ECLI:NL:GHARL:2025:3002

ECLI:NL:GHARL:2025:3002, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 13-05-2025, 23/1401

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 13-05-2025
Datum publicatie 23-05-2025
Zaaknummer 23/1401
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Arnhem
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2025:1861
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 3 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001840

Samenvatting

Overdrachtsbelasting. Autonoom burger. Afwijzing verzoek digitale zitting. Voldoening op aangifte.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

nummer BK-ARN 23/1401

uitspraakdatum: 13 mei 2025

Uitspraak van de tweede meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende)

tegen de uitspraak van de Rechtbank Gelderland van 18 april 2023, nummer AWB 22/4264, in het geding tussen belanghebbende en

de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Belastingdienst PDB Den Haag (hierna: de Inspecteur)

1. Ontstaan en loop van het geding

Namens belanghebbende is op 3 mei 2022 op aangifte een bedrag van € 5.300 aan overdrachtsbelasting voldaan.

De Inspecteur heeft het tegen de voldoening op aangifte ingediende bezwaar ongegrond verklaard.

Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij de rechtbank Gelderland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft na het instellen van hoger beroep diverse nadere stukken ingediend bij de Rechtbank, die deze stukken op haar beurt heeft doorgezonden naar het Hof. Tot deze stukken behoort een e-mail van 26 oktober 2023, 22:14 uur aan de Rechtbank waarin wordt verzocht de zitting via Zoom te doen. In de e-mail is onder meer opgenomen:

“Ik zou graag de zitting via de zoom willen doen. Ik heb ik geheel geen financien voor een reis richting de rechtbank. Mijn inkomen ligt per maand tussen de 600 en 800 euro en heb nauwelijks eten om mij te voeden laat staan dat ik nog geld over heb voor een reis.

Ook graag ik nog voor de zitting info over het feit dat de Belastingdienst een ANBI instelling is?

Waarom is dit geen algemene info. En lijkt mij helemaal voor de zitting van belang dat ik dus bij de notaris onder dwang (die alle ingeleverde stukken) dat een gift heb gedaan aan een ANBI???”

De inspecteur heeft bij brief van 4 maart 2024 aangegeven een online zitting niet wenselijk te achten. De inspecteur voert daartoe aan dat belanghebbende het autonome gedachtengoed aanhangt en te vrezen voor schending van het besloten karakter van de zitting overeenkomstig artikel 27c Algemene wet inzake rijksbelastingen. De inspecteur wijst daarnaast op het risico dat het maken van opnamen uiteindelijk zou kunnen leiden tot schending van de privacy en/of veiligheid van de procesdeskundige en de inspecteur. Daarbij heeft de inspecteur aangeboden de reiskosten van belanghebbende – op basis van openbaar vervoer, tweede klas – te vergoeden ongeacht de uitkomst van de procedure.

Op 2 maart 2025, 16:07 uur, heeft belanghebbende een e-mail gestuurd aan een e-mailadres van de Rechtbank. In de e-mail staat het volgende:

“Goedendag meneer [naam1] ,

Ik stuur u deze mail daar ik geen printer heb en er ook geen 1 kan aanschaffen daar ik al 3 jaar ver onder het Bestaansminimum leef (tussen de 800 en 1000 euro per maand als ZZP er) dus u geen brief kan sturen. Ik ben in afwachting (nu al 2 jaar bijna) van het Hoger Beroep zaaknr BK-ARN23/01401 na het vonnis van 18 april 2023. Maar nu blijkt dat het vonnis niet voldoet aan de eisen genaamd het Schipper-Stevens Methode.

Ondergetekende (daar ging trouwens het hele proces over dat als levend mens [belanghebbende] een koopcontract onder dwang de Overdrachtsbelasting betaald) en dus de Overheid strafbaar is om deze 5300 euro te innen) vernietigd hierbij buitengerechterlijk het vonnis daar er niet op een juiste wijze ondertekend is. Mocht hier niet binnen 14 dagen na ontvangst op gereageerd worden ga ik ervan uit dat u hiermee ingestemd heeft”

De Rechtbank heeft deze e-mail doorgestuurd naar het Hof.

In navolging van die e-mail heeft belanghebbende op dezelfde datum om 16:16 uur nog een e-mail met bijlage gestuurd aan de Rechtbank.

Op 4 maart 2025, om 12:37 uur heeft de griffier van het Hof een e-mail aan belanghebbende gestuurd. In de e-mail is de volgende tekst opgenomen:

“Bedankt voor uw e-mail.

U heeft een e-mail verzonden naar de afdeling bestuursrecht van de rechtbank Gelderland/president [naam1] . Omdat uw bericht over het hoger beroep in een belastingzaak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden gaat, heeft de rechtbank de mail doorgestuurd naar ons. Het insturen van gedingstukken via (beveiligde) e-mail is echter niet toegestaan. U kunt alleen stukken via Mijn Rechtspraak of per post insturen. Dit staat zo in de Procesregeling van de belastingkamers van de gerechtshoven. U geeft aan dat u niet in staat bent schriftelijke stukken in te dienen. Dan kunt u gebruik maken van de mogelijkheid om digitaal te procederen. Ik voeg hierbij (nogmaals) de folder toe waarin informatie staat over hoe u toegang kunt krijgen tot het digitale dossier.

Over uw zaak merk ik op dat u binnen afzienbare termijn een uitnodiging voor de zitting kunt verwachten. U kunt tot tien dagen voor de zitting via het digitale dossier of per post stukken aan het dossier toevoegen.”

Het Hof heeft belanghebbende bij brief van 4 maart 2025, per aangetekende post verzonden op 4 maart 2025, uitgenodigd voor de mondelinge behandeling van het hoger beroep.

