ECLI:NL:GHARL:2024:3640

ECLI:NL:GHARL:2024:3640, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 30-05-2024, 200.335.591/01

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 30-05-2024
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 200.335.591/01
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Arnhem
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2025:481
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 3 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002656

Samenvatting

Vaststelling kinderalimentatie. Ingangsdatum/draagkracht man.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.335.591

(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 537077)

beschikking van 30 mei 2024

in de zaak van

[verzoeker] ,

wonende in [woonplaats1] ,

verzoeker in hoger beroep,

verder te noemen: de man,

advocaat: mr. Y. Bruin te Heerhugowaard,

en

[verweerster] ,

wonende te [woonplaats2] ,

verweerster in hoger beroep,

verder te noemen: de vrouw,

advocaat: mr. P.M. Bueters te Bussum.

1. De procedure in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 12 september 2023, uitgesproken onder voormeld zaaknummer. Verder ook te noemen: de bestreden beschikking.

2. De procedure in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

het beroepschrift met producties, ingekomen op 11 december 2023;

het verweerschrift met producties;

een journaalbericht van mr. Bruin van 29 december 2023 met producties;

een journaalbericht van mr. Bueters van 12 april 2024 met producties;

een journaalbericht van mr. Bruin van 15 april 2024 met producties;

een journaalbericht van mr. Bruin van 18 april 2024 met producties.

De mondelinge behandeling heeft op 23 april 2024 plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig:

- de advocaat van de man;

- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat.

3. De feiten

De man en de vrouw zijn de ouders van:

- [de minderjarige] , geboren [in] 2019 in [plaats1] .

De man heeft [de minderjarige] erkend. De vrouw is alleen belast met het gezag over [de minderjarige] .

De vrouw heeft de Nederlandse nationaliteit en woont met [de minderjarige] in Nederland. De man heeft de Venezolaanse nationaliteit.

4. Het geschil

Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank, voor zover hier van belang,

- uitvoerbaar bij voorraad- beslist dat de man met ingang van 1 maart 2021 aan de vrouw een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding (hierna ook: kinderalimentatie) van [de minderjarige] moet betalen van € 250,- per maand.

De man is in eerste aanleg niet verschenen. Hij is met twee grieven in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. De grieven zien op de ingangsdatum en de hoogte van de door de man te betalen kinderalimentatie.

De man verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen en opnieuw bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat hij gehouden is een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige] te betalen van € 25,- (het hof neemt aan per maand) met ingang van 12 september 2023 dan wel met ingang van de datum van indiening van het verzoek in eerste aanleg, 24 maart 2022.

De vrouw voert verweer en vraagt het hof de man in zijn verzoek in hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren, dan wel het verzoek van de man af te wijzen en de bestreden beschikking te bekrachtigen.

5. De overwegingen voor de beslissing

De Nederlandse rechter is bevoegd om over het verzoek te oordelen omdat de vrouw in Nederland woont. Op het verzoek is Nederlands recht van toepassing omdat de vrouw en [de minderjarige] hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben.

Het hof zal om proceseconomische redenen eerst de ingangsdatum van de alimentatieverplichting bespreken.

Als de rechter een alimentatieverplichting oplegt, wijzigt of laat eindigen, dan heeft hij (op grond van artikel 1:402 BW) grote vrijheid bij het bepalen van de ingangsdatum. De –gewijzigde – verplichting kan ingaan op de datum dat:

de omstandigheden zijn gewijzigd,

de man/vrouw op de hoogte was van de wijziging van de omstandigheden,

het oorspronkelijke verzoekschrift is ingediend, of

de bestreden beschikking werd gegeven.

Ook een andere datum is mogelijk, maar de rechter moet in elk geval behoedzaam omgaan met deze beslissingsvrijheid als een wijziging met terugwerkende kracht ingrijpende gevolgen kan hebben voor de onderhoudsgerechtigde, omdat die daardoor zou moeten terugbetalen wat in de daaraan voorafgaande periode in feite is betaald of verhaald. Dat geldt ook voor de rechter in hoger beroep als die een in eerste aanleg vastgestelde of gewijzigde bijdrage verlaagt of op nihil bepaalt.

Het hof is van oordeel dat de datum van de bestreden beschikking, 12 september 2023, als ingangsdatum moet worden gehanteerd, omdat voldoende is komen vast te staan dat de man pas vanaf toen op de hoogte was van het door de vrouw gedane verzoek om een bijdrage voor [de minderjarige] . De man heeft genoegzaam aangetoond dat hij voordien niet op de hoogte is geweest van het door de vrouw ingediende verzoek en dus geen rekening heeft kunnen houden met een alimentatieverplichting voor [de minderjarige] . Het enkele feit dat de man eerder contact heeft gehad met de [naam1] is voor het hof onvoldoende om de alimentatie op een eerder tijdstip vast te stellen omdat daar aan de vrouw werd geadviseerd om een verzoek in te dienen in Nederland en er nog geen sprake was van een bestaande alimentatie-verplichting. Dat de man eerder vrijwillig bijdragen heeft betaald doet evenmin ter zake nu de man deze bedragen niet in het kader van kinderalimentatie heeft betaald.

Het hof kan kort zijn over het verzoek van de vrouw. Het hof constateert dat de man op grond van de overgelegde cijfers van zijn garagebedrijf en rekening houdend met het feit dat hij nog twee andere kinderen uit een eerdere relatie heeft waarvoor hij alimentatieplichtig is, niet méér kan bijdragen dan de door hem aangeboden € 25,- per kind per maand.

Een bespreking van de hoogte van de behoefte van [de minderjarige] kan daarom achterwege blijven.

6. De slotsom

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, slagen de grieven van de man. Het hof zal de bestreden beschikking, voor zover het de kinderalimentatie betreft, vernietigen en beslissen als volgt.

7. De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

vernietigt de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van

12 september 2023, voor zover het de kinderalimentatie betreft, en in zoverre opnieuw beschikkende:

bepaalt dat de man aan de vrouw met ingang 12 september 2023 als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige] € 25,- per maand zal betalen, de toekomstige termijnen telkens bij vooruitbetaling te voldoen;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mrs. P.B. Kamminga, S. Kuijpers en A.E. Grosscurt, bijgestaan door F.E. Knoppert als griffier, en is op 30 mei 2024 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?