GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.340.219/01
zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 10017090
arrest in het incident van 10 september 2024
in de zaak van
Dexia Nederland B.V.,
die is gevestigd in Amsterdam,
die hoger beroep heeft ingesteld
en bij de kantonrechter optrad als eisende partij,
eiseres in het incident,
hierna: Dexia,
advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer in Amsterdam,
tegen
[verweerster] ,
die woont in [woonplaats1] ,
en bij de kantonrechter optrad als gedaagde partij,
verweerster in het incident,
hierna: [verweerster],
advocaat: mr. J.B. Maliepaard in Rotterdam.
1. Het verloop van de procedure in hoger beroep
Dexia heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis dat de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Almere, op 18 januari 2024 tussen partijen heeft uitgesproken.
Het procesverloop in hoger beroep blijkt uit:
• de dagvaarding in hoger beroep
• de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring van Dexia tevens houdende de memorie van grieven
• de conclusie van antwoord in het incident van [verweerster] .
2. Het oordeel van het hof
In het incident
Dexia vordert haar toe te staan de heer [naam1] als (toenmalig) medewerker van Perfect Partners Assurantie B.V. in vrijwaring op te roepen. [verweerster] concludeert tot afwijzing van de incidentele vordering van Dexia.
Het hof zal Dexia in haar vordering in het incident niet-ontvankelijk verklaren. Een incident tot vrijwaring kan namelijk niet voor het eerst in hoger beroep worden opgeworpen. Dit omdat als de vrijwaring zou worden toegestaan, de derde een instantie zou worden ontnomen. Anders dan Dexia meent, is in dit geval – waarin, voor zover hier relevant, aan de orde is of [naam1] als tussenpersoon in strijd met de toen geldende regels [verweerster] heeft geadviseerd en als klant bij Dexia heeft aangebracht – geen sprake van een ondeelbare rechtsverhouding tussen [verweerster] en [naam1] . Dexia beroept zich om die reden al vergeefs op het arrest van HR 1 oktober 2021 waarin zij – wat daar verder ook van zij – een uitzondering leest op voormeld uitgangspunt.
Omdat Dexia in het ongelijk zal worden gesteld, zal het hof Dexia tot betaling van de kosten van dit incident veroordelen. Onder die kosten vallen ook de nakosten die nodig zijn voor de betekening van de uitspraak.
In de hoofdzaak
De hoofdzaak zal naar de rol worden verwezen voor het nemen van een memorie van antwoord door [verweerster] .
3. De beslissing
Het hof:
In het incident
verklaart Dexia niet-ontvankelijk in haar vordering;
veroordeelt Dexia tot betaling van de volgende proceskosten in het incident van [verweerster] :
• € 1.214,- aan salaris van de advocaat van [verweerster] (1 procespunt x appeltarief II);
In de hoofdzaak
verwijst de zaak naar de rol van 22 oktober 2024 voor het nemen van een memorie van antwoord door [verweerster] ;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.H. Kuiper, W.F. Boele en J. Smit en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 10 september 2024.