In een e-mail van 10 maart 2025, 18:54 uur, gericht aan de Rechtbank, geeft belanghebbende aan niet in staat te zijn post op te halen en dat zittingen alleen doorgang kunnen vinden via Zoom/digitaal. In deze e-mail is de volgende tekst opgenomen:

“Vandaag ben ik gebeld door een anonieme dame vanuit de Belastingkamer.............. Ik dacht dat is snel daar ik 2 maart een mail naar dhr. [naam1] had gestuurd met een copy uitspraak AWB22/4264 waarin NIET voldaan is aan de eisen voor een vonnis en heb hem buitenrechterlijk vernietigd. Maar nee het ging om een uitnodiging voor een zitting?????!!!!!!!!!

1. Serieus ondergetekende wacht al 2 jaar (en als je de tijd van de uitspraak rekent al bijna 3 jaar) op een Hoger Beroep........ Maar omdat er een vonnis wordt vernietigd (en is gelezen op de rechtbank en ook BEANTWOORD) dus 3 maart (een werkdag) is de mail gelezen en doorgestuurd. En ja dan zou het telefoontje daar over moeten gaan!

2 Maar nee blijkbaar doet de rechtbank nu net of ze van niets weten en proberen met een Paniekactie gewoon een zitting te plannen( NA 2 DAGEN)......en dan vragen de rechters zich af waarom HET VERTROUWEN IN DE RECHTSPRAAK HARD ACHTERUITGAAT (zie berichten in de kranten).

3 Je kunt geen Hoger Beroep plannen binnen 2 dagen na een wetenschap van een nietig vonnis net doen of je neus bloedt. DIT IS EEN REDEN OM TE WRAKEN.

4 Ik ben niet in staat om post ergens weg te halen (ben aan huis gebonden of in het ziekenhuis) en hierbij laat ik weten dat zittingen alleen doorgang kunnen vinden via de zoom/Digitaal). Zie bijlage over mijn zware ongeluk en alle operaties daarna.

5 Mijn inkomen laat zeker niet toe dat er nog geld gebruikt moet worden voor (lange) reizen.

Afgelopen zittingen bij de Kamer voor Gerechtsdeurwaarders zijn via de zoom gehouden (december 2024) en ook de a.s. zitting van het Gerechtshof is deze week goedgekeurd voor een zoomzitting. Indien u op deze wijze mijn rechten gaat schenden dan ga ik een klacht indienen art. 6 EVRM!!

6 Hierbij nog mijn geboortebewijs en mijn verklaring van het in leven zijn inzake BSN Beheer Voorzieningen. Ja ook dit begint nu bij meer mensen te dagen. ZEERECHT BESTAAT NIET MEER en de rechtzaak in 2022 is gevoerd door een levend mens en niet door de dode entiteit [belanghebbende] .

DUS GRAAG EERST DE het vernietigde vonnis behandelen en ondergetekende een schrijven sturen en DAARNA pas een Hoger Beroep.”

Ter ondersteuning van het verzoek om een digitale zitting verwijst belanghebbende naar een specialistenbericht van 5 augustus 2020, met daarin gegevens omtrent opname van belanghebbende naar aanleiding van een ongeval in juli 2020. Verder zijn als bijlagen nog een geboortebewijs en een ‘verklaring van in leven zijn’ bijgevoegd. Deze verklaring betreft een handgeschreven tekst met daaronder in rode kleurstof een vingerafdruk bij een handtekening van [belanghebbende] . De tekst luidt als volgt:

“Hierbij verklaar ik, [belanghebbende] , in leven te zijn (zie vingerafdruk) en ben de enige belanghebbende op het trustvermogen van [belanghebbende] met BSN nr. (…) Dit vermogen is niet bedoeld voor de overheid, banken of andere instanties CAK of gerechtsdeurwaarders.”

De Rechtbank heeft deze e-mail met bijlagen doorgestuurd naar het Hof.

Bij e-mail van 18 maart 2025, 07:38 uur wijst de griffier van het Hof belanghebbende nogmaals erop dat het insturen van gedingenstukken per e-mail niet is toegestaan. In deze e-mail is verder nog het volgende opgenomen:

“Voor de goede orde merken wij op dat een uitnodiging voor de mondelinge behandeling van uw zaak (zaaknummer 23/1401) op 8 april 2025, om 13.30 uur, in het Paleis van Justitie te Arnhem, per aangetekende post naar u is verzonden. Deze ligt thans op de afhaallocatie (…) te [woonplaats] .”

Op 19 maart 2025, 16:53 uur, heeft belanghebbende een e-mail gestuurd aan de griffie van het Hof met daarbij een afschrift van de laatste bladzijde van de uitspraak van de Rechtbank en het specialistenbericht genoemd onder 1.11.

Op 22 maart 2025 heeft belanghebbende een digitaal bericht geplaatst met daarin een handgeschreven document met de aanhef: ‘De KERKELIJKE AKTE VAN AANZEGGING PER CURIAM DIVINAT’. Het document wordt afgesloten met [belanghebbende] , met daaronder een vingerafdruk in rode kleurstof.

Met dagtekening 24 maart 2025 om 12:09 uur heeft de griffie van het Hof een bericht in het digitaal dossier geplaatst. In dit bericht wordt bevestigd dat belanghebbende succesvol is aangemeld voor digitaal procederen en dat alle tot dan toe in het digitale dossier opgenomen stukken gelijktijdig met dit bericht aan belanghebbende zijn verzonden en zichtbaar gemaakt. In dit bericht is verder het volgende opgenomen:

“U heeft verzocht de zitting via Zoom plaats te laten vinden, omdat u door een ongeluk niet in staat bent fysiek aanwezig te zijn. Ter onderbouwing van uw verzoek heeft u een kopie van een specialistenbericht van 05-08-2020 meegestuurd.

Het Hof vindt het belangrijk u in persoon te kunnen horen tijdens de zitting en wijst het verzoek om het houden van een zitting via Zoom daarom af. Mede gelet op het feit dat u aanwezig was bij de mondelinge behandeling van uw zaak bij de rechtbank op 29 maart 2023, gaat het Hof ervan uit dat de in het specialistenbericht genoemde kwetsuur u niet verhindert om op de zitting aanwezig te zijn.”

