[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2001,
wonende te [woonplaats] .
Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 30 augustus 2022 en 16 mei 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,
mr. L.J.H.M. Achten, naar voren is gebracht.
Het vonnis waarvan beroep
De rechtbank heeft bij vonnis van 10 november 2021, waartegen het hoger beroep is gericht, de verdachte ter zake van de onder 1 primair, verkrachting, terwijl het feit is gepleegd door twee of meer verenigde personen, veroordeeld tot een onvoorwaardelijk gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van het voorarrest. De vordering van de benadeelde partij is deels hoofdelijk toegewezen en voor het overige is de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaard in de vordering.
Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste wijze en goede gronden heeft beslist. Het hof zal het vonnis dan ook met overneming van die gronden bevestigen.
Aanvullend daarop overweegt het hof als volgt.
In hoger beroep zijn naar aanleiding van de regiezitting verschillende getuigen bij de raadsheer-commissaris gehoord.
De verklaringen van de in hoger beroep gehoorde getuigen maken niet dat het gerechtshof anders oordeelt dan de rechtbank. In het bijzonder hecht het hof geen waarde aan de niet specifieke verklaringen van getuigen [getuige 1] en [getuige 2] bij de raadsheer-commissaris over het wel of niet gezien hebben van ‘het filmpje’ en wat daar dan op te zien zou zijn geweest. Het hof ziet geen reden om te twijfelen aan de verklaringen van deze getuigen die zij, al dan niet telefonisch, tegenover de politie hebben afgelegd kort na het gebeuren.
Ten aanzien van de persoon van verdachte is in hoger beroep een Pro Justitia rapportage opgemaakt. Uit het psychologisch onderzoek blijkt, kort gezegd, dat er bij verdachte geen sprake is van een psychische stoornis, verstandelijke handicap en/of een psychogeriatrische aandoening. Indien bewezen kan het feit volledig aan verdachte worden toegerekend. Er zijn geen argumenten in de persoonlijkheid en/of ontwikkeling van verdachte die aanleiding geven om het minderjarigenstrafrecht toe te passen.
De reclassering heeft aanvullend gerapporteerd en komt tot de conclusie dat verdachte zijn leven grotendeels op orde heeft en adviseert bij een bewezenverklaring het volwassenenstrafrecht toe te passen. Er is geen sprake van een verstandelijke beperking en verdachte neemt weloverwogen beslissingen.
In het bovenstaande ziet het hof geen reden om ook ten aanzien van de strafoplegging anders te oordelen dan de rechtbank.
BESLISSING
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep.
Aldus gewezen door
mr. R.W. van Zuijlen, voorzitter,
mr. O.O. van der Lee en mr. S. Weening, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. B.T.H. Toonen-Janssen, griffier,
en op 30 mei 2023 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. O.O. van der Lee en mr. S. Weening zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 30 mei 2023.
Tegenwoordig:
mr. R.W. van Zuijlen, voorzitter,
mr. L.H.J. Vijlbrief-Smit, advocaat-generaal,
mr. H.E. Schoenmakers, griffier.
De voorzitter doet de zaak uitroepen.
De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.
De voorzitter spreekt het arrest uit.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.