BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 3 tenlastegelegde.
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 subsidiair en 4 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 primair, 2 subsidiair en 4 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 (veertien) jaren.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
o 1 STK Zakdoek (Omschrijving: PL0900-2022019947-G2938526 WITTE ZAKDOEK VOL MET OPGEDROOGD BLOED, Wit, merk: GEEN MERK);
o 2 STK Handschoen (Omschrijving: PL0900-2022019947-G2938530, Zwart);
o 1 STK Joggingbroek (Omschrijving: PL0900-2022019947-G2938531, JOGGINGBROEK MET BRUINE VLEKKEN, Zwart).
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 1] ter zake van het onder 1 primair en 2 subsidiair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 19.616,36 (negentienduizend zeshonderdzestien euro en zesendertig cent) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op € 69,94 (negenenzestig euro en vierennegentig cent).
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 1] , ter zake van het onder 1 primair en 2 subsidiair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 19.616,36 (negentienduizend zeshonderdzestien euro en zesendertig cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 133 (honderddrieëndertig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 20 januari 2022 .
Aldus gewezen door
mr. W.A. Holland, voorzitter,
mr. D.M.I. de Waele en mr. D.R. Sonneveldt, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. L.A.C. van den Berg-Veltman, griffier,
en op 4 juli 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Bijlage I: de bewijsmiddelen
T.a.v. feit 1 primair en feit 2 subsidiair
6 Interpretatie van de letsels
7 Conclusie
5 Resultaten en interpretatie
Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , p. 89 (A)
[naam] (het hof begrijpt: [slachtoffer] ) woont op de [adres] in [pleegplaats] . Op
donderdag 22 (het hof begrijpt: [pleegdatum 2] zag ik [naam] achter de deur van zijn
woning liggen. Ik zag dat [naam] voorover op zijn buik lag. Ik zag dat zijn handen bebloed
waren.
Definitief sectieverslag van het NFI d.d. 28 september 2022
2. Letsels hoofd
Rondom het hoofd en verspreid aan het gelaat waren talrijke letsels (A t/m AC). Dit
betroffen hoofdzakelijk huidverscheuringen (circa 26 in totaal), gedeeltelijk met een gevorkt
patroon en veelal met oppervlakkige huidbeschadiging van de wondranden. Er was
uitgebreide omgevende bloeduitstorting in de wekedelen.
Aan de rechterzijde van de behaarde hoofdhuid was een huidverscheuring (K) met een
onderliggende complexe indeukingsbreuk van het rechterwandbeen; enkele botfragmenten
waren binnengedrongen in het hersenweefsel. Aan het voorhoofd links was een
huidverscheuring (R) met onderliggende indeukings-breuk van het voorhoofdsbeen links.
Vanuit de indeukingsbreuken waren er uiteenlopende breuklijnen, onder meer naar de
oogkassen met uitgebreide omgevende bloeduitstorting (V).
Er was bloeduitstorting aan het hersenoppervlak (onder het spinnenwebvlies).
Aan de rechterwang was een huidverscheuring (Z) met een onderliggend wondkanaal tot op
een breuk van de onderkaak rechts; er was uitgebreide omgevende bloeduitstorting. Aan het
lipslijmvlies waren verspreid oppervlakkige beschadigingen en bloeduitstortingen; meerdere
gebitselementen aan de onderkaak waren los en/of ontbraken met verscheurd tandvlees
(AB).
Botbeschadigingen in relatie tot letsel K, M, N, R en Z werden uitgenomen voor eventueel
MIT-onderzoek.
Het forensisch pathologisch onderzoek betrof een bejaarde man (sub B1) met talrijk letsel in
de vorm van huidverscheuringen, oppervlakkige huidbeschadigingen en bloeduitstortingen.
Het totale letselbeeld (vorm, aspect, locatie en spreiding) duidt op toebrenging door derden.
Aan het hoofd (sub A en B2) waren onder meer enkele tientallen huidverscheuringen
waarvan twee met onderliggende indeukingsbreuken van de schedel. Hierbij was onder meer plaatselijk destructie van hersenweefsel; ook was er bloedophoping onder het
spinnenwebvlies en waren er hersenschorskneuzingen (sub C). Het letsel is bij leven ontstaan door meervoudige (en hevige) stomp botsende krachtinwerking op het hoofd, minstens deels door slagen met of stoten tegen een of meerdere harde voorwerpen en/of structuren. De karakteristieken van de letsels duiden hierbij op zowel een kantig als een eerder breedvlakkig aspect; wat eventueel goed kan passen bij de aangetroffen klauwhamer (zie verkregen informatie). Er werden botdelen uitgenomen voor eventueel MIT-onderzoek.
Bij voornoemd hoofdletsel zijn hersenfunctiestoornissen te verwachten op basis waarvan het
overlijden zonder meer wordt verklaard. Gezien de resultaten van het neuropathologisch
onderzoek is de hersenschade kort voor overlijden opgetreden.
Aan de hals waren enkele beperkte letsels (sub B3) door schavende en/of stomp botsende
krachtinwerking (zoals vallen, stoten of slagen). De bloeduitstorting in de linker grote
schuine halsspier kan eventueel het gevolg zijn van overrekking (in het kader van de hevige
stomp botsende krachtinwerking op het hoofd). Er waren hierbij geen concrete aanwijzingen
voor betekenisvolle (samen)drukkende krachtinwerking op de hals; wat overigens eveneens
niet kan worden uitgesloten.