Belanghebbende heeft op 24 maart 2025 om 14:39 uur het volgende bericht in het digitale dossier geplaatst:

“Hierbij gaat [belanghebbende] (Levend Mens en Beneficiair Executeur van Trust [belanghebbende] ) NIET AKKOORD met een "HOGER BEROEP"zaak op 8 april 2025. Op 2 maart is er een mail gegaan naar President [naam1] (en die stukken zijn ook ingediend 019-031-840-152) waarin het vonnis 1e aanleg AWB23/4264 Buitenrechterlijk is vernietigd daar er geen handtekening van de griffier op stond en dus niet voldoet aan de Schipper/ Stevens methode. Doorgaan met een zitting waarbij een verstek vonnis gewezen zal worden is een schoffering van mijn

Art. 6 EVRM rechten (kan fysiek nergens heen wegens gevolgen van huidige zh behandelingen) en het negeren van een ONGELDIG VONNIS 1e aanleg.”

Op 24 maart 2025 om 18:24 heeft belanghebbende twee berichten in het digitale dossier geplaatst. Het eerste bericht is een kopie van het geschrift waarmee belanghebbende hoger beroep instelde tegen de uitspraak van de Rechtbank, vergezeld van een screenshot van een deel van de akte van levering. Het tweede bericht luidt als volgt:

“T.a.v. Griffier [naam2] , op 17 mei 2023 krijg ik van u dat u de bevestiging de stukken voor het Hoger Beroep heeft ontvangen..........daarop" vergeet" u de brief (waar eigenlijk alles al in staat) bij de digitale stukken te doen. Gezien de hele werkwijze van de rechtbank zou ik er niet raar van opkijken dat het opzet is......maar hierbij opnieuw de brief en het belangrijkste stuk van de rechtzaak “de onder dwang betaalde overdr.belasting" door een Levend Mens [belanghebbende] die vervolgens het koopcontract tekend met een vingerafdruk (het bewijs van het in leven zijn).

En ik wil hierbij zeggen dat ik aanstoot neem aan de persoonlijke aanval van mevr. [naam8] op mij. Als je geen feiten meer hebt om aan te dragen ga je in de aanval met de woorden "zij hangt het gedachtengoed van de autonome beweging aan".(of ik een gevaarlijk mens ben )........en zij gaat opnames maken (heeft gemaakt??" Ten eerste heb ik het recht om mijn levend mens zijn te verdedigen. En niemand heeft opnames gemaakt....ik heb om een PV gevraagd en die heeft dhr. [naam3] netjes aangeleverd met een goede weergave van de zitting Dus goed verzonnen maar snijdt geen hout En ten tweede heb ik de afgelopen jaren moeten overleven (overheid had mn grote liefde al doodgespoten met de gifcovidvaccins, moest rondkomen van 900 euro per maand en zag dat de rechtspraak zichzelf wel ging ontmaskeren dus heb echt wel wat anders aan mijn hoofd) Maar vraagt u zich niet af waarom dhr. [naam3] het vonnis niet heeft getekend en dus nietig is ?? Hij is slimmer dan de meeste griffieren want zo hoeft hij geen verantwoording af te leggen. Maar u moet dat nog wel.......u heeft ook een eed afgelegd om naar eer en geweten te handelen en door nu net te doen of het nietige vonnis er niet ligt bent u medeplichtig, u probeert mij om te kopen met een treinkaartje zodat ik op het Hoger Beroep verschijn daarmee akkoord ga dat er een zitting plaats vindt. Helaas voor u kan ik u persoonlijk aansprakelijk houden. Kent u de spreuk De keizer heeft geen kleren aan........u zou als een goede ambtenaar de rechtbank erop moeten wijzen dat er geen Hoger Beroep kan zijn zonder een geldig Vonnis in 1e aanleg. En aangezien u het nu persoonlijk maakt zal ik alle middelen aanwenden om voor mijn rechten op te komen. en ik ben geen aanhanger van een gedachtengoed maar kan zelf nadenken......en deze zaak is een Molensteen en we gaan er achter komen wie hier aan het langste eind gaat trekken. Waar is het bewijs”

Belanghebbende heeft op 25 maart 2025 om 8:51 uur het volgende bericht in het digitale dossier geplaatst:

“Vandaag heb ik een officiele klacht ingediend bij de Presidenten [naam4] en [naam1] wegens schending van art. 6 EVRM op basis van 2 gronden; het negeren van een niet geldig vonnis in 1e aanleg en het negeren van medische info waardoor er niet fysiek geprocedeerd kan worden. Dit om zo snel mogelijk een verstekvonnis erdoor te drukken.”

De klachtenfunctionaris van het Hof heeft de klacht vervolgens in behandeling genomen.

De griffier van het Hof heeft op 25 maart 2025, 15:35 uur, het volgende bericht in het digitale dossier geplaatst:

“Het Hof heeft uw berichten van 24 en 25 maart 2025 ontvangen. U heeft daarin aangegeven dat u van mening bent dat de uitspraak van de Rechtbank moet worden vernietigd, onder meer omdat deze niet door de griffier is ondertekend. Die stelling zal worden besproken op de zitting van het Hof. U heeft ook aangegeven dat u in verband met uw medische situatie niet in staat bent om op zitting van het Hof te verschijnen. Op grond van de Procesregeling met richtlijnen en aanwijzingen voor het behandelen van bestuursrechtelijke zaken bij de belastingkamers van de gerechtshoven dient een verzoek om uitstel onder aanvoering van gewichtige redenen en tijdig te worden ingediend. Het Hof kan daarbij om bewijsstukken vragen (zie artikel 16, lid 3 van de procesregeling). Het Hof zal een verzoek vervolgens beoordelen.

In uw eerdere brieven heeft u een uitdraai van uw medisch dossier meegestuurd. Die uitdraai is in oktober 2020 gemaakt. Nadien bent u op de zitting van de Rechtbank van 29 maart 2023 verschenen. U geeft nu aan dat uw huidige klachten het voor u moeilijk maken op de zitting van het Hof te verschijnen. De huidige klachten, en het verschil met de situatie ten tijde van de zitting van de Rechtbank, heeft u echter niet verder toegelicht. Uitgaande van de situatie zoals die was ten tijde van de zitting bij de Rechtbank ziet het Hof geen aanleiding de zitting niet door te laten gaan, zoals ook eerder aangegeven. Misschien is uw situatie sinds de zitting van de Rechtbank echter veranderd en zorgen die veranderde omstandigheden ervoor dat u niet naar de zitting kunt komen. Als dat het geval is dan verzoekt het Hof u die verandering toe te lichten, onderbouwd met stukken.

