ECLI:NL:GHARL:2025:4012

ECLI:NL:GHARL:2025:4012, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 30-06-2025, 21-001364-22

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 30-06-2025
Datum publicatie 04-12-2025
Zaaknummer 21-001364-22
Rechtsgebied Strafrecht; Strafprocesrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Leeuwarden
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854

Samenvatting

Veroordeling tot een taakstraf ter zake overtreding van de Opiumwet. Verdachte heeft ruim 26 kilo chocolade met daarin het verboden middel psilocybe cubensis geproduceerd. De verdachte heeft verklaard dat hij al 25 jaren in de smartshopindustrie bezig is en op de grens opereert van wat wel en niet mag. In dit geval heeft hij de grens van het toelaatbare overschreden en strafbaar gehandeld.

Uitspraak

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1969,

ingeschreven op het adres te [adres 1]

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 16 juni 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot veroordeling van de verdachte tot:

Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen door de verdachte en zijn raadsvrouw,

mr. A.G. van der Plas, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot:

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het hof deels anders overweegt en deels anders beslist dan de rechtbank. Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan de verdachte is -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg- tenlastegelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 18 juli 2018 tot en met 17 oktober 2018 te [plaats] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan gelegen aan de [adres 2] ) een hoeveelheid van

- 509 chocolade repen, met een totaal gewicht van (ongeveer) 23.630 gram, bevattende psilocine en/of

- in of meer mallen bevattende (in totaal) (ongeveer) ongeveer 3.095 gram chocolade bevattende psilocine en/of

- een brok chocolade met een gewicht van (ongeveer) 197 gram, bevattende psilocine, althans een (grote) een hoeveelheid van een materiaal bevattende psilocine, zijnde psilocine een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I en/of in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende psilocybe cubensis, zijnde psilocybe cubensis een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen met betrekking tot het bewijs

Algemeen

Op grond van de gebezigde bewijsmiddelen, die worden aangevuld wanneer tegen dit arrest cassatie wordt ingesteld, telt het hof het volgende vast.

Op 24 juli 2018 en op 2 oktober 2018 heeft de politie een schuur op een erf van de verdachte aan de [adres 2] in [plaats] bezocht en gezien dat er werkzaamheden met betrekking tot chocolade plaatsvonden. Op 17 oktober 2018 zijn deze schuur en een naastgelegen container vervolgens door de politie doorzocht. Zij troffen daar de verdachte en de heer [naam 1] aan. Beide droegen latexhandschoenen met daarop chocoladeresten. Er stond een machine te draaien met daarin chocolade. De verdachte en [naam 1] waren chocoladerepen aan het maken; zij smolten daartoe chocoladebolletjes en mengden er een poeder doorheen. Na het mengen werd het mengsel in mallen gegoten. Na het stollen in de mallen waren het chocoladerepen.

De politie heeft bij de doorzoeking onder andere 509 chocoladerepen (23.630 gram), tien mallen gevuld met chocolade (chocolade 3.095,9 gram), een brok chocolade (197,24 gram) en droge paddenstoelen in beslag genomen. Hiervan zijn vervolgens monsters genomen (zes monsters van de chocoladerepen, twee van de chocolade in de mallen, één van de brok chocolade en één van de droge paddenstoelen).

Deze monsters zijn door het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI) onderzocht. Het NFI concludeert uiteindelijk dat al deze monsters ‘psilocybe cubensis’ bevatten. Dit is een stof afkomstig van paddenstoelen en heeft een hallucinerende werking. Het is een middel verboden op basis van de bij de Opiumwet behorende lijst II.

Met betrekking tot de conclusies van het NFI

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft ter zitting in eerste aanleg en in hoger beroep om te beginnen de conclusies van het NFI bestreden en vrijspraak bepleit. Zij heeft onder andere aangevoerd dat het NFI vanuit wetenschappelijk inzicht incorrecte conclusies heeft getrokken over de aanwezigheid van psilocybe cubensis. Zo is volgens de verdediging eerst via de NFI databank een match vastgesteld tussen de deelmonsters uit de chocolade en het beschimmelde paddenstoelmonster. Vervolgens is met deze, in de ogen van de verdediging, dubieuze match vergeleken met de internationale databank.

Aangezien de verdachte heeft aangevoerd dat hij paddenstoelen zonder hallucinerende werking (Stropharia Rugosoannulata) heeft gebruikt in de chocolade, had het NFI een directe vergelijking moeten maken van de in de chocolade aangetroffen stukjes organisch materiaal met de in de internationale databank opgenomen DNA sequenties van de Stropharia Rugosoannulata.

Oordeel van het hof

Het hof is van oordeel dat op grond van de NFI-rapporten vastgesteld kan worden dat de aangetroffen en onderzochte chocolade psilocybe cubensis bevat.

Naar aanleiding van vragen van de verdediging over het NFI- onderzoek uit 2019 heeft het NFI in 2021 nader gerapporteerd. Het NFI geeft daarin aan dat uit de genoemde tien monsters, waaronder het monster uit de afvalzak, monsters van de repen, uit de mallen en een aangetroffen brok chocolade, de schimmelsoortmerker ITS is vermeerderd. De resultaten hiervan zijn onderling met elkaar vergeleken en matchen met elkaar. Alle monsters (dus ook de monsters van de chocoladerepen en het chocoladebrok) hadden dezelfde schimmelsoortmerker ITS en deelden daarom een zogenaamde’ ITS-sequentie’.

Omdat het om dezelfde schimmelsoortmerker met een zelfde ITS-sequentie gaat, maakt het voor verdere vergelijking met bijvoorbeeld een database niet uit welk monster daarvoor gebruikt wordt. Het hof stelt dan ook vast dat de conclusies van het NFI die volgen uit de vergelijking tussen het monster uit de afvalzak en de databank, anders dan de raadsvrouw betoogt, van overeenkomstige toepassing zijn op de monsters uit de repen, de mallen en het brok chocolade.

Het NFI concludeert na onderzoek dat tussen de ITS-sequentie uit de monsters een honderd procent match bestaat met de sequentie van de soort psilocybe cubensis en dat overeenkomsten met andere paddenstoelensoorten, zoals de door de verdediging aangehaalde ‘stropharia rugoso annulata’ daarmee zijn uitgesloten.

Het hof heeft geen reden om aan de betrouwbaarheid van de conclusies van het NFI te twijfelen en neemt deze tot de zijne.

Met betrekking tot het opzet van de verdachte

Standpunt van de verdediging

De verdachte heeft ter zitting van het hof verklaard dat als er al psilocybe cubensis in de chocolade zat, het er per ongeluk in moet zijn gekomen. In dat licht betoogt de raadsvrouw dat verdachte geen opzet heeft gehad om deze stof in de chocolade te doen en dat hij ook niet wist dat het erin zat. De raadsvrouw heeft ook hierom vrijspraak bepleit.

Oordeel van het hof

Het hof stelt voorop dat voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg – zoals hier op het feit dat er psilocybe cubensis door de chocolade is gemengd – aanwezig is als de verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat dat gevolg zal intreden.

De beantwoording van de vraag of een gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Daarbij komt betekenis toe aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht. Het zal in alle gevallen moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten.

Uit het strafdossier en het verhandelde ter terechtzitting komt het volgende naar voren.

De verdachte heeft verklaard dat hij in zijn schuur chocoladerepen maakte en dat hij daar door hemzelf tot poeder gemalen eetbare paddenstoelen doorheen heeft gemengd. Hij was hiermee aan het experimenteren omdat hij vitaliserende energybars wilde maken. Daar was vraag naar in wielerkringen en bij migrainepatiënten. De eetbare paddenstoelen ontving hij van de hem bekende [naam 2] .

[naam 2] was grondstofmaker voor paddenstoelen van zowel gewone als psychoactieve paddenstoelen. Hij produceerde ook psychoactieve truffels. De restpartijen die [naam 2] aan de verdachte leverde, bestonden uit grondstoffen waar ook de psilocybe cubensis bij zat evenals het broed van de psychoactieve truffel. [naam 2] heeft verklaard dat de verdachte de geleverde restpartijen gebruikte als compost voor de bosbessen op het land van de verdachte.

De door [naam 2] geleverde restpartijen heeft verdachte volgens eigen zeggen ook bewaard en verwerkt in dezelfde ruimte als waar hij de chocolade bewerkte. Hij heeft geen andere verklaring voor de eventuele aanwezigheid van psilocybe cubensis in de repen, dan dat dit door contaminatie in de repen terecht moet zijn gekomen.

Het hof stelt vast dat de verdachte wist dat [naam 2] ook paddenstoelen met een hallucinerend effect had; hij had immers volgens eigen zeggen ook een aparte afvalzak met hallucinerende paddenstoelen staan die hij van [naam 2] had gekregen. Met betrekking tot de paddenstoelen die hij in de repen deed, verklaarde verdachte ter terechtzitting in hoger beroep dat hij erop vertrouwde dat [naam 2] hem daarvoor legale middelen leverde en geen verboden middelen. Hij heeft de geleverde paddenstoelen echter niet getest of laten testen. Vervolgens heeft hij een en ander zelf vermalen tot poeder. Dit poeder is door de verdachte door de gesmolten chocolade gemengd en hiervan werden de chocoladerepen gemaakt. Verder is gebleken, op basis van de hiervoor door het hof overgenomen conclusies van het NFI, dat het verboden middel psilocybe cubensis door de chocolade is gemengd.

Dat sprake zou zijn van contaminatie van de chocolade met hallucinerende paddenstoelen uit de afvalzak, acht het hof onaannemelijk nu het verboden middel psilocybe cubensis in zowel de mallen, een brok chocolade als in de chocoladerepen is aangetroffen.

Het hof is gelet op bovenstaande feiten en omstandigheden dan ook van oordeel dat de verdachte, door niet nader te onderzoeken wat hij van [naam 2] geleverd had gekregen, terwijl hij wist dat [naam 2] hem ook materiaal leverde bestaande uit grondstoffen voor zowel gewone als psychoactieve paddenstoelensoorten, bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij de verboden soort psilocybe cubensis had ontvangen en door de chocolade heeft gemengd. Daarbij is van belang dat de verdachte ter zitting ook heeft verklaard dat hij met zijn handel steeds op de grens van wat wel en niet mag opereert.

Het hof acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het (voorwaardelijk) opzet heeft gehad op het door de chocolade mengen van een materiaal bevattende psilocybe cubensis.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij in de periode van 18 juli 2018 tot en met 17 oktober 2018 te [plaats] , opzettelijk heeft bereid in een pand gelegen aan de [adres 2] een hoeveelheid van

- 509 chocolade repen, met een totaal gewicht van (ongeveer) 23.630 gram, en

- mallen bevattende 3.095 gram chocolade en

- een brok chocolade met een gewicht van 197 gram,

bevattende psilocybe cubensis, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van de verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De verdachte heeft ruim 26 kilo chocolade met daarin het verboden middel psilocybe cubensis geproduceerd. De verdachte heeft verklaard dat hij al 25 jaren in de smartshopindustrie bezig is en op de grens opereert van wat wel en niet mag. In dit geval heeft hij de grens van het toelaatbare overschreden en strafbaar gehandeld. Daarbij komt dat deze productie onder zeer onhygiënische omstandigheden plaatsvond. Daarmee heeft hij nog een extra gevaar voor de gezondheid van de consumenten van zijn producten gecreëerd. Door zijn handelen heeft hij slechts oog gehad voor zijn eigen belangen en het door hem veroorzaakte gevaar voor de gezondheid van anderen genegeerd.

Uit het uittreksel uit de justitiële documentatie van 13 mei 2025 blijkt dat hij eerder onherroepelijk is veroordeeld ter zake strafbare feiten, waaronder ook feiten betreffende de Opiumwet. Deze veroordelingen zijn niet van recente datum en wegen daarom weinig strafverzwarend mee.

Ter terechtzitting van het hof is door de raadsvrouw naar voren gebracht dat de verdachte ook al gestraft is doordat hem in een andere soortgelijke strafzaak, die tegelijk in hoger beroep aan de orde is, een ontnemingsmaatregel is opgelegd en hij verlies heeft geleden als gevolg van het door justitie te goedkoop van de hand doen van goederen waarop conservatoir beslag was gelegd. Ook heeft de raadsvrouw verzocht rekening te houden met het overschrijden van de redelijke termijn van berechting.

Alles afwegend is het hof van oordeel dat – gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde – in beginsel oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden, met een proeftijd van drie jaren, in combinatie met een taakstraf voor de duur van 100 uren passend en noodzakelijk is.

Het hof zal deze straf echter matigen, nu de redelijke termijn van berechting als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens is overschreden, omdat in eerste aanleg niet binnen twee jaren na aanvang van de redelijke termijn vonnis is gewezen en omdat in hoger beroep de zaak niet is afgerond binnen twee jaren nadat het rechtsmiddel is ingesteld. Gelet hierop zal het hof de duur van de op te leggen voorwaardelijke gevangenisstraf verminderen met één maand, dus tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden.

Het feit dat de verdachte in de andere strafzaak een ontnemingsmaatregel is opgelegd weegt bij deze strafoplegging niet mee. Dit is immers een op zichzelf staande maatregel ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel en geen straf. Bovendien heeft het betrekking op een andere strafzaak. Ook de financiële afwikkeling van de ontnemingsmaatregel en het daarbij behorende conservatoir beslag is bij de strafoplegging in de onderhavige zaak geen factor die tot matiging van de straf dient te leiden.

Onttrekking aan het verkeer

De hierna te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen zijn bij gelegenheid van het onderzoek naar het door de verdachte begane feit aangetroffen. Zij behoren aan de verdachte toe en kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten. Zij worden door het hof beschouwd als een gezamenlijkheid van voorwerpen. Zij zullen aan het verkeer worden onttrokken aangezien zij als gezamenlijkheid van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

Het betreft:

- 1 zak met vermoedelijk paddo's- pers en lepel- 1 zak groen poeder 148 gram- 1 bijna leeg zakje met onbekende inhoud (herbs) 1 gram- 1 zak met nog onbekende inhoud (herbs) 580 gram- 1 zak herbs 1015 gram- 1 zak met wit poeder 290 gram- 1 zak met wit poeder 468 gram- wit poeder en brokken (zitten in vuilniszak) 878 gram- 10 mallen met chocolade- 1 mal met chocolade- 509 repen bewerkte chocolade- 1 lege, wel gebruikt voor chocolade, mal- monster bewerkte chocolade uit de meng machine- sample van choco-drops- 2 lege omhulsels, uit twee dozen vol met lege omhulsels- [factuur]- boek(agenda)- 1 koker sample met capsules.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36b, 36c, 36d en 63 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 100 (honderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 50 (vijftig) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- 1 zak met vermoedelijk paddo's- pers en lepel- 1 zak groen poeder 148 gram- 1 bijna leeg zakje met onbekende inhoud (herbs) 1 gram- 1 zak met nog onbekende inhoud (herbs) 580 gram- 1 zak herbs 1015 gram- 1 zak met wit poeder 290 gram- 1 zak met wit poeder 468 gram- wit poeder en brokken (zitten in vuilniszak) 878 gram- 10 mallen met chocolade- 1 mal met chocolade- 509 repen bewerkte chocolade- 1 lege, wel gebruikt voor chocolade, mal- monster bewerkte chocolade uit de meng machine- sample van choco-drops- 2 lege omhulsels, uit twee dozen vol met lege omhulsels- [factuur]- boek(agenda)- 1 koker sample met capsules.

Aldus gewezen door

mr. R. Godthelp, voorzitter,

mr. A.F. van Kooij en mr. J.H.W.R. Orriëns-Schipper, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. M. Nijhuis, griffier,

en op 30 juni 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R. Godthelp

Griffier

  • mr. M. Nijhuis

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?