De rechtszijdige ribbreuken (sub A en B4) en de breuk aan het rechterschouderblad zijn het
gevolg van een gelokaliseerde hevige stomp botsende krachtinwerking, vermoedelijk door
slagen met of stoten tegen een of meerdere harde voorwerpen en/of structuren. Aan de romp
en de ledematen (sub B5) waren verder meerdere letsels door stomp botsende en/of
schavende krachtinwerking. Voornoemde letsels aan de romp en ledematen hebben
overigens geen rol van betekenis gespeeld bij het overlijden. Het letsel aan de armen en
handen kan, gezien de locatie, eventueel goed passen bij af- of verweerletsel. Meerdere
huidletsels aan het rechterbovenbeen toonden een gepatroniseerd aspect; wat eventueel kan
worden gecorreleerd aan een mogelijk daadwapen (het aspect was overigens minder goed
passend bij een klauwhamer).
Op basis van de forensisch-pathologische bevindingen kan geen volgordelijkheid worden
gesteld ten aanzien van de verschillende letsels.
Het overlijden van [slachtoffer] , 67 jaar oud, wordt verklaard door de
gevolgen van schedelhersenletsel door meervoudige hevige stomp botsende krachtinwerking
op het hoofd. Een andere doodsoorzaak is niet gebleken.
MIT-Express (Microanalvse van invasief trauma) aan schedeldelen naar aanleiding van een
geweldsdelict in [pleegplaats] op [pleegdatum 2] d.d. 12 mei 2022, p 113 (B)
Letsel K [AAOA7396NL]
Kras-, Indruk- en Vormsporenonderzoek
Het uitgenomen deel van de schedel bestaat uit 5 losse stukken die oorspronkelijk één geheel hebben gevormd en verbroken zijn door een krachtinwerking. Mogelijke indruk-
/contactpunten met een voorwerp zijn waargenomen op circa 1,5 cm van elkaar. Er zijn geen
andere indruk- of vormkenmerken waargenomen die mogelijk gerelateerd zijn aan de vorm
van het contactoppervlak van het gebruikte voorwerp.
Microsporenonderzoek
Bij het visuele vooronderzoek zijn in de beschadigingen in het bot van deze letsels zwarte
deeltjes waargenomen. Twee van de uitgenomen schedeldelen zijn onderzocht met
SEM/EDX. Op de onderzochte stukken zijn, in één gebied, sporen aangetroffen in het bot die voornamelijk bestaan uit koolstof, barium, zwavel, strontium en zuurstof. Nabij deze deeltjes zijn in het bot deeltjes aangetroffen die voornamelijk bestaan uit ijzer en mangaan. De combinatie van deze elementen past bij een voorwerp dat voornamelijk bestaat uit
ongelegeerd staal (ijzer en mangaan) met daarop (mogelijke deels) een zwarte coating. Deze
coating kan dan bestaan uit een organische matrix met daarin bariumsulfaat (barium, zwavel
en zuurstof) met daarin wat strontium sulfaat.
Gezamenlijke interpretatie
Ongelegeerd staal kent vele toepassingen, waaronder relatief goedkope werktuigen als
hamers, bijlen, schroevendraaiers of breekijzers. De aanwezigheid, van een zwarte coating
kan erop duiden dat dit voorwerp geheel of gedeeltelijk voorzien is van een dergelijke
coating. In eerder MIT-zaakonderzoek is een dergelijke coating bijvoorbeeld waargenomen
op een breekijzer. Een gedeelte van het contactoppervlak van het voorwerp dat letsel K heeft veroorzaakt, heeft mogelijk een breedte van circa l,5 cm.
Letsel M [AAOA7395NL]
Kras-, Indruk- en Vormsporenonderzoek
Het uitgenomen schedeldeel bestaat uit één stuk met een beschadigd gebied van circa 10 bij
5 cm. In het beschadigde gebied zijn krassporen en mogelijk indruksporen waargenomen.
Deze sporen kunnen vergeleken worden met een 'verdacht' voorwerp. Door de beperkte
hoeveelheid kras- en indruksporen in combinatie met beperkte kwaliteit van aftekening van
deze sporen, zal de bewijskracht bij een vergelijking vermoedelijk beperkt zijn.
Microsporenonderzoek
Bij het visuele vooronderzoek zijn geen zwarte deeltjes waargenomen. In de beschadiging in
het schedeldeel zijn met SEM/EDX deeltjes waargenomen die vooral bestaan uit ijzer en
mangaan. Deze bevinden zich in en naast kras lijnen in het bot. De combinatie van de
aangetroffen elementen past bij ongelegeerd staal (ijzer en mangaan).
Gezamenlijke interpretatie
De kenmerken in de kras- en indruksporen zijn niet duidelijk genoeg om hieruit een
aanwijzing te verkrijgen wat voor soort voorwerp is gebruikt. Ongelegeerd staal kent vele
toepassingen, waaronder relatief goedkope werktuigen als hamers, bijlen, schroevendraaiers
of breekijzers. Er zijn geen verdere kenmerken met betrekking tot het staal of een (eventueel) aanwezige coating waargenomen.