Na ontvangst van uw nadere toelichting en onderbouwende stukken zal het Hof uw verzoek opnieuw wegen.

Als u geen nadere toelichting met onderbouwende stukken stuurt, zal de zitting op 8 april 2025 doorgaan in het Paleis van Justitie in Arnhem.”

Bij email van 26 maart 2025, 12:47 uur, aan de griffie van de Rechtbank, stuurt belanghebbende een e-mail van de assistente van de huisarts door, en voorts licht zij haar situatie als volgt toe:

“Aangezien er geen mails in het rechtspraak dossier gestuurd kunnen worden stuur ik u deze mail door van mijn huisarts. Ook had ik een klacht neergelegd bij de President met daarin het dossier bij [naam5] [nummer1] . Die hebben mijn medische dossier in handen (naar aanleiding van de aanvraag door [naam6] om een beoordeling) Dit naar aanleiding van mijn verslechterende fysieke en ook mentale toestand dus wel degelijk gerelateerd aan het ongeluk in 2020. Ik zit nog steeds vol ijzer waardoor ik zeer beperkt ben in mijn leven. Ook de klaplong geeft flink wat beperkingen. Ik ben in afwachting van een uitspraak die weer naar [naam6] zal gaan in verband met een (gedeeeltelijke of gehele )afkeuring. U mag van mij [naam5] bellen en vragen of dit dossier nu loopt. Dus er is wel degelijk een relatie met de opgestuurde medische gegevens van 2020. Ik kan u helaas nu nog niets overleggen.

Maar afgezien van mijn slechte gezondheid gaat u gewoon door met een zitting plannen. En nee we gaan niet op het Hoger Beroep pas over een NIET goedgekeurd vonnis praten......als ik aanwezig ben ga ik akkoord dat er gewoon verder gegaan wordt op een Vernietigd Vonnis.........SERIEUS hoe diep is de rechtspraak gezonken. Er ligt nu geen Vonnis 1e aanleg dus een Hoger Beroep KAN NIET PLAATSVINDEN. Ik zal zeker in CASSATIE GAAN of misschien gelijk naar het EUROPEES HOF........”

De doorgestuurde e-mail van de assistente van de huisarts van 26 maart 2025, 12:03 uur, luidt als volgt:

“Goedemiddag,

N.a.v. telefonisch contact, hierbij het briefje die u kan afgeven. Zoals telefonisch besproken mag uw huisarts geen verklaring afleggen.”

Bij e-mail van 26 maart 2025, 12:50 uur stuurt belanghebbende een e-mail bericht van ‘ [naam5] Medisch Specialisten’ van 25-9-2024, 10:54 uur, door naar de griffie van de Rechtbank. De e-mail betreft het opvragen van een medische machtiging, maar bevat verder geen informatie.

Belanghebbende stuurt op 26 en 27 maart 2025 nog diverse berichten aan het Hof waarin zij de boodschappen uit de eerdere e-mails min of meer herhaalt.

Belanghebbende schrijft in een e-mailbericht van 31 maart 2025, 08:11 uur aan de griffie van het Hof het volgende:

“Naar aanleiding van de uitnodiging voor de zitting van 8 april a.s. heb ik nog een aantal bijlagen die in het dossier moeten maar worden niet gedownload in het dossier. Wilt u deze er nog inzetten? Bij voorbaat dank. Ook heb ik nog een aantal verzoeken/vragen n.a.v. de laatste brief:

Ondanks de vele bewijzen dat ondergetekende procedeert als LEVEND MENS wordt nog steeds [belanghebbende] aangeschreven. Dit is de natuurlijke persoon die NIEMAND anders mag gebruiken dan [belanghebbende] . Ik neem hier na 3 jaar ERNSTIG AANSTOOT AAN. De inhoud van het PV laat geen enkele twijfel bestaan dat LEVEND MENS [belanghebbende] onder DWANG 5300 euro heeft moeten betalen aangetoond in de zitting van maart 2023.

Ook ontbreekt in de uitnodiging de naam van de Trustee (diegene die zich als "rechter" uitgeeft). Kunt u mij uitleggen waarom een week voor de zitting deze naam nog niet bekend is?? Ik denk te weten waarom dat is..........Voor de zitting van 29 maart 2023 heeft ondergetekende gevraagd om de bevoegheid van mevr. [naam7 ] . Het antwoord is gegeven in de brief met kenmerk 2022EL82277 "De rechter kan en zal niet voldoen aan uw verzoek" getekend door een onbekende Griffier. GEEN WOORD GELOGEN want de rechter is NIET beeedigd. Sterker nog de RECHTBANKEN ZIJN SINDS 2023 UITGESCHREVEN UIT HET HANDELSREGISTER!!!! De "recht"banken vallen NIET meer onder HET ZEERECHT. HET IS NAMELIJK GEEN OORLOG MEER. Naast bovenstaande feiten nog een reden dat HET VONNIS 1e aanleg Buitenrechterlijk vernietigd is. ER MAG NIET MEER GEHANDELD WORDEN MET HET VERMOGEN VAN [belanghebbende]

Dus graag voor 8 april a.s. een bewijs dat de Anonieme Trustee/ "Rechter" beeedigd is en dat de Rechtbank bevoegd is en dus nog ingeschreven staat in het Handelsregister, mocht ik het helemaal fout hebben. Ontvang ik die niet dan MOET de 5300 euro ZO SNEL MOGELIJK teruggegeven worden....dit is anders gewoon DIEFSTAL van een levend mens door middel van Misleiding door Notaris en "Rechters". Ook wil ik nog even duidelijk maken dat iedereen die werkzaam bij een "recht"bank is en meewerkt aan bovenstaande misleiding mede verantwoordelijk is voor het geen zich nu afspeelt. Na 3 jaar mij nauwelijks kunnen voeden en geen kachel aan kunnen doen wegens het leven onder het bestaansminimum terwijl "recht"banken, rabobank, gerechtsdeurwaarders, en andere instanties zich tegoed doen door vele 1000 den euro's te stelen van een levend mens en art. 1 en art. 20 van de GRONDWET en art. 6 EVRM en art. 11 Paricipatiewet totaal negeren, moet stoppen!!!!”

In een bericht met als onderwerp ‘Stuk om voor te lezen op 8 april 13.30 “zitting”, schrijft belanghebbende:

“Vandaag 1 april 2025 weet ik, levend mens [belanghebbende] nog steeds niet welke "rechter"/Trustee het Hoger Beroep gaat behandelen?? Waarom wordt dit niet bekend gemaakt? Net zo schimmig als het hele proces vooraf. Op 2 maart stuurt [belanghebbende] een schrijven naar President [naam1] met het buitenrechterlijke vernietiging Vonnis 1e aanleg. Griffier heeft niet meegetekend, had al een bevestiging (hier bijgevoegd) dat mevr. [naam7 ] geen beeediging KAN en wil tonen. Ze geen eerlijk recht spreekt daar ze mijn levend mens zijn volledig negeert en toegeeft dat ze in het kader wat haar opgedragen wordt moet vonnissen. DIT STAAT IN HET PV. Ook blijft ze hardnekkig [belanghebbende] als eiseres noemen terwijl [belanghebbende] meerdere keren zegt dat alleen [belanghebbende] mag gebruiken. Ook zegt [belanghebbende] dat [naam7 ] de Trustee is van de aandelen/vermogen van [belanghebbende] dus belanghebbende om dat vermogen veilig te stellen. Dus vonnis en PV verschillen wezenlijk. Daarom tekend de griffier alleen het PV. GEEN BEEEDIGING, VERKEERDE EISERES, GEEN HANDTEKENING VAN DE GRIFFIER en NOG BELANGRIJKER DE RECHTBANK STAAT SINDS 2023 NIET MEER INGESCHREVEN IN HET HANDELSREGISTER. HOEVEEL LEUGENS ZIJN ER NOG MEER. NOU GEWOON EEN HOGER BEROEP PLANNEN waar geen vraag is gesteld of er verhinderdata zijn??? en bij HET AANGEVEN VAN [belanghebbende] DAT ZE FYSIEK NIET IN STAAT IS OM TE KOMEN WORDT GEWOON GENEGEERD. Ik woon in afgelegen [plaats1] en moet eerst naar [plaats2] zien te komen voor een treinverbinding en dan naar Zwolle en daar overstappen voor een verbinding naar Arnhem en dan nog lopen naar het gerechtsgebouw. Minimaal 2,5 uur onderweg. In 2023 heeft een vriendin mij gereden met haar auto. Sinds 2024 gaat het met mijn gezondheid veel slechter en kan hooguit een uurtje zitten of lopen. [naam6] (die het ongeluk heeft veroorzaakt) heeft half 2024 een bedrijf [naam5] ingeschakeld om vast te stellen hoeveel procent ik nu fysiek beperkt ben. Dit ook omdat ik nu geen arbeid kan verrichten. En ook geen geld heb voor eten, kachel of een treinkaart. En ondanks dat ik de rechtbank gezegd heb [naam5] (mail en tel nr. toegevoegd) om te vragen of dit dossier nu nog loopt krijg ik (nou ja weer [belanghebbende] en niet [belanghebbende] ) een uitnodiging voor een mondelinge zitting???!!!???? Net doen of we dit niet weten (ook is er een mail van mijn huisartsenpraktijk gezonden dat men geen artsenverklaringen meer mogen sturen.) HOEVEEL MEER BEWIJS WIL DEZE RECHTBANK.......nou we willen haar gewoon bij VERSTEK veroordelen dan kan ze ook niet de nieuwe "rechter"trustee zijn of haar beeediging vragen en kan hij of zij ook niet horen dat [belanghebbende] opnieuw als levend mens in Vrede daar aanwezig is per zoom, zodat ook deze trustee de aandelen/vermogen van [belanghebbende] veilig kan stellen. Dat er een VERNIETIGD VONNIS IS daar gaan geen woord over gerept worden. U schoffeert met bovenstaande art. 6 EVRM om mijn zegje te doen via de zoom. Ook wordt dan niet meer live gevraagd naar de inschrijving van de Rechtbank De zaak bij de GERECHTSDEURWAARDERS IN dec. was via de zoom en de aankomende zaak bij het GERECHTSHOF A'DAM gaat ook via de zoom........ Als ik heb allemaal mis hebt waarom hebt u het lef niet om mij FACE TO FACE via de zoom te zien. Zegt genoeg. EEN PV met bewijs zegt genoeg (oh ja in het vonnis stond helemaal onderaan levend mens dus mvr. [naam7 ] heeft het wel gehoord.

Levend Mens [belanghebbende] (misschien fysiek beperkt maar nog steeds bij volle bewustzijn). Graag bovenstaande oplezen als bewijs dat er helemaal geen hoger beroep zonder [belanghebbende] had mogen plaatsvinden.”

Op 4 april 2025, heeft belanghebbende een stuk aan het digitaal dossier toegevoegd met als onderwerp: ‘Beeediging rechter gevraagd en uittreksel’. Hierin schrijft belanghebbende:

Vandaag is het 19.40 vrijdagavond 4 april 2025 en weet NOG STEEDS NIET (over 1,5 werkdag is een zitting) WIE DE "RECHTER"/TRUSTEE is om 13.30. Ik had namelijk gevraagd om de BEEEDIGING van deze anonieme man of vrouw????? Ook heb ik nog niet de gevraagde inschrijving in het HANDELSREGISTER ontvangen????

Ook is de gestuurde uitnodiging gericht aan [belanghebbende] . Dat is de natuurlijke persoon die alleen [belanghebbende] mag gebruiken. Toch gaan jullie gewoon door terwijl ALLE stukken in dit dossier zijn gemaakt door het levende mens [belanghebbende] . Dit is fraude en valsheid in geschrifte. Niet per ongeluk maar MET OPZET!!!!

Ook hebben jullie het bedrijf [naam5] niet benaderd omtrent het onderzoek wat loopt inzake mijn fysieke beperkingen om naar Arnhem te komen. Ook met opzet zodat [belanghebbende] NIET via de zoom de beeediging te vragen en de inschrijving in het handelsregister. Met vr.gr. [belanghebbende] ”

Op 8 april 2025 heeft belanghebbende een stuk aan het digitale dossier toegevoegd met als onderwerp: ‘GEEN TOESTEMMING VOOR EEN ZITTING’. Hierin schrijft belanghebbende:

“Vandaag 8 april 2025 geeft [belanghebbende] , levend mens, GEEN TOESTEMMING om de zitting vandaag om 13.30 door te laten gaan!!!!

De zitting is gebaseerd op Meineed, Lerugens en MISLEIDING. Ten eerste is gepoogd door de aangeleverde feiten dat [belanghebbende] NIET FYSIEK aanwezig kan zijn, te negeren. Een zoom gesprek was een optie (zoals bij meerdere rechtzaken zijn gevoerd). Maar dan zou [belanghebbende] opnieuw vragen (zie PV 1e aanleg) naar de BEEEDIGING van de rechter/trustee. DIE IS ER NIET. Ook de inschrjving van de rechtbank in het Handelsregister is er niet. Ook het feit dat het Vonnis 1e aanleg Nietig is verklaard moet onder het tapijt geveegd worden. En ook het feit dat [belanghebbende] als levend mens de rechtzaak voert (zie PV) dus alles is gebaseerd op leugens, bedrog en misleiding. En hierbij stuit [belanghebbende] de verjaring voor deze uitspraak.”

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 april 2025. Daarbij zijn verschenen en gehoord [naam8] namens de Inspecteur, bijgestaan door [naam9] . Belanghebbende is niet verschenen. Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat bij deze uitspraak is gevoegd.

2. Vaststaande feiten

Bij akte van levering van 29 april 2022 heeft belanghebbende een in [woonplaats] gelegen onroerende zaak verkregen tegen een koopprijs van € 265.000.

Met het oog op de toepassing van het verlaagde tarief van twee procent ter zake van de verkrijging van de woning heeft belanghebbende verklaard de woning anders dan tijdelijk als hoofdverblijf te gaan gebruiken. In aanvulling daarop is het volgende opgenomen in de akte van levering:

“Koper verklaart voorts het volgende, woordelijk luidend: “als vrij, levend en autonoom mens (in de beneficiaire geboortetrust die ik inmiddels aanvaard heb sta ik benoemd als [belanghebbende] van de familienaam [belanghebbende] ) betaal ik hierbij de overdrachtsbelasting van 5300 euro onder dwang (anders kun je geen huis kopen) en zonder wederzijdse getekende verklaring/goedkeuring met de Belastingdienst.””

Op de akte van levering staat een handtekening van [belanghebbende] , met daaronder [belanghebbende] en een vingerafdruk met daarbij de tekst ‘levend mens en geen dode natuurlijk persoon [belanghebbende] ’.

In het bezwaarschrift van belanghebbende van 5 juni 2022 is onder meer het volgende opgenomen:

“Mocht er een zaak van komen dan nemen we dit ook mee (ook namens de vele duizenden mensen die dit ook hebben ondervonden en nog steeds op antwoord wachten. Ik heb al een partij gevonden die dit live wil gaan streamen.”

De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. Op de laatste bladzijde van de uitspraak is boven het woord ‘griffier’ de tekst: ‘Is buiten staat mede te ondertekenen’ geplaatst. De uitspraak is ondertekend door de rechter.

3. Geschil

In geschil is of de uitspraak van de Rechtbank nietig is, dan wel vernietigd moet worden, omdat deze niet juist zou zijn ondertekend. Verder is in geschil of het bezwaar tegen de voldoening op aangifte van een bedrag van € 5.300 aan overdrachtsbelasting terecht is afgewezen.

Belanghebbende beantwoordt de eerste vraag bevestigend en de tweede ontkennend en concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank en tot teruggaaf van de op aangifte voldane overdrachtsbelasting. De inspecteur neemt tegenovergestelde standpunten in.

4. Beoordeling van het geschil

Vooraf – fysieke zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 april 2025. Belanghebbende is daarbij niet verschenen. Het Hof heeft vastgesteld dat belanghebbende in overeenstemming met de wettelijke voorschriften per aangetekende post is uitgenodigd voor het bijwonen van het onderzoek ter zitting (zie 1.10) en heeft het onderzoek ter zitting geopend in aanwezigheid van de inspecteur. Vervolgens heeft het Hof het onderzoek ter zitting gesloten en toegezegd in beginsel binnen zes weken na het sluiten van het onderzoek uitspraak te doen. Het Hof heeft belanghebbendes verzoek tot een online zitting niet gehonoreerd en daarbij de volgende afweging gemaakt.

Op grond van artikel 8:56 van de Awb worden partijen ten minste drie weken tevoren uitgenodigd om op een in de uitnodiging te vermelden plaats en tijdstip op een zitting te verschijnen. Uitgangspunt daarbij is dat partijen fysiek worden gehoord tijdens het onderzoek ter zitting. Er bestaat geen recht op een online zitting en de keuze om gebruik te maken van de mogelijkheid een online zitting berust bij de rechter die daarbij de eisen van een goede procesorde, waaronder het in artikel 6 EVRM vervatte beginsel van equality of arms, ter waarborging van een eerlijk proces in zijn afweging betrekt.

Belanghebbende heeft eerst in haar e-mail van 26 oktober 2023 (zie 1.5) verzocht om een digitale zitting, omdat zij niet over voldoende financiële middelen zou beschikken voor een reis naar het Hof. In haar e-mail van 10 maart 2025 stelt belanghebbende vervolgens dat zittingen alleen doorgang kunnen vinden via Zoom/ digitaal. Zij verwijst daartoe naar het specialistenbericht betreffende haar ongeluk in juli 2020 (zie 1.11). In aanvulling daarop schrijft zij nog dat zij niet over voldoende financiële middelen beschikt om de zitting fysiek bij te wonen. In haar latere berichten herhaalt belanghebbende dat zij fysiek niet in staat is de zitting bij te wonen, waarbij zij aangeeft dat het Hof contact op zou kunnen nemen met derden om te informeren naar de status van haar behandelingen. In haar bericht van 8 april (zie 1.26) geeft belanghebbende ten slotte aan geen toestemming te verlenen de zitting van 8 april doorgang te laten vinden.

De Inspecteur heeft aangegeven een online zitting niet wenselijk te vinden vanwege het gevaar van schending van het besloten karakter van de zitting zoals bepaald in artikel 27c, van de AWR en mogelijke schending van de geheimhoudingsplicht door het risico van het maken van opnames en het openbaar maken van de zitting. Daarnaast stelt de inspecteur dat de mogelijkheid tot het maken van opnames of de aanwezigheid van derden kan leiden tot schending van de privacy en/of veiligheid van de inspecteur en de procesdeskundige. Ter onderbouwing hiervan wijst de inspecteur erop dat belanghebbende het autonome gedachtegoed aanhangt en in haar brief van 5 juni 2022 (zie 2.4) heeft aangegeven een partij te hebben gevonden die een zaak live wil gaan streamen.

In de stukken van belanghebbende verklaart zij meermaals zichzelf niet als natuurlijk persoon te beschouwen, maar als mens van vlees en bloed die een geboortetrust heeft aanvaard waarmee zij geen dode op zee meer is maar een levend mens. Het betoog van belanghebbende is lastig te begrijpen, maar het Hof begrijpt het aldus dat zij de overheid niet erkent en dat er alleen nog overeenkomsten met haar kunnen worden gesloten op basis van vrije wil en een wederzijds contract. In deze stelling ligt ook besloten dat een basis voor het heffen van belastingen ontbreekt nu zij daarvoor geen overeenkomst is aangegaan en zij verplicht, dus onder dwang, belasting heeft moeten betalen. Verder stelt belanghebbende dat de belastingwetten enkel van toepassing zijn op natuurlijke personen, hetgeen zij stelt niet te zijn, zodat zij om die reden geen belasting is verschuldigd. Ook de legitimiteit van de uitspraak van de Rechtbank trekt belanghebbende in twijfel onder verwijzing naar het zeerecht, de omstandigheid dat rechtbanken niet staan ingeschreven in het handelsregister en omdat de uitspraak door haar buitengerechtelijk vernietigd zou zijn.

Het geval van belanghebbende staat niet op zichzelf. Ook de rechtspraak ziet de laatste jaren een aanzienlijke toename van het aantal rechtszaken van burgers die verklaren autonoom dan wel soeverein te zijn en zichzelf buiten de Nederlandse rechtsorde plaatsen. Binnen deze groep zijn er verschillende stromingen, van individuen die de legitimiteit en geldigheid van de rechtsorde ontkennen en zich daaraan onttrekken tot individuen die zich actief verzetten tegen de rechtsorde, al dan niet met geweld. De dreiging die van deze laatste groep uitgaat wordt vergroot doordat er gevallen bekend zijn waarbij individuen die dit gedachtengoed onderschrijven zich schuldig maken aan het verzamelen of delen van persoonsgegevens, zoals een adres of telefoonnummer, met de bedoeling iemand te intimideren (doxing).

Bij de beslissing of deelname aan het onderzoek ter zitting via een online verbinding wordt toegestaan acht het Hof het geboden deze achtergrond in zijn beslissing mee te nemen om de gerechtvaardigde belangen (zoals privacy en veiligheid) van andere procesdeelnemers zoveel mogelijk te beschermen.

Het Hof is van oordeel dat het hiervoor onder 4.2 weergegeven uitgangspunt dat een onderzoek ter zitting fysiek plaatsvindt eens temeer geldt met betrekking tot een procedure van een individu die zichzelf identificeert als autonoom, zoals belanghebbende. In de eerste plaats omdat door fysieke aanwezigheid in de zittingszaal de mogelijkheden om daadwerkelijk in contact te treden met partijen en een gesprek te voeren, vele malen beter zijn dan via een online verbinding. In de tweede plaats omdat een fysieke zitting de integriteit van de procedure, de privacy en veiligheid van andere procesdeelnemers, zoals de inspecteur, het best waarborgt daar er meer controle is over datgene wat zich tijdens het onderzoek ter zitting afspeelt. Het biedt daarnaast betere mogelijkheden om het maken van opnamen en het verspreiden van beelden te voorkomen.

Het voorgaande betekent niet dat, in het geval van een procedure van een individu die zich als autonoom identificeert, per definitie geen mogelijkheid wordt geboden het onderzoek ter zitting via een online verbinding bij te wonen. In een dergelijk geval acht het Hof het evenwel passend dat, aan de (on)mogelijkheid om deel te nemen aan een fysieke zitting, hogere eisen worden gesteld. Een en ander in het licht van de weging van het belang van een belanghebbende om deel te kunnen nemen aan het onderzoek ter zitting enerzijds, tegen het belang van de mogelijkheid van een zinvolle behandeling van de zaak ter zitting, de privacy en veiligheid van procesdeelnemers en de integriteit van de procedure anderzijds.

Naar het oordeel van het Hof heeft belanghebbende met hetgeen zij heeft aangevoerd niet aannemelijk gemaakt dat haar financiële en medische situatie van dien aard waren, dat haar belang om via een online verbinding deel te kunnen nemen aan het onderzoek ter zitting, zwaarder weegt dan de onder 4.8 geschetste belangen bij een fysieke aanwezigheid. Ten aanzien van de financiële situatie van belanghebbende, volstaat het Hof met de constatering dat de inspecteur heeft verklaard de reiskosten van belanghebbende te willen vergoeden ongeacht de uitkomst van de procedure. Wat betreft de medische beperkingen is het Hof van oordeel dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat haar fysieke beperkingen dusdanig waren dat zij in het geheel niet in staat was het onderzoek ter zitting fysiek bij te wonen. Het Hof heeft daarbij in aanmerking genomen dat de gevolgen van het in het specialistenbericht beschreven ongeluk belanghebbende niet hebben verhinderd het onderzoek ter zitting bij de Rechtbank (bijna) drie jaar later bij te wonen en dat belanghebbende daarna slechts in algemene bewoordingen haar klachten heeft beschreven. Voor zover belanghebbende meende te kunnen volstaan met het verstrekken van contactgegevens van derden die meer zouden kunnen zeggen over haar (medische) situatie, merkt het Hof op dat het de verantwoordelijkheid is van een procespartij om, indien het Hof daarom verzoekt, nadere stukken te overleggen en dat, als zij besluit dat niet te doen, het risico voor haar rekening komt.

Het voorgaande tegen elkaar afwegend is het Hof tot de beslissing gekomen dat in dit geval het belang om het onderzoek ter zitting fysiek doorgang te laten vinden zwaarder weegt dan het belang van belanghebbende om via een online verbinding aan het onderzoek ter zitting deel te kunnen nemen.

Wijze van ondertekening van de uitspraak van de Rechtbank

Belanghebbende stelt dat de uitspraak van de Rechtbank nietig is, dan wel vernietigd moet worden, omdat de uitspraak niet is ondertekend door de griffier en daarom niet zou voldoen aan de ‘Schipper/Stevens methode’.

Het Hof volgt belanghebbende niet in dit standpunt. Artikel 8:77 van de Awb bevat een opsomming van datgene wat in de uitspraak moet worden vermeld en aan welke overige eisen de uitspraak moet voldoen. Artikel 8:77, derde lid, van de Awb (in samenhang gelezen met artikel 8:11 van de Awb) bepaalt dat de uitspraak wordt ondertekend door de rechter en de griffier, maar voorziet in de mogelijkheid dat een uitspraak niet door de rechter en/of griffier wordt ondertekend, mits dit in de uitspraak wordt vermeld. Uit de weergave van de laatste bladzijde van de uitspraak van de Rechtbank (zie 2.5) volgt dat de rechter de uitspraak heeft ondertekend en dat is vermeld dat de griffier verhinderd was de uitspraak te ondertekenen. Daarmee voldoet de uitspraak aan de wettelijke eisen ten aanzien van de ondertekening daarvan.

Voldoening op aangifte

Op grond van artikel 2, eerste lid, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer (hierna: WBRV) wordt een belasting geheven ter zake van de verkrijging van in Nederland gelegen onroerende zaken of van rechten waaraan deze zijn onderworpen. De belasting wordt berekend over de waarde van de onroerende zaak, zo volgt uit artikel 9, eerste lid, van de WBRV. Voor de verkrijging door een natuurlijk persoon van een woning of rechten waaraan deze is onderworpen, bedraagt de belasting twee procent van die waarde, als de verkrijger de woning na de verkrijging anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gaat gebruiken, zo volgt uit artikel 14, tweede lid, van de WBRV. Dit is een uitzondering op de hoofdregel dat de verkrijging van een onroerende zaak is belast tegen 8% van de waarde van die onroerende zaak. De belasting wordt op grond van artikel 16 van de WBRV geheven van de verkrijger en dient overeenkomstig artikel 17 van de WBRV op aangifte te worden voldaan. Op grond van artikel 18 van de WBRV kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld welke ertoe strekken, dat de belasting ter zake van een verkrijging waarvan een notariële akte is opgemaakt, wordt voldaan ter gelegenheid van de aanbieding van die akte ter registratie.

De feiten (zie 2.1. en 2.2.) laten naar het oordeel van het Hof geen andere conclusie toe dan dat in dit geval terecht en tot het juiste bedrag overdrachtsbelasting op aangifte is voldaan ter zake van de verkrijging van de woning door belanghebbende. Niets van hetgeen belanghebbende daartegen aanvoert, waaronder hetgeen belanghebbende schrijft over het zijn van ‘een mens van vlees en bloed’, doet daaraan af. De verwijzing naar de artikelen 3:33 en 3:44 Burgerlijk Wetboek baat belanghebbende evenmin. Van bedreiging, bedrog of misbruik van omstandigheden als bedoeld in artikel 3:44 Burgerlijk Wetboek is geen sprake, nu de verplichting tot het voldoen op aangifte van overdrachtsbelasting slechts een rechtsgevolg is van het samenstel van rechtshandelingen die hebben geleid tot de verkrijging van de woning. Voor zover belanghebbende heeft willen betogen dat de koopovereenkomst zelf in zoverre nietig, dan wel vernietigbaar is, en om die reden de overdrachtsbelasting ten onrechte op aangifte is voldaan wijst het Hof op artikel 8, derde lid, WBRV waaruit volgt dat nietigheid (daaronder te verstaan vernietigbaarheid) van een verkrijging buiten beschouwing wordt gelaten.

Slotsom

Op grond van het vorenstaande is het hoger beroep ongegrond.

5. Griffierecht en proceskosten

Het Hof ziet geen aanleiding voor vergoeding van het griffierecht of een veroordeling in de proceskosten.

6. Beslissing

Het Hof bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.H.J. Verhagen, voorzitter, mr. A.J.H. van Suilen en mr. R.A.V. Boxem, in tegenwoordigheid van mr. G.J. van de Lagemaat als griffier.

De beslissing is op 13 mei 2025 in het openbaar uitgesproken.

De griffier, De voorzitter,

(G.J. van de Lagemaat) (T.H.J. Verhagen)

Deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert wordt een afschrift aangetekend per post verzonden.

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.

Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).

Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;

2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;

3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl Viditax (FutD) 2025052302 FutD 2025-1132 V-N Vandaag 2025/1120 NLF 2025/1226 Belastingblad 2025/247 met annotatie van Redactie V-N 2025/31.1.5
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?