ECLI:NL:GHARL:2024:27

ECLI:NL:GHARL:2024:27, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 02-01-2024, 200.296.339

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 02-01-2024
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 200.296.339
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Arnhem
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2025:1237
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 4 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827

Samenvatting

Artikel 401a lid 2 Rv. Het hof wijst verzoek tot tussentijdse cassatie toe omdat een aantal overwegingen in het tussenarrest bepalend is voor het verdere verloop van de procedure, tussentijdse cassatie niet tot onredelijke vertraging van de procedure leidt en het de proces-efficiëntie ten goede komt als deze overwegingen in deze fase van de procedure ter definitieve beoordeling aan de Hoge Raad worden voorgelegd. In vervolg op ECLI:NL:GHARL:2023:9205.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht, handel/familie

zaaknummer gerechtshof: 200.296.339

zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht: 494537

beslissing op verzoek ex artikel 401a lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van 2 januari 2024

in de zaak van

1. de maatschap naar Nederlands recht

Melkveebedrijf [appellante1]

die is gevestigd in [vestigingsplaats]

2. [appellant2]

3. [appellante3]

4. [appellant4]

die allen wonen in [woonplaats1]

die hoger beroep hebben ingesteld

en bij de rechtbank optraden als eisers

hierna samen: [appellanten]

advocaat: mr. O.R. van Hardenbroek

tegen:

de coöperatie

Coöperatieve Rabobank U.A.

die is gevestigd in Amsterdam

die bij de rechtbank optrad als gedaagde

hierna: Rabobank

advocaat: mr. K.M. Kole

1. Verzoek tot verlof tussentijdse cassatie

Het hof heeft in deze zaak op 31 oktober 2023 een tussenarrest (hierna het tussenarrest) gewezen.

Namens Rabobank heeft mr. Van Straaten bij brief van 23 november 2023 het hof gevraagd om verlof te verlenen voor het instellen van beroep in cassatie tegen het tussenarrest. Rabobank heeft daarvoor aangevoerd dat, kort samengevat, het de procesefficiëntie dient als de Hoge Raad definitief beslist over de aard en reikwijdte van de zorgplicht van Rabobank in een geval als het onderhavige. Rabobank heeft daarbij ook aangevoerd dat een oordeel van de Hoge Raad van betekenis kan zijn voor diverse andere procedures.

Namens [appellanten] heeft mr. Van Hardenbroek bij brief van 7 december 2023 bezwaar gemaakt tegen inwilliging van dit verzoek. [appellanten] hebben daarvoor, kort samengevat, aangevoerd dat tussentijds cassatieberoep tot een aanzienlijke vertraging van de onderhavige procedure zal leiden en dat dit bij een eventuele terugverwijzing afbreuk zou kunnen doen aan de (bewijs-)positie van partijen in het kader van het door Rabobank te leveren tegenbewijs, omdat de periode in geding dan nog verder in het verleden ligt. Naar de mening van [appellanten] is de procesefficiëntie daarom juist niet gediend bij het openstellen van een tussentijds cassatieberoep. Daarnaast heeft Rabobank niet onderbouwd dat het oordeel van het hof zou kunnen worden toegepast op zaken van andere melkveehouders, aldus [appellanten]

2. Het oordeel van het hof

Het verzoek van Rabobank is gedaan voor het verstrijken van de cassatietermijn.

Het hof is van oordeel dat het bieden van de mogelijkheid van een tussentijds cassatieberoep in deze zaak processueel doelmatig en passend is, om de volgende redenen.

Het hof heeft in het tussenarrest overwogen dat onder de omstandigheden van dit geval de zorgplicht van Rabobank tegenover [appellanten] bij het aangaan van de kredietovereenkomst inhield dat Rabobank met [appellanten] afstemde of zij bij het aangaan van de kredietovereenkomst de mogelijk komende productiebeperkende maatregelen en de gevolgen daarvan voor hun bedrijfsvoering en financiering voldoende overzagen, om op die manier [appellanten] te beschermen tegen een mogelijk gebrek aan inzicht. Het hof heeft het om de in het tussenarrest uiteen gezette redenen voorshands aannemelijk geacht dat Rabobank [appellanten] voorafgaand aan het sluiten van de kredietovereenkomst niet heeft gewaarschuwd voor de mogelijke invoering van productiebeperkende maatregelen zoals een fosfaatrechtenstelsel en de daaruit voortvloeiende risico’s voor de bedrijfsvoering en financiële positie van [appellanten] Het hof heeft Rabobank toegelaten tot tegenbewijs van deze stelling van [appellanten]

De in onderdeel 2.3. uiteengezette overwegingen zijn bepalend voor het verdere verloop van deze procedure. Naar het oordeel van het hof zal tussentijdse cassatie niet tot een onredelijke vertraging van de procedure leiden (artikel 20 Rv) en komt het de procesefficiëntie ten goede als in deze fase deze overwegingen ter definitieve beoordeling aan de Hoge Raad worden voorgelegd.

Het hof bepaalt daarom dat van het tussenarrest van 31 oktober 2023 beroep in cassatie kan worden ingesteld voordat wordt overgegaan tot (tegen)bewijslevering en voordat eindarrest wordt gewezen.

Deze beslissing is gegeven door mrs. P.J. van der Korst, R.W.E. van Leuken en M.P.M. Hennekens, ondertekend door M.P.M. Hennekens, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 2 januari 2024.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?