Letsel N [AAOA7397NL]
Kras-, Indruk- en Vormsporenonderzoek
Het uitgenomen schedeldeel bestaat uit één stuk met een oppervlakkige, lijnvormige
beschadiging van circa 1,5 tot 2,5 cm lang. De begrenzingen van de beschadiging zijn niet
duidelijk waarneembaar.
Microsporenonderzoek
Bij het visuele vooronderzoek zijn in de beschadigingen in het bot van dit letsel zwarte
deeltjes waargenomen, visueel gelijkend op de deeltjes bij letsel K. In de beschadiging in het schedeldeel zijn met SEM/EDX deeltjes waargenomen die vooral bestaan uit ijzer en
mangaan. Deze bevinden zich in en naast kraslijnen in het bot. Daarnaast zijn in de
beschadigingen deeltjes aangetroffen die voornamelijk bestaan uit koolstof, barium,
strontium, zwavel en zuurstof.
De combinatie van deze elementen past bij een voorwerp dat voornamelijk bestaat uit
ongelegeerd staal (ijzer en mangaan) met daarop (mogelijke deels) een zwarte coating. Deze
coating kan dan bestaan uit een organische matrix met daarin bariumsulfaat (barium, zwavel
en zuurstof) met daarin wat strontiumsulfaat.
Gezamenlijke interpretatie
Het contactoppervlak van het voorwerp dat letsel N heeft veroorzaakt heeft een rechte zijde
van minstens 1,5 cm lang. Deze zijde is niet scherprandig, dus niet zoals een mes, maar meer stomp.
Ongelegeerd staal kent vele toepassingen, waaronder relatief goedkope werktuigen als
hamers, bijlen, schroevendraaiers of breekijzers. De aanwezigheid van een zwarte coating
kan erop duiden dat dit voorwerp geheel of gedeeltelijk voorzien is van een dergelijke
coating. In eerder MIT-zaakonderzoek is een dergelijke coating bijvoorbeeld waargenomen
op een breekijzer.
Letsel Z [AAOA7394NL]
Bij het vooronderzoek zijn kraslijnen en zwarte deeltjes waargenomen op het stuk
schedeldak. Er is besloten om dit botdeel voor nu alleen te onderzoeken op microsporen.
Microsporenonderzoek
De zwarte deeltjes zijn visueel gelijk aan de deeltjes aangetroffen bij letsel K. In de
beschadiging in het schedeldeel zijn met SEM/EDX deeltjes waargenomen die vooral
bestaan uit ijzer en mangaan. Deze bevinden zich in en naast kraslijnen in het bot. Daarnaast
zijn in de beschadigingen deeltjes aangetroffen die voornamelijk bestaan uit koolstof,
barium, strontium, zwavel en zuurstof.
De combinatie van deze elementen past bij een voorwerp dat voornamelijk bestaat uit
ongelegeerd staal (ijzer en mangaan) met daarop (mogelijke deels) een zwarte coating. Deze
coating kan dan bestaan uit een organische matrix met daarin bariumsulfaat (barium, zwavel
en zuurstof) met daarin wat strontiumsulfaat.
Ongelegeerd staal kent vele toepassingen, waaronder relatief goedkope werktuigen als
hamers, bijlen, schroevendraaiers of breekijzers. De aanwezigheid van een zwarte coating
kan erop duiden dat dit voorwerp geheel of gedeeltelijk voorzien is van een dergelijke
coating. In eerder MIT-zaakonderzoek is een dergelijke coating bijvoorbeeld waargenomen
op een breekijzer.
6 Conclusie
Met wat voor soort voorwerp is er onder andere op het hoofd van het slachtoffer geslagen?
De resultaten van het MIT-Express onderzoek (MIT001) wijzen in de richting van een
voorwerp met in ieder geval de volgende kenmerken:
• Een rechte zijde van minstens 1,5 cm lang. Deze zijde is niet-scherprandig, dus niet zoals
een mes, maar meer stomp;
• Deze zijde bestaat geheel of gedeeltelijk uit ongelegeerd staal met een zwarte verf/coating
hierop.
Bovenstaande kenmerken zijn niet in alle beschadigingen waargenomen, er kunnen derhalve
meerdere voorwerpen zijn gebruikt. Er kan ook sprake zijn van verschillende
contactoppervlakken van hetzelfde voorwerp.
Proces-verbaal van bevindingen opgewaardeerde geluidsopnames, p 460 (A)
Op woensdag 18 mei 2022, heb ik, verbalisant [naam] , opnieuw (1) van de drie
audiobestanden beluisterd, welke afkomstig zijn van de telefoon van verdachte [medeverdachte 4] . Dit
audiobestand betreft 3uAirPlayer(3).mp4 Fragment 2. Audiobestand 3uAirPlayer(3).mp4
Fragment 2 is opgewaardeerd door een specialist van de Landelijke eenheid. Naar aanleiding hiervan heb ik dit fragment nogmaals beluisterd.
Ik heb dit opgewaardeerde fragment meerdere malen beluisterd en letterlijk in tekst
uitgewerkt. In dit bestand hoor ik vier mannelijke stemmen. Ik heb deze mannen NN1, NN2,
NN3 en NN4 genoemd. Twee van de vier stemmen lijken erg veel op elkaar, deze twee
mannen maken vaak elkaars zinnen af, ik heb deze twee mannen NN1 en NN2 genoemd. Er
wordt in dit audiobestand herhaaldelijk door elkaar heen gesproken. Ik heb de zinnen waar er door elkaar heen wordt gesproken zoveel mogelijk schuin gemarkeerd.
Opgewaardeerd fragment 3uAirPlayer(3).mp4. Fragment 2
NN1 en/of 2: Ntv daar binnen geweest, ik heb een koevoet in zijn hoofd gedrukt/gezet
NN1 en/of 2: ntv jij bent binnen geweest en jij hebt een koevoet in zijn hoofd gedrukt/gezet
jij hebt binnen ntv koevoet ntv iedereen heeft m gewoon uuuuhh ntv hahaha
NN1 of 2: ik zweer dat ik die koevoet in zijn hoofd heb gezet.
NN1 jij hebt hem 80 keer met die hamer geslagen
NN1 of 2:ntv (praten door elkaar heen) dit was te verschrikkelijk
NN1 of 2:wat doe je dom praten, iedereen jij jouw jijzelf [verdachte] , iedereen die daar is geweest
ntv je gaat ons alle drie uuhh en jezelf
Proces-verbaal van bevindingen opgewaardeerde geluidsopnames, p 464 (A)
Uitgewerkte bestand - trim_F6D3DA24-EFAB-4CE6-A0510AFT7195BCEF_edit
NN3, 3 of 4:moet je zeggen wacht hoe zag het eruit hoe zag het eruit?
NN1: ntv gewoon in zijn hoofd
Opmerking verbalisant: klinkt een doffe klap, dof geluid
NN2, 3 of 4: Ja
NN1 of 2:Eerst seconde dat die zeg maar dik geworden klaar er hij was done/da
NN2,3 of 4: Maar hoe diep was, hoe diep was, hoe diep was het?
NN1: Kankerdiep ntv
NN4: Maar [medeverdachte] was daar niet bij
NN3: Ik heb niets gezien broer
NN1: Hij heeft niets gezien, hij was zeg maar de deur al uit, hij was net in zijn recht toen dat
gebeurde
NN4: Hij hij probeerde jij hun uit uit elkaar te halen
NN1: nee Ntv behalve terugleggen/terugdeggen mongool
NN4: Nee maar [medeverdachte] wat deed [medeverdachte] hij was weggerend
NN2 of 3: ntv als een fokka niffo ntv
NN1: ntv Nee, deze man, we gingen weg ja ntv gingen weg toch ...
NN1: [medeverdachte] was als allerlaatst, als eerst naar binnen, dacht huh als laatst naar binnen dus hij
gaat als eerst eruit toch ntv weet het niet
NN1 of 2: Ntv lui ntv ikke ntv de woonkamer in ntv in ik ging gelijk
NN4: Wat deed [verdachte] , hij zat te vechten ofzo
NN1: Hahahaha hij zat hem in bedwang te houden daaro
Proces-verbaal van bevindingen verklaring over audiobestanden door [medeverdachte 3] , p 483 (A)
NN1: ntv koevoet in zijn hoofd gezet ntv iedereen heeft m gewoon uuuuhh ntv hahaha ik zweer dat ik die koevoet in zijn hoofd heb gezet.
[medeverdachte 1] tegen [verdachte] : ‘Jij hebt het daar binnen gezien. Ik heb een koevoet in zijn hoofd gedrukt.’ [medeverdachte 1] zegt tegen [verdachte] : ‘je hebt gezien dat ik een koevoet door zijn hoofd heb gedrukt.’ Dan zegt [medeverdachte 1] tegen [verdachte] dat [verdachte] hem 80x met een hamer heeft geslagen.
Proces-verbaal van bevindingen overzicht van processen-verbaal omtrent geluidsopnames van [medeverdachte 4] d.d. 15 juni 2022, p 498 (A)
Op basis van de herkenningen van de stemmen van [verdachte] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] , en de verklaringen van [medeverdachte 4] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] wie er op de audiobestanden te horen zijn, kan worden gesteld dat [verdachte] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] deelnamen aan de gesprekken. Verdere bevestiging hiervoor kan worden gevonden in het onderzoek naar de reisbewegingen en stoplocaties van de vier verdachten op de avond van 21 januari 2022; de vier verdachten lijken die avond bij elkaar in de buurt te zijn. Op basis van de verklaringen van [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] , de bevindingen van het onderzoek naar de reisbewegingen en stoplocaties van de vier verdachten, in combinatie met de chatberichten die [medeverdachte 1] stuurde over waar hij was op 21 januari 2022, kan worden gesteld dat ook hij deelnam
aan de door [medeverdachte 4] opgenomen gesprekken.
Proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte 1] d.d. 9 februari 2022. p 1348 (A)
Op [pleegdatum 2] hebben we [verdachte] opgehaald in Rotterdam.
V: Wie zat waar in de auto?
A: Ik, [medeverdachte 3] , [medeverdachte 3] , [verdachte] . 4 man.
V: En wie zat waar?
A: [medeverdachte 3] reed. Ik zat voorin. Of [verdachte] of [medeverdachte 3] achter mij zat weet ik niet. Volgens mij zat
[verdachte] achter mij. Want [medeverdachte 3] gaf ik de hele tijd zo ballonnen. Via m'n linker schouder, dus
dan zat hij zeg maar, links achter. [verdachte] vroeg van "hoe zit dat met dat huis", volgens mij.
Toen zaten we een beetje met elkaar te praten, beetje te discussiëren en toen zeiden ze van"
ja, we hebben nu deze huurauto, dus kunnen wel gaan kijken". Ik zei tegen hem van "ja weet
je het zeker" en "hoe denk jij erover". Toen zei hij van "ja, ik weet het niet. Ik wil ook meer
te weten komen, dus ik wil weer gaan kijken". Toen zei ik: "Ja, zo zie ik het ook eigenlijk. Ik wil ook meer weten over dat huis en hoe en wat". Toen zijn we weer daar naartoe gegaan.
Die jongens wisten ook over dat huis. We hebben het gewoon gelijk gezegd. Ook tegen hun.
We zeiden gewoon van, want zij gaan ook soms mee naar inbraken. Ik zei van: "Er is een
huis waar geld kan liggen. En die man is vaak in de avond weg, dus gaan jullie mee? Ik heb
een extra paar ogen nodig, want dat huis is eng". Toen zeiden hun van "ja, is goed". We
gingen gewoon bespreken met z'n allen van "gaan we het doen ja of nee". [medeverdachte 3] zei van
"stel die man is thuis". Ik zei van "die man is niet thuis, want hij werkt nu". Het was in de
avond ook weer. Toen hebben we daar ingebroken. [medeverdachte 3] is wat terughoudender, maar ja hij zei op een gegeven moment "oké, maar dan wil ik in de auto blijven zitten, ik loop niet mee". Toen zei ik "oké, ga maar op de uitkijk staan".
A: [medeverdachte 3] bleef in de auto. Toen zijn ik, [medeverdachte 3] en [verdachte] gewoon daar naartoe gegaan.
V: En wie liep er voorop?
A: [verdachte] .
V: Wie liep er achter [verdachte] ?
A: Ikke, en toen [medeverdachte 3] .
V: Oké en toen jullie een deur zagen?
A: Hebben we hem open gemaakt.
V: Hoe heb je dat gedaan?
A: Koevoet.
V:. Kun je vertellen waar die koevoet vandaan komt?
A: Die had [verdachte] verstopt, ergens ook in [pleegplaats] .
V: Was je erbij toen hij die koevoet heeft opgehaald?
A: Ja, iedereen was daarbij.
V: Je bedoelt de jongens die je net noemde?
A: Als ik zeg iedereen gewoon alle 4 toch. Ik, [medeverdachte 3] , [medeverdachte 3] en [verdachte] .
V: Oké. En op welk moment hebben jullie die koevoet opgehaald?
A: Iets daarvoor.
V: Oké. Hoe ging dat ophalen van die koevoet, dus?
A: Nik. Hij zei gewoon tegen [medeverdachte 3] "stop hier", en hij stapt uit en hij pakt hem, ergens uit de bosjes of achter een boom. Ik weet niet.
V: En waar heeft hij die koevoet gelaten?
A: Gewoon achterin, denk ik.
V: Heb jij die koevoet nog gezien ook op dat moment?
A: Nee. Ik zag gewoon dat hij binnen kwam. Hij had hem zeg maar, bij z'n voeten gewoon.
V: Wat voor kleur had die koevoet?
A: Zwart gewoon.
V: En weetje ongeveer hoe groot hij was, lang?
A: Gewoon die normale koevoet. Hoe lang weet ik niet. Halve meter, meter.
V: En wat was de reden dat er tie-wraps bij waren?
A: [verdachte] dacht "als er iemand is, kan je beter hem vast binden, dan niet", zeg maar.
A: Dus toen zijn we weer naar binnen gegaan. [verdachte] voorop, ik als tweede, [medeverdachte 3] als derde,
maar er lag zoveel troep, dat we gewoon heel rustig moesten lopen en kijken waar we liepen. Dus [verdachte] ging, het was zeg maar een gang, en er was de deur naar de woonkamer. Denk ik dan, of ja ik denk dat dat de woonkamer is. Hier naar rechts dus, en ik was verder gelopen, dus ik was in de gang, [verdachte] werd toen aangevallen, toen hij bij de deur was. Ik was al verder in de gang, dus ik moest eerst omdraaien, want m'n rug was daar naartoe. Kwam ineens een man vanuit de rommel op [verdachte] springen. Het was ook donker. Hij kwam ineens zeg maar.Het ging heel snel. Want we hoorden ook geen stem. Hij zat ons echt op te wachten gewoon. Blijkbaar heeft hij ons gehoord toen we de deur openmaakten. Uit reflex hebben we hem van [verdachte] afgeduwd en geslagen en is gewoon een schermutseling. Het ging allemaal heel snel.Het duurde ook niet zo lang volgens mij. [verdachte] lag in de rommel, die man lag bovenop hem. Dat duurde misschien best lang, want die man was vrij sterk en hij hield [verdachte] elke keer in bedwang. Het was donker en die man trok de capuchon over [verdachte] z'n hoofd, dus we raakten beetje in paniek van stel hij heeft een mes of ik weet niet iets, waar die zich mee wil verdedigen. Hij pakte hem bij z'n keel en hij gooide hem op de grond, en toen lag [verdachte] onderop. En toen hebben ik en [medeverdachte 3] , gelukkig zeg maar, die man nog om kunnen draaien en [verdachte] bovenop te krijgen. Nou, ik keerde mij om. Ik begon die man gewoon te duwen en te trappen. En, maar je had geen ruimte zeg maar, dus het was meer, ik kon niks anders. Wat je zag probeerde ik hem gewoon mee te raken. Trappen, slaan, duwen. Omdat ik en [medeverdachte 3] hem zeg maar, wegduwden van hem, want hij zat op [verdachte] in de rommel. Dus op een gegeven moment, die man lag hier en [verdachte] lag boven op hem en had [verdachte] hem onder controle. Het was ook donker, ja het was gewoon een schermutseling eigenlijk, wat ik mij kan herinneren. Ik ben toen gaan kijken, want op een gegeven moment had ik hem wel onder controle, maar hij bleef hele tijd bewegen en tegenstribbelen. En we zeiden gewoon tegen hem "doe rustig". En het enige wat ik weet, dat op een gegeven moment [verdachte] hem onder controle had, dat ik, zei hij tegen mij, van:" Ga in de woonkamer kijken, waar die man vandaan kwam". Of het de woonkamer was weet ik niet, maar denk ik. Die man bleef hele tijd bewegen en hij had [verdachte] ook gebeten. [medeverdachte 3] zei tegen mij "ga zoeken". [verdachte] was gewoon bezig hele tijd. [verdachte] heeft amper gepraat gewoon, want hij was steeds bezig met die man. Hij heeft ook geschreeuwd zeg maar. Toen heeft [verdachte] , denk ik, iets gepakt om voor z'n mond te doen. We zeiden van "waar ligt het geld", maar hij zei: "Ik heb geen geld". [medeverdachte 3] zei het in straattaal "Waar is doekoe?" We hebben allemaal gevraagd om doekoe of om geld. Ik was ook moe, want ik had hem zeg maar hele tijd weg geduwd van [verdachte] af, dus ik zat even uit te rusten en ik zei alleen van "Meneer, doe rustig, gewoon, waar is het geld? Dan gaan we weg. "Toen zei hij: "Het ligt in m'n vrachtwagen. Ik kan wel mee lopen, maar dat heeft hij niet gedaan." Toen zeiden [medeverdachte 3] en [verdachte] van "ga zoeken in z'n woonkamer". Maar er lag zoveel rommel totdat ik echt bij z'n bed kwam. Toen kwam ik terug en toen lag [verdachte] nog steeds op hem. En [medeverdachte 3] was nog steeds op dezelfde plek, want hij kon er niet langs natuurlijk. Hij wou [verdachte] niet alleen laten. Maar toen kwam het probleem. Hoe ga ik langs [verdachte] en die man om naar buiten te komen? Hoe gaat [verdachte] dan weg? En toen is het fout gegaan. Die man stopte ook niet. We zeiden tegen hem "ga je stoppen, dan kunnen we normaal weg gaan". Dat wou hij niet. Hij bleef maar doorgaan, maar toen ik terugkwam, was er zeg maar al bloed, maar toen ik nog ging zoeken was er nog niks met die man. [verdachte] heeft hem met hamer geslagen . Ik weet alleen van die hamer, dat ik iets zag op z'n hoofd, maar of dat een hamer was of koevoet, dat weet ik niet, want het was niet lang. Dus koevoet is het niet.
V: En waar kwam die hamer vandaan?
A: Weet ik niet. Hij had hem ineens in z'n hand [verdachte] .
Proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte 1] d.d. 31 maart 2022. p 1443 (A)
A: Tijdens de rit hebben we met elkaar besproken wanneer het een goed moment was om
daar binnen te gaan en of iedereen het ermee eens was. Qua taakverdeling spraken we af dat
[verdachte] die man in bedwang ging houden, omdat hij wat groter is. Ik kan best goed met een
koevoet overweg, dus ik zou die koevoet gebruiken om in te breken, en ik zou gaan zoeken,
en [medeverdachte 3] zou achterblijven in de gang als het volgens plan zou lopen. Als die man daar was
zou [verdachte] hem in bedwang houden. Toen we erheen liepen, maakten we de afspraak dat we
allemaal naar binnen zouden gaan en dat iedereen zou gaan zoeken, maar toen kwam die
meneer uit die rommel en viel [verdachte] aan. [medeverdachte 3] die zou op uitkijk blijven, dat vond hij zelf
ook goed.
V: jullie hielden er wel rekening mee dat die man thuis kon zijn?
A: Ja, maar dat doe je bij elke woning toch.
V: En welk plan hadden jullie dan?
A: Gewoon zoals bij elke inbraak, zo snel mogelijk deur open maken en zoeken. [verdachte] was het grootste en het fitste, dus sprak vanzelf dat hij die man in bedwang zou houden als dat nodig was. We gingen terug naar de woning voor geld. Iedereen had mondkapjes op. [verdachte] had tie-wraps meegenomen, omdat hij die man in bedwang zou houden. Hij had ze in zijn zak toen we hem gingen ophalen en hij zei dat toen hij in de auto stapte. Iedereen dacht van waarom, maar het was zijn taak om die man in bedwang te houden als hij thuis zou zijn dus, dat was zijn hele idee. Niemand zei tegen hem neem tie-wraps mee, maar het kan dat hij bang was voor zijn eigen veiligheid dat hij tie-wraps meenam. Ik weet niet waarom. Niemand had wapens bij zich, alleen een koevoet en handschoenen.
V: Jullie haalden [verdachte] in Rotterdam op en toen zei hij dat hij tie-wraps bij zich had?
A: ja, hij zei, stel hij is thuis.
Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] 25 januari 2022, p 1229 (A)
A: hij lag eerst op [verdachte] en toen [verdachte] van hem af kwam toen lag [verdachte] op hem, en toen zitten
vechten met de hand gewoon. Ik zag dat [verdachte] hem een paar stompen gaf, die man
schreeuwde, ik keek voor me, en ik keek wel 10 seconden of zo volgens mij, toen, deed hij
zijn hand op zijn mond.
V: [verdachte] deed zijn hand op de mond van die man?
A: ja, en de hele tijd vechten, ik zag die hand op zijn mond.
Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] 10 maart 2022, p 1267 (A)
V: Je hebt uitgelegd wat er te horen is op de opnames, hoe is het ontstaan om die opnames te
maken?
A: de dagen erna waren ik en [medeverdachte 3] helemaal gestrest. We wilden naar de politie maar het
kon niet, toen zei [medeverdachte 3] als we naar de politie gaan dan moeten we wel een audio fragment
hebben, een bewijs.
V: wanneer hebben jullie deze opname gemaakt?
A: ik denk op zaterdag, dus woensdag op donderdag is dit gebeurd en zaterdag de opnames
gemaakt.
V: en waar?
A: in de auto, was in [plaats 1] , soort tankstation, zij waren daar aan het
chillen en wij kwamen daar. Ik weet niet zeker of het een tank station is. Ja het was daar,
V: hun waren aan het chillen,
A: ja [medeverdachte 1] en [verdachte] , [medeverdachte 3] werd door [medeverdachte 1] gebeld van we zijn daar kom, toen zijn we
gekomen en heeft [medeverdachte 3] dat opgenomen, we waren in [plaats 2] bij mijn broer, trein gepakt
naar [plaats 1] en 2 minuten lopen.
[...]
V: wanneer zie je voor het eerst dat [medeverdachte 1] die man met een koevoet slaat.
A: nadat [verdachte] opstond en die man vast hield, heeft [medeverdachte 1] hem zitten slaan tegen zijn benen,
dat heb ik gezien met mijn ogen.
Proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte 4] 24 januari 2022, p 1084 e.v. (A)
A: Maar toen zei [medeverdachte 1] tegen mij ga effe daar parkeren we gaan effe uitstappen zo en we komen zo terug. Ik zei van wat ja je doen? Zegt hij ja we gaan effe wat doen met [verdachte] en we komen zo terug. Ik heb daar geparkeerd, en toen was [verdachte] gelijk uitgestapt met [medeverdachte 1] , zeiden ze ook tegen [medeverdachte 3] van kom effe. En toen zijn ze weg gegaan.
A: ongeveer twintig vijfentwintig minuten daarna, zie ik [medeverdachte 3] terug rennen naar de auto. Ze waren vol met bloed.
V: wat wordt er dan besproken in de auto als jullie met z’n vieren in die auto daar weg rijden? Wie zegt er wat?
A: [medeverdachte 1] zit de hele tijd te praten over hoe heeft hij hoe,
V: wat zei hij precies?A: die koevoet is vijf centimeter door zijn schedel doorgegaan
V: niet ze, van [medeverdachte 1] he, wat heeft [medeverdachte 1] verteld in het algemeen, wat jij gehoord hebt.
A: ja over het geweld of hoe ze wat binnen gebeurde,
V: wie?A: [medeverdachte 1] en [verdachte] , ze waren met z’n tweeën, [verdachte] is de grootste en de langste, dus hij liep voor. En dus ze lopen naar binnen, en die man dus was blijkbaar aan het wachten op ze, hij had ze gehoord. En hij komt schreeuwend tegen [verdachte] aan, en [verdachte] had blijkbaar die hamer op zijn hand, dus hij sloeg hem op zijn hoofd, en toen zei [medeverdachte 1] van er was ook een gat in zijn hoofd en hij bloedde heel veel.
V: over die hamer he, wie heeft dat verteld aan jou.
A: [verdachte] en [medeverdachte 1] , allebei samen ja,
V: [verdachte] heeft jou verteld dat hij met de hamer geslagen heeft.
A: ja. [medeverdachte 3] loopt naar binnen en hij ziet wat voor hem, dat hij heeft mij verteld, hij ziet die man op de grond vol met bloed, en [medeverdachte 1] slaat hem op zijn been met die koevoet, en [verdachte] ondertussen zit die man gewoon te te slaan.
V: [medeverdachte 3] loopt ook naar binnen,
A: ja, ziet hij overal bloed, is hij weg gerend, en hun twee zitten nog steeds daar. [verdachte] kan niet eruit, dus [verdachte] zegt, volgens mij zei hij precies wat hij tegen [medeverdachte 1] had gezegd van hij had iets tegen [medeverdachte 1] gezegd, van sla hem of pak hem, en [medeverdachte 1] op dat moment, hij sloeg hem op zijn hoofd.
V: waarmee?A: met die koevoet.
V: wat deden ze dan?
A: nee gewoon met vechten met slaan, want die man lieten ze niet met rust.
V: ze vertelden jou dat ze bleven slaan.
A: ja
V: wie?A: ja [verdachte] [medeverdachte 1] zei of [verdachte] van ja hij bleef [verdachte] bleef maar slaan maar hij, die man was te sterk.
V: en vertelden ze ook [medeverdachte 1] of [verdachte] hoe vaak ze hem sloegen?A: non stop volgens mij.
V: non stop.
A: ja en hij bleef maar verder gaan
T.a.v. feit 4
Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer] d.d. [pleegdatum 1] . p 229 (A)
Ik woon op het [adres] in [pleegplaats] . Vanochtend [pleegdatum 1] omstreeks 08.30 uur -
uur werd ik wakker van stemmen. Het is alleen erg donker op de benedenverdieping en
ik zag daar licht schijnen van een zaklantaarn. Toen wist ik dat er personen binnen in de
woning waren. Misschien hebben de personen mij gezien want ze hadden een tas overhoop
gehaald waar mijn rijbewijs in zat maar verder is er niets weggenomen. Ik mis dan ook geen
goederen. De dader(s) hebben zich toegang verschaft via de linkerzijde van de woning. Hier
heeft men een deur door middel van een breekvoorwerp opengebroken.
Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , p 257 (A)
Ik ging dinsdagochtend [pleegdatum 1] de hond uitlaten. Dat was tussen 07.45 uur en 08.00
uur. Ik was 08.20 uur weer thuis. Ik liep vanaf mijn woning naar de kruising
[adres] en ik zag daar een grijze Ford Focus staan. Er zat niemand in. Toen ik
terugliep zag ik dat er niemand in de auto zat. Omstreeks 08.20 uur was ik weer thuis. Om
uur moest ik weg en toen reed ik met de auto weer langs die Ford Focus. Ik zag toen
dat er een licht getinte jongeman in zat.
Proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte 1] d.d. 9 februari 2022. p 1348 (A)
A: [medeverdachte 2] haalde mij op met een grijze Ford. En toen kwam hij daarmee. Ik wist al, hij
had al wat via de telefoon gezegd, maar niet precies hoe en wat. Toen heeft hij gewoon alles
verteld. [medeverdachte 2] was gewoon de hele tijd aan het zeggen van "ik weet zeker, ik weet
zeker dat daar wat ligt". Ik had al vanaf begin een slecht gevoel over dat huis. Het was eng.
Het was donker. Je zag niet of er iemand thuis was. Ik zei ook tegen hem van: "Hoe zeker
weet jij dat daar wat ligt?" Zei hij: “Hij heeft geld. Hij haalt dingen op, dus hij krijgt cash
geld". Toen zijn we gaan langs rijden met de auto, maar het was nog een beetje vroeg in de
avond. Als er niemand thuis was, dan konden we, hè gewoon met z'n tweeën. Ik persoonlijk
vond het huis best eng, dus ik zei tegen hem "beter met iemand erbij". Hij was daar ook mee
eens.
V: Wat was dan het voordeel om er nog iemand bij te hebben?
A: Gewoon twee paar ogen extra.
V: Oké en wie hadden jullie op het oog om erbij te hebben?
A: Die jongen uit Rotterdam.
V: En welke jongen is dat?
A: Dat is die [verdachte] .
V: En hoe heb je [verdachte] die avond, nacht benaderd.
A: Ik zei tegen hem "ik heb iets", dus, want hij had z'n auto ook verkocht. En hij had ook
geen auto, want was in de ochtend 6 uur, toen ik hem had ge-sms't. Hij was wakker. De
treinen reden nog niet. Dus ik weet niet hoe laat het was, 5 uur of 6 uur. Weet ik niet. Zei zo: "Ja, is goed. Kom maar met trein". Dus zijn we hem gaan ophalen bij Centraal Station van [plaats] . Weer effe alles uitleggen. Eerst ging [medeverdachte 2] met mij mee. Toen hebben we de deur wel open gekregen. Toen zijn we weer weg gegaan, om de koevoet in de auto te leggen. Toen zijn we weer terug gegaan. Toen zijn we binnen geweest, maar we wisten niet waar we moesten beginnen want er lag overal rommel, dus ik ben helemaal doorgelopen en hij ging naar rechts. En hij schreeuwde ineens van "er ligt iemand", dus toen zijn we gelijk
weggerend, en eigenlijk niet meer terug gekomen die zelfde dag.
V: Ik wil heel even terug naar dat eerste moment. Jij hebt in het eerste gedeelte verklaard
over de keren dat jullie bij het huis waren en dat jullie naar binnen zijn geweest. En dat jullie die man slapend hebben aangetroffen.
A: Ja.
V: Jullie waren met z'n drieën begreep ik uit het verhaal en als het anders is, hoor ik het wel.
[medeverdachte 2] [verdachte] en jij.
A: Ik, en [verdachte] ja.
V: En wat hebben jullie toen gedaan, toen jullie daar binnen kwamen? Jullie zijn eerst naar
binnen gegaan. Hoe hebben jullie dat gedaan?
A: Ik ben precies zo gegaan, ook rechtdoor weer, [medeverdachte 2] is naar rechts gegaan. [verdachte] zat
hier in de gang gelijk bij de deur te zoeken. We hebben het nu over de eerste keer toch?
V: Ja.
A: En [medeverdachte 2] kwam terug rennen door al het rommel en hij zei: "Er slaapt iemand", dus
we zijn gelijk weggerend.
De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van de meervoudige kamer van de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, van 15 november 2022
Het eerste idee was om gewoon te chillen. Daarna kwam [medeverdachte 1] met idee om in te breken.
Die andere jongen die ik niet kende is [medeverdachte 2] die hier zit (het hof begrijpt:
[medeverdachte 2] ).