ECLI:NL:GHARL:2025:2595

ECLI:NL:GHARL:2025:2595, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17-04-2025, 200.347.167

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 17-04-2025
Datum publicatie 06-05-2025
Zaaknummer 200.347.167
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Arnhem
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0002656

Samenvatting

Gezag en advies raad.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.347.167

(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 573003)

beschikking van 17 april 2025

inzake

[verzoekster] ,

wonende te [woonplaats1] ,verzoekster in hoger beroep,

verder te noemen: de moeder,

advocaat: mr. M.C. Rosier,

en

[verweerder] ,

wonende te [woonplaats1] ,

verweerder in hoger beroep,

verder te noemen: de vader,

advocaat: mr. M.M. Strengers.

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 16 juli 2024, uitgesproken onder voormeld zaaknummer (verder: de bestreden beschikking).

2. Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het beroepschrift met producties, ingekomen op 15 oktober 2024;

- het verweerschrift met producties;

- een journaalbericht van mr. Rosier van 10 februari 2025;

- een journaalbericht van mr. Rosier van 7 maart 2025 met producties 7 tot en met 23;

- een journaalbericht van mr. Strengers van 14 maart 2024 met producties 3 tot en met 5;

- een journaalbericht van mr. Rosier van 20 maart 2025 met productie 24;

- een mailbericht van mr. Strengers van 21 maart 2025;

- een mailbericht van mr. Rosier van 21 maart 2025.

In hoger beroep geldt de twee-conclusie-regel. De twee-conclusie-regel houdt in dat de partij die hoger beroep instelt alle stellingen in het beroepschrift moet aanvoeren en dat degene die verweer voert dat in het verweerschrift moet doen. Het journaalbericht van

mr. Rosier 7 maart 2025 bevat een extra schriftelijke toelichting van de moeder, waarvoor gezien de twee-conclusie-regel geen plaats is. Hetzelfde geldt voor het journaalbericht met bijlagen van 14 maart 2025 van mr. Strengers dat een reactie bevat op het journaalbericht van 7 maart 2025 van mr. Rosier. Het hof heeft daarom op de mondelinge behandeling beslist dat de betreffende toelichtingen buiten beschouwing worden gelaten. Met de bij de journaalberichten overgelegde producties houdt het hof rekening voor zover daarop een beroep wordt gedaan.

Productie 24 van de zijde van de vrouw laat het hof buiten beschouwing. De man heeft bezwaar gemaakt tegen overlegging daarvan vlak voor de mondelinge behandeling. Deze (gedateerde) productie is zonder noodzaak buiten de daarvoor geldende termijn ingekomen ter griffie van het hof.

De mondelinge behandeling heeft op 27 maart 2025 plaatsgevonden. Aanwezig waren:

- de moeder met haar advocaat;

- de vader en zijn advocaat;

- een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming (verder: de raad).

3. De feiten

De ouders zijn met elkaar getrouwd geweest.

Partijen zijn de ouders van:

- [de minderjarige1] (verder: [de minderjarige1] ), geboren [in] 2011 in [plaats1] ;

- [de minderjarige2] (verder: [de minderjarige2] ), geboren [in] 2013 in [plaats2] ;

- [de minderjarige3] (verder: [de minderjarige3] ), geboren [in] 2016 in [plaats3] .

De kinderen wonen bij de moeder. De ouders hebben samen het gezag over de kinderen.

Bij beschikking van 2 juni 2020 van de rechtbank Midden-Nederland zijn [de minderjarige1] , [de minderjarige2] en [de minderjarige3] onder toezicht gesteld van de gecertificeerde instelling Het Leger des Heils tot 2 juni 2021, welke termijn daarna steeds is verlengd tot 2 juni 2023.

4. De omvang van het geschil

Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank -voor zover hier van belang- het verzoek van de moeder om haar met het eenhoofdig gezag over de kinderen te belasten afgewezen.

De moeder is met vier grieven in hoger beroep gekomen van die gezagsbeslissing. Zij verzoekt het hof -uitvoerbaar bij voorraad- de bestreden beschikking in zoverre te vernietigen en opnieuw rechtdoende:

- te bepalen dat zij zal worden belast met het eenhoofdig gezag over [de minderjarige1] , [de minderjarige2] en [de minderjarige3] ;

- een bijzondere curator aan te wijzen die met de kinderen in gesprek kan gaan over

het gezag en verslag kan uitbrengen over wat in het belang van de kinderen is.

De vader voert verweer en vraagt het hof de grieven van de moeder ongegrond te verklaren en de bestreden beschikking in zoverre, zo nodig met verbetering van gronden, te bekrachtigen; kosten rechtens.

5. De motivering van de beslissing

Het hof overweegt het volgende. De kinderen hebben geen gebruik gemaakt van de uitnodiging om met het hof te praten. Wel hebben [de minderjarige1] en [de minderjarige2] het hof een korte brief geschreven met hun mening. [de minderjarige3] wilde niets schrijven.

Tussen partijen is op dit moment geen enkele vorm van overleg en communicatie. De vader ziet de kinderen al jaren niet meer. De raad heeft tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep aangegeven over de (feitelijke) invulling van het gezag en wat daarbij in het belang van de kinderen is, moeilijk een overwogen advies te kunnen geven. De raad heeft daarom aangeboden om met de kinderen in gesprek te gaan over het gezag en naar aanleiding daarvan verslag te doen en het hof te adviseren. De moeder heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat zij de kinderen zal motiveren om met de raad in gesprek te gaan als het hof daartoe zou beslissen.

Het hof acht zich op grond van de thans beschikbare informatie onvoldoende voorgelicht om een verantwoorde beslissing te kunnen geven. Het hof stelt prijs op een onderbouwd advies van de raad in deze zaak. Daarom zal het hof de behandeling van de zaak aanhouden en de raad in de gelegenheid stellen om -als zij daartoe bereid zijn- met [de minderjarige1] , [de minderjarige2] en [de minderjarige3] in gesprek te gaan. Het hof verzoekt de raad binnen 2 maanden schriftelijk verslag te doen van zijn bevindingen en het hof te adviseren met betrekking tot het gezag, en een afschrift daarvan te sturen aan de advocaten van partijen.

Het hof stelt partijen in de gelegenheid om kort schriftelijk te reageren op het raadsadvies, zoals hierna te bepalen. Het hof zal daarna de verdere voortgang van de zaak bepalen.

6. De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

alvorens verder te beslissen:

verzoekt de raad uiterlijk op 17 juni 2025 verslag te doen van zijn bevindingen en het hof te adviseren met betrekking tot het gezag, en een afschrift daarvan te sturen aan de advocaten van partijen;

partijen krijgen daarna twee weken de gelegenheid om met maximaal 1 A4 te reageren op het advies van de raad;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mrs. I.G.M.T. Weijers-van der Marck, P.B. Kamminga en K.A.M. van Os-ten Have, bijgestaan door de griffier, en is op 17 april 2025 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?