ECLI:NL:GHARL:2024:6919

ECLI:NL:GHARL:2024:6919, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 13-11-2024, 21-002141-21

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 13-11-2024
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 21-002141-21
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Arnhem
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001903

Samenvatting

Het hof acht bewezen dat verdachte voorwaardelijk opzet heeft gehad op de dood van zijn partner. Anders dan de rechtbank acht het hof de verklaring van verdachte, inhoudende dat het vuurwapen waarmee het dodelijke schot is gelost onbedoeld (of: per ongeluk) afging, niet aannemelijk. Het hof veroordeelt verdachte ter zake van doodslag en verboden wapenbezit tot een gevangenisstraf voor de duur van acht jaren, met aftrek van het voorarrest.

Uitspraak

Beslag

In het belang van het onderzoek zijn de volgende goederen in beslag genomen:

Nu geen strafvorderlijk belang aan teruggave van voornoemde goederen in de weg staat, zal het hof de teruggave van de [merk] aan verdachte gelasten.

De zwarte [merk telefoon] , de [merk telefoon 2] en de [merk telefoon 3] behoorden aan [slachtoffer] toe.

Het hof zal daarom de teruggave van deze goederen aan de nabestaanden van [slachtoffer] gelasten.

Het vuurwapen alsmede de daarbij behorende munitie worden onttrokken aan het verkeer.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

Eerste aanleg

De benadeelde partij [benadeelde 1] heeft zich in eerste aanleg gevoegd met een vordering tot schadevergoeding.

Deze vordering bedraagt € 68.820,06, bestaande uit € 8.820,06 aan materiële en

€ 60.000,00 aan immateriële schade.

De materiële schadepost bestaat uit:

De immateriële schadepost bestaat uit:

De rechtbank heeft de vordering toegewezen tot een bedrag van € 53.820,06.

De rechtbank heeft de materiële schadevordering in zijn geheel toegewezen en de immateriële schadevordering ter zake van shockschade gematigd tot een bedrag van

€ 25.000,00.

Hoger beroep

De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering. Dat betekent dat het hof opnieuw over het oorspronkelijk gevorderde bedrag moet oordelen.

De vordering is ter terechtzitting in hoger beroep door de advocaat van de benadeelde partij toegelicht.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de gehele vordering moet worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en onder oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de vordering van de benadeelde partij niet betwist.

Oordeel van het hof

Materiële schade

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-177756-20 primair bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks materiële schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Affectieschade

Op grond van artikel 6:107, eerste lid, aanhef en onder b, en artikel 6:108, eerste en derde lid, van het Burgerlijk Wetboek kan aan een beperkte kring van personen een schadevergoeding worden toegekend voor het verdriet dat wordt veroorzaakt door het overlijden van een naaste.

Tot de kring van gerechtigden behoren – kort gezegd – de partner of levensgezel van de overledene (sub a en b), de ouders en kinderen van de overledene (sub c en d) en degenen die ten tijde van de gebeurtenis duurzaam in gezinsverband de zorg voor de overledene heeft (sub e) dan wel degene voor wie de overledene ten tijde van de gebeurtenis duurzaam in gezinsverband de zorg heeft (sub f).

De benadeelde partij is de moeder van [slachtoffer] en zij behoort daarmee tot de in de wet genoemde kring van vergoedingsgerechtigde personen.

Verder is vereist dat het overlijden het gevolg is van een gebeurtenis waarvoor een ander aansprakelijk is. [slachtoffer] is overleden als gevolg van het bewezenverklaarde feit, waarvoor verdachte aansprakelijk is.

Het hof stelt vast dat daarmee is voldaan aan de voorwaarden voor het toekennen van een vergoeding vanwege affectieschade.

Het hof constateert dat het gevorderde bedrag niet is betwist. Nu het hof dit bedrag voldoende onderbouwd en niet onredelijk acht, zal dit onderdeel van de vordering volledig worden toegewezen.

Shockschade

Op grond van artikel 6:106, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek kan aan een benadeelde partij een schadevergoeding worden toegekend indien deze op andere wijze in zijn persoon is aangetast. Een dergelijke aantasting kan onder meer bestaan uit zogeheten shockschade.

Er is sprake van shockschade indien schade is ontstaan door een hevige emotionele schok door het direct waarnemen van een gebeurtenis of de directe confrontatie met de ernstige gevolgen daarvan door een naaste, waaruit geestelijk letsel voortvloeit. In het algemeen is daarbij vereist dat er sprake is van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld.

Het hof stelt vast dat de benadeelde partij [benadeelde 1] aanwezig was in de woning op het moment dat haar dochter door een kogel werd geraakt. Toen zij het schot hoorde is zij

direct naar de slaapkamer gegaan. Daar trof zij haar ernstig gewonde dochter aan.

Vervolgens is zij naar buiten gegaan om bij buren om hulp te

vragen en de hulpdiensten te waarschuwen. Zij verkeerde toen in zeer emotionele

toestand.

Uit de door de benadeelde partij overgelegde brief van de gz-psycholoog

blijkt dat zij als gevolg van deze gebeurtenissen is gediagnosticeerd met een

posttraumatische stressstoornis. Zij ondergaat hiervoor cognitieve gedragstherapie (EMDR).

Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat er is voldaan aan de voorwaarden

voor het toekennen van een vergoeding vanwege shockschade.

Het hof constateert dat ook dit gevorderde bedrag niet is betwist. Nu het hof dit bedrag voldoende onderbouwd en niet onredelijk acht, zal dit onderdeel van de vordering volledig worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Conclusie

Het hof zal de vordering van de benadeelde partij in zijn geheel toewijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente voor de materiële schade op 10 juli 2020 (de datum van de factuur van [uitvaartverzekering] ) en voor de immateriële schade vanaf 7 juli 2020.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

Eerste aanleg

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 17.500,00, bestaande uit immateriële schade. De benadeelde is in de vordering door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard.

Hoger beroep

De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering. Dat betekent, dat het hof alsnog over het hele oorspronkelijk gevorderde bedrag een oordeel moet geven.

De vordering is ter terechtzitting van het hof door de advocaat van de benadeelde partij toegelicht.

De advocaat heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij in aanmerking komt voor een vergoeding vanwege affectieschade. Daartoe heeft zij – kort gezegd – aangevoerd dat de band tussen [slachtoffer] en de benadeelde partij de normale zusterband oversteeg. Daarnaast was [slachtoffer] de steun en toeverlaat voor de dochter van de benadeelde partij.

Het subsidiaire standpunt van de advocaat van de benadeelde partij houdt in dat de schade op grond van artikel 6:106, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek (shockschade) voor vergoeding in aanmerking komt.

Daartoe heeft zij aangevoerd dat de confrontatie met het levenloze lichaam van [slachtoffer] en de schotwond tijdens de rituele wassing in het mortuarium een hevige emotionele schok teweeg heeft gebracht. De confrontatie was onverhoeds en voor de benadeelde partij onvermijdelijk, omdat zij als zus betrokken hoorde te zijn bij dit ritueel voor [slachtoffer] .

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de gehele gehandhaafde vordering moet worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en onder oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de vordering van de benadeelde partij niet betwist.

Oordeel van het hof

Affectieschade

Zoals hiervoor is overwogen, geldt dat aan een beperkte kring van personen een schadevergoeding kan worden toegekend voor het verdriet dat wordt veroorzaakt door het overlijden van een naaste.

Broers en zusters komen volgens de wet niet voor een vergoeding van affectieschade in aanmerking, tenzij zij ten tijde van de gebeurtenis in een zodanige nauwe persoonlijke relatie tot de overledene staan dat uit de eisen van de redelijkheid en billijkheid voortvloeit dat zij voor de toepassing van artikel 6:107, eerste lid, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek, als naasten worden aangemerkt (zie artikel 6:107, tweede lid, aanhef en onder g, van het Burgerlijk Wetboek, de zogenaamde “hardheidsclausule”).

Uit de Memorie van Toelichting volgt dat een voorbeeld van een nauwe persoonlijke betrekking kan zijn een relatie van broers of zussen die langdurig samenwonen en voor elkaar zorgen. De wetgever heeft daarnaast overwogen dat de hardheidsclausule enkel onder uitzonderlijke omstandigheden een recht op vergoeding van affectieschade toekent.

De benadeelde partij heeft aangevoerd dat zij kwetsbaar was en [slachtoffer] voor haar zorgde. Ook was [slachtoffer] betrokken bij de behandelingen van de benadeelde partij en ving zij haar op als het niet goed met haar ging. Daarnaast was [slachtoffer] de steun en toeverlaat voor de dochter van de benadeelde.

Het hof stelt voorop dat het goed voorstelbaar is dat het verlies van een zus (die zoals de benadeelde partij het in haar slachtofferverklaring beschreef tegelijk haar “beste vriendin” en “haar allessie” was) ingrijpend is en dat daardoor verdriet wordt veroorzaakt. Ondanks de hechte band die deze zusters ongetwijfeld hadden, is die naar het oordeel van het hof door de benadeelde partij onvoldoende gesteld en onderbouwd om te kunnen concluderen dat de verhouding tussen de benadeelde partij en [slachtoffer] , die ten tijde van de gebeurtenis niet langdurig samenwoonden, zo sterk afweek van wat in het algemeen geldt voor volwassen kinderen uit één gezin dat zij aanspraak kan maken op de in de wet gegeven uitzondering voor het toekennen van een vergoeding voor affectieschade aan deze benadeelde.

Het hof zal de benadeelde partij daarom niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering ter zake van affectieschade.

Shockschade

Zoals hiervoor is overwogen kan iemand die een ander door zijn onrechtmatige daad doodt (of verwondt), afhankelijk van de omstandigheden waaronder die onrechtmatige daad en de confrontatie met die daad of de gevolgen daarvan plaatsvinden, ook onrechtmatig handelen jegens degene bij wie die confrontatie een hevige emotionele schok teweegbrengt.

De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 28 juni 2022 (ECLI:NL:HR:2022:958) gezichtspunten geformuleerd die een rol spelen bij de beoordeling van de onrechtmatigheid jegens het “secundaire slachtoffer”. Het hof overweegt aan de hand van die gezichtspunten het volgende.

Het hof heeft bewezenverklaard dat verdachte [slachtoffer] van het leven heeft beroofd door met een vuurwapen op haar te schieten. [slachtoffer] is overleden aan de gevolgen van dit schot. Anders dan de moeder van [slachtoffer] was de benadeelde partij ten tijde van het incident niet in de woning aanwezig en is zij ook niet kort na het incident in de woning geconfronteerd met het lichaam van [slachtoffer] . Wel is de benadeelde partij een paar dagen na de gebeurtenis tijdens de rituele wassing in het mortuarium met het lichaam van [slachtoffer] geconfronteerd. Zij heeft toen het levenloze lichaam met de daarop zichtbare sporen van de uitgevoerde sectie en de schotwond gezien.

Het hof stelt ook hier voorop dat de confrontatie met het lichaam van haar zus, die door een geweldsfeit om het leven is gebracht, voor de benadeelde partij zeer aangrijpend moet zijn geweest. Het punt is dat deze confrontatie wellicht onvermijdelijk is geweest omdat benadeelde partij als zus betrokken hoort te zijn bij de rituele wassing, maar niet kan worden gezegd dat deze onverhoeds is geweest. Bij benadeelde partij was immers bekend dat [slachtoffer] een schotwond had en dat in het belang van het onderzoek sectie op het lichaam van [slachtoffer] was verricht. Naar het oordeel van het hof kon benadeelde partij er daarom op bedacht zijn en zich erop voorbereiden dat de sporen daarvan zichtbaar zouden zijn op het lichaam. Daarnaast is naar het oordeel van het hof onvoldoende onderbouwd gesteld dat het geestelijk letsel van de benadeelde partij het gevolg is van de confrontatie met het levenloze lichaam van haar zus. Uit de brief van psychiater [psychiater] de behandelaar van de benadeelde, volgt enkel dat de benadeelde partij reeds jarenlang vóór de gebeurtenis onder behandeling was voor psychische klachten en dat haar algemene toestandsbeeld na het overlijden van haar zusje is verslechterd. In de brief wordt niets vermeld over de gevolgen voor de geestestoestand van de benadeelde partij door specifiek de confrontatie met het levenloze lichaam van [slachtoffer] .

Het hof zal de benadeelde partij ook niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering ter zake van shockschade, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen.

Conclusie

Het hof zal de benadeelde partij in haar gehele vordering niet-ontvankelijk verklaren.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 57, 63 en 287 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 05-177756-20 primair en in de zaak met parketnummer 05-310700-20 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 05-177756-20 primair en in de zaak met parketnummer 05-310700-20 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast de teruggave aan de nabestaanden van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

zwarte [merk telefoon] (nummer eindigend op [nummer 1] );

roze/zwarte [merk telefoon 2] (nummer eindigend op [nummer 2] );

[merk telefoon 3] (nummer eindigend op [nummer 3] ).

Gelast de teruggave aan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

[merk] (kennisgeving van inbeslagneming pagina PD-509).

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van een pistool, merk [type] alsmede de daarbij behorende munitie.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 1] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-177756-20 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 68.820,06 (achtenzestigduizend achthonderdtwintig euro en zes cent) bestaande uit € 8.820,06 (achtduizend achthonderdtwintig euro en zes cent) materiële schade en € 60.000,00 (zestigduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 1] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-177756-20 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 68.820,06 (achtenzestigduizend achthonderdtwintig euro en zes cent) bestaande uit € 8.820,06 (achtduizend achthonderdtwintig euro en zes cent) materiële schade en € 60.000,00 (zestigduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 347 (driehonderdzevenenveertig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 10 juli 2020 en voor de immateriële schade op 7 juli 2020.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 2] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Veroordeelt de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Aldus gewezen door

mr. M.L.H.E. Roessingh-Bakels, voorzitter,

mr. C. Hoogland en mr. R.G.J. Welbergen, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. C.D. Maris, griffier,

en op 13 november 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl PS-Updates.nl 2024-0532 NJFS 2025/26
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?