GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 16 maart 2022, betreffende
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De beoordeling
1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder een sanctie opgelegd van € 100,- voor: “Stilstaan op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 10 juli 2021 om 13:38 uur op de Majubastraat in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken]
2. De gemachtigde voert in hoger beroep aan dat in de ten tijde van de gedraging geldende Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) staat vermeld dat digitaal handhaven slechts mogelijk is op overtreding van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) en na instemming van het Openbaar Ministerie. Blijkens de daarbij genoemde website dient een aanvraag te voldoen aan verschillende voorwaarden. Uit de beschikbare gegevens volgt echter niet dat een aanvraag is ingediend noch dat instemming is verleend. Volgens de gemachtigde kan daarom niet worden vastgesteld dat de ambtenaar bevoegd was de beschikking op te leggen.
3. Uit het dossier volgt dat de onderhavige gedraging is geconstateerd met behulp van een scanauto. Handhaving met behulp van een scanauto is een vorm van digitale handhaving (vgl. het arrest van 18 januari 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:265).
4. De gedraging is begaan op 10 juli 2021 en betreft een overtreding van artikel 10, eerste lid, RVV 1990 met een stilstaand voertuig.
5. De ten tijde van de gedraging geldende Regeling domeinlijsten boa bepaalt ten aanzien van de bevoegdheid van de boa het volgende:"Alleen voor stilstaand verkeer: 5 Wegenverkeerswet 1994 en het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990."
De tekst van punt 16 in de bijlage bij voornoemde regeling is met ingang van 1 juli 2021 gewijzigd en luidt sindsdien als volgt:
"Digitaal handhaven is slechts mogelijk op overtreding van het RVV en na instemming van het Openbaar Ministerie. Een aanvraag tot instemming wordt getoetst aan de door het Openbaar Ministerie hiertoe vastgestelde kaders. De toepasselijke kaders zijn te vinden op www.om.nl/digitaalhandhavenRVV"
6. Het bestaan van de bevoegdheid van de betreffende ambtenaar is het uitgangspunt (vgl. het arrest van het hof van 23 december 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:10797). Dit is slechts anders indien hetgeen wordt aangevoerd gerede twijfel doet ontstaan over de bevoegdheid van de ambtenaar. De enkele betwisting van die bevoegdheid, dan wel het in meer algemene zin aan de orde stellen daarvan door het stellen van vragen of het doen van suggesties, is hiervoor onvoldoende. Dat uit het dossier niet blijkt of een aanvraag tot digitale handhaving is ingediend en dat daartoe geen toestemming is verleend, doet een dergelijke twijfel ook niet ontstaan. De grond faalt, zodat de sanctie door een bevoegde ambtenaar is opgelegd.
7. Het voorgaande betekent dat het hof de beslissing van de kantonrechter zal bevestigen.
8. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. de arresten van het hof van 28 april 2020 en 1 april 2021, vindplaatsen op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en 2021:1786).
De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Verstraaten als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.