[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1992,
wonende te [woonplaats] , [adres] .
Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis, voor zover het de veroordeling voor het onder 2 tenlastegelegde betreft, hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 10 november 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr. L.F.M. Melles, naar voren is gebracht.
Het vonnis waarvan beroep
Het hof zal het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, vernietigen omdat het tot vrijspraak komt. Het hof zal daarom in zoverre opnieuw rechtdoen.
De tenlastelegging
Aan verdachte is voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen -na aanpassing omschrijving feiten in tenlastelegging ex artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering ter terechtzitting in eerste aanleg- tenlastegelegd dat:
2.hij in of omstreeks de periode van 23 november 2020 tot en met 17 december 2020 te [plaats] , althans in Nederland aangifte heeft gedaan dat een strafbaar feit is gepleegd, door telefonisch en/of in die aangifte tegenover de politie Oost-Nederland te verklaren dat de personenauto (kenteken [kenteken] ) van hem, verdachte, op 22 november 2020 was verduisterd/gestolen, wetende dat dat strafbare feit niet was gepleegd;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Vrijspraak
De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bevestiging van het vonnis met uitzondering van de strafoplegging.
De raadsvrouw heeft verzocht verdachte vrij te spreken.
Naar het oordeel van het hof is, gelet op het dossier, niet uit te sluiten dat de auto van verdachte op 22 november 2020 is verduisterd en dat dus een strafbaar feit is gepleegd. Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting daarom niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en doet in zoverre opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Aldus gewezen door
mr. M.J.C. Dijkstra, voorzitter,
mr. G. Mintjes en mr. Th.C.M. Willemse, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. I.W. Levelt-Iseger, griffier,
en op 24 november 2023 ter openbare terechtzitting uitgesproken.