit het dossier blijkt dat de politie eind januari 2021 bij verdachte aan de deur is geweest en haar heeft aangesproken over deze zaak en dat verdachte toen niet is gestopt met uitlatingen op social media en gedragingen jegens aangeefster.

De raadsman heeft ter terechtzitting een proces-verbaal overgelegd, waaruit blijkt dat verdachte aangifte van bedreiging heeft gedaan tegen aangeefster [aangeefster] maar op die aangifte is een sepotbeslissing gevolgd. Andere (bedreigende of intimiderende) berichten van aangeefster richting verdachte heeft het hof in het dossier niet aangetroffen en zijn ook niet door de verdediging ingebracht. Dat sprake is geweest van actie-reactie en dat aangeefster zelf een kwalijke rol zou hebben gespeeld kan op basis van het proces-verbaal van politie dan ook niet worden vastgesteld.

Voorts is het hof van oordeel dat een periode van zes weken waarin door verdachte regelmatig en intensief bedreigende of kwetsende berichten op social media zijn geplaatst of naar aangeefster of haar familieleden zijn gestuurd en verdachte naar de woning van aangeefster ging om verhaal te halen, lang genoeg is om aan te merken als een stelselmatig inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster. Het is goed voorstelbaar dat aangeefster zich hierdoor bedreigd of angstig heeft gevoeld. Daarbij betrekt het hof dat verdachte kennelijk enige landelijke (TV-)bekendheid geniet, actief is op social media en een grote groep volgers heeft en dus met haar posts en content veel mensen bereikt.

Het verweer wordt verworpen.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

2.zij, op een of meerdere tijdstippen, in of omstreeks de periode van 12 december 2020 tot en met 24 februari 2021 te Arnhem, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [aangeefster] , door

- op Instagram en/of Facebook, althans op social media, (een grote hoeveelheid) berichten met betrekking tot voornoemde [aangeefster] te plaatsen, onder meer met de tekst(en): "Goede avond. Is er iemand in mijn lijstje uit Arnhem die [aangeefster] of [aangeefster] kent???" en/of "Nou [aangeefster] fijne feestdagen douw die tesar in je grote fuit en speel een liedje af" en/of

- voornoemde [aangeefster] via Facebook (een grote hoeveelheid) berichten te sturen, onder meer met de tekst(en): "Maar als jij mij de info niet had gegeven had ik je kop van je romp afgetrokken!!!" en/of Niet roepen [aangeefster] DOEN!!! Je hebt de verkeerde kapot gemaakt en ik kapot maar jij gaat mee!!! Ik heb mij bereik en heel snel ook jou foto!!!" en/of

- voornoemde [aangeefster] en/of een of meerdere familieleden van voornoemde [aangeefster] een of meerdere geluidsfragmenten te sturen met onder meer de woorden: "Marokkaanse kankerhoer" en/of "Jullie willen oorlog, kom dan!" en/of

- zich meerdere malen, althans eenmaal, naar de woning van die [aangeefster] te begeven en/of zich aldaar in de directe omgeving van die woning op te houden,

met het oogmerk voornoemde [aangeefster] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:

belaging.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belaging van aangeefster, de nieuwe partner van

haar ex-vriend, door aan aangeefster en haar familie meerdere (spraak)berichten te sturen, naar haar woning te gaan en op social media kwetsende en bedreigende berichten te plaatsen. Uit de schriftelijke slachtofferverklaring blijkt dat de gedragingen van verdachte veel impact op aangeefster hebben gehad. Het is algemeen bekend dat belaging psychisch belastend is voor slachtoffers. Verdachte heeft op sociale media een grote groep volgers en alles wat zij daarop plaatst wordt dus door veel mensen gelezen. Verdachte is zich daarvan bewust en van haar mag daarom extra verantwoordelijkheid worden gevraagd over wat ze verstuurt via sociale media.

Dat verdachte boos en emotioneel is (geweest) over de relatiebreuk met haar ex-vriend valt te begrijpen maar door zich op deze wijze af te reageren op en de confrontatie te zoeken met zijn nieuwe partner heeft zij zich onvoldoende rekenschap gegeven van de gevolgen van haar gedrag voor aangeefster.

Anders dan de politierechter heeft opgelegd en de advocaat-generaal heeft gevorderd, ziet het hof reden om af te zien van het opleggen van een voorwaardelijke gevangenisstraf. Verdachte heeft spijt betuigd en er lijkt rust gekomen te zijn. Gelet hierop en de persoon van verdachte is het hof van oordeel dat oplegging van een taakstraf van de hierna aan te geven duur, passend en geboden is. Het hof zal een deel van de taakstraf voorwaardelijk opleggen met daaraan verbonden de bijzondere voorwaarde van een contactverbod met aangeefster en een verbod content op social media te plaatsen als na te melden.

De vordering van de benadeelde partij

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsvrouw van aangeefster, mr. J.A. Neslo, advocaat te Almere, meegedeeld dat de vordering van de benadeelde partij wordt gewijzigd in die zin dat aangeefster thans afziet van een schadevergoeding van 800 euro. Hoewel de vordering niet is ingetrokken, is deze materieel niet meer aan de orde zodat het hof daarop geen beslissing meer zal geven.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 63 en 285b van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 1 tenlastegelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 180 (honderdtachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 90 (negentig) dagen hechtenis.

Bepaalt dat een gedeelte van de taakstraf, groot 60 (zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 2 (twee) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn/haar identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde:

Aldus gewezen door

mr. P.A.H. Lemaire, voorzitter,

mr. G. Mintjes en mr. F.A.M. Bakker, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. A.C. Wormgoor, griffier,

en op 13 juni 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. G. Mintjes is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 13 juni 2022.

Tegenwoordig:

mr. A.B.A.P.M. Ficq, voorzitter,

mr. , advocaat-generaal,

mr. N.D. Mavus-ten Elshof, griffier.

De voorzitter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

De voorzitter spreekt het arrest uit.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?