GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 5 september 2022, betreffende
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De beoordeling
1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 174,- voor: “20 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom”. Deze gedraging zou zijn verricht op 14 juni 2020 om 02:35 uur op de Rijksweg A6 in Lelystad met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert in hoger beroep aan dat uit de database van de RDW blijkt dat het voertuig van de politie is sinds 26 september 2019. Hij acht het dan ook niet aannemelijk dat het voertuig op 12 februari 2020, zoals volgt uit de kalibratietabel, nog maar 10 kilometer op de teller had staan. De kalibratietabel is daarom niet betrouwbaar.
3. De verklaring van de ambtenaar in het zaakoverzicht over de wijze waarop de onderhavige snelheidsmeting met de boordsnelheidsmeter van het dienstvoertuig is verricht, is reeds opgenomen in de beslissing van de kantonrechter. Hieruit volgt onder meer dat de goedkeuring van de kalibratie van de boordsnelheidsmeter geldig is tot 12 januari 2021. Verder bevindt zich een afschrift van de kalibratietabel van 12 februari 2020 in het dossier, waarin een kilometerstand van 10 kilometer staat vermeld.
4. Door de advocaat-generaal is in hoger beroep een aanvullend proces-verbaal overgelegd van 20 februari 2023, waarin de ambtenaar onder meer nog het volgende verklaart:“Politievoertuigen welke worden aangeschaft voor verkeerstoezicht worden na aanschaf voorzien van extra apparatuur. (…) Een aantal van deze systemen kenden al sinds begin 2019 leveringsproblemen waardoor er veel vertraging ontstond bij de uitlevering van nieuwe dienstvoertuigen. Nieuwe dienstvoertuigen werden in die periode wel door de politie aangekocht, afgenomen en op kenteken gesteld, waarna deze gestald werden bij de inbouwende firma (…) in afwachting van levering en inbouw van voornoemde systemen. (…) Alhoewel het betrokken dienstvoertuig al langere tijd geleden was aangevraagd, was de prioritering gemiddeld, waardoor het voertuig langere tijd in de wacht heeft gestaan voordat de apparatuur ingebouwd kon worden. (…) In de periode dat het voertuig in de wacht stond bij de inbouwer heeft het voertuig niet gereden en (…) het (…) is in die periode ook niet geijkt geweest omdat de noodzaak daartoe ontbrak. Pas nadat de apparatuur werd toegewezen aan dit voertuig en werd ingebouwd is het voertuig aangemeld voor ijking. De eerste ijking zoals die op het moment van de onderhavige overtreding nog van kracht was heeft plaatsgevonden, zoals vermeld op de ijktabel, bij de inbouwer (Abiom) op 12 februari 2020. Het dienstvoertuig is vervolgens begin april 2020 beschikbaar gesteld aan de operationele dienst Landelijke Eenheid, Dienst Infra, Unit Noordwest, Groep Lelystad.”
5. Naar het oordeel van het hof is met de aanvullende informatie over het op kenteken stellen en het met vertraging aanmelden voor ijking van het betreffende dienstvoertuig genoegzaam komen vast te staan dat de kalibratie van de boordsnelheidsmeter op de juiste wijze is uitgevoerd. Aldus kan worden uitgegaan van de in het dossier aanwezige kalibratietabel en kan op basis van de beschikbare gegevens worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
6. Het voorgaande betekent dat de kantonrechter het beroep terecht ongegrond heeft verklaard en dat het hof die beslissing zal bevestigen. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen.
De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Verstraaten